Operation Manual

268  Het toestel beheren
13.6 Uw toestel beveiligen
De SIM-kaart beveiligen met een pincode
U kunt uw SIM-kaart beveiligen tegen onbevoegd gebruik door een 
Pincode (persoonlijk identificatienummer) toe te wijzen. De standaard 
pincode van de SIM-kaart krijgt u van uw draadloze serviceprovider.
De PIN van de SIM-kaart activeren
1. Op het Beginscherm gaat u naar Instellingen en tikt u vervolgens op 
Alle instellingen.
2. Op het tabblad 
Persoonlijk tikt u op het tabblad Telefoon > PIN.
3. Kies het keuzevak 
Pincode vereist als telefoon wordt gebruikt. 
4. Voer de PIN-code in en tik vervolgens op 
OK. Om de PIN te wijzigen, 
tik u op Pincode wijzigen.
Tip Alarmnummers kunnen altijd worden gebeld, ook zonder pincode.
Het toestel beveiligen met een wachtwoord
U kunt uw gegevens veiliger bewaren door een wachtwoord te vragen 
wanneer het apparaat wordt ingeschakeld.
Een toestelwachtwoord instellen
1. Op het Beginscherm gaat u naar Instellingen en tikt u vervolgens op 
Alle instellingen.
2. Op het tabblad 
Persoonlijk tikt u op het tabblad Vergrendelen.
3. Selecteer het keuzevak 
Bericht indien apparaat niet gebruikt
gedurende, en voer de tijd van inactiviteit waarna het toestel om een 
wachtwoord vraagt.
4. Selecteer in het vak 
Type wachtwoord het type wachtwoord dat u 
wilt gebruiken.
Tip Als uw toestel geconfigureerd is om verbinding te maken met een 
netwerk, gebruik dan een alfanumeriek wachtwoord voor betere 
beveiliging.
5. Voer het wachtwoord in bij zowel Wachtwoord en Bevestigen.