Operation Manual
6. Tik op de Aan/uit-schakelaar voor Datawaarschuwing instellen om deze in te schakelen en
tik dan op Datawaarschuwing om aan te geven bij welk gegevensgebruik je zult worden
gewaarschuwd voordat je je maandelijkse gegevenslimiet bereikt. Tik op om de eenheid
te wijzigen.
7. Tik op de Aan/uit-schakelaar voor Datalimiet instellen om deze in te schakelen en tik dan op
Datalimiet om aan te geven bij welk gegevensgebruik je gegevensverbinding automatisch zal
worden verbroken. Tik op om de eenheid te wijzigen.
Het gegevensgebruik van apps weergeven
1. Veeg in het Startscherm omhoog en zoek en tik vervolgens op Instellingen.
2. Tik op Netwerk en internet Datagebruik.
3. Bij telefoonmodellen met dubbele SIM tik je op voor het selecteren van een kaartsleuf.
4. Tik op Gebruik van mobiele data.
5. Blader omlaag over het scherm voor een lijst met apps en info over hun gegevensgebruik.
6. Tik op een app om meer details weer te geven.
Wi-Fi-verbinding
Om Wi-Fi op je toestel te gebruiken, heb je toegang nodig tot een draadloos toegangspunt of
"hotspot".
De beschikbaarheid en sterkte van het Wi-Fi-signaal verschilt naargelang van de barrières, zoals
gebouwen of een muur tussen kamers, waar het Wi-Fi-signaal doorheen moet.
Wi-Fi in- of uitschakelen
1. Tik vanaf het Startscherm omhoog en tik dan op Instellingen Netwerk en internet.
2. Tik op de schakelaar Wi-Fi Aan/uit om Wi-Fi in of uit te schakelen.
3. Tik op Wi-Fi voor een lijst met gevonden draadloze netwerken.
Schuif omlaag naar de onderkant van het scherm om Opgeslagen netwerken te zien.
Verbinden met een Wi-Fi-netwerk
1. Schakel Wi-Fi in en controleer de lijst met gevonden Wi-Fi-netwerken.
Zie Wi-Fi in- of uitschakelen op pagina 162.
2. Tik op een Wi-Fi-netwerk waarmee je verbinding wilt maken.
3. Als je een beveiligd netwerk hebt geselecteerd, voer je de netwerksleutel of het wachtwoord
in.
4. Tik op Verbinden. Het Wi-Fi-pictogram verschijnt op de statusbalk als verbinding is
gemaakt.
162 Internetverbindingen










