Operation Manual

Bediening 43
FUNCTIE BESCHRIJVING
Preset Mode
Met de vooraf ingestelde beeldmodi kunt u de instellingen
van het projectorbeeld aanpassen aan het type
programma. Zie "Een beeldmodus selecteren" op pagina
31 voor details.
Helderheid
Past de helderheid van het beeld aan. Zie "Aanpassen van
Helderheid" op pagina 32 voor details.
Contrast
Stelt de mate van verschil tussen donker en licht in het
beeld in. Zie "Aanpassen van Contrast" op pagina 32 voor
details.
Kleur
Hiermee past u het verzadigingsniveau van de kleuren
aan -- de sterkte van elke kleur in een videobeeld.
Zie "Aanpassen van Kleur" op pagina 32 voor details.
Tint
Hiermee past u de rode en groene kleurtonen van het
beeld aan. Zie "Aanpassen van Tint" op pagina 32 voor
details.
De functie is alleen beschikbaar als Video of S-Video met
NTSC-systeem is geselecteerd.
Scherpte
Maakt het beeld scherper of onscherper. Zie "Aanpassen
van Scherpte" op pagina 32 voor details.
Heldere kleur
Past de witpieken aan bij gelijkblijvende
kleurrepresentatie. Zie "Aanpassen van Heldere kleur" op
pagina 33 voor details.
Kleurtemperat-
uur
Zie "Selecteren van Kleurtemperatuur" op pagina 33 voor
details.
3D-kleurbeheer
Zie "3D-kleurbeheer" op pagina 33 voor details.
Instellingen
opslaan
Slaat de instellingen voor de Gebruikersmodus op.
Snel
automatisch
zoeken
Zie "Schakelen tussen ingangssignalen" op pagina 26
voor details.
2. BEELD menu
3. INGANG
menu