Operation Manual
Table Of Contents
- Introductie
- De projector positioneren
- De voeding aansluiten
- Een computer aansluiten
- Beelden weergeven
- Een videoapparaat aansluiten
- Videoapparaten aansluiten
- De projector uitschakelen
- Problemen oplossen
- De afstandsbediening gebruiken
- Het geluid gebruiken
- De projectortoetsen gebruiken
- Computerbeelden optimaliseren
- Presentatiefuncties
- Videobeelden optimaliseren
- De projector aanpassen
- Dynamic Messaging
- De menu’s gebruiken
- Netwerkfuncties gebruiken
- LitePort gebruiken
- Onderhoud
- Bijlage
- INDEX

25
De projectortoetsen gebruiken
De meeste toetsen worden in andere hoofdstukken in meer detail
beschreven. Hier volgt echter een overzicht van hun functies:
Power–schakelt de projector in en uit (pagina 9).
Auto Image–synchroniseert de projector opnieuw met het signaal.
Presets–bladert door de beschikbare voorinstellingen (pagina 28).
Menu–opent de schermmenu’s (pagina 27).
Select–bevestigt de keuzes in de menu’s (pagina 27).
Pijlen Omhoog/Omlaag/Links/Rechts–naar instellingen navigeren en deze
aanpassen in de menu’s (pagina 27).
Source–verandert de actieve ingang (pagina 9).
Help-knop om de helpopties van de projector te gebruiken (pagina 33).
Computerbeelden optimaliseren
Als de projector is ingeschakeld en het beeld zichtbaar is, kunt u het beeld
optimaliseren met de schermmenu’s. Zie pagina 27 voor algemene
informatie over de menu’s.
• In het menu Basis Afbeelding past u trapezium, contrast en helderheid
aan (pagina 28).
• Verander de beeldverhouding. Kies de optie die het beste past bij het
gebruikte ingangsignaal (
pagina 28).
• Pas de kleurtemperatuur aan in het menu Geavanceerd beeld
(pagina 29).
• Pas fase, aantal dots, horizontale of verticale positie in het menu
Geavanceerd beeld (pagina 29).
• Zodra het beeld voor een bepaalde ingang is geoptimaliseerd, kunt u
de instellingen opslaan via Voorkeuren. Zo kunt u deze instellingen
later snel oproepen (
pagina 28).
• Als uw computer de DisplayLink-aansluiting van de projector
gebruikt, kunt u informatie over het optimaliseren van het beeld in de
DisplayLink Software-handleiding vinden.
Presentatiefuncties
Diverse functies zijn met name om presentaties makkelijker te laten
verlopen. Hier is een overzicht, details vindt u in het menu-onderdeel.
• Aan de Custom-toets kunt u diverse functies toekennen. Het
standaardeffect is de Inganginfo: informatie over projector en de
actuele ingang wordt weergegeven. Zie
pagina 30 voor details.
• In de optie Scherm zoeken kunt u het uiterlijk van het lege scherm en
het startscherm wijzigen (
pagina 31).
• Er zijn twee opties, Auto uit en Schermbeveiligingstijd, om de projector
na een aantal minuten van inactiviteit automatisch uit te schakelen of
een blanco scherm te tonen. Dit spaart de lamp (
pagina 30).
Knoppen voor
menunavigatie










