Operation Manual
51
Menu INSTALLATEURSNIVEAU instellen (alleen voor de installa-
6 720 613 415 (2007/01)
Menu: Verwarmingsparameter > Ruimte-invloed
actief bij
B Kies de functies waarbij de kamertempera-
tuurinvloed actief moet zijn:
– Sparen, Eco: kamertemperatuurinvloed
alleen voor deze functies actief.
– Verw.- Sparen- Eco: kamertemperatuurin-
vloed altijd actief.
Menu: Verwarmingsparameter > Voeler ruimte-
temp. compensatie
Voeler ruimtetemp. compensatie wordt alleen
weergegeven als er een afstandsbediening FB 10
is aangesloten.
B Selecteer Voeler ruimtetemp. compensatie:
– Lagere temp.: Van de in de FW 100 en in de
FB 10 ingebouwde temperatuurvoelers
wordt de voeler met de laagste gemeten
temperatuur gebruikt.
– Interne voeler: De in de regelaar FW 100
ingebouwde temperatuurvoeler wordt
gebruikt.
– Voeler in FB10: De in de afstandsbedie-
ning FB 10 ingebouwde temperatuurvoeler
wordt gebruikt.
Menu: Verwarmingsparameter > Ruimtetempe-
ratuur compensatie
B Stel de duurzame verhoging van de gewenste
kamertemperatuur in, bijv. om systeemafhan-
kelijke afwijkingen te corrigeren.
Menu: Verwarmingsparameter > CV uit tot lager
temp.niveau
B Selecteer de afkoelfase:
– Nee: Verwarmen volgens verwarmings-
curve.
– Ja: Verwarmen volgens de verwarmings-
curve, echter geen verwarming tijdens de
afkoelfase tot de actuele kamertempera-
tuur (bijv. Verwarmen = 21,0°C) voor het
eerst de gewenste kamertemperatuur van
de volgende lagere functie (bijv. Sparen -
met 15,0°C) heeft bereikt. Vervolgens
wordt er volgens de volgende lagere func-
tie verwarmd (bijv. Sparen met 15,0°C).
Menu: Verwarmingsparameter > Buitentempe-
ratuur uitschakeling
B Stel de buitentemperatuur in waarbij de ver-
warming uitgeschakeld moet worden:
– 10°C ... 25°C: Buitentemperatuur waarbij
de verwarming wordt uitgeschakeld.
– 99°C: Functie uitgeschakeld, dat wil zeg-
gen dat de verwarming bij elke buitentem-
peratuur kan worden ingeschakeld.
Menu: Verwarmingsparameter > Vorstgrens
temperatuur
• Als de buitentemperatuur de ingestelde vorst-
grenstemperatuur met 1 K(°C) overschrijdt en
er geen warmtevraag is, wordt de CV-circuit-
pomp uitgeschakeld.
• Als de buitentemperatuur de ingestelde vorst-
grenstemperatuur overschrijdt, wordt de CV-
circuitpomp ingeschakeld (installatievorstbe-
scherming).
B Stel de buitentemperatuur in waarbij de ver-
warming ingeschakeld moet worden:
Waarschuwing: Defecten aan ver-
warmingswater voerende delen bij
een te laag ingestelde vorstgrens
en lagere buitentemperaturen on-
der de 0°C!
B Basisinstelling van de vorst-
grens (3°C) alleen door een in-
stallateur die vertrouwd is met
de installatie laten aanpassen.
B Vorstgrens niet te laag instellen.
Schade door een te laag inge-
stelde vorstgrens zijn van garan-
tie utgesloten!










