Operation Manual

128  Hoofdstuk 8  Internet
Als u een beveiligd netwerk hebt geselecteerd, typt u de 
beveiligingssleutel en tikt u vervolgens op Gereed. Daarna wordt u met 
het netwerk verbonden.
Geeft een beveiligd 
Wi-Fi-netwerk aan.
Geeft aan dat 
uw telefoon 
verbonden is met 
dit Wi-Fi netwerk
Signaalsterkte
Netwerknaam (SSID)
4. Tik op Vorige om terug te keren naar het scherm Communicatie.
De volgende keer dat u uw telefoon gebruikt om Wi-Fi netwerken te zoeken, zult 
u u niet meer gevraagd worden om de netwerksleutel in te voeren van het Wi-Fi 
netwerk waarmee u de vorige keer verbinding heeft gemaakt (tenzij u een harde 
reset uitvoert waardoor de aangepaste instellingen van uw telefoon worden 
gewist).
Opmerkingen Wi-Fi-netwerken laten zich als het ware vinden, u hoeft geen extra stappen 
te doorlopen om uw telefoon met een Wi-Fi-netwerk te verbinden. 
Voor bepaalde gesloten draadloze netwerken kan het nodig zijn een 
gebruikersnaam en wachtwoord op te geven.
Om Wi-Fi uit te schakelen, tikt u in het Communicatie-scherm op de AAN/
UIT-schuif rechts van 
Wi-Fi.
Om een draadloos netwerk toe te voegen
1. Tik op Start > Instellingen > Verbindingen> Wi-Fi en vervolgens op de 
knop Draadloze netwerken.