Inhoud Inhoud .............................................................................. 1 Over deze handleiding... ................................................................................... 2 Gebruik tijdens projectie ................................................ 3 Beeldhandelingen tijdens projectie ................................................................... 3 Helderheid aanpassen .................................................................................................
De lamp vervangen ......................................................................................... 26 De huidige gebruiksduur van de lamp controleren..................................................... 26 Wanneer de lamp vervangen ..................................................................................... 27 De lamp vervangen .................................................................................................... 27 De lamp vervangen ..........................................
Gebruik tijdens projectie Dit onderdeel verklaart de verschillende handelingen die u kunt uitvoeren als de projector een beeld projecteert. Beeldhandelingen tijdens projectie U z z z z kunt de volgende handelingen uitvoeren als een beeld wordt geprojecteerd.
De kleurstand selecteren U?kunt kiezen uit vijf verschillende kleurstanden die het geprojecteerde beeld optimaliseren in overeenstemming met de inhoud van het beeld en de omgevingsomstandigheden. De kleurstand veranderen 1 Druk op de [COLOR MODE]-toets. 2 Gebruik de toetsen [T] en [S] om naar de gewenste kleurstand te gaan en druk vervolgens op de [ENTER]-toets. z Dit opent het selectievenster van de kleurstand.
Het ingangssignaal tijdelijk afkappen 1 Druk op de [BLANK]-toets. 2 Wilt u de projectie van het ingangssignaal hervatten, druk dan op de [BLANK]toets (of [ESC]-toets). z Hierdoor wordt het beeld van het ingangssignaal tijdelijk afgebroken en projecteert een blanco scherm. Opmerking U kunt deze blanco projectie veranderen in een zwart scherm, blauw scherm of logo. Voor details, zie “Blank Screen” onder “Hoofdmenu Screen Settings (scherminstellingen)” op pagina 18.
Een aanwijzer op het beeld projecteren U kunt kiezen uit acht verschillende aanwijzerstijlen, waaronder diverse pijlen, die op het beeld kunnen worden geprojecteerd. Aanwijzers kunnen tijdens een presentatie worden gebruikt om een bepaald deel van het beeld aan te geven of te markeren. Pijl 1 Ovaal 1 Spot 2 Opmerking Afhankelijk van de gebruikte aanwijzer, kan het gebeuren dat de aanwijzer niet correct gebruikt wordt als u keystone-correctie gebruikt.
De beeldverhouding van het geprojecteerde beeld veranderen Druk op de [ASPECT]-toets om te beeldverhouding van het beeld te schakelen tussen 4:3 en 16:9. Opmerking z De instelling van de beeldverhouding beïnvloedt het geprojecteerde beeld alleen als het ingangssignaal VIDEO?of component is. z Als het ingangssignaal een componentsignaal met een beeldverhouding van 16:9 is, schakelt de beeldverhouding automatisch naar 16:9. Als dit gebeurt heeft het indrukken van [ASPECT] geen invloed op de beeldverhouding.
De [FUNC]-toets gebruiken Het indrukken van de [FUNC]-toets opent onderstaand menu. U kunt dit menu gebruiken om onderstaande handelingen uit te voeren. z Helderheid aanpassen Markeer “Brightness” en druk vervolgens op de [ENTER]-toets. • Dit doet hetzelfde als het indrukken van de [BRIGHT]-toets ( -toets) beschreven op pagina 3. z Ecostand in- of uitschakelen Markeer “Eco Mode” en druk vervolgens op de [ENTER]-toets.
Geavanceerde instellingen van de projector instellen De projector bevat een setup-menu waarmee u geavanceerde instellingen kunt configureren. Basale handelingen in het setup-menu Het Setup-menu openen Het indrukken van de [MENU]-toets projecteert het menu in het midden van het geprojecteerde beeld. Hoofdmenu Het hoofdmenu bevat zeven hoofdmenu-items. Het momenteel geselecteerde hoofdmenu-item is het gemarkeerde item.
Voorbeeld van basale handelingen in het Setup-menu Hieronder ziet u hoe u de volgende drie instellingen kunt aanpassen: • Beeldaanpassing J Contrast • Beeldaanpassing J Kleurstand • Optionele instellingen 1 J Ecostand Opmerking z Bepaalde instellingen in het setup-menu kunnen niet worden veranderd als er geen ingangssignaal door de projector wordt gedetecteerd. Dit is de reden waarom u de instellingen in het setup-menu pas moet aanpassen zodra een ingangssignaal is geselecteerd en de projectie is gestart.
Het aanpassen van de instelling “Optionele instellingen 1 J Ecostand” 1 2 3 4 Druk op de [ESC]-toets. 5 6 Gebruik de toetsen [W] en [X] om “On” of “Off” te kiezen. Druk driemaal op de [T]-toets om “Option Settings 1” te selecteren. Druk op de [ENTER]-toets. Druk driemaal op de [T]-toets om “Ecostand” te kiezen. Druk op de [MENU]-toets als u klaar bent om het setup-menu te sluiten.
De fabriekswaarden van de projectorinstellingen herstellen U kunt de handelingen uit deze sectie gebruiken om alle instellingen van een bepaald hoofdmenu te herstellen of om alle instellingen van het setup-menu naar de oorspronkelijke fabrieksinstellingen te herstellen. Alle instellingen van een bepaald hoofdmenu herstellen naar de oorspronkelijke fabrieksinstellingen 1 2 Druk op de [MENU]-toets om het setup-menu te openen.
Alle instellingen van het setup-menu herstellen naar de oorspronkelijke fabrieksinstellingen 1 2 Druk op de [MENU]-toets om het setup-menu te openen. Gebruik de [T]-toets om “Restore All Defaults” en druk vervolgens op de [ENTER]-toets. z Hierdoor verschijnt een melding met de vraag of u alle instellingen wilt herstellen. 3 4 Gebruik de [S]-toets om “Ja” te kiezen. Druk op de [ENTER]-toets om alle instellingen in het setup-menu te herstellen naar de oorspronkelijke standaardwaarden.
Hoofdmenu Image Adjustment (Beeldaanpassing) Instellingsnaam Ingang Instellingse enheid Beschrijving Brightness RCVU Ingangsspe cifiek Gebruik dit submenu om de helderheid van het geprojecteerde beeld te veranderen. Een hogere waarde levert een helderder beeld op. Contrast RCVU Ingangsspe cifiek Gebruik dit submenu om het contrast van het geprojecteerde beeld te veranderen. Een hogere waarde levert een sterker contrast op.
Instellingsnaam Ingang Instellingse enheid Beschrijving Vertical Position RCV Signaalspec ifiek Gebruik dit submenu om de verticale positie van het beeld binnen het projectiegebied aan te passen. Horizontal Position RCV Signaalspec ifiek Gebruik dit submenu om de horizontale positie van het beeld binnen het projectiegebied aan te passen.
Informatie over instellingseenheid “Signaalspecifiek” Voor de items met “Signaalspecifiek” in de kolom “Instellingseenheid” van bovenstaande tabel geldt dat de instelling wordt opgeslagen voor het specifieke signaaltype (XGA/60Hz, SXGA/60Hz, enz.) dat is geactiveerd op het moment dat de instelling wordt uitgevoerd, en niet voor een specifiek ingangssignaal.
Instellingsnaam Ingang Instellings eenheid Beschrijving Projection Mode RCVUN Enkel Gebruik dit submenu om aan te geven of het beeld van voor of van achter het scherm wordt geprojecteerd. *: Kies deze optie als u vanaf de voorkant van het scherm projecteert. : Kies deze optie als u vanaf de achterkant van het scherm projecteert. : Selecteer deze optie om de beeld dat van achteren wordt geprojecteerd verticaal te kantelen. : Selecteer deze optie om de beeld verticaal te kantelen.
Instellingsnaam Ingang Instellings eenheid Beschrijving Blank Screen RCVUN Enkel Gebruik dit submenu om aan te geven wat moet worden geprojecteerd als op de [BLANK]-toets wordt gedrukt. Blue: Kies dit om een blauw scherm te projecteren. Black*: Kies dit om een zwart scherm te projecteren. Logo: Kies deze optie om het logo van de projector te projecteren.
Hoofdmenu Input Settings (ingangsinstellingen) Instellingsnaam Ingang Instellings eenheid Beschrijving RGB Input RCUVN Enkel Gebruik dit submenu om handmatig het type ingangssignaal op de RGB-ingang van de projector op te geven. Auto*: Detecteert automatisch het ingangssignaal op de RGBingang en stelt automatisch het geschikte ingangsprotocol in. RGB: Kies deze optie als een computer is aangesloten op de RGB-ingang.
Hoofdmenu optionele instellingen 1 Instellingsnaam Ingang Instellings eenheid Beschrijving Menu Position RCVUN Enkel Gebruik dit submenu om de schermpositie van het setupmenu in te stellen: in het midden of links op het scherm. *: Kies deze optie om het setup-menu in het midden van het scherm te plaatsen. : Kies deze optie om het setup-menu linksboven in de hoek van het scherm te plaatsen.
Instellingsnaam Ingang Direct Power On RCVUN Instellings eenheid Enkel Beschrijving Gebruik dit submenu om de direct inschakelen in of uit te schakelen. Zie “Direct inschakelen” in de “Gebruikershandleiding” voor meer informatie. On: Kies deze optie om Direct inschakelen in te schakelen. Off*: Kies deze optie om Direct inschakelen uit te schakelen.
Hoofdmenu optionele instellingen 2 Instellingsnaam Ingang Instellings eenheid Beschrijving Zoom Memory RCVUN Enkel Gebruik dit submenu om het zoomgeheugen in of uit te zetten. Met zoomgeheugen kunt u de zoominstelling opslaan als de projector wordt uitgeschakeld, zodat dit automatisch wordt hersteld als u de projector weer inschakelt. On*: Kies deze optie om de zoominstelling, die is gebruikt toen de projector werd uitgeschakeld, te herstellen zodra de projector weer wordt ingeschakeld.
Hoofdmenu operationele info Instellingsnaam Ingang Instellings eenheid Beschrijving Lamp Time RCVUN Enkel Dit submenu toont het totaal aantal gebruiksuren van de huidige lamp tot het moment van vandaag. Gebruik deze waarde als referentie als u beslist of de huidige lamp wel of niet moet worden vervangen. Zie “De lamp vervangen” voor details over het vervangen van de lamp. Reset Lamp Time RCVUN Enkel Gebruik dit submenu-item om de lamptijd in te stellen op 0 uur als de lamp is vervangen.
Hoofdmenu alle standaardwaardes herstellen Instellingsnaam Ingang Instellings eenheid Beschrijving Restore All Defaults RCVUN Enkel Dit submenu herstelt alle submenu-items in alle hoofdmenu's naar de oorspronkelijke standaardinstelingen. Deze handeling kan worden uitgevoerd ongeacht het momenteel geselecteerde ingangssignaal en ongeacht of er een signaal wordt gedetecteerd.
Onderhoud De projector reinigen Reinig de buitenkant van de projector, de lens en lucht in- en uitlaatopeningen regelmatig. Belangrijke! z Zorg dat de projector altijd voldoende is afgekoeld voordat u deze schoonmaakt. Als de projector is ingeschakeld, voer dan volgende stappen uit voordat u deze schoonmaakt. 1 2 3 Zet de projector uit. Controleer of de indicator POWER/STANDBY oranje is. Trek de stroomkabel uit het stopcontact en laat de projector ongeveer 60 minuten afkoelen.
Belangrijke! z Blijft u de projector gebruiken zonder het stof rond de inlaatopeningen te verwijderen, kan resulteren in oververhitting van interne onderdelen en storingen. z In bepaalde omstandigheden kan ook stof en vuil rond de uitlaatopeningen aan de voorkant van de projector ophopen. Als dit gebeurt reinigt u de projector op dezelfde wijze als hierboven om de uitlaatopeningen vrij te maken.
Wanneer de lamp vervangen De LAMP-indicator knippert rood en het onderstaande bericht verschijnt zodra de lamptijd 2000 uur overschrijdt. Het is dan tijd de lamp te vervangen. Gebruik de procedure in de Gebruikershandleiding om de lamp zo snel mogelijk te vervangen. Als dit bericht verschijnt dient u lamp zo snel mogelijk te vervangen volgens de procedure onder “De lamp vervangen” op pagina 27.
De lamp vervangen Belangrijke! Als u de lamp vervangt, gebruik dan de speciale schroevendraaier die bij de vervangende SP-LAMP-029 lamp zit. Bij de projector zit geen schroevendraaier. 1 2 Zet de projector uit en trek de stroomkabel uit het stopcontact. 3 Draai de projector om en plaats hem op een bureaublad of ander stabiel oppervlak. 4 Maak de schroeven van de lampklep los en verwijder de lampklep. Wacht ongeveer 60 minuten om de lamp van de projector volledig te laten afkoelen.
6 Gebruik het handvat van de lampcartridge om de lampcartridge uit de projector te trekken. 7 Duw de nieuwe lampcartridge zo ver mogelijk, zoals in de afbeelding is aangegeven. z Nadat de lampcartridge is geplaatst, legt u het handvat terug in de positie zoals in de illustratie van stap 5 op deze pagina. Zorg dat de groeven van de lampcartridge precies op de groeven van de lampbehuizing zijn gericht. Voorzichtig Let op dat u de lamp (glas) en de spiegels in de projector niet aanraakt.
De lamptijd opnieuw instellen 1 2 3 Zet de projector aan. 4 5 6 Druk op de [ENTER]-toets. 7 8 9 De lamptijd wordt ingesteld op 0 uur. Druk op de [MENU]-toets om het setup-menu te openen. Druk op de [T]-toets om “Operational Info” te kiezen en druk vervolgens op de [ENTER]-toets. Het bericht “Reset Lamp Time?” verschijnt dan. Druk op de [S]-toets om “Yes” te kiezen en druk vervolgens op de [ENTER]toets. Druk op de [MENU]-toets om het setup-menu te sluiten.
Appendix Signaalbereik van de afstandsbediening Als u de afstandsbediening gebruikt, richt dan altijd op de signaalontvanger voor de afstandsbediening op de voor- of achterkant van de projector. De volgende afbeelding toont het bereik van het signaal van de afstandsbediening. ±30 graden max. ±30 graden max. 5 meter (16,4 voet) max. 5 meter (16,4 voet) max. Voorkant Achterkant 5 graden tot 30 graden ±30 graden max. 5 meter (16,4 voet) max. 5 meter (16,4 voet) max.
Aansluiten op een apparaat met Component video-uit Bepaalde videoapparaten zijn uitgerust met een component video-uitaansluiting. U kunt een optioneel beschikbare VESA naar component video-adapter (SP-VESA-ADPT-R) en een component videokabel gebruiken om de RGB-aansluiting van de projector aan te sluiten op de component video-uitgang van een videoapparaat. Belangrijke! Zet de projector en het videoapparaat altijd uit voordat u ze op elkaar aansluit.
Weergeven op volledig scherm van een RGB-beeld De projector geeft beelden weer op de XGA (1024 pixels × 768 pixels) videoresolutie. Als het ingangssignaal dat vanaf de computer naar de projector wordt gestuurd geen XGAsignaal is, vergroot of verkleind “Resize Image To Fit” automatisch het beeld zodat het overeenkomt met de videoresolutie van de projector en het hele scherm vult. Hier ziet u hoe de verschillende ingangssignalen van de computer tijdens projectie worden aangepast.
De lensklep opnieuw plaatsen Gebruik volgende stappen om de lensklep te vervangen, mocht deze per ongeluk van de projector raken. 1 Plaats het pinnetje () van het linker uitsteeksel van de lensklep in de inkeping () voor het uitsteeksel onder de lens. z Zorg dat tijdens het uitvoeren van bovenstaande stappen de lensklep 90 graden is gedraaid ten opzichte van de dataprojector.