Operation Manual
54 Telefoonfuncties gebruiken
3. Tik op om het toetsenblok van de telefoon te sluiten en om te zien of op
het Smart Dial-paneel meer nummers of contacten zijn gevonden. U kunt
door de gefilterde lijst bladeren door met uw vinger langzaam omhoog of
omlaag te schuiven, of druk op NAVIGATIE-omhoog/omlaag.
Smart Dial-
paneel
4. Ga als volgt te werk om een nummer of contactpersoon te bellen:
• Tik op het gewenste telefoonnummer of contactpersoon in de lijst.
• Om een ander nummer van het geselecteerde contact te bellen,
selecteert u het contact en drukt u vervolgens op NAVIGATIE rechts/links
om het nummer dat u wilt bellen te selecteren.
5. Druk op de SPREKEN/VERZENDEN-toets om te bellen.SPREKEN/VERZENDEN-toets om te bellen.
Tips • Als u 6 toetsen hebt ingedrukt en het nummer dat u draait staat nog niet in
uw contactenoverzicht, verschijnt de vraag Opslaan in Contacten? boven het
toetsenblok. Tik op deze knop en kies of een nieuwe contactpersoon moet worden
aangemaakt met het betreffende nummer, of dat het nummer aan een bestaande
contactpersoon moet worden toegevoegd.
• Tijdens het bellen kunt u met de VOLUME OMHOOG/OMLAAG-knoppen aan de
zijkant van het toestel het geluidsvolume van de telefoon aan te passen.
• Om een tekstbericht naar de het geselecteerde contact te sturen, tikt u op Menu >
Tekstbericht verzenden. Zie “Tekstberichten” in hoofdstuk 6 voor meer informatie
over het verzenden van tekstberichten.










