Operation Manual
Genieten van multimedia 207
2
1
5
4
3
6
1 Flitser. Tik om de flitser aan de achterzijde van het toestel in of uit te
schakelen. Als de flitser is ingeschakeld flitst de camera als u foto’s maakt.
2 Camera. Tik op de camera te selecteren die u wilt gebruiken. U kunt kiezen
uit een hoofdcamera ( ), tweede camera ( ) en tweede camera
gekanteld ( ).
3 Zelf-timer. In de modi Foto of Afbeelding contactpersoon kunt u de zelf-timer
door te tikken instellen op 2 seconden, 10 seconden, of op Uit. Zodra u op de
ENTER-toets hebt gedrukt om een foto te maken, begint de zelf-ontspanner af
te tellen en neemt de foto nadat de ingestelde tijd is verstreken.
4 Geavanceerd. Tik om de geavanceerde camera-instellingen te openen. Voor
meer informatie, zie ook “Geavanceerde Opties”.
5 Helderheid. Tik om de Helderheidsbalk onderin het scherm te openen. Op de
Helderheidsbalk tikt u op om de helderheid te verlagen, of op om het
helderheidsniveau te verhogen. Om de wijziging vast te leggen, tikt u op het
scherm buiten de Helderheidsbalk.
6 Witbalans. Door de witbalans in te stellen kan de camera kleuren
beter vastleggen omdat deze dan is aangepast op verschillende
lichtomstandigheden. De mogelijke witbalansinstellingen zijn: Auto ( ),
Daglicht ( ), Nacht ( ), Gloeilamp ( ), Lichtgevend ( ).










