Operation Manual
140 Internet
8.1 Methodes om verbinding met internet te maken
Met de netwerkmogelijkheden van het toestel hebt u toegang tot het
Internet en/of uw bedrijfsnetwerk via één van onderstaande verbindingen:
• Wi-Fi
• GPRS, 3G of EDGE
• Inbelverbinding
Opmerking U kunt daarnaast ook de volgende verbindingen toevoegen en instellen:
•
VPN: Een VPN-verbinding wordt gebruikt om toegang tot een
bedrijfsnetwerk via een bestaande internetverbinding te krijgen.
•
Proxy: Een Proxy-verbinding wordt gebruikt om toegang tot
het Internet te krijgen via een bestaande verbinding met een
bedrijfsnetwerk of een WAP-netwerk.
Wi-Fi
Wi-Fi geeft draadloze toegang tot het Internet over afstanden tot 100 meter
(300 voet).
Om Wi-Fi op uw toestel te gebruiken, hebt u toegang nodig tot een
draadloos toegangspunt of “hotspot”.
Opmerking De beschikbaarheid en de kwaliteit van het Wi-Fi-signaal van uw
toestel hangen af van het telefoonnummer, de infrastructuur en
andere objecten in het pad van het signaal.
Wi-Fi in- en uitschakelen
1. Op het Beginscherm gaat u naar Instellingen.
2. Bij Instellingen tikt u op
Communicatie > Wi-Fi om de draadloze
functie in- of uit te schakelen.
Indien ingeschakeld, brandt de
AAN-indicator en worden beschikbare
draadloze netwerken gedetecteerd.










