Bedankt voor uw keuze voor de Draadloze terminal Draadloze terminal Gebruikershandleiding
Copyright © 2009 Huawei Technologies Co., Ltd. Alle rechten voorbehouden Het is niet toegestaan onderdelen van deze handleiding in enige vorm of op enige manier te reproduceren of verzenden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Huawei Technologies Co., Ltd. Handelsmerken en HUAWEI zijn handelsmerken van Huawei Technologies Co., Ltd. Alle andere handelsmerken die worden vermeld in deze handleiding, zijn eigendom van de respectieve eigenaren.
Inhoudsopgave 1 Installatie van beheerprogramma..........................................................................................1 2 Beschrijving van de grafische gebruikersinterface van de Terminalbeheer.........................2 De Terminalbeheer starten.............................................................................................2 Interfaceoverzicht ..........................................................................................................2 3 Internet Services.......
9 Acroniemen en afkortingen.................................................................................................
1 Installatie van beheerprogramma Voor gegevenskaarten die ondersteuning bieden voor de PNP-functie, zijn de installatiebewerkingen voor het beheerprogramma als volgt: 1. 2. 3. Plaats de gegevenskaart in de computer. Het installatiebestand wordt automatisch weergegeven. Dubbelklik op dit bestand. Installeer het beheerprogramma door de aanwijzingen te volgen. Opmerking: y U moet de accountnaam en het wachtwoord van de systeembeheerder opgeven voordat u de installatie kunt voltooien.
2 Beschrijving van de grafische gebruikersinterface van de Terminalbeheer De Terminalbeheer starten Als u de Terminalbeheer wilt starten, dubbelklikt u op het snelkoppelingspictogram van de Terminalbeheer op het bureaublad. Opmerking: y Als u de PIN-code (Personal Identity Number) moet invoeren, voert u de juiste code in en klikt u op OK. Als u de juiste PIN- of PUK-code ( PIN Unblocking Key) niet invoert, zijn de netwerkfuncties niet beschikbaar. y De SIM-kaart wordt geleverd door de serviceprovider.
Pictogram Functie Verzend opnieuw de niet verzonden berichten. Statusinformatie In de volgende tabel vindt u alle statusinformatie die kan worden weergegeven. Statusinformatie Beschrijving Netwerksignaal De signaalsterkte van het netwerk wordt met de volgende pictogrammen weergegeven. Netwerkinformatie Het profiel van het huidige netwerk wordt weergegeven.
3 Internet Services Verbinding maken met internet Als u de netwerkprofielen en verbindingsprofielen hebt ingesteld, kunt u op om toegang te krijgen tot het netwerk via Terminalbeheer. klikken Statistische informatie Gebruik de functie Statistieken om het verkeer over het netwerk te controleren. Statische informatie bekijken U kunt als volgt te werk gaan om de statistische informatie te bekijken: 1. 2. y y .
2. 3. Stel het interval voor het verzamelen van de verkeersstatistieken in door een vinkje te plaatsen in Stel Periode in in. Klik op OK. Instellen van de drempelwaarde van de verkeersprompt Hier wordt uitgelegd hoe u de drempelwaarde van de verkeersprompt in kunt stellen. 1. 2. 3. Kies Extra> Opties> Volume limiet. Stel de drempelwaarde in voor de verkeersprompt in bij Stel Limiet in in. Klik op OK.
4 SMS Services De Terminalbeheer biedt ondersteuning voor SMS-services. In de lokale mailbox kunt u zonder beperkingen berichten opslaan. U kunt de berichten hier ook eenvoudig beheren. Een bericht maken en verzenden 1. Klik op om de interface SMS weer te geven. 2. Klik op om de interface Nieuw weer te geven. 3. Voer het nummer van de ontvanger in via een van de volgende opties: y Klik op Verzenden naar… Selecteer vervolgens een telefoonnummer in de interface Nummer selecteren.
Een bericht zoeken Klik op . Voer vervolgens de naam of het telefoonnummer van de afzender van het bericht, een deel van de berichtinhoud of de ontvangsttijd in. Opmerking: y U kunt een deel van de berichtinhoud invoeren om het bericht te zoeken. Alle velden van het bericht worden ondersteund. y Als u het bericht zoekt, wordt de lijst met overeenkomende berichten automatisch bijgewerkt op basis van de informatie die u hebt ingevoerd. De overeenkomende contactpersonen in de gezochte groep worden weergegeven.
U kunt ook op de snelkoppelingspictogrammen boven de berichtenlijst klikken om de volgende bewerkingen uit te voeren: y : Het geselecteerde bericht beantwoorden. y : Het geselecteerde bericht doorsturen. y : Het geselecteerde bericht verwijderen. Outbox In de Outbox worden niet verzonden berichten opgeslagen. Als u de interface Outbox wilt weergeven, gaat u als volgt te werk: 1. 2. om de interface SMS weer te geven. Klik op Kies Lokaal > Outbox om de interface Outbox weer te geven.
In Prullenbak worden berichten opgeslagen die zijn verwijderd uit de lokale mailbox. In Rapporten worden afleveringsrapporten opgeslagen nadat u de berichten hebt verzonden. Opmerking: y Raadpleeg Inbox voor meer informatie. y Berichten die zijn verwijderd van de SIM-kaart, worden niet opgeslagen in de prullenbak. y Als u berichten in de prullenbak verwijdert, worden deze berichten permanent verwijderd. Wees voorzichtig bij deze bewerking.
y De ontvangen berichten op de SIM-kaart worden verplaatst naar de lokale inbox, en de verzonden berichten op de SIM-kaart worden verplaatst naar de lokale outbox. SMS-instellingen Kies Extra > Opties en klik op de map SMS. Instellingen voor SMS-waarschuwingen In het gebied SMS-berichtverwerking kunt u de visuele prompt en de audioprompt selecteren.
Een afleveringsrapport opvragen U kunt Afleveringsrapport opvragen selecteren om de functie voor afleveringsrapporten in te schakelen. Als deze functie is ingeschakeld, ontvangt u via het netwerk een statusrapport over het verzonden bericht.
5 Telefoonboek U kunt de contactpersonen in het telefoonboek eenvoudig beheren met de Terminalbeheer. Telefoonboekbeheer in Lokaal U kunt als volgt te werk gaan om het lokale telefoonboek te openen: 1. 2. Klik op om de interface Telefoonboek weer te geven. Klik op Lokaal in de navigatiestructuur. Een contactpersoon maken 1. 2. 3. Klik op om de interface Details contact weer te geven. Voer de informatie in. Klik op OK om de contactpersoon op te slaan.
Een contactpersoon bekijken U kunt contactpersonen als volgt bekijken: 1. Open het lokale telefoonboek en selecteer een contactpersoon om de informatie te bekijken. 2. Klik op de geselecteerde contactpersoon. De naam, het mobiele telefoonnummer, het zakelijke telefoonnummer, het thuistelefoonnummer, het e-mailadres, en overige opmerkingen worden onder de lijst met contactpersonen weergegeven. 3.
3. Voer de nieuwe groepsnaam in. Opmerking: U kunt de naam van de twee standaardgroepen, Lokaal en SIM-kaart, niet wijzigen. Een contactpersoon toevoegen U kunt een contactpersoon uit Lokaal als volgt toevoegen aan een andere groep: 1. 2. Selecteer een of meer contactpersonen in Lokaal. Versleep de geselecteerde contactpersonen naar een andere groep. Opmerking: Als u de geselecteerde contactpersonen versleept terwijl u Cmd ingedrukt houdt, worden de contactpersonen gekopieerd naar de andere groep.
Opmerking: Als u een groep verwijdert, worden de contactpersonen in de groep niet verwijderd. Deze bevinden zich nog steeds in het telefoonboek van Lokaal, of in andere groepen. Telefoonboekbeheer op de SIM-kaart U kunt de contactpersonen opslaan op de SIM-kaart. De bewerkingen voor contactpersonen op de SIM-kaart zijn vergelijkbaar met de bewerkingen voor contactpersonen in Lokaal. Raadpleeg Telefoonboekbeheer in Lokaal.
6. Klik op OK. Opmerking: y Het maximum aantal contactpersonen dat kan worden opgeslagen op de SIM-kaart, is afhankelijk van de capaciteit van de SIM-kaart. y Als u contactpersonen importeert naar de SIM-kaart terwijl de capaciteit van de kaart is overschreden, wordt het importeren automatisch gestopt. Dit is niet van invloed op de inhoud van de geïmporteerde contactpersonen. Contactpersonen exporteren U kunt contactpersonen exporteren uit het lokale telefoonboek en vanaf de SIM-kaart.
6 Instellingen en informatiequery's De taal wijzigen In de Terminalbeheer hebt u de keuze uit verschillende interfacetalen. Als de software is gestart, kunt u Extra > Taal selecteren om de taal te wijzigen. PIN-bewerkingen Als u een SIM-kaart gebruikt in uw terminal, wordt ongeoorloofd gebruik van de kaart voorkomen met de PIN-code (Personal Identity Number). U kunt de PIN-code aanpassen, en de PIN-controle in- en uitschakelen.
De PIN-code invoeren Als de PIN-controle is ingeschakeld, moet u de juiste PIN-code invoeren om de netwerkfuncties te kunnen gebruiken. 1. 2. 3. Nadat u de Terminalbeheer hebt gestart, wordt het dialoogvenster PIN invoeren weergegeven. Voer de juiste PIN-code in. Klik op OK om de controle te voltooien. Opmerking: Als u een vooraf ingesteld aantal keren een onjuiste PIN-code invoert, wordt de SIM-kaart geblokkeerd en kunt u deze niet gebruiken tot u de PUK-code hebt ingevoerd.
Opmerking: y Het aantal berichten/contactpersonen op de SIM-kaart wordt weergegeven als XX/YY. XX is het aantal berichten/contactpersonen en YY is de capaciteit van de SIM-kaart. y De diagnostische informatie is afhankelijk van de gebruikte terminal. Diagnostische informatie opslaan In dit onderwerp wordt beschreven hoe u de diagnostische informatie van de terminal opslaat. 1. 2. 3. Kies Extra > Diagnose. Bekijk de diagnostische informatie van de terminal. Kies Opslaan.
2. 3. 4. 5. Selecteer het gewenste netwerktype in de vervolgkeuzelijst Netwerktype. Selecteer de gewenste frequentieband in de vervolgkeuzelijst Band. Klik op Toepassen. Klik op OK om de instellingen op te slaan en in te schakelen. Een registratiemodus selecteren U kunt een zoek- en registratiemodus instellen nadat u het netwerktype hebt geselecteerd. 1. 2. Klik op de tab Registratiemodus. Selecteer Automatisch zoeken en registreren of Handmatig zoeken en registreren.
Een inbelprofiel bewerken 1. 2. 3. 4. Selecteer een instelling in de vervolgkeuzelijst Profielnaam. Klik op Bewerken om de profielnaam, het toegangsnummer, de gebruikersnaam, het wachtwoord, de APN en de APN-status te wijzigen. Daarnaast kunt u een standaardapparaat selecteren. Klik op OK. Het dialoogvenster Prompt wordt weergegeven. Klik op Ja om de instellingen op te slaan, of klik op Nee om de bewerkingen te annuleren. Een inbelprofiel verwijderen 1. 2. 3.
2. 3. Stel het interval in voor online update en de proxyserver. Klik op OK. Opmerking: Neem contact op met uw netwerkserviceprovider voor de instellingen van online update. De online update uitvoeren In dit onderwerp wordt beschreven hoe u de online update uitvoert. 1. 2. Kies Help > Online bijwerken > Nu controleren. Voer de online update uit volgens de aanwijzingen.
7 Installatie van het managementprogramma ongedaan maken De handelingen voor het ongedaan maken van het terminalmanagement-programma zijn als volgt: 1. 2. 3. Zoek de installatie-directory van het terminalmanagement programma, dubbelklik op het ‘installeren ongedaan maken’ programma; Of u kunt kiezen voor Ga > Programma’s > T-Mobile Internet Manager, en dan kiest u voor het ‘installeren ongedaan maken’ programma. In het Prompt dialoogvenster, klikt u op OK.
8 Veelgestelde vragen Wat moet ik doen als ik geen toegang kan krijgen tot internet? 1. 2. 3. Controleer de signaalsterkte van het netwerk. Controleer of u de draadloze online service hebt geactiveerd. U kunt bij de lokale netwerkexploitant navragen hoe u deze service kunt activeren. Als de draadloze online service is geactiveerd, controleert u de netwerkinstellingen volgens de instructies in Internet Services.
9 Acroniemen en afkortingen Numeriek 3G The Third Generation (de Derde Generatie) A APN Access Point Name G GPRS General Packet Radio Service GSM Wereldwijd systeem voor mobiele communicatie P PIN Personal Identity Number PUK PIN Unblocking Key S SIM Subscriber Identity Module 25