XS1
Inhoud Inleiding........................ 3 Kenmerken van de projector.......... 3 Inhoud van de verpakking.............. 4 Buitenkant van de projector ........... 5 Bedieningselementen en functies........................................... 6 De projector positioneren ............... 10 Het kiezen van een plek............... 10 De gewenste beeldgrootte van de projectie instellen .................... 11 Aansluitingen............. 15 Een computer of beeldscherm aansluiten.....................................
Inleiding Kenmerken van de projector De projector combineert krachtige optische projectiemogelijkheden met een gebruikersvriendelijk ontwerp dat betrouwbaarheid en gebruiksgemak garandeert. De projector heeft de volgende kenmerken.
Inhoud van de verpakking Bij de projector worden de kabels geleverd die nodig zijn om het apparaat op een pc of op videoapparatuur aan te sluiten. Pak alles voorzichtig uit en controleer of u alle onderstaande items hebt. Wanneer één of meerdere van deze items ontbreken, dient u contact op te nemen met de leverancier. Standaardaccessoires De meegeleverde accessoires zijn geschikt voor uw regio, maar verschillen mogelijk van die in de afbeeldingen.
Buitenkant van de projector Voorkant/bovenkant 5 1 1. 2. 3. 4. 5. 6 2 6. 7. 8 8. 7 3 4 PU SH 9. 10. Achter/onderkant 13 14 15 16 17 18 19 20 21 11. 12. 22 13. 9 10 14. 15. 16. 17. 11 12 4 23 18. 19. 20. 21. 22. 23. Lampdeksel Ventilatie (warme lucht uit) Projectielens Snelverstellerknop Extern besturingspaneel (Zie "Projector" op pagina 6 voor meer informatie.
Bedieningselementen en functies Projector 6. 1 2 3 1. 2. 3. 4. 5. 6 Links Kies de gewenste menu-items en maak aanpassingen. 7. BLANK Hiermee kunt u de schermafbeelding 8 verbergen. Zie "Het beeld verbergen" op pagina 43 voor details. 8. LAMP (Waarschuwingslampje lamp) Geeft de lampstatus aan. Brandt of 4 9 knippert als er een probleem is met de 5 10 lamp. Zie "Indicatoren" op pagina 59 6 11 voor details. 12 9.
13. Mode/Enter Selecteer een beschikbare beeldmodus. Zie "Een beeldmodus selecteren" op pagina 36 voor details. Hiermee opent u het geselecteerde menu-item in het schermmenu. Zie "De menu's gebruiken" op pagina 25 voor details.
Afstandsbediening 5. 6 1 7 2 8 3 9 4 10 6. 11 7 7. 5 1. 2. 3. 4. 8 I I Aan/uit De projector in- of uitschakelen. Zie "De projector opstarten" op pagina 24 en "De projector uitschakelen" op pagina 45 voor details. FREEZE Hiermee zet u het geprojecteerde beeld stil. Zie "Het beeld stilzetten" op pagina 42 voor details.
Bereik van de afstandsbediening De IR-sensoren (infrarood) van de afstandsbediening bevinden zich op de voor- en achterkant van de projector. Houd de afstandsbediening onder een hoek van maximaal 30 graden ten opzichte van de IR-sensoren van de afstandsbediening op de projector. De afstand tussen de afstandsbediening en de sensoren mag niet meer dan 8 meter (~26 voet) bedragen. Zorg dat niets de infraroodstraal tussen de afstandsbediening en de IR-sensoren op de projector blokkeert.
De projector positioneren Het kiezen van een plek De projector kan op de volgende vier manieren worden geïnstalleerd: 1. Tafel voor Selecteer deze instelling als u de projector op de vloer en voor het scherm installeert. Als u een snelle opstelling en draagbaarheid wenst, is dit de meest gebruikte opstelling. 2. Plafond voor Selecteer deze instelling als u de projector tegen het plafond en voor het scherm installeert.
De gewenste beeldgrootte van de projectie instellen De afstand van de lens van de projector tot het scherm, de zoominstellingen en het videoformaat zijn allemaal factoren die de grootte van het geprojecteerde beeld bepalen. 4:3 is the eigen beeldverhouding van de projector. Voor de projectie van beelden met een 16:9-verhouding (breedbeeld) dient de projector de grootte van de desbetreffende beelden aan te passen aan de native beeldbreedte van het apparaat.
Wanneer u de positie van het scherm en de projector bepaalt, dient u rekening te houden met de grootte van het geprojecteerde beeld én met de verticale hoek. Deze zijn beide afhankelijk van de afstand tot het scherm. Bepaal aan de hand van de tabel met schermgrootten (4:3) de ideale positie van de projector.
De aanbevolen schermgrootte voor een bepaalde afstand bepalen Wanneer u een projector hebt aangeschaft, kunt u met deze methode bepalen welk scherm het meest geschikt is voor de ruimte waar u het apparaat gaat gebruiken. De maximale schermgrootte wordt natuurlijk ook bepaald door de afmetingen van die ruimte. 1. Meet de afstand tussen de projector en de plek waar u het scherm wilt installeren. Dit is de projectieafstand. 2.
4:3 schermdiagonaal Scherm Midden van de lens Offset Projectieafstand 4:3 schermdiagonaal voet inch mm 6 72 7 8 84 96 9 108 1692 1829 2000 2134 2438 2500 2743 3000 3007 Aanbevolen projectieafstand tot scherm in mm Verticale hoek in mm 900 973 1064 1135 1297 1330 1459 1596 1600 101 110 120 128 146 150 165 180 180 Er zit een tolerantie van 3% in deze waarden door variaties in de optische onderdelen.
Aansluitingen Als u een signaalbron aansluit op de projector, volg dan deze instructies: 1. 2. 3. Schakel alle apparatuur uit voordat u verbindingen maakt. Gebruik de juiste signaalkabels voor elke bron. Zorg dat de kabels goed zijn geplaatst. Niet alle kabels die in de onderstaande verbindingen zijn weergegeven, worden meegeleverd met de projector (zie "Inhoud van de verpakking" op pagina 4). Deze kabels zijn verkrijgbaar bij elektronicawinkels.
In het onderstaande diagram vindt u een overzicht van de benodigde verbindingen: Laptop of desktopcomputer i. VGA-kabel ii. VGA-naar-DVI-Akabel i of ii iii iii. Audiokabel Bij notebooks worden de externe videopoorten vaak niet ingeschakeld wanneer een projector is aangesloten. Met de toetsencombinatie FN + F3 of FN + CRT/LCD kunt u de externe weergave doorgaans in- of uitschakelen. Zoek op de notebook de functietoets CRT/LCD of de functietoets met een beeldscherm.
Een beeldscherm aansluiten Als u uw presentatie zowel op een klein beeldscherm als op het projectiescherm wilt volgen, kunt u de D-SUB OUT-uitgang via een VGA-kabel of VGA-naar-DVI-Akabel op de projector op een extern beeldscherm aansluiten volgens de onderstaande instructies. Een beeldscherm op de projector aansluiten (via een VGA- of VGA-naar- DVI-A-kabel): • Met een VGA-kabel: • Met een VGA-naar-DVI-A-kabel: Opmerking: Het beeldscherm moet over een DVI-ingang beschikken. 1.
Videoapparaten aansluiten In dit gedeelte wordt beschreven hoe u de projector op een videoapparaat aansluit met behulp van videokabels. Voor videopresentaties verdient het aanbeveling videokabels te gebruiken. U kunt de projector aansluiten op diverse videoapparaten met een van de volgende uitgangen: • DVI • Componentvideo • S-Video • Video (composiet) U dient de projector slechts op een van deze uitgangen aan te sluiten. Elke uitgang levert een andere videokwaliteit.
Een DVI-apparaat aansluiten De projector beschikt over een DVI-ingang waarmee u deze op een DVI-apparaat zoals een DVD-speler of een VGA-uitvoerapparaat zoals een notebook of bureaucomputer kunt aansluiten. Er zijn drie soorten DVI-aansluitingen: DVI-A, DVI-D en DVI-I. De DVI-I-aansluiting is een geïntegreerde aansluiting die beide indelingen ondersteunt: DVI-A en DVI-D. De indeling DVI-A wordt gebruikt om DVI-signalen naar een analoog (VGA-)scherm over te brengen of omgekeerd.
De projector op een DVI-apparaat of op een computer aansluiten: Zie "Een computer aansluiten" op pagina 15 voor meer informatie over het aansluiten van een DVI-apparaat op een computer met een VGA-naar-DVI-A-kabel. 1. Sluit een uiteinde van een DVI-kabel (DVI-D of DVI-I) aan op de DVI-uitgang van het DVI-apparaat. 2. Sluit het andere uiteinde van de kabel aan op de DVI-signaalingang op de projector. 3.
Een component videoapparaat aansluiten Controleer op het videoapparaat of er ongebruikte componentvideo-uitgangen beschikbaar zijn: • • Zo ja, ga door met deze procedure. Anders dient u een andere uitgang te selecteren om het apparaat op aan te sluiten. De projector aansluiten op een component videoapparaat aansluiten: 1. Sluit het uiteinde van de component video-naar-VGA-adapterkabel (D-Sub) met de 3 RCA-connectoren op de component video-uitgangen van het videoapparaat aan.
Een S-Video-apparaat aansluiten Controleer of er op het videoapparaat een ongebruikte S-Video-uitgang beschikbaar is: • • Zo ja, ga door met deze procedure. Anders dient u een andere uitgang te selecteren om het apparaat op aan te sluiten. Een S-Video-apparaat aansluiten: 1. Sluit het ene uiteinde van de S-Video-kabel aan op de S-video-uitgang van het videoapparaat. 2. Sluit het andere uiteinde van de kabel aan op S-VIDEO-aansluiting van de projector. 3.
Een composiet videoapparaat aansluiten Controleer op het videoapparaat of er ongebruikte composietvideo-uitgangen beschikbaar zijn: • • Zo ja, ga door met deze procedure. Anders dient u een andere uitgang te selecteren om het apparaat op aan te sluiten. De projector aansluiten op een composiet videoapparaat: 1. Sluit het ene uiteinde van de videokabel aan op de composiet video-uitgang van het videoapparaat. 2. Sluit het andere uiteinde van de kabel aan op de VIDEO-aansluiting van de projector. 3.
Bediening De projector opstarten 1. Sluit het netsnoer aan op de projector en stop de stekker in een stopcontact. Schakel het stopcontact in (indien nodig). Controleer of het POWER (Power-lampje) op de projector oranje oplicht nadat de stroom is ingeschakeld. 2. Verwijder de lensklep. Als u dit niet doet, wordt de dop mogelijk vervormd door de hitte van de lamp. PU SH 3. I Stroom op de projector of Druk op I afstandsbediening om de projector te starten.
De menu's gebruiken De projector beschikt over schermmenu's (OSD) waarin u de instellingen kunt aanpassen. Hieronder ziet u een overzicht van het OSD-menu. Pictogram hoofdmenu Hoofdmenu WEERGAVE Wandkleur Uit Beeldverhouding Keystone Selecteren Auto ENTER Status Positie Submenu Fase 0 Horizontale afmeting 0 Digitale zoom Huidige ingangssignaal Analog RGB MENU Afsluiten Druk op Menu/Exit om naar de vorige pagina te gaan of af te sluiten.
De projector beveiligen Een veiligheidskabelslot gebruiken De projector moet op een veilige plek worden geïnstalleerd om diefstal te voorkomen. Of koop een slot, zoals een Kensingtonslot, om de projector te beveiligen. U ziet aan de achterkant van de projector een sleuf voor een Kensingtonslot. Zie item 10 op pagina 5 voor details. Een veiligheidskabelslot van Kensington is meestal een combinatie van sleutel(s) en slot. Zie de documentatie van het slot voor meer informatie over het gebruik.
Een wachtwoord instellen Als u een wachtwoord hebt ingesteld en de inschakelblokkering is geactiveerd, kunt u de projector alleen gebruiken als het wachtwoord wordt ingevoerd. Telkens wanneer u de projector start, moet u het wachtwoord opgeven. Zodra een wachtwoord is ingesteld en de beginschermblokkering is geactiveerd, kunt u het beginscherm van de projector niet veranderen tenzij het correcte wachtwoord wordt ingevoerd. 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Als u het wachtwoord bent vergeten Wanneer de wachtwoordfunctie is geactiveerd, wordt u gevraagd het wachtwoord van zes cijfers in te voeren als u de projector inschakelt. Als u het verkeerde wachtwoord invoert, verschijnt het foutbericht van het wachtwoord dat hier rechts wordt weergegeven. Dit blijft drie seconden op het scherm staan. Hierna volgt het bericht WACHTWOORD INVOEREN. U kunt een nieuwe poging doen door een ander wachtwoord van zes cijfers in te voeren.
Het wachtwoord wijzigen 1. 2. 3. 4. Open het OSD-menu en ga naar het menu SYSTEEMINSTLL: Geavanceerd > Beveiligingsinstellingen > Wachtwoord wijzigen. Druk op Mode/Enter. Het bericht 'HUIDIG WACHTWOORD INVOEREN' verschijnt. Voer het oude wachtwoord in. i. Als het wachtwoord juist is, verschijnt het bericht 'NIEUW WACHTWOORD INVOEREN'. ii. Als het wachtwoord niet juist is, verschijnt het foutbericht voor het wachtwoord drie seconden op het scherm.
Schakelen tussen ingangssignalen De projector kan tegelijkertijd op verschillende apparaten worden aangesloten. De beelden van deze apparaten kunnen echter niet tegelijkertijd op volledig scherm worden weergegeven. Tijdens het opstarten zoekt de projector automatisch beschikbare signalen. Zorg dat de functie Snel automatisch zoeken in het menu INGANG op Aan staat (dit is de standaardinstelling op deze projector) als de projector automatisch ingangssignalen moet zoeken.
De Kleurruimte veranderen In de onwaarschijnlijke situatie dat u de projector aansluit op een dvd-speler via de DVI-D-ingang van de projector en de kleuren van het beeld niet kloppen, stel dan de kleurruimte in op YUV. Ga als volgt te werk: 1. 2. Druk op Menu/Exit en vervolgens op / totdat het menu INGANG geselecteerd is. Druk op om Kleurruimteconversie te markeren en druk op / om YUV te selecteren. Deze functie is alleen beschikbaar als de dvi-d-ingang wordt gebruikt.
Het geprojecteerde beeld aanpassen De projectiehoek aanpassen De projector heeft vooraan een handige snelversteller en achteraan een verstelvoetje. Met deze verstelvoetjes kunt u de hoogte van het beeld en de projectiehoek wijzigen. De projectorhoogte aanpassen: 1. Druk op de verstellerknop en til de projector aan de voorkant op. Wanneer het beeld de gewenste positie heeft, laat u de verstellerknop los om het verstelvoetje in deze positie te vergrendelen. 2.
Keystone corrigeren Keystone verwijst naar het effect waarbij het geprojecteerde beeld merkbaar groter is aan bovenkant of onderkant. Dit doet zich voor als de projector niet loodrecht op het scherm staat. U dient dit te corrigeren door niet alleen de hoogte van de projector aan te passen, maar ook door handmatig EEN van de volgende stappen uit te voeren. • • Druk op / op de projector of de afstandsbediening om de Keystonecorrectiepagina te openen. Druk op om de keystone bovenin het beeld te corrigeren.
Vergroten en details zoeken in het geprojecteerde beeld Als u details in het geprojecteerde beeld zoekt, kunt u het beeld vergroten. Gebruik de pijltoetsen om het beeld te verschuiven. • Met de afstandsbediening 1. Druk op Digital Zoom +/- om de Zoombalk te openen. Druk op Digital Zoom + om het midden van het beeld te vergroten. Druk herhaaldelijk op de toets totdat de beeldgrootte aan uw wensen voldoet. 2.
De beeldverhouding selecteren De beeldverhouding is de verhouding tussen de breedte en de hoogte van het beeld. De meeste analoge tv's en computers hebben de beeldverhouding 4:3. Dit is de standaardbeeldverhouding voor deze projector. Digitale tv en dvd's hebben meestal een beeldverhouding van 16:9.
Het beeld optimaliseren Een beeldmodus selecteren De projector beschikt over verschillende beeldmodi waaruit u de modus kunt kiezen die het beste past bij uw gebruiksomgeving en het beeldtype van het ingangssignaal. Volg één van de volgende stappen om een geschikte gebruiksmodus te kiezen: • Druk herhaaldelijk op Mode/Enter totdat de gewenste modus is geselecteerd. • Ga naar het menu BEELD > Preset Mode en druk op / om een gewenste modus te selecteren.
YPbPr/S-Video/Video/HDCP-signaalingang 1. Helderst modus: Is geschikt voor het spelen van videospellen via een spelconsole in een normaal verlichte kamer. 2. Standaard modus (standaard): Is geschikt voor de kleurrijke films, videoclips van digitale camera’s of dv’s. 3. Bioscoop modus: Is geschikt voor het afspelen van donkere (dvd-)films in een thuisbioscoop of in een donkere kamer. 4.
De beeldkwaliteit verfijnen in de gebruikersmodi Afhankelijk van het waargenomen signaaltype zijn er enkele door de gebruiker te definiëren functies beschikbaar als u Gebruikersmodus 1 of Gebruikersmodus 2 selecteert. U kunt wijzigingen aanbrengen in deze functies op basis van uw behoeften. Aanpassen van Helderheid Selecteer Helderheid in het menu BEELD en pas de waardes aan door op / te drukken op projector of afstandsbediening. Hoe hoger de waarde, hoe helderder de afbeelding.
Aanpassen van BrilliantColor™ Selecteer BrilliantColor™ in het menu BEELD en pas de waardes aan door op / te drukken op projector of afstandsbediening. Deze functie maakt gebruik van een nieuw kleurverwerkingsalgoritme en systeemniveauverbeteringen voor een hogere helderheid terwijl de kleuren getrouwer en pakkender in beeld komen. Het verhoogt de helderheid van de middentonen met meer dan 50%.
De instellingen aanpassen: 1. 2. 3. 4. 5. Ga naar het menu BEELD en selecteer 3D-kleurbeheer. Druk op Mode/Enter en de pagina 3D-kleurbeheer verschijnt. Selecteer Primaire kleur en druk op / om een kleur te kiezen uit Rood, Geel, Groen, Cyaan, Blauw of Magenta. Druk op om Tint te markeren en druk op / om het bereik te selecteren. Het verhogen van het bereik betekent dat meer delen van de twee omliggende kleuren erbij horen. Zie de afbeelding rechts om te zien hoe de kleuren samenhangen.
De presentatietimer instellen De presentatietimer kan de presentatietijd op het scherm weergeven zodat u uw presentatie beter kunt indelen. Volg onderstaande stappen om deze functie te gebruiken: 1. 2. Ga naar het menu SYSTEEMINSTLL: Basis > Presentatietimer en druk op Mode/Enter om de pagina Presentatietimer te openen. Selecteer Timerinterval en bepaald de tijdsperiode door op / te drukken.
Volg onderstaande stappen om de timer te stoppen. 1. 2. Open het menu SYSTEEMINSTLL: Basis > Presentatietimer en selecteer Uit. Druk op Mode/Enter. Er wordt een bevestiging weergegeven. Selecteer Ja en druk op Mode/Enter ter bevestiging. U ziet het bericht “Timer is uitgeschakeld” op het scherm. Besturingstoetsen blokkeren Als de besturingstoetsen op de projector geblokkeerd zijn, kunnen de instellingen van de projector niet per ongeluk worden veranderd (bijvoorbeeld door kinderen).
Het beeld verbergen Als u wilt dat de aandacht van het publiek volledig op de presentator is gevestigd, kiest u BLANK op de projector of de afstandbediening om het beeld op het scherm te verbergen. Het woord 'BLANK' verschijnt in de hoek van het scherm als het beeld is verborgen. Wanneer deze functie wordt geactiveerd terwijl er verbinding is gemaakt met een audio-ingang, kunt u het achtergrondgeluid nog steeds horen. Zodra op BLANK is gedrukt, activeert de projectorlamp automatisch de modus Economisch.
Het geluid aanpassen De geluidsaanpassingen, zoals hieronder beschreven, hebben invloed op de luidspreker van de projector. Zorg dat u de aansluitingen op de audio-ingang van de projector kloppen. Zie "Aansluitingen" op pagina 15 voor informatie over het aansluiten van de audio-ingang. Het geluid dempen Schakel het geluid tijdelijk uit, 1. 2. 3. Druk op Menu/Exit en vervolgens op / totdat het menu SYSTEEMINSTLL: Geavanceerd is geselecteerd.
De projector uitschakelen 1. I Stroom en er verschijnt een Druk op I melding die u om een bevestiging vraagt. Wanneer u niet binnen enkele seconden reageert, verdwijnt het bericht. 2. I Stroom. Het PowerDruk opnieuw op I lampje (Aan/uit) knippert oranje, de projectielamp wordt uitgeschakeld en de ventilatoren blijven ongeveer 90 seconden lang draaien zodat de projector kan afkoelen. OPGEPAST • Ter bescherming van de lamp reageert de projector niet op opdrachten tijdens het afkoelen.
Menubewerkingen Menusysteem De schermmenu's verschillen afhankelijk van het geselecteerde signaaltype. Hoofdmenu Submenu Wandkleur 1. WEERGAVE 2. BEELD 3. INGANG 6.
Timerinterval Timerweergave Presentatietimer Timerpositie Aftelrichting Herinnering voor geluid Aan/Uit 4. SYSTEEM- Taal INSTLL: Basis Projectorpositie Automatisch uitschakelen Inactief-timer Paneeltoetsblokkering Timerbesturing Opstartscherm My Screen Snelle afkoeling Hoogtemodus Geluidsinstellingen 5. Menu-instellingen SYSTEEMINSTLL: GeavanLampinstellingen ceerd Beveiligingsinstellingen 1~240 minuten Altijd/1 min./2 min./3 min.
WEERGAVE menu FUNCTIE (standaardinstelling/ waarde) BESCHRIJVING Corrigeer de kleur van het geprojecteerde beeld als het projectieoppervlak niet wit is. Zie "De beeldkwaliteit verfijnen (Uit) in de gebruikersmodi" op pagina 38 voor details. Er zijn vier opties voor instelling van de beeldverhouding, Beeldverhouding afhankelijk van het apparaat waarvan het signaal afkomstig is. Zie "De beeldverhouding selecteren" op pagina 35 voor (Auto) details. Corrigeert eventuele keystone-fouten in het beeld.
BEELD menu Sommige beeldaanpassingen zijn alleen mogelijk wanneer bepaalde ingangen in gebruik zijn. Aanpassingen die niet beschikbaar zijn, worden niet weergegeven op het scherm. FUNCTIE (standaardinstelling/ waarde) BESCHRIJVING Preset Mode Met de vooraf ingestelde beeldmodi kunt u de instellingen van het projectorbeeld aanpassen aan het type programma. Zie "Een beeldmodus selecteren" op pagina 36 voor details.
SYSTEEMINSTLL: Basis menu FUNCTIE (standaardinstelling/ waarde) BESCHRIJVING Herinnert de spreker de presentatie binnen een bepaalde tijd Presentatietimer af te ronden. Zie "De presentatietimer instellen" op pagina 41 voor details. Taal Hiermee stelt u de taal voor de schermmenu's in. Zie "De menu's gebruiken" op pagina 25 voor details. kunt de projector tegen het plafond of achter een scherm Projectorpositie U installeren, of met een of meerdere spiegels.
SYSTEEMINSTLL: Geavanceerd menu FUNCTIE (standaardinstelling/ waarde) Snelle afkoeling (Aan) Hoogtemodus (Uit) Geluidsinstellingen Menuinstellingen BESCHRIJVING Hiermee schakelt u de functie voor het snel afkoelen in en uit. Selecteer Aan om de functie in te schakelen. De projector koelt minder lang af: 30 seconden in plaats van de normale 90 seconden. Een modus voor gebruik op grote hoogte. Zie "Gebruik op grote hoogte" op pagina 43 voor details.
Zet alle instellingen terug naar de fabrieksinstellingen. Instellingen herstellen De volgende instellingen blijven behouden: Positie, Fase, Horizontale afmeting, Gebruikersmodus 1, Gebruikersmodus 2, Taal, Projectorpositie, Hoogtemodus. INFORMATIE menu Dit menu geeft de huidige status van de projector aan. Sommige beeldaanpassingen zijn alleen mogelijk wanneer bepaalde ingangen in gebruik zijn. Aanpassingen die niet beschikbaar zijn, worden niet weergegeven op het scherm.
Onderhoud Onderhoud van de projector De projector heeft maar weinig onderhoud nodig. Het enige dat u regelmatig dient te doen, is de lens schoonhouden. Verwijder nooit onderdelen van de projector, met uitzondering van de lamp. Neem contact op met uw leverancier als er andere onderdelen vervangen dienen te worden. De lens reinigen Reinig de lens als u vuil of stof op het oppervlak ziet. • • Verwijder stof met een fles met gecomprimeerde lucht.
Informatie over de lamp Het aantal lampuren onderzoeken De gebruiksduur van de lamp (lampuren) wordt automatisch berekend door de ingebouwde timer als de projector wordt gebruikt. De equivalente gebruiksduur wordt als volgt berekend: Totale (equivalente) gebruiksduur lamp = 1 uur (gebruiksduur in de modus Economisch) + 4/3 uur (gebruiksduur in de modus Normaal) Zie "Instellen van Lampmodus als Economisch" hieronder voor meer informatie over de modus Economisch.
De timing van de lampvervanging Als het waarschuwingslampje van de lamp rood oplicht of wanneer er een bericht in het scherm wordt weergegeven dat aangeeft dat u de lamp dient te vervangen, dient u een nieuwe lamp te installeren of met het apparaat naar uw leverancier te gaan. Een oude lamp kan storing in de projector veroorzaken. In sommige gevallen kan de lamp ontploffen. OPGEPAST De waarschuwingslampjes van de lamp en de temperatuur gaan branden als de lamp te heet wordt.
De lamp vervangen WAARSCHUWING Hg- lamp bevat kwik. Houd u aan de plaatselijke reguleringen m.b.t. afvalverwerking. Zie www.lamprecycle.org • Om het risico van een elektrische schok te vermijden, dient u altijd de projector uit te schakelen en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact te verwijderen alvorens u de lamp gaat vervangen. • Om de kans op brandwonden te verkleinen, dient u de projector gedurende ten minste 45 minuten te laten afkoelen alvorens u de lamp vervangt.
4. Draai de schroeven van de lamp los. 5. Trek aan de handgreep zodat deze rechtop staat. Trek met de handgreep de lamp langzaam uit de projector. OPGEPAST • Als u te snel trekt, kan de lamp breken waardoor glasscherven in de projector terecht kunnen komen. • Plaats de lamp niet binnen het bereik van kinderen of in de buurt van vloeistoffen en ontvlambare materialen. • Steek uw handen niet in de projector nadat de lamp is verwijderd.
7. Draai de schroeven van de lamp weer vast. OPGEPAST • Een losse schroef kan tot een slechte verbinding leiden, met storingen tot gevolg. • Draai de schroef niet te vast. 8. Zorg dat de handgreep volledig vlak ligt en stevig op zijn plaats zit. 9. Plaats het lampdeksel terug op de projector. 10. Gebruik een munt om de schroef met de klok mee te draaien totdat de lampklep vast zit. OPGEPAST • Een losse schroef kan tot een slechte verbinding leiden, met storingen tot gevolg.
Indicatoren Lampje Status & beschrijving POWER TEMP LAMP Situaties gerelateerd aan de stroomtoevoer Oranje Oranje Oranje Oranje Uit Uit De projector is net aangesloten op een stroombron of de lampklep staat open. Stand-bymodus. Groen Knippert Uit Uit Opstarten. Groen Uit Uit Oranje Knippert Uit Uit Oranje Knippert Uit Uit Normale werking. 1. De projector dient 90 seconden af te koelen omdat deze niet op de normale manier is afgesloten, zonder het normale afkoelproces. Of 2.
Problemen oplossen U kunt de projector niet inschakelen Oorzaak Oplossing Het netsnoer levert geen stroom. Stop het ene uiteinde van het netsnoer in de netsnoeraansluiting op de projector en het andere uiteinde in het stopcontact. Zorg dat het stopcontact is ingeschakeld (indien van toepassing). De projector werd aangezet tijdens het afkoelen. Wacht tot de projector volledig is afgekoeld. Geen beeld Oorzaak Oplossing De videobron is niet ingeschakeld of niet correct aangesloten.
Specificaties Projectorspecificaties Alle specificaties kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Afmetingen 274,87 mm (B) x 131,30 mm (H) x 304,99 mm (D) 274,87 304,99 131,30 48,57 74,30 Timing-diagram Ondersteunde timing voor pc-ingang (ook DVI-D) Resolutie 640 x 480 720 x 400 800 x 600 1024 x 768 1280 x 768 1280 x 800 1280 x 1024 VIDEO (HDCP) 62 Specificaties Horizontale frequentie (kHz) 31,469 37,861 37,500 43,269 31,469 37,879 48,077 46,875 53,674 48,363 56,476 60,023 68,667 47,77 49,65 63,981 15,75 31,47 15,63 31,25 37,50 45,00 33,75 67,5 28,13 33,75 67,5 Verticale Pixelfrequentie fre
Ondersteunde timing timing voor Component-YPbPr signaal Horizontale frequentie (kHz) Signaalformaat 480i(525i)@60Hz 480p(525p)@60Hz 576i(625i)@50Hz 576p(625p)@50Hz 720p(750p)@60Hz 720p(750p)@50Hz 1080i(1125i)@60Hz 1080i(1125i)@50Hz Verticale frequentie (Hz) 15,73 31,47 15,63 31,25 45,00 37,50 33,75 28,13 59,94 59,94 50,00 50,00 60,00 50,00 60,00 50,00 Ondersteunde timing voor video- en S-Video-ingang Videomodus NTSC PAL SECAM PAL-M PAL-N PAL-60 NTSC4.
Copyright-informatie Copyright Copyright 2008 InFocus Corporation. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd, verzonden, opgeslagen in een zoeksysteem of vertaald in een andere taal of computertaal, onder geen enkele vorm en op geen enkele wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, magnetisch, optisch, chemisch, handmatig of op andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van InFocus Corporation.