LIVE-STREAMING CAMERA Gedetailleerde handleiding GV-LS2WE LYT2489-009B
Inhoudsopgave Camera.............................................................. 5 Pan-tilter............................................................ 7 Naar wens configureren van de camera-instellingen............................8 Voorbeeld 1: Uw huisdier thuis in de gaten Voorbereiding Introductie Introductie Controleren van de accessoires............4 Namen en functies van onderdelen.......5 Schema voor verbinden/setup.............10 Starten van de opname...................................
Bevestigen....................................................... 29 Opladen........................................................... 29 Het toestel afzonderlijk gebruiken.......32 In-/uitschakelen van de stroom....................... 32 Starten/stoppen van een opname................... 32 Besturen via een webbrowser..............33 Verbinden van een externe microfoon...........................................30 Inloggen...........................................................
Controleren van de accessoires Neem contact op met de plaats van aankoop of de klantenservice indien een onderdeel ontbreekt of is beschadigd. Introductie Camera Camera. Pan-tilter Bevestig alvorens gebruik aan de camera. Voor het op afstand via een computer of mobiel apparaat horizontaal (naar rechts/links) of vertikaal (omhoog/omlaag) bewegen (pan/tilt). ( ➭ pagina 25) Netadapter UIA324-12 Verbind met de camera of pan-tilter voor gebruik met netstroom. .
Namen en functies van onderdelen Camera Achter 5 1 6 3 4 1 2 Introductie Voor 7 8 5 3 4 2 1 Interne microfoon (stereo) Geluid wordt via deze microfoon verstuurd/ opgenomen wanneer er geen externe microfoon is aangesloten. 2 Lens Raak niet direct aan en voorkom dat iets de lens raakt. 3 LED-indicator Functioneert als lamp op donkere plaatsen. Schakel in/uit met een browser. ( ➭ pagina 36) 4 Informatielamp Is afhankelijk van de opnamestatus, etc. wel of niet opgelicht.
Bovenkant Introductie 1 2 1 3 4 1 Schoenadapterbevestiging Voor het bevestigen van camera-accessoires. * Bevestig geen accessoires wanneer de pan-tilter is bevestigd. 2 Opnametoets Starten van opnemen. Druk nogmaals op deze toets om te stoppen. De indicator toont de huidige status. Uit: Geen opname Knippert: Opname wordt uitgevoerd Snel knipperend (2 seconden): Opnamefout 3 WPS-toets Houd even ingedrukt om een draadloze verbinding (Wi-Fi) met de WPS-functie te maken.
Pan-tilter Verbind de netadapter, het AV-snoer en de externe microfoon met de pan-tilter wanneer u de pan-tilter gebruikt. Achter Introductie Voor 1 2 8 1 2 3 456 7 1 Stroomtoets Houd even ingedrukt om de stroom in te schakelen. Houd nogmaals even ingedrukt om de stroom uit te schakelen. 1 Kantelvergrendeling (TILT LOCK) Richt de pan-tilter recht naar voren en schuif de 2 Stroomindicator Toont de status van de pan-tilter.
Naar wens configureren van de camera-instellingen Introductie Het toestel kan voor diverse doeleinden worden gebruikt. Zie de volgende voorbeelden voor het juist instellen en gebruiken: Stroom? • Netadapter ( ➭ pagina 12) • Batterijen ( ➭ pagina 29) Verbindingsmethode? • Bedrade verbinding ( ➭ pagina 20) • Draadloze (Wi-Fi) verbinding . Opgenomen data? • Opslaan op een SD-kaart. ( ➭ pagina 17) • Versturen met hoge kwaliteit.
Voorbeeld 2: Opname van vogels bij een vogelhuisje op een balkon. Setup Instelling • Verbind niet met de computer of een toegangspunt (router). • Er wordt alleen opgenomen wanneer de scène verandert. ("AUTO OPNAME") ( ➭ pagina 36) Introductie • Gebruik de accu omdat de camera op een hoge plank bij het raam wordt geplaatst. ( ➭ pagina 29) • Plaats een SD-kaart voor het opslaan van de opgenomen data. ( ➭ pagina 28) Gebruik • Verstuur de opgenomen data na opname naar een computer voor het afspelen.
Schema voor verbinden/setup Verbind het toestel met de computer en configureer de juiste instellingen met een browser. Starten van de opname 1 Verbind de camera middel de bijgeleverde LAN-kabel met uw computer. ( ➭ pagina 11) Verbind de camera eerst met uw computer voordat u de instellingen maakt. Voorbereiding 2 Verbind de netadapter. ( ➭ pagina 12) Verbind de bijgeleverde netadapter nadat de andere verbindingen zijn gemaakt.
Verbinden van de camera met een computer Verbind de camera eerst met uw computer voordat u de instellingen maakt. Systeemvereisten Browser: Internet Explorer 9 of later 1 Bevestig de LAN-kabel aan het toestel. Voorbereiding 2 Verbind de camera middel de LAN-kabel met uw computer. 3 Stel de netwerkfunctieschakelaar op "LAN(OFF)". • Indien de netwerkfunctieschakelaar op [DIRECT] of [WLAN] is gesteld, kan de LAN-aansluiting niet worden gebruikt.
Verbinden van de netadapter Verbind de bijgeleverde netadapter met de DC-aansluiting van de camera. LET OP • Gebruik beslist de bijgeleverde netadapter. Het gebruik van een andere netadapter kan problemen veroorzaken. • Schakel de stroom uit alvorens de netadapter te verbinden/ontkoppelen.
Naar wens configureren van de camera-instellingen Zoek toegang tot het toestel met uw computer voor het instellen van het netwerk, de streaming, etc. Systeemvereisten Browser: Internet Explorer 9 of later Configureren van de basisinstellingen 1 Verbind de camera middel de LAN-kabel met uw computer. ( ➭ pagina 11) 2 Houd de stroomtoets even ingedrukt om de stroom in te schakelen. De opnametoets begint te knipperen. Wacht totdat de toets niet meer knippert en dooft.
Veranderen van de instellingen na het veranderen van de bestemming voor de verbinding Ga voor het veranderen van de instellingen na het veranderen van de bestemming voor de verbinding naar het volgende adres.
Configureren van de camera-instellingen Dit gedeelte beschrijft de instellingen die vereist zijn voor het gebruik van het toestel. Zie pagina 46 voor de "BEHEREN" instellingen die niet op deze pagina's worden beschreven. Instellen van de klok 4 Klik op de "INSTEL" toets. Stel de interne klok in. De tijd kan worden getoond bij het verzenden van video's. 1 Kies "GEWONE INSTELLINGEN" in "BEHEREN". Indien de sub-instellingen niet worden getoond, klik dan op "+" links van "BEHEREN".
Instellen van de gebruikersnaam en het wachtwoord 4 Klik op de "OPSL." toets. De gebruikersnaam en het wachtwoord zijn voor alle toestellen van dit model hetzelfde ten tijde van aankoop. U moet ze voor de veiligheid direct veranderen. 1 Kies "GEWONE INSTELLINGEN" in "BEHEREN". Indien de sub-instellingen niet worden getoond, klik dan op "+" links van "BEHEREN". De nieuwe gebruikersnaam en het wachtwoord zijn nu ingesteld.
Kiezen van het formaat van de beelden die worden uitgevoerd/opgeslagen Dit toestel kan twee verschillende soorten beelden uitvoeren. Kies de geschikte uitvoermethode en beeldkwaliteit. Zie pagina 41 voor de "NETWERK" instellingen die niet op deze pagina's worden beschreven. 1 Kies "STREAM-INSTELLINGEN" in "NETWERK". Indien de sub-instellingen niet worden getoond, klik dan op "+" links van "NETWERK". 3 Kies een optie van "MAX RASTERFREQUENTIE (MotionJPEG)".
Verbinden op afstand toestaan (CONTROLE-instelling) Voor het op afstand bekijken van beelden moet u normaliter een globaal IP-adres of URL voor toegang van een browser hebben. U kunt deze gemakkelijk instellen door de account van onze DDNS-service in te voeren. Verkrijgen van een DDNS-account Ga met een computer of smartphone naar onze website voor een tijdelijke registratie. Voorbereiding 1 Ga naar de volgende URL om tijdelijk een account te registreren. https://dd3.jvckenwood.
Toevoegen van een gebruiker van de camerasturing Voor toegang tot het het toestel met gebruik van de camerasturing ( ➭ pagina 39) moet u van te voren de gebruikersnaam en het wachtwoord instellen. (Er kunnen maximaal vier gebruikers worden geregistreerd.) Basisinstelling: GEBRUIKERSNAAM "camuser", WACHTWOORD "password". U moet ze voor de veiligheid direct veranderen. * Meerdere gebruikers kunnen niet tegelijk de weergave bekijken. 2 Klik op de "TOEV." toets.
Veranderen van de bestemming voor het verbinden Verander indien nodig de bestemming voor het verbinden naar het toegangspunt (draadloze LAN-router). Bedraad verbinden met het toegangspunt 1 Kies "BEDRAAD NETWERK" in "NETWERK". Indien de sub-instellingen niet worden getoond, klik dan op "+" links van "NETWERK". Voorbereiding 2 Configureer de volgende instellingen: • IP-ADRES Eerste drie waarden gescheiden door een punt (.
Draadloos verbinden met het toegangspunt (Wi-Fi) Gebruik van de WPS-functie Zoeken en verbinen met het toegangspunt 1 Kies "DRAADLOOS NETWERK" in "NETWERK". Verbind op eenvoudige wijze met het toegangspunt dat de WPS-functie heeft. 1 Houd de stroomtoets even ingedrukt om de stroom uit te schakelen. 2 Ontkoppel de LAN-kabel tussen de camera en de computer. 3 Stel de netwerkfunctieschakelaar op "WLAN". Indien de sub-instellingen niet worden getoond, klik dan op "+" links van "NETWERK".
4 Voer "WACHTWOORD" in. Handmatig verbinden 1 Kies "DRAADLOOS NETWERK" in "NETWERK". 5 Klik op de "OPSL." toets. Voorbereiding Indien de sub-instellingen niet worden getoond, klik dan op "+" links van "NETWERK". 2 Klik op de "HANDMATIG" toets. De met een browser te configureren instellingen zijn nu voltooid. Sluit de browser en schakel de computer uit. 6 Houd de stroomtoets even ingedrukt om de stroom uit te schakelen. 3 Voer de informatie in en klik op de "OPSL." toets.
Direct verbinden met een computer (Wi-Fi Direct) Gebruik van de WPS-functie Handmatig verbinden 1 Houd de stroomtoets even ingedrukt om de stroom uit te schakelen. 2 Ontkoppel de LAN-kabel tussen de camera en de computer. 2 Ontkoppel de LAN-kabel tussen de camera en de computer. 3 Stel de netwerkfunctieschakelaar op "DIRECT". 3 Stel de netwerkfunctieschakelaar op "DIRECT". 5 Maak een WPS-verbinding op de computer. Zie de handleiding van het apparaat voor details aangaande het verbinden.
Verbinden van meerdere camera's Configureer de volgende instellingen voor het verbinden van meerdere camera's. Voorbereiding 1 Kies "CONTROLE-INST." in "NETWERK". Indien de sub-instellingen niet worden getoond, klik dan op "+" links van "NETWERK". 4 Kies "GEWONE INSTELLINGEN" in "BEHEREN". Indien de sub-instellingen niet worden getoond, klik dan op "+" links van "BEHEREN". 2 Verander "POORTNUMMER" (1 tot 65535) zodat de nummers van de diverse camera's niet hetzelfde zijn.
Bevestigen van de pan-tilter Met de bijgeleverde pan-tilter kunt u de camera horizontaal bewegen ("Pan") en vertikaal kantelen ("Tilt") met gebruik van een computer of smartphone. • Verwijder alle kabels alvorens de pan-tilter te bevestigen. • Verbind de netadapter, het AV-snoer en de externe microfoon met de pan-tilter wanneer u de pantilter gebruikt. • Controleer de positie van het gat op de onderkant om te bevestigen. • Bevestig de camera goed en controleer dat deze niet omhoog wordt gedrukt.
Verbinden van de netadapter Verbind de bijgeleverde netadapter met de DCaansluiting van de pan-tilter. • Ontgrendel de pan-tilter alvorens de netadapter te verbinden. ( ➭ pagina 7) • Verwijder al het band van de pan-tilter. Verwijder de pan-tilter wanneer u alleen de camera wilt gebruiken ( ➭ pagina 32). 1 Los de camerabevestigingsschroef voldoende. Voorbereiding 2 Houd het toestel en de pan-tilter vast en trek recht omhoog.
Maken van een bedrade verbinding Bevestig de bijgeleverde LAN-kabel als volgt voor het maken van een bedrade verbinding met een computer of toegangspunt. Systeemvereisten Browser: Internet Explorer 9 of later 1 Stel de netwerkfunctieschakelaar op "LAN(OFF)". Voorbereiding • Indien de netwerkfunctieschakelaar op [DIRECT] of [WLAN] is gesteld, kan de LAN-aansluiting niet worden gebruikt. • Het veranderen van de netwerkfunctieschakelaar terwijl de stroom is ingeschakeld, verandert de instelling niet.
Plaatsen/verwijderen van een SD-kaart Plaats een los verkrijgbare SD-kaart voor het opslaan van opgenomen data op de kaart. De opgeslagen data kunt u wissen/downloaden met een browser. • Schakel de stroom uit alvorens een SD-kaart te plaatsen/verwijderen. • De opgeslagen data kunnen worden afgespeeld met Windows Media Player 12 ( ➭ pagina 37). Plaatsen Compatibele SD-kaarten Voorbereiding Steek de kaart recht in met de aansluiting naar rechts gericht.
Bevestigen/verwijderen van de accu De camera kan op alleen accuspanning werken. Wanneer de (BN-VG114E, BN-VG121E, BN-VG138E) accu (los verkrijgbaar) is bevestigd, kunnen video's worden vestuurd/opgenomen op plaatsen waar de netadapter niet kan worden gebruikt. • De accu kan niet worden gebruikt wanneer de pan-tilter is bevestigd. • Schakel de stroom uit alvorens de accu te plaatsen/verwijderen.
Verbinden van een externe microfoon Verbind een externe microfoon voor opname van externe geluiden. Verbind een los verkrijgbare microfoon met de MIC-aansluiting van de pan-tilter indien deze is bevestigd, of met de camera indien de pan-tilter niet is bevestigd. • • • • • Gebruik een microfoon van het "plug-in" stroomtype. Gebruik geen microfoon met L-vormige stekker. Schakel de stroom uit alvorens de microfoon te verbinden/ontkoppelen.
Verbinden van het AV-snoer Door een verbinding met een TV of monitor te maken met gebruik van een AV-snoer (los verkrijgbaar), kunt u de beelden die worden opgenomen/verstuurd zonder gebruik van een computer of mobiele terminal bekijken. Verbind een los verkrijgbaar AV-snoer met de AV-aansluiting van de pan-tilter indien deze is bevestigd, of met de camera indien de pan-tilter niet is bevestigd. • Schakel de stroom uit alvorens het AV-snoer te verbinden/ontkoppelen.
Het toestel afzonderlijk gebruiken Plaats een SD-kaart en bevestig de accu zodat u het toestel kunt dragen en als een normale videocamera kunt gebruiken. Bepaal of u de opgenomen video's op een SD-kaart wilt opslaan of draadloos wilt streamen. ( ➭ pagina 41) In-/uitschakelen van de stroom Inschakelen van de stroom Houd de stroomtoets even ingedrukt. De opnametoets begint te knipperen. Wacht totdat de toets niet meer knippert en dooft. Uitschakelen van de stroom Houd de stroomtoets weer even ingedrukt.
Besturen via een webbrowser U kunt het toestel besturen via een webbrowser zonder extra software te installeren. "CONTROLE-INST." ( ➭ pagina 18) moet worden ingesteld voor het bekijken van een video via een netwerk. Systeemvereisten Besturingsprogramma: Windows 7 Browser: Internet Explorer 9 of later Inloggen Gebruik de "GEBRUIKERSNAAM" en "WACHTWOORD" van de beheerder ( ➭ pagina 16). 1 Houd de stroomtoets even ingedrukt indien de stroom niet is ingeschakeld om de stroom in te schakelen.
Besturen van de camera ("MONITOR" tab) Bestuur de camera en bekijk beelden met de "MONITOR" tab. 1 4 5 6 2 7 3 Gebruik 1 Tab Veranderen van display. "MONITOR" Bestuur de camera en bekijk gestreamde beelden. "BESTANDSBEHEER" Wis videobestanden van de SD-kaart of download ze naar uw computer. ( ➭ pagina 37) "STATUS" Controleer de geschiedenis van meldingen. ( ➭ pagina 38) 2 Bedieningspaneel Bedien de camera/pan-tilter. 1 1 Zoom U kunt de zoomverhouding veranderen met "CAMERA-INSTELLINGEN" (pagina 45).
benadering). 3 Zoomverhouding Toont de huidige zoomverhouding. 4 5 6 7 8 4 Opnamestatus Toont de camerastatus. STANDBY: Geen opname OPNAME: Opname wordt uitgevoerd 5 Opnamefunctie Opnamefunctie: UXP, XP, SP, EP 6 SD-kaart Toont dat een SD-kaart kan worden gebruikt. 7 Resterende opnametijd Toont de resterende opnametijd. 8 Stroomstatus Toont de huidige stroomstatus.
Configureren van de camera-instellingen Verander de camera-instellingen. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0 = Gebruik 1 "AUTO OPNAME" Schakel de "AUTO OPNAME" functie in/uit voor opname bij het veranderen van scène. Wanneer u "AAN" instelt, veranderen de volgende instellingen automatisch: "HELDERHEID AANPASSEN": "AUTOMATISCH" "BEELDSTABILISATOR": "UIT" "LICHT": "UIT" Met "AAN" ingesteld, kunt u geen opname starten, de camera niet horizontaal bewegen/kantelen en de "OPHELDEREN" instelling niet veranderen.
Beheren van bestanden die op een SD-kaart zijn opgeslagen ("BESTANDSBEHEER" tab) Gebruik het "BESTANDSBEHEER" tab voor het versturen/wissen van bestanden die op een SD-kaart zijn opgeslagen. 3 1 4 2 3 "WISSEN" Klik voor het wissen van een videobestand eerst op deze toets. Klik vervolgens op een miniatuur om het bevestigingsscherm voor het wissen te tonen. Klik op "JA" om te wissen.
Controleren van de mededelingen-geschiedenis ("STATUS" tab) Gebruik de "STATUS" tab voor het controleren van foutmeldingen of huidige verbonden gebruikers. De "STATUS" tab is onderverdeeld in "CAMERA", "NETWERK" en "GEBRUIKER AANMELDEN". "CAMERA" "GEBRUIKER AANMELDEN" 1 2 1 2 1 Tab Veranderen van display. 1 "AANGEM. GEBRUIKERS" Toont de aangemelde gebruikers. 2 "FOUTINFO" Toont de foutmeldingen van de camera/pan-tilter. 2 "UITSCHAKELEN" toets Kies een gebruiker uit "AANGEM.
Gebruik van "JVC CAM Control" Met de bijgeleverde "JVC CAM Control" kunt u meerdere camera's besturen. Systeemvereisten Besturingssysteem: Windows® 7 Home Premium (32-bit/64-bit, reeds geïnstalleerd met SP1) CPU: Intel® CoreTM 2 Duo 2 GHz of hoger (Intel® CoreTM 2 Quad 2,66 GHz of hoger bij gebruik van MPEG-2 TS(HD)) RAM: 2 GB of meer Installeren van "JVC CAM Control" 1 Plaats de bijgeleverde software CD-ROM in de CD/DVD-drive van uw computer.
Gebruik van een mobiel apparaat U kunt de camera interactief bedienen met het aanraakpaneel van een smartphone/tablet. Daarbij kan de camera horizontaal worden bewogen en verticaal worden gekanteld (pan-tilt) door de tablet te bewegen. Namen van apps voor mobiele apparaten Er zijn drie soorten apps voor mobiele apparaten: Voor smartphone (Android besturingsprogramma), voor Android tablet en voor iOS. Download the vereiste app.
Instelbare onderdelen U kunt de instellingen veranderen nadat u als beheerder met een browser of uw computer heeft ingelogd. De instellingen worden onderverdeeld in "NETWERK", "CAMERA/PAN-TILTER" en "BEHEREN". Zie "Naar wens configureren van de camera-instellingen" (pagina 13) voor het tonen van de lijst met instelbare onderdelen. "NETWERK" Configureer de instellingen voor het netwerk en streamen met "NETWERK". "NETWERK" wordt onderverdeeld in "BEDRAAD NETWERK", "DRAADLOOS NETWERK", "CONTROLE-INST.
2 "TOEGANGSPUNTVERBINDING" Instellingen voor het draadloos verbinden (Wi-Fi) met een toegangspunt (draadloze LAN-router). "GEREGISTREERD TOEGANGSPUNT" Lijst met maximaal acht toegangspunten waarmee hiervoor een verbinding was gemaakt. "HANDMATIG"-toets Toont het "TOEVOEGEN (HANDM.)" scherm voor het handmatig invoeren van de informatie voor de verbinding. "SELECT"-toets Kies een toegangspunt uit "GEREGISTREERD TOEGANGSPUNT" en klik op deze toets om de verbindingsbestemming te veranderen.
"CONTROLE-INST." Verander de instellingen voor het verbinden via een netwerk. 1 2 3 4 5 1 "GEBRUIKERS (JVC CAM driver)" Toont de geregistreerde gebruikers. Zie pagina 19 voor details. "TOEV."-toets Maximaal vier camerabestuurders kunnen worden toegevoegd. "UPDATEN"-toets Update de gebruikersnaam en het wachtwoord van de geregistreerde gebruiker. "WISSEN"-toets Wis de geregistreerde gebruiker.
"STREAM-INSTELLINGEN" Voor het formatteren voor verzenden/opnemen. 1 2 3 1 "STREAM 1 / STREAM 2" Kies de kwaliteit voor de te streamen beelden uit het volgende: "MotionJPEG(640x360) / GEEN" "MPEG-2 TS (720x576)/MotionJPEG (640x360)" "MPEG-2 TS (1920x1080)/MotionJPEG (640x360)" 2 "MAX RASTERFREQUENTIE (MotionJPEG)" Kies "12,5fps" of "6,25fps" voor de maximale rasterfrequentie van MotionJPEG. 3 "OPSL."-toets Klik na het veranderen van de instellingen hierboven op deze toets om de veranderingen op te slaan.
"CAMERA/PAN-TILTER" Configureer de instellingen voor de camera en pan-tilter met "CAMERA/PAN-TILTER". Onderverdeeld in "CAMERA-INSTELLINGEN" en "PAN-TILTER-INST.". "CAMERA-INSTELLINGEN" "PAN-TILTER-INST." Verander de camera-instellingen. Verander de pan-tilterinstellingen. 1 2 3 4 5 6 1 2 3 7 1 AUTOM. ZOOM-RESET Kies "UIT" of "AAN" voor de functie die de zoomratio automatisch terugstelt indien er gedurende 5 minuten geen bediening wordt uitgevoerd.
"BEHEREN" Configureer de instellingen voor de beheerder en hardware met "BEHEREN". Onderverdeeld in "GEWONE INSTELLINGEN", "MEDIABEHEER" en "CAMERA UITSCHAKELEN". "ALGEMENE INSTELLINGEN" "MEDIABEHEER" Verander de instellingen van de beheerder en camera. Voor het formatteren van de SD-kaart. 1 3 2 4 5 7 6 1 "CAMERANAAM" Voer 1 tot 15 tekens voor de cameranaam in die tijdens weergave wordt getoond.
"CAMERA UITSCHAKELEN" Klik op de "UITV" toets om de stroom van de camera op afstand uit te schakelen. LET OP * De stroom kan niet op afstand worden ingeschakeld.
Oplossen van problemen Verbinding Probleem Informatie 48 Controlepunt Zie De accu kan niet worden opgeladen. • Controleer de resterende accuspanning. De accu wordt niet meer geladen indien deze vol is. pagina 35 De stroom wordt niet ingeschakeld bij gebruik van de accu. • Laad de accu op. • Controleer of de aansluiting vuil is. Indien vuil, reinig dan met bijvoorbeeld een wattestokje. pagina 29 De SD-kaart kan niet worden geplaatst. • Controleer de richting voor het plaatsen van de kaart.
Setup Probleem U kunt geen verbinding met het toestel maken wanneer u thuis bent. (U moet de URL invoeren.) U heeft de URL ingevoerd maar het toestel wordt niet gevonden.. (Bij het verbinden met het internet) Controlepunt Zie • Controleer of de draadloze (Wi-Fi) verbinding goed is. • Controleer of de camera als verbindingsbestemming van een computer of mobiel apparaat is ingesteld. • Schakel de stroom van het toestel, de computer en het mobiele apparaat opnieuw in en probeer nogmaals.
Informatie 50 Probleem Controlepunt Zie Het toegangspunt (draadloze LANrouter) kan niet worden gevonden. • Probeer onder betere ontvangstomstandigheden nogmaals te verbinden. De communicatiesnelheid verslechtert of er kan mogelijk geen verbinding worden gemaakt indien de afstand lang is of er storing door bijvoorbeeld een magnetron of andere draadloze apparatuur is. • Indien een verborgen SSID aan het toegangspunt is toegewezen, moet u het uitschakelen.
Gebruik Probleem De opname stopt automatisch. Controlepunt Zie • De opname stopt automatisch omdat er niet langer dan 12 uur achterelkaar kan worden opgenomen. • Het toestel stopt automatisch ter bescherming van het circuit wanneer de temperatuur te veel stijgt. Schakel het toestel uit, wacht even en schakel weer in. – Een opgenomen bestand kan niet worden gevonden. • Er wordt geen bestand opgeslagen wanneer de weergavetijd korter dan 1 seconde is. De helderheid verandert onregelmatig.
Probleem Camerabeelden verschijnen niet./ De camerabeelden zijn weg. De pan-tilter werkt niet./De middenpositie van de camera verschilt. Informatie 52 Controlepunt Zie • De camerabeelden verdwijnen indien er gedurende 120 uur geen bediening wordt uitgevoerd. Voer een van de volgende handelingen uit zodat de beelden weer verschijnen: ––Druk op de opnametoets. (De opname start.) ––Bedien de pan-tilter. ––Druk op de herladentoets. ––Ontkoppel het AV-snoer en sluit weer aan.
Foutmelding Melding Controlepunt Zie • Plaats voor opname een SD-kaart in de camera. pagina 28 GEHEUGENKAART MOET WORDEN GEFORMATTEERD. • Een nieuwe kaart of een kaart die met een ander apparaat werd gebruikt, moet mogelijk eerst met dit toestel worden geformatteerd. pagina 46 DEZE KAART KAN NIET WORDEN GEBRUIKT VOOR OPN. EN BEW. OP DEZE CAMERA • Formatteer de kaart. pagina 46 ONVOLDOENDE RUIMTE • Onvoldoende ruimte. Wis onnodige bestanden.
Melding Informatie 54 Controlepunt Zie GEBRUIK AC-ADAPTER • Verbind de netadapter voor het updaten van de firmware. GEEN UPDATE BESCHIKBAAR • Controleer of het update-bestand in de juiste map van de SD-kaart werd geschreven. – UPDATE BESCAHDIGD • Herstel het update-bestand voor de firmware en kopieer het naar de SD-kaart. – UPDATE GEÏNSTALLEERD OP DEZE CAMERA KAN NIET • Zorg dat u de update voor het toestel krijgt. – UPDATE IS DEZELFDE OF OUDERE VERSIE.
Lampstatuslijst Opname WPS STROOM (pan-tilter) Stroom uit Lichten uit – – – Stroom uit (opladen) Knippert langzaam – – – Stroom aan (activeren) Opgelicht Knippert – – Stroom aan (activeren voltooid) Opgelicht – – – Draadloos/bedraad uitgeschakeld *1 – – Lichten uit – Poging tot verbinden *2 – – Knippert langzaam – Verbinding gemaakt *3 – – Opgelicht – Poging WPS – – Knippert – Geen toegang (niet gerelateerd aan aanwezigheid van media) – Lichten uit – – Opname
Terugstellen naar de fabrieksinstellingen Stel alle instellingen van het toestel terug naar de fabrieksinstellingen. Wis de in het toestel opgeslagen informatie voor het verbinden. 1 Kies "GEWONE INSTELLINGEN" in "BEHEREN". Indien de sub-instellingen niet worden getoond, klik dan op "+" links van "BEHEREN". Houd de terugsteltoets van de camera drie seconden ingedrukt terwijl de netadapter is verbonden. De toetsen voor opname, WPS en de stroom knipperen terwijl de camera wordt teruggesteld.
Updaten van de firmware Op onze website is er soms een firmware-update voor het verbeteren van de werking. (Er verschijnt pas een melding op onze website wanneer er daadwerkelijk een update voor de firmware is.) http://www3.jvckenwood.com/dvmain/support/ download/index.html 1 Kopieer het update-bestand naar een SD-kaart en steek de kaart in het toestel. Kopieer geen andere bestanden. 2 Kies "GEWONE INSTELLINGEN" in "BEHEREN".
Technische gegevens Camera Stroomtoevoer Stroomverbruik Afmetingen (mm) Gewicht Omgevingsvereisten Beeldelement Opnamevlak Lens Laagste verlichting Zoom Opnamemedia Netwerkstandaard Batterij klok Gebruik van de netadapter: 12 V gelijkstroom, Gebruik van accu: 3,6 V gelijkstroom 5,6 W (bij gebruik van de pan-tilter), Nominaal stroomverbruik: 2 A 73 x 48 x 90 (B × H × D) Ongeveer 229 gram (alleen camera) Toelaatbare bedrijfstemperatuur: 0 ˚C tot 40 ˚C Toelaatbare opslagtemperatuur: – 20 ˚C tot 50 ˚C Toelaat
Stream-uitvoerformaat Formaat 1 Formaat 2 Formaat 3 Video Stream 1 JPEG (640x360) Audio LPCM 16 kHz 16 bit 1-kanaal Video Audio Systeem Video Audio H.264 Hoofdprofiel (720x576) AAC 48 kHz 16 bit 2-kanalen MPEG-2 TS H.
©2012 JVC KENWOOD Corporation 1212HO-MW-VM