Operation Manual

Hoofdstuk 1 Aan de slag 21
1.5 Opstarten
Nadat de SIM-kaart en batterij zijn geïnstalleerd en de batterij is
geladen, kunt u de telefoon inschakelen en gebruiken.
1.
Druk op de knop GESPREK STOPPEN/AAN-UIT.
2.
Als de SIM-kaart een PIN (Personal Identification Number) bevat,
typtu de PIN en tikt u op OK om door te gaan.
Opmerking Als u driemaal de verkeerde PIN typt, blokkeert de SIM-kaart.
Zie “Een geblokkeerde SIM-kaart vrijgeven” in hoofdstuk 9 als
u wilt weten hoe u de SIM-kaart weer vrijgeeft.
De telefoon voor het eerst instellen
De eerste keer dat u de telefoon inschakelt, kunt u een aantal
standaardinstellingen kiezen en uw online-accounts instellen zoals e-
mail en Facebook®. U kunt deze installatie overslaan als u deze op een
ander tijdstip wilt uitvoeren.
1.
Selecteer een taal.
Schuif uw vinger omhoog om omlaag te bladeren en de
beschikbare talen te bekijken. Tik op de taal die u wilt gebruiken
en tik op Volgende.
Opmerking Welke talen beschikbaar zijn, is afhankelijk van waar u de
telefoon hebt gekocht.
2. Selecteer of u de locatieservice wilt gebruiken.
De locatieservice helpt u bij het bepalen van uw huidige locatie
als u toepassingen zoals Weer gebruikt. Tik op Akkoord om de
locatieservice te gebruiken zodat deze de informatie over uw locatie
kan verzamelen. Als u dat liever niet wilt, tikt u op Niet akkoord.
Opmerking U kunt uw mobiele aanbieder vragen of het inschakelen van
deze functie extra kosten met zich meebrengt. U kunt deze
service later in Instellingen in- of uitschakelen.