Operation Manual

8.3 Verwarming inschakelen
(fig. 21)
Fig. 21
f
Temperatuurregelaar
verwarming verdraaien, om de aanvoer-
temperatuur van de verwarmingsinstallatie aan te passen :
– Vloerverwarming b.v. stand 3 (ongeveer 50°C),
– Lage temperatuurverwarming b.v. stand E (ongeveer 75°C).
– Verwarmingsinstallaties met aanvoertemperatuur van 90°C :
stand ‘’max’’ lagetemperatuurbegrenzing wegnemen.
Wanneer de brander in bedrijf is brandt het controlelampje rood.
8.4 Temperatuurregeling
(fig. 22)
Fig. 22
f
f
f
Stel de kamerthermostaat op de gewenste temperatuur in.
Eventueel de weersafhankelijke regelaar op de juiste stooklijn en
de gepaste bedrijfsstand zetten.
Raadpleeg de voorschriften van de regelapparatuur.
8.5 Warmwaterbereiding
8.5.1 Warmwatertemperatuur instellen
ig. 23
De warmwatertemperatuur kan met de
temperatuurregelaar
tussen ongeveer 40°C en 60°C
worden ingesteld.
De ingestelde temperatuur wordt niet in het display
weergegeven.
F
stand regelaar warmwatertemperatuur
linkeraanslag ongeveer 40°C
z
ongeveer 55°C
rechteraanslag ongeveer 60°C
ECO-toets
Door de toets
in te drukken en kort vast te houden kan u kiezen tussen comfortbedrijf en spaarbedrijf.
Comfortbedrijf, toets brandt niet (fabrieksinstelling)
De ketel wordt voortdurend op de ingestelde temperatuur gehouden. Daardoor is de wachttijd bij warmwaterafname
ot een minimum beperkt. De ketel wordt daarom ingeschakeld, ook wanneer er geen warm water wordt afgenomen. t
i
Deze positie verhoogt het risico van verkalking en heeft een meerverbruik tot gevolg.
19