Operation Manual
9
Aan de voorzijde van de
afzuigkap bevinden zich de
bedieningsknopen.
Toelichting bedieningsknopen:
Controle lamp (brandt bij het
inschakelen van de ventilator).
Stand 3 van de ventilator
Stand 2 van de ventilator
Stand 1 van de ventilator en
tevens aan- en uitschakelaar van
de ventilator.
Verlichting
De knop van stand 1 dient altijd
ingedrukt te zijn om de ventilator
te laten werken. De snelheid van
de ventilator wordt bepaald door
de hoogst ingestelde
standenknop.
De afzuigkap is uitgerust met een
dubbel aanzuigende centrifugaal
ventilator die voorzien is van
kogellagers.
Een zelfheersend thermocontact
in de motor zorgt ervoor dat de
motor bij oververhitting wordt
uitgeschakeld. Na afkoeling zal
de motor weer inschakelen.
Vaststelling van de oorzaak van
de oververhitting is dan wel
noodzakelijk. Dit kan bijvoorbeeld
door vlam in de pan, doordat de
waaier in het waaierhuis
geblokkeerd wordt door een
bepaald voorwerp of dat de
uitblaasopening gedeeltelijk of
volledig is afgesloten.
Let op:
Nooit flamberen onder de
afzuigkap.
De afzuigkap is voorzien van
randafzuiging. Dit houdt in dat de
afzuiging geconcentreerd wordt
aan de randen van de afzuigkap.
Hierdoor ontstaat aan de randen
een hogere luchtsnelheid met als
resultaat een beter
afzuigrendement.
7.
Werking
10
Bij gebruik van de afzuigkap
dient er in de ruimte altijd een
luchttoevoeropening aanwezig te
zijn, waardoor verse lucht van
buitenaf kan toestromen.
Hoe groot de keuken of de ruimte
met open keuken ook is, er kan
slechts zoveel lucht uit de ruimte
worden afgezogen als dat er
wordt toegevoerd.
Een te kleine of geen
luchttoevoeropening zal de
afzuigcapaciteit van de afzuigkap
en daardoor ook het rendement
sterk verminderen. Tevens zal
het geluid hierdoor toenemen.
Door te weinig luchttoevoer kan
terugslag ontstaan in andere
aanwezige afvoerkanalen, zoals
bijvoorbeeld via het
rookafvoerkanaal van de
openhaard of andere
verbrandingstoestellen.
Het aanvoeren van verse lucht
kan geschieden door een raam of
buitendeur enigszins te openen of
door een toevoerrooster aan te
brengen.
De motor behoeft geen smering
en onderhoud.
Reinigen van het
metalen vetfilter
In de wasemkap bevindt zich 1
metalen vetfilter. Afhankelijk van
gebruik, dient het filter eens in
de twee weken gereinigd te
worden (ook uit het oogpunt van
brandveiligheid).
Het vetfilter kan verwijdert
worden door eerst de
roestvrijstalen onderplaat van de
afzuigkap naar beneden te
trekken.
8.
Luchttoevoer
9.
Reiniging en
onderhoud
9.1










