HANDLEIDING JABLOTRON OASIS ALARMSYSTEEM SECOM4 Specialist in Jablotron OASiS alarmsystemen Danzigerkade 19 1013 AP AMSTERDAM www.secom4.nl 020 - 581 02 05 / 06 - 41 11 23 01 Handleiding Jablotron OASiS door SECOM4 versie 0.
Inhoudsopgave Inleiding………………………………………………………………………………………..………...3 Wat is een alarmsysteem? …………………………………………………………….………..4 Bediening met codes en kaarten en tags………………………………………………….5 Inschakelen van het alarmsysteem…………………………………………………………..6 Tijdens het inschakelproces……………………………………………………………………..7 Nadat het alarmsysteem is ingeschakeld………………………………………………….8 Het uitschakelen van het alarmsysteem…………………………………………………..9 Het uitschakelen van een alarm…………………………………………………………….
Inleiding Beste OASIS gebruiker De ontwikkeling en de productie van uw alarmsysteem zijn met maximum zorg door de fabrikant uitgevoerd, zodat u in een OASIS van veiligheid en comfort met uw gezin in uw huis of bedrijfspand veilig en gerust kunt verblijven. De tweede partij die een invloed op de kwaliteit van een alarmsysteem heeft, is de installateur. Van het installatiebedrijf wordt verwacht dat deze zich heeft gespecialiseerd in dit Jablotron product. SECOM4 - 112VEILIG is door Jablotron gecertificeerd.
Wat is een alarmsysteem? Elk elektronisch alarmsysteem heeft een centrale als essentieel onderdeel. De centrale beheert alle belangrijke functies van het alarmsysteem. Het alarmsysteem is voorzien van een kiezer voor het overbrengen van berichten aan een meldkamer of uw eigen telefoon, en een back-up accu, die ervoor zorgt dat het alarmsysteem behoorlijk (voor minstens 12 u) na een stroomonderbreking zal worden voorzien van de nodige elektrische spanning.
Bediening met codes en kaarten en tags Bediening met toegangscodes (kaarten en tags) van het systeem De systeemstatus kan via een (intern of extern) bedienpaneel (keypad) worden gecontroleerd door middel van toegangscodes of kaarten. Om misbruik door een gestolen kaart te voorkomen, kunt u instellen dat de kaarttoegang moet worden bevestigd door een juiste code in te geven. Bovendien kunt u het alarmsysteem draadloos in werking stellen met een afstandsbediening.
Inschakelen van het alarmsysteem Er zijn verscheidene manieren om het alarmsysteem in te schakelen. Inschakelen met een mastercode Met de mastercode gebruikt door de systeemeigenaar )wat een verandering van fabriekscode 1234 vereist) kan het systeem ingeschakeld worden . Een toegangskaart kan als een hoofdtoegangscode worden ingesteld. Deze zou in een veilige ingeschakeld moeten worden gehouden.
door alle vertraagde en volgende vertraagde detectoren toe. U moet slechts de knop indrukken van de overeenkomstige sectie. Het indrukken van de knop ABC resulteert in een totale inschakeling. Wanneer zowel de secties A als B worden ingeschakeld, wordt de gemeenschappelijke sectie C automatisch ook ingeschakeld Afstandsbediening: Druk op voor het totale instellen (A + B + C) Druk op o om sectie A in te schakelen Druk op ● om secties A+B in te schakelen Tijdens het inschakelproces.
Nadat het alarmsysteem is ingeschakeld De bedienpaneel gaat piepen en de uitgangsvertraging zullen beginnen. Het bedienpaneel display toont „Verlaat zone“. Het bedienpaneel geeft aan welke secties zijn ingeschakeld (A, B, C). De piepjes worden sneller in de laatste 5 seconden. U moet het beveiligde gebied vóór het verstrijken van de uitgangsvertraging verlaten. Na het betreden van een (ingeschakelde) sectie, zal een ingangsvertraging beginnen.
Het uitschakelen van het alarmsysteem Er zijn verscheidene manieren om het alarmsysteem uit te schakelen. Uitschakelen met een mastercode Met de mastercode gebruikt door de systeemeigenaar )wat een verandering van fabriekscode 1234 vereist) kan het systeem uitgeschakeld worden . Een toegangskaart kan als een hoofdtoegangscode worden ingesteld. Deze zou in een veilige plaats moeten worden gehouden.
Het uitschakelen van een alarm Als het bedienpaneel verlicht is en de display toont dat er een detector is afgegaan dan betekent het dat er een alarm was. Schakel het alarmsysteem dan uit en controleer zorgvuldig de oorzaak van het alarm. Het uitschakelen van het alarmsysteem kan worden gedaan door een code in te geven, door een tag voor te houden, of met behulp van de afstandsbediening. U kunt nagaan welke componenten een alarm veroorzaken door op het ? te toetsen.
Bediening op afstand via de telefoon. U kunt uw alarmsysteem op afstand bedienen via de telefoon. Deze bediening op afstand kan alleen gedaan worden met een geautoriseerde telefoon. Dus niet vanaf een willekeurige telefoon want het systeem herkent wie er belt. Bediening via toetsenbord op telefoon Bel naar het alarmsysteem. Hang vervolgens op en bel opnieuw. Het alarmsysteem zal u daarna verwelkomen en vraagt om uw code.
Paniekalarm Als u in gevaar bent kunt u een stil paniekalarm veroorzaken om hulp te vragen. Een paniekalarm kan als volgt worden geactiveerd: Op het bedienpaneel toets u * 7 in alvorens een toegangscode in te geven of tag voor te houden. Als het alarmsysteem ingeschakeld is, zal het uitschakelen onder dwang zijn. Druk op de afstandsbediening de knoppen met het open slotje en gesloten slotje gelijktijdig in. Door op een paniekknop (die op een muur, onder een bureau enz.) te drukken.
Codes aanmaken en verwijderen De programmering van de mastercode De volgende beschrijving is voor degene die gemachtigd is om de configuratie van het alarmsysteem te wijzigen. Een onvolledige opdracht kan worden geannuleerd door te drukken op de # toets. Een wijziging/opdracht wordt opgeslagen in het geheugen van het alarmsysteem slechts nadat deze volledig is. De mastercode wordt gebruikt door de huiseigenaar of beheerder (supervisor). Fabrieksstandaard is 1234.
De programmering van gebruikerscodes (tags) Het alarmsysteem staat maximaal 50 verschillende toegangscodes toe (kaarten). Het wijzigen of wissen is slechts toegestaan aan de systeembeheerder die de mastercode kent. In de praktijk, is het mogelijk dat elke gebruiker zijn eigen voorgeprogrammeerde gebruikerscode heeft. Het alarmsysteem onthoudt in het geheugen dat de code werd gebruikt voor welke gebeurtenis en wanneer. Na reset, zijn alle toegangscodes (kaarten) leeg.
Het bedienpaneel Het bedienpaneel model JA-81F (draadloos) of JA-81E (bedraad) kan gebruikt worden om het alarmsysteem te bedienen en te programmeren. Beide bedienpanelen hebben dezelfde functionaliteit. Bedienpaneel indicatie LED’s : ABC toont status van secties – indien alle secties zijn ingeschakeld zijn led indicators (A B & C) verlicht. Knippert = alarm, met constant LCD indicatie, Bijvoorbeeld: Alarm 03: Keuken Driehoekje brand constant = fout – details worden getoond door te drukken op de “?” toets.
Het toevoegen van telefoonnummers. Systeem met vaste-telefonie kaart Indien uw alarmsysteem aangesloten is op de vaste telefoonlijn kunt u als volgt een telefoonnummer toevoegen. Toest in: * 0 80 80 Toest daarna in 71 Geeft vervolgens een positie op, u kunt kiezen uit 1, 2, 3 en 4 Geeft daarna het te bellen telefoonnummer op bijv 06 41 11 23 01 En sluit af met * 0 # # Systeem met GSM kaart Indien uw alarmsysteem aangesloten is via GSM kunt u als volgt een telefoonnummer toevoegen.
Het vervangen van batterijen Het display van het alarmsysteem geeft een maand van tevoren aan dat de batterijen van een component leeg zullen zijn. U dient de batterijen bij voorkeur binnen 2 weken te vervangen. U kunt batterijen goedkoop bestellen bij onder andere NKON. www.nkon.nl. Indien u de batterijen gaat vervangen dient u het systeem eerst in de service modus te zetten door op het bedienpaneel * 0 80 80 in te toetsen voordat u componenten open gaat maken. De centrale zal dan service modus aangeven.
Functies beginnend met de * toets De volgende functies zijn door de gebruiker via het bedienpaneel te wijzigen: *1 schakelt het gehele system in (hetzelfde als toets ABC)* *2 schakelt sectie A in (hetzelfde als toets A)* *3 schakelt A en B in, of alleen B (hetzelfde als toets B)* *4 geheugen uitlezen (toets 4 scroll omlaag) – De centrale onthoudt de laatste 255 gebeurtenissen.