HP OfficeJet Pro 6970 All-in-One series Gebruikershandleiding
Copyright informatie Kennisgeving van HP Company Dankbetuigingen © Copyright 2018 HP Development Company, L.P. De informatie in dit document kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. Microsoft en Windows zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen. Alle rechten voorbehouden.
Veiligheidsinformatie Volg altijd de standaard veiligheidsvoorschriften bij het gebruik van dit product. Op deze manier beperkt u het risico van verwondingen door brand of elektrische schokken. - Lees en begrijp alle instructies in de documentatie bij uw printer. - Neem alle op dit product vermelde waarschuwingen en instructies in acht. - Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact voordat u dit product reinigt. - Plaats of gebruik dit product niet in de buurt van water of als u nat bent.
Inhoudsopgave 1 Hoe kan ik? ................................................................................................................................................... 1 2 Aan de slag ................................................................................................................................................... 2 Toegankelijkheid ....................................................................................................................................................
Afdrukken aan beide zijden (dubbelzijdig afdrukken) ........................................................................................ 29 Afdrukken met AirPrint™ ..................................................................................................................................... 30 Tips voor succesvol afdrukken ............................................................................................................................ 31 4 Kopiëren en scannen ...........................
Telefoonboekcontacten verwijderen ................................................................................................ 55 Een lijst met telefoonboekcontacten afdrukken .............................................................................. 55 Faxinstellingen wijzigen ...................................................................................................................................... 55 Het faxkopschrift instellen ...........................................................
Gedeelde lijn voor zowel gespreks- als faxoproepen, een computermodem voor inbellen en een antwoordapparaat ........................ 79 Gedeelde lijn voor zowel gespreks- als faxoproepen, een DSL/ADSLmodem en een antwoordapparaat .............................................................. 81 Situatie K: Gedeelde lijn voor gespreks- en faxoproepen met een computermodem voor inbellen en voicemail ................................................................. 83 Seriële faxinstallatie ...................
De geïntegreerde webserver openen ............................................................................................. 105 De geïntegreerde webserver kan niet worden geopend ................................................................ 106 10 Een probleem oplossen ............................................................................................................................. 107 Papierstoringen en problemen met papieraanvoer ..........................................................
Rapport afdrukkwaliteit .................................................................................................................. 135 Testrapport draadloze verbinding .................................................................................................. 135 Testrapport webtoegang ................................................................................................................ 136 Problemen oplossen bij gebruik van Webservices ..............................................
Papier .............................................................................................................................................. 157 Plastiek ............................................................................................................................................ 157 Veiligheidsinformatiebladen ........................................................................................................... 157 Kringloopprogramma .............................................
xii NLWW
1 NLWW Hoe kan ik? ● Aan de slag ● Afdrukken ● Kopiëren en scannen ● Fax ● Webservices ● Met cartridges werken ● Netwerkinstallatie ● Een probleem oplossen 1
2 Aan de slag In deze handleiding vindt u informatie over het gebruik van de printer en het oplossen van problemen.
HP EcoSolutions (HP en het milieu) HP richt zich erop u te helpen bij het optimaliseren van uw ecologische voetafdruk en het mogelijk te maken voor u om verantwoord af te drukken - zowel thuis, als op kantoor. Zie Programma voor milieubeheer voor meer informatie over milieurichtlijnen die HP volgt tijdens het productieproces. Bezoek www.hp.com/ecosolutions voor meer informatie over de milieu-initiatieven die HP neemt.
1. Vanuit het bedieningspaneel van de printer tikt u of veegt u in het tabblad bovenaan het scherm naar beneden om het Dashboard te openen en tikt u op . 2. Druk op Planning printer Aan/Uit. 3. Selecteer de gewenste optie en volg de berichten op het scherm om de dagen en tijdstippen voor de inen uitschakeling van de printer in te stellen. VOORZICHTIG: Schakel de printer altijd correct uit met Instellen uit of op de printer.
OPMERKING: De stille modus wordt alleen ingeschakeld nadat de huidige pagina is afgedrukt en wordt alleen gebruikt voor de huidige afdruktaak. Stille modus in- of uitschakelen via de printersoftware (Windows) 1. Open de HP-printersoftware. Zie Open de HP-printersoftware (Windows) voor meer informatie. 2. Klik op Stille modus . 3. Selecteer Aan of Uit . 4. Klik op Instelling opslaan. Stille modus in- of uitschakelen via de printersoftware (OS X) 1. Open het HP Hulpprogramma.
Boven- en vooraanzicht 1 Documentinvoer 2 Papierbreedtegeleiders van de documentinvoer 3 Documentinvoerlade 4 Toegangsklep cartridge 5 Scannerklep 6 Scannerglasplaat 7 USB-poort aan de voorzijde OPMERKING: 6 Deze functie is beschikbaar voor sommige modellen van de printer.
Ruimte voor printerbenodigdheden 1 Cartridges 2 Printkop 3 Toegangsklep cartridge OPMERKING: De cartridges moeten in de printer blijven om mogelijke problemen met de afdrukkwaliteit of schade aan de printkop te voorkomen. Verwijder de benodigdheden niet voor langere tijd. Schakel de printer niet uit wanneer een cartridge ontbreekt.
Het bedieningspaneel van de printer gebruiken Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: ● Overzicht knoppen en lampjes ● Schermpictogrammen bedieningspaneel ● Functietabbladen ● Printerinstellingen wijzigen ● Snelkoppelingen gebruiken ● Dashboard Overzicht knoppen en lampjes In het volgende diagram en de bijbehorende tabel vindt u een kort overzicht van de functies op het bedieningspaneel van de printer.
Pictogram Doel Installatie: Geeft het installatiescherm weer voor het wijzigen van voorkeuren, netwerkinstallatie, de installatie van Wi-Fi Direct Web Services en andere onderhoudsinstellingen en het genereren van rapporten. Draadloos: Toont de draadloze status en menuopties. Zie De printer instellen voor draadloze communicatie voor meer informatie. OPMERKING: (Ethernet) en (Draadloos) zullen niet tegelijkertijd worden weergegeven.
Printerinstellingen wijzigen Gebruik het bedieningspaneel om de printerfuncties en -instellingen te wijzigen, rapporten af te drukken of de helpfunctie te openen. TIP: Als de printer met een computer is verbonden, kunt u de printerinstellingen ook aanpassen via de hulpprogramma's voor printerbeheer op de computer. Zie Hulpprogramma's printerbeheer voor informatie over het gebruik van deze hulpprogramma's.
Elementaire informatie over papier De printer is ontwikkeld voor het correct verwerken van de meeste afdrukmaterialen voor kantoorgebruik. Wij raden aan om enkele afdrukmaterialen te testen voordat u er grote hoeveelheden van aankoopt. Gebruik HPafdrukmateriaal voor de beste afdrukkwaliteit. Bezoek de website van HP op www.hp.com voor meer informatie over HP-afdrukmateriaal. HP beveelt gewoon papier met het ColorLok-logo aan voor het afdrukken van alledaagse documenten.
Zakelijke documenten ● HP Premium presentatiepapier 120 g mat of HP professioneel papier 120 mat Dit is zwaar dubbelzijdig mat papier, perfect voor presentaties, voorstellen, rapporten en nieuwsbrieven. Het is extra zwaar voor een indrukwekkende uitstraling. ● HP brochurepapier 180 g glanzend of HP professioneel papier 180 glanzend Papier is glanzend gecoat aan twee zijden voor dubbelzijdig afdrukken.
● Plaats slechts een papiersoort en een maat papier tegelijkertijd in een lade of documentinvoer. ● Zorg ervoor dat het papier correct is geplaatst als het wordt geplaatst via de invoerlade of de documentinvoer. ● Plaats niet te veel papier in de lade of de documentinvoer.
4. Plaats het papier met de afdrukzijde naar beneden in het midden van de lade en schuif het naar voren totdat het stopt. Zorg ervoor dat de stapel papier is uitgelijnd met de juiste papierformaatlijnen op de bodem van de invoerlade en dat hij de stapelhoogtemarkering op de zijkant van de lade niet overschrijdt. OPMERKING: 14 Vul nooit papier bij terwijl de printer nog aan het afdrukken is. 5.
Om kaarten en fotopapier te plaatsen 1. Trek de uitvoerlade naar boven. 2. Trek de invoerlade naar buiten om ze te verlengen. 3. Plaats het papier met de afdrukzijde naar beneden in het midden van de lade en schuif het naar voren totdat het stopt. Zorg ervoor dat de stapel papier is uitgelijnd met de juiste papierformaatlijnen op de bodem van de invoerlade en dat hij de stapelhoogtemarkering op de zijkant van de lade niet overschrijdt. OPMERKING: 4.
5. Op het scherm van het bedieningspaneel verschijnt een bericht met de herinnering om de papierinstellingen te wijzigen als u het mediatype of formaat hebt gewijzigd, of om de instellingen te behouden als u het mediatype hebt behouden. 6. Klap het verlengstuk van de uitvoerlade uit. Legal-papier plaatsen 1. Trek de papierlade naar buiten, schuif de papierbreedtegeleiders naar buiten en verwijder alle andere media uit de lade. 2. Ontgrendel en open de voorkant van de papierlade. 3. Plaats papier.
Zorg ervoor dat de stapel papier overeenkomt met de lijnen van het juiste formaat papier op de voorzijde van de lade. Zorg ervoor dat de stapel papier niet boven de lijnmarkering uitsteekt op de rand van de lade. OPMERKING: NLWW Vul nooit papier bij terwijl de printer nog aan het afdrukken is. ● Schuif het papier zo ver mogelijk in de printer. ● Schuif de papierbreedtegeleiders naar binnen tot deze tegen de rand van het papier aankomen. 4. Druk de papierlade weer naar binnen. 5.
Om een enveloppe te plaatsen 1. Trek de uitvoerlade naar boven. 2. Trek de invoerlade naar buiten om ze te verlengen. 3. Leg de enveloppen met de gewenste afdrukzijde naar beneden en plaats ze volgens de afbeelding. Zorg ervoor dat de stapel papier is uitgelijnd met de juiste papierformaatlijnen op de bodem van de invoerlade en dat hij de stapelhoogtemarkering op de zijkant van de lade niet overschrijdt.
4. Schuif de papierbreedtegeleiders in de lade tot ze de rand van de stapel enveloppen raken en schuif vervolgens de lade naar binnen om hem te sluiten. 5. Op het scherm van het bedieningspaneel verschijnt een bericht met de herinnering om de papierinstellingen te wijzigen als u het mediatype of formaat hebt gewijzigd, of om de instellingen te behouden als u het mediatype hebt behouden. 6. Klap het verlengstuk van de uitvoerlade uit.
2. Plaats uw origineel met de afdrukzijde naar beneden tot het de rand links achterin van het glas raakt. TIP: Raadpleeg de gegraveerde geleiders langs de glasplaat voor meer hulp bij het plaatsen van originelen. 3. Sluit de klep. Plaats een origineel in de documentinvoer U kunt een document kopiëren, scannen of faxen door het in de doumentinvoer te plaatsen. VOORZICHTIG: Plaats geen foto's in de documentinvoer; dit kan uw foto's beschadigen.
TIP: Raadpleeg het diagram in de documentinvoerlade voor hulp bij het plaatsen van originelen in de documentinvoer. 3. Schuif de breedtegeleiders voor het papier tegen de linker- en rechterrand van het papier. De printer bijwerken Normaal controleert de printer automatisch op updates wanneer hij is verbonden met het netwerk en webservices zijn ingeschakeld. De printer bijwerken met het bedieningspaneel van de printer 1.
OPMERKING: Als er u wordt gevraagd naar proxy-instellingen en als uw netwerk proxy-instellingen gebruikt, volgt u de instructies op het scherm om een proxyserver in te stellen. Als u niet beschikt over de details, neem dan contact op met uw netwerkbeheerder of de persoon die het netwerk heeft ingesteld.
3 Afdrukken De meeste afdrukinstellingen worden in de software automatisch afgehandeld. Wijzig de instellingen uitsluitend handmatig indien u de afdrukkwaliteit wilt veranderen, u wilt afdrukken op speciale papiersoorten of als u speciale functies wilt gebruiken. TIP: Deze printer bevat HP ePrint , een gratis dienst van HP waarmee u op elk ogenblik en vanaf elke locatie documenten kunt afdrukken met uw printer voorzien van HP ePrint, zonder extra software of printerstuurprogramma's.
OPMERKING: Als u het Papierformaat wijzigt, zorg er dan voor dat u het correcte papier in de invoerlade plaatst en dat u het papierformaat op het bedieningspaneel van de printer instelt. 6. Klik op OK om het dialoogvenster Eigenschappen te sluiten. 7. Klik op Afdrukken of OK om het afdrukken te starten. Om documenten af te drukken (OS X) 1. In het menu Bestand in uw software kiest u Afdrukken. 2. Zorg ervoor dat uw printer is geselecteerd. 3. Stel de afdrukopties in.
Om brochures af te drukken (OS X) 1. In het menu Bestand in uw software kiest u Afdrukken. 2. Zorg ervoor dat uw printer is geselecteerd. 3. Stel de afdrukopties in. Als het gedeelte Opties in het dialoogvenster Afdrukken niet wordt weergegeven, klik dan op Details weergeven. a. Kies in het pop-upmenu Papierformaat Het juiste papierformaat. OPMERKING: b. 4. Zorg ervoor dat u het juiste papier gebruikt wanneer u het papier vervangt.
6. Klik op OK om het dialoogvenster Eigenschappen te sluiten. 7. Klik op Afdrukken of OK om het afdrukken te starten. Enveloppen afdrukken (OS X) 1. In het menu Bestand in uw software kiest u Afdrukken. 2. Zorg ervoor dat uw printer is geselecteerd. 3. Selecteer het juiste envelopformaat in het pop-upmenu Papierformaat. Als het gedeelte Opties in het dialoogvenster Afdrukken niet wordt weergegeven, klik dan op Details weergeven.
OPMERKING: Als u het Papierformaat wijzigt, zorg er dan voor dat u het correcte papier in de invoerlade plaatst en dat u het papierformaat op het bedieningspaneel van de printer instelt. 6. Klik op OK om het dialoogvenster Eigenschappen te sluiten. 7. Klik op Afdrukken of OK om het afdrukken te starten. OPMERKING: Na het voltooien van de afdruk moet u ongebruikt fotopapier uit de lade verwijderen. Bewaar fotopapier zo dat het niet kan omkrullen, dit leidt tot een mindere kwaliteit van de afdrukken.
7. Raak Gereed en Doorgaan aan om een voorbeeld van de geselecteerde foto te bekijken. Indien u de layout of de papiersoort wilt aanpassen, raakt u (Instellingen) en uw selectie aan. 8. Raak Afdrukken aan om te beginnen met afdrukken. Afdrukken op speciaal en aangepast papier Als uw toepassing een aangepast papierformaat ondersteunt, stelt u het papierformaat eerst in de toepassing in voordat u het document afdrukt. Zo niet, stelt u het papierformaat in het printerstuurprogramma in.
OPMERKING: Afdrukinstellingen die van toepassing zijn op alle afdruktaken moeten worden geselecteerd in de HP software. Zie Hulpprogramma's printerbeheer voor meer informatie over de HP software. 5. Klik in het tabblad Layout of Papier/kwaliteit op de knop Geavanceerd. 6. Selecteer in het tabblad Papier / kwaliteit het aangepaste papierformaat uit de vervolgkeuzelijst Papierformaat.
4. Klik op de knop waarmee u het dialoogvenster Eigenschappen opent. Afhankelijk van uw softwaretoepassing heeft deze knop de naam Eigenschappen, Opties, Printerinstellingen, Printereigenschappen, Printer of Voorkeuren. OPMERKING: Afdrukinstellingen die van toepassing zijn op alle afdruktaken moeten worden geselecteerd in de HP software. Zie Hulpprogramma's printerbeheer voor meer informatie over de HP software. 5.
Tips voor succesvol afdrukken Software-instellingen geselecteerd in de print driver zijn enkel van toepassing op afdrukken, niet op kopiëren of scannen. U kunt uw document op beide zijden van het vel papier afdrukken. Zie Afdrukken aan beide zijden (dubbelzijdig afdrukken) voor meer informatie. Inkttips ● Raadpleeg Problemen met afdrukken voor meer informatie als de afdrukkwaliteit onaanvaardbaar is. ● Gebruik originele HP-cartridges.
Tips voor printerinstellingen (Windows) ● Om de standaardinstellingen te wijzigen, klikt u op Afdrukken, scannen en faxen. , en vervolgens op Voorkeuren instellen in de HP-printersoftware. Zie Open de HP-printersoftware (Windows) voor meer informatie over het openen van de HPprintersoftware. ● Om het aantal pagina's per blad te kiezen, selecteert u in het tabblad Indeling van het printerstuurprogramma de juiste optie in de vervolgkeuzelijst Pagina's per blad.
Tips voor printerinstellingen (OS X) NLWW ● Gebruik op het dialoogvenster Afdrukken het vervolgkeuzemenu Papierformaat om het formaat te selecteren van het papier dat in de printer is geplaatst. ● Kies op het dialoogvenster Afdrukken het pop-upmenu Papiersoort/kwaliteit om de juiste papiersoort en -kwaliteit te selecteren.
4 Kopiëren en scannen ● Kopiëren ● Scannen ● Tips voor geslaagd kopiëren en scannen Kopiëren Een document of ID card kopiëren 1. Zorg ervoor dat er papier in de invoerlade is geplaatst. Zie Plaats papier voor meer informatie. 2. Plaats uw origineel met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat van de scanner of met de bedrukte zijde naar boven in de documentinvoer. 3. Raak Kopiëren aan op het scherm van het bedieningspaneel van de printer. 4. Selecteer Document , ID Card of Foto. 5.
● Documenten scannen als bewerkbare tekst ● Een nieuwe snelkoppeling voor scannen maken (Windows) ● Scaninstellingen wijzigen (Windows) Scannen naar een computer Vooraleer u naar een computer scant, moet u ervoor zorgen dat u de HP-printersoftware reeds hebt geïnstalleerd. De printer en de computer moeten zijn aangesloten en ingeschakeld. Daarnaast moet, op Windows-computers, de HP-software werken voor u scant. U kunt de HP-printersoftware gebruiken om documenten in te scannen als bewerkbare tekst.
OPMERKING: Op het eerste scherm kunt u de basisinstellingen controleren en wijzigen. Klik op de koppeling Meer in de rechterbovenhoek van het dialoogvenster Scannen om de instellingen voor scans te controleren en te wijzigen. Zie Scaninstellingen wijzigen (Windows) voor meer informatie. Als Toon Viewer na scan werd geselecteerd, kunt u in het voorbeeldscherm aanpassingen aan de gescande afbeelding aanbrengen. Een origineel scannen vanuit de HP-printersoftware (OS X) 1. Open HP Scan.
Scannen-naar-e-mail instellen Om scannen-naar-e-mail instellen 1. Activeer Webservices op de printer. Zie Webservices instellen voor meer informatie. 2. Tik in het Startscherm op Apps en tik dan op de app Scannen naar e-mail. 3. Druk in het scherm Welkom op Doorgaan. 4. Druk in het kadertje E-mail: om uw e-mailadres in te voeren en druk vervolgens op Gereed. 5. Druk op Doorgaan. 6. Er wordt een PIN-code naar het ingevoerde e-mailadres gestuurd. Druk op Doorgaan. 7.
Een document of foto scannen naar e-mail vanaf de HP-printersoftware (Windows) 1. Plaats uw origineel met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat van de scanner of met de bedrukte zijde naar boven in de documentinvoer. 2. Open de HP-printersoftware. Zie Open de HP-printersoftware (Windows) voor meer informatie. 3. Klik in de printersoftware op Een document of foto scannen . 4. Selecteer het gewenste type scan en klik vervolgens op Scannen .
3. Klik in het gedeelte Beveiliging op Beheerdersinstellingen. 4. Selecteer WebScan vanaf EWS om WebScan in te schakelen. 5. Klik op Toepassen (Apply). Een scan maken met Webscan Bij scannen met WebScan zijn de belangrijkste scanopties beschikbaar. Voor meer scanopties of -functies moet u de HP-printersoftware gebruiken. 1. Plaats uw origineel met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat van de scanner of met de bedrukte zijde naar boven in de documentinvoer. 2.
OPMERKING: Op het eerste scherm kunt u de basisinstellingen controleren en wijzigen. Klik op de koppeling Meer in de rechterbovenhoek van het dialoogvenster Scannen om de instellingen voor scans te controleren en te wijzigen. Zie Scaninstellingen wijzigen (Windows) voor meer informatie. Als Toon Viewer na scan is geselecteerd, kunt u in het voorbeeldscherm aanpassingen aan de gescande afbeelding aanbrengen. Documenten scannen als bewerkbare tekst (OS X) 1.
● ● De tekst van het origineel is vaag of het origineel is gekreukeld. ● De tekst is te klein. ● De structuur van het document is te complex. ● De spaties tussen de letters zijn te klein. Hierdoor kunnen in de tekst die door het OCR-programma is omgezet, tekens ontbreken of tekens worden gecombineerd. De combinatie van de tekens "rn" kan dan bijvoorbeeld worden weergegeven als "m". ● De tekst bevindt zich op een gekleurde achtergrond.
Scaninstellingen wijzigen (Windows) U kunt eender welke scaninstelling wijzigen voor een enkel gebruik of u kunt de wijzigingen opslaan om permanent te gebruiken. Deze instellingen omvatten opties zoals paginagrootte en -oriëntatie, scanresolutie, contrast en de locatie van de map voor opgeslagen scans. 1. Plaats uw origineel met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat van de scanner of met de bedrukte zijde naar boven in de documentinvoer. 2. Open de HP-printersoftware.
NLWW ● Zorg ervoor dat de helderheid goed is ingesteld in de software, om verkeerde of ontbrekende gescande tekst te vermijden. ● Als u een document van meerdere pagina's wilt scannen in een bestand in plaats van in meerdere bestanden, start u het scannen met de printersoftware in plaats van Scannen vanaf het printerbeeldscherm.
5 Fax U kunt de printer gebruiken voor het verzenden en ontvangen van faxen, inclusief kleurenfaxen. U kunt het verzenden van faxen op een later tijdstip binnen 24 uur plannen en telefoonboekcontacten instellen om snel en gemakkelijk faxen te verzenden naar veelgebruikte nummers. Op het bedieningspaneel van de printer kunt u ook een aantal faxopties instellen, zoals de resolutie en het contrast tussen licht en donker op de faxen die u verzendt.
Een standaardfax versturen vanaf het bedieningspaneel van de printer 1. Plaats uw origineel met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat van de scanner of met de bedrukte zijde naar boven in de documentinvoer. 2. Raak Fax aan op het scherm van het bedieningspaneel van de printer. 3. Raak Nu versturen aan. 4.
Een fax verzenden vanaf een telefoon U kunt een fax verzenden via uw extra telefoon. Hierdoor kunt u met de toekomstige ontvanger praten vooraleer u de fax verzendt. Om een fax via een extra telefoon te verzenden 1. Plaats uw origineel met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat van de scanner of met de bedrukte zijde naar boven in de documentinvoer. 2. Kies het nummer met behulp van het toetsenblok op de telefoon die op de printer is aangesloten.
Een fax verzenden met behulp van het printergeheugen U kunt ook een zwartwitfax scannen naar het geheugen om de fax vervolgens vanuit het geheugen te verzenden. Deze functie is nuttig als het faxnummer dat u probeert te bereiken, in gesprek is of tijdelijk niet beschikbaar is. De originelen worden door de printer in het geheugen gescand. Als er een verbinding met het ontvangende faxapparaat tot stand is gebracht, worden de originelen verzonden.
Een fax verzenden in foutcorrectiemodus Foutcorrectiemodus (ECM) voorkomt gegevensverlies door slechte telefoonlijnen door fouten te detecteren die voorkomen tijdens de overdracht en automatisch te verzoeken dat het foute gedeelte opnieuw wordt overgedragen. De telefoonkosten blijven hetzelfde of nemen zelfs af, op goede telefoonlijnen. Op slechte telefoonlijnen verhoogt ECM de verzendtijd en telefoonkosten maar wordt het verzenden van de gegevens veel betrouwbaarder. De standaardinstelling is Aan .
U kunt manueel faxen ontvangen van een telefoon die rechtstreeks is verbonden met de printer (aan de 2EXT-poort). Een fax handmatig ontvangen 1. Controleer of de printer is ingeschakeld en of er papier in de hoofdlade is geplaatst. 2. Verwijder eventuele originelen uit de documentinvoerlade. 3. Stel de instelling Hoe vaak overgaan in op een hoog getal zodat u eerst de binnenkomende oproepen kunt beantwoorden voordat de printer de belsignalen gaat beantwoorden.
printer niet kan afdrukken (bijvoorbeeld als het papier in de printer op is), stopt de printer met het beantwoorden van inkomende faxoproepen. Ontvangen faxen vanuit het geheugen opnieuw afdrukken Ontvangen faxen die niet worden afgedrukt, worden in het geheugen opgeslagen. OPMERKING: Als het geheugen vol is, kan de printer geen nieuwe fax ontvangen totdat u de faxen in het geheugen afdrukt of verwijdert.
6. Als u hierom wordt gevraagd, voert u het nummer in van het apparaat waarmee de doorgestuurde faxen worden ontvangen, en drukt u op Gereed . Voer voor elk van de volgende opdrachten de vereiste gegevens in: begindatum, begintijd, einddatum en eindtijd. 7. Fax doorsturen is geactiveerd. Raak OK aan om te bevestigen. Als de printer geen stroom meer krijgt wanneer het doorsturen van faxen wordt ingesteld, slaat de printer de instelling voor het doorsturen van faxen en het telefoonnummer op.
4. Raak Blokkering van ongewenste faxnummers aan. 5. Druk op 6. Voer een van de volgende bewerkingen uit. (plusteken) ● Om een te blokkeren faxnummer uit de lijst van de oproepgeschiedenis te selecteren, moet u op ( Oproepgeschiedenis ) drukken. ● Voer handmatig een te blokkeren faxnummer in en druk op Toevoegen.
HP Digital Fax instellen of wijzigen (Windows) 1. Open de HP-printersoftware. Zie Open de HP-printersoftware (Windows) voor meer informatie. 2. Klik op Afdrukken, scannen en faxen. en vervolgens op Wizard digitale faxinstellingen . 3. Volg de instructies op het scherm. HP Digital Fax instellen of wijzigen (OS X) 1. Open Hulpprogramma's van HP. Raadpleeg HP-hulpprogramma's (OS X) voor meer informatie. 2. Selecteer de printer. 3. Klik op Digitaal Faxarchief in de afdeling faxinstellingen.
OPMERKING: Vergeet niet om eventuele pauzes en andere noodzakelijke nummers in te voeren, zoals het kengetal, een toegangscode voor nummers buiten een PBX-systeem (meestal een 9 of 0) of een kengetal voor internationaal bellen. 7. Druk op Toevoegen. Om telefoonboekcontacten te wijzigen 1. Raak Fax aan op het scherm van het bedieningspaneel van de printer. 2. Raak Nu versturen aan. 3. Tik op 4. Druk op 5. Druk op het telefoonboekcontact dat u wilt bewerken. 6.
4. Druk op (Bewerken) om een groep te bewerken. 5. Druk op de telefoonboekgroep die u wilt bewerken. 6. Druk op Naam en bewerk de naam van de telefoonboekgroep en druk op Gereed . 7. Druk op Aantal leden. 8. Als u een contactpersoon aan de groep wilt toevoegen, tikt u op (plus-teken). Tik op de naam van een contactpersoon en tik vervolgens op Selecteren. Als u een contactpersoon uit de groep wilt verwijderen, tikt u op erop om de contactpersoon te deselecteren. 9. Raak Gereed aan.
● De faxsnelheid instellen ● Het faxgeluidsvolume instellen Het faxkopschrift instellen De faxkopregel is de regel tekst met uw naam en faxnummer die wordt afgedrukt boven aan elke fax die u verstuurt. HP raadt aan om de faxkoptekst met de HP printersoftware in te stellen. U kunt de faxkopregel ook instellen vanaf het bedieningspaneel van de printer, zoals hier wordt beschreven. OPMERKING: In sommige landen/regio's is de informatie in het faxkopschrift wettelijk vereist.
Het aantal belsignalen voordat er wordt opgenomen instellen 1. Druk op het scherm van het bedieningspaneel van de printer op Fax . 2. Druk op Installatie , en vervolgens op Voorkeuren . 3. Raak Hoe vaak overgaan aan. 4. Tik om het aantal belsignalen te wijzigen. 5. Raak Gereed aan.
Het kiessysteem instellen Stel de toonkeuze- of pulskeuzemodus in met deze procedure. De standaardinstelling is Toon. Wijzig deze instelling niet tenzij u weet dat uw telefoonlijn niet werkt met toonkeuze. OPMERKING: De optie pulskeuze is niet beschikbaar in alle landen of regio's. Het kiessysteem instellen 1. Druk op het scherm van het bedieningspaneel van de printer op Fax . 2. Druk op Installatie , en vervolgens op Voorkeuren . 3. Raak Kiestype aan. 4. Druk om Toon of Pulse te selecteren.
Instelling faxsnelheid Faxsnelheid Snel v.34 (33600 bps) Normaal v.17 (14400 bps) Langzaam v.29 (9600 bps) De faxsnelheid instellen 1. Druk op het scherm van het bedieningspaneel van de printer op Fax . 2. Druk op Installatie , en vervolgens op Voorkeuren . 3. Raak Snelheid aan. 4. Raak de optie aan die u wilt selecteren. Het faxgeluidsvolume instellen U kunt het volume van de faxtonen wijzigen. Het geluidsvolume voor faxen instellen 1.
Fax over voice over Internet Protocol U kunt mogelijk inschrijven op een goedkope telefoonservice waarmee u faxen kunt verzenden en ontvangen met uw printer via internet. Deze methode wordt Fax op Voice over Internet-protocol (VoIP) genoemd. Wat volgt zijn indicaties dat u waarschijnlijk een VoIP-service gebruikt. ● Kies een speciale toegangscode samen met het faxnummer. ● een IP-converter hebt om verbinding te maken met Internet; deze biedt ook analoge telefoonpoorten voor de faxlijn.
● De belgeschiedenis weergeven Bevestigingsrapporten voor faxen afdrukken U kunt een bevestigingsrapport afdrukken als een fax is verzonden of als een fax is verzonden of ontvangen. De standaardinstelling is Aan (Fax verzonden). Als deze functie is uitgeschakeld, wordt er na elke verzending of ontvangst van een fax kort een bevestigingsbericht weergegeven op het bedieningspaneel. Faxbevestiging inschakelen 1. Druk op het scherm van het bedieningspaneel van de printer op Fax . 2. Raak Installatie aan.
Aan (Fax verzenden) Afdrukken als er een fout optreedt bij het overbrengen. Dit is de standaardinstelling. Aan (Fax ontvangen) Afdrukken als er een fout optreedt bij het ontvangen. Het faxlogboek afdrukken en bekijken U kunt een logboek afdrukken met de faxen die door de printer zijn ontvangen en verzonden. Het faxlogboek afdrukken vanaf het bedieningspaneel van de printer 1. Druk op het scherm van het bedieningspaneel van de printer op Fax . 2. Druk op Installatie , en vervolgens op Rapporten . 3.
4. Raak Rapport Beller-ID's aan. 5. Raak Afdrukken aan om te beginnen met afdrukken. De belgeschiedenis weergeven U kunt een lijst bekijken met alle oproepen die vanaf de printer werden gedaan. OPMERKING: U kunt de oproepgeschiedenis niet afdrukken. Om de oproepgeschiedenis te bekijken 1. Raak Fax aan op het scherm van het bedieningspaneel van de printer. 2. Raak Nu versturen aan. 3. Druk op ( Telefoonboek ). 4. Druk op ( Oproepgeschiedenis ).
OPMERKING: Wij raden u in dat geval aan om het apparaat aan te sluiten op een telefoonaansluiting met het tweeaderige telefoonsnoer.
1. Bepaal of uw telefoonsysteem serieel of parallel is. Zie Faxen instellen (parallelle telefoonsystemen) voor meer informatie. 2. 3. a. Serieel telefoonsysteem - zie Seriële faxinstallatie. b. Parallel telefoonsysteem - ga naar stap 2. Selecteer de combinatie van apparatuur en diensten die uw faxlijn deelt. ● DSL: U hebt een DSL-service (Digital Subscriber Line) via uw telefoonmaatschappij. (DSL wordt in uw land/regio mogelijk ADSL genoemd.
Andere apparatuur of diensten die uw faxlijn delen DSL PBX Abonnemen t op specifieke belsignalen Gespreks oproepen Computermode m voor inbellen Antwoordappar aat Voicemailse rvice Aanbevolen installatiemethode fax Situatie C: De printer configureren met een PBXtelefoonsysteem of een ISDNlijn Situatie D: Fax met een specifiek belsignaal op dezelfde lijn Situatie E: Gedeelde telefoon-/faxlijn Situatie F: Gedeelde gespreks-/faxlijn met voicemail Situatie G: Gedeelde faxlijn met computermodem (er komen
Afbeelding 5-1 Achteraanzicht van de printer 1 Telefoonaansluiting op de wand 2 Sluit het telefoonsnoer aan op de poort 1-LINE aan de achterzijde van de printer. U moet mogelijk het telefoonsnoer op uw land-/regioadapter aansluiten. De printer instellen met een aparte faxlijn 1. Sluit het ene uiteinde van het telefoonsnoer aan op uw telefoonaansluiting en sluit vervolgens het andere einde op de poort 1-LINE aan de achterkant van de printer.
Afbeelding 5-2 Achteraanzicht van de printer 1 Telefoonaansluiting op de wand 2 DSL-filter (of ADSL-filter) en het door de DSL-provider geleverde snoer. 3 Sluit het telefoonsnoer aan op de poort 1-LINE aan de achterzijde van de printer. U moet mogelijk het telefoonsnoer op uw land-/regioadapter aansluiten. De printer installeren met een DSL-lijn 1. U kunt een DSL-filter aanschaffen bij uw DSL-provider. 2.
OPMERKING: Bij sommige ISDN-systemen kunt u de poorten configureren voor specifieke telefoonapparatuur. U kunt bijvoorbeeld een poort toewijzen aan een telefoon en Groep 3-faxapparaat en een andere voor meerdere doelen. Als u steeds problemen ondervindt wanneer u bent verbonden met de fax-/telefoonpoort van uw ISDN-converter, kunt u proberen om het apparaat aan te sluiten op de multifunctionele poort. Die kan gemarkeerd zijn als "multi-combi" of iets dergelijks.
3. Wijzig de instelling Specifiek belsignaal , zodat deze overeenstemt met het patroon dat de telefoonmaatschappij aan uw faxnummer heeft toegekend. OPMERKING: De printer is standaard ingesteld om alle belpatronen te beantwoorden. Als u de Specifiek belsignaal niet instelt in overeenstemming met het belpatroon dat is toegekend aan uw faxnummer, dan beantwoordt de printer mogelijk zowel telefoonoproepen als faxoproepen of geen van beiden.
De printer instellen met een gedeelde spraak- en faxlijn 1. Sluit het ene uiteinde van het telefoonsnoer aan op uw telefoonaansluiting en sluit vervolgens het andere einde op de poort 1-LINE aan de achterkant van de printer. OPMERKING: 2. 3. 4. U moet mogelijk het telefoonsnoer op uw land-/regioadapter aansluiten.
Afbeelding 5-5 Achteraanzicht van de printer 1 Telefoonaansluiting op de wand 2 Sluit het telefoonsnoer aan op de poort 1-LINE aan de achterzijde van de printer. U moet mogelijk het telefoonsnoer op uw land-/regioadapter aansluiten. Instellen van de printer met voicemail 1. Sluit het ene uiteinde van het telefoonsnoer aan op uw telefoonaansluiting en sluit vervolgens het andere einde op de poort 1-LINE aan de achterkant van de printer.
Afbeelding 5-6 Achteraanzicht van de printer 1 Telefoonaansluiting op de wand 2 Sluit het telefoonsnoer aan op de poort 1-LINE aan de achterzijde van de printer. U moet mogelijk het telefoonsnoer op uw land-/regioadapter aansluiten. 3 Computer met modem De printer instellen met een computermodem voor inbellen 1. Verwijder de witte plug van de 2-EXT-poort achter op de printer. 2.
1 Telefoonaansluiting op de wand 2 Parallelle splitter 3 DSL/ADSL-filter Sluit het ene uiteinde van de telefoonsnoer aan op de poort 1-LINE aan de achterzijde van de printer. Sluit het andere uiteinde van het snoer aan op de DSL-/ADSL-filter. U moet mogelijk het telefoonsnoer op uw land-/regioadapter aansluiten. 4 Computer 5 DSL/ADSL-computermodem OPMERKING: U moet een parallelle splitter aanschaffen.
Als u problemen heeft met het installeren van extra apparatuur op de printer, neem dan contact op met uw lokale serviceprovider of verkoper voor hulp. Situatie H: Gedeelde lijn voor gespreks- en faxoproepen met computermodem Afhankelijk van het aantal telefoonpoorten op de computer zijn er twee verschillende manieren waarop u de printer kunt instellen.
De printer op dezelfde telefoonlijn instellen als een computer met twee telefoonpoorten 1. Verwijder de witte plug van de 2-EXT-poort achter op de printer. 2. Zoek het telefoonsnoer dat vanaf de achterzijde van de computer (de computerinbelmodem) is aangesloten op een telefoonaansluiting. Koppel het snoer los van de telefoonaansluiting en sluit het uiteinde aan op de 2-EXT-poort aan de achterkant van de printer. 3. Sluit een telefoon aan op de telefoonuitgang achter op het computermodem. 4.
1 Telefoonaansluiting op de wand 2 Parallelle splitter 3 DSL/ADSL-filter 4 Sluit het telefoonsnoer aan op de poort 1-LINE aan de achterzijde van de printer. U moet mogelijk het telefoonsnoer op uw land-/regioadapter aansluiten. 5 DSL/ADSL-modem 6 Computer 7 Telefoon OPMERKING: U moet een parallelle splitter aanschaffen. Een parallelle splitter heeft een RJ-11-poort aan de voorkant en twee RJ-11-poorten aan de achterkant.
4. Verbind de DSL-filter met de parallelle splitter. 5. Verbind de DSL-modem met de parallelle splitter. 6. Verbind de parallelle splitter met de wandcontactdoos. 7. Voer een faxtest uit. Wanneer de telefoon overgaat, antwoordt de printer automatisch na het aantal belsignalen dat u hebt ingesteld met de instelling Hoe vaak overgaan . De printer begint tonen voor het ontvangen van een fax uit te zenden naar het verzendende faxapparaat en ontvangt de fax.
OPMERKING: 4. U moet mogelijk het telefoonsnoer op uw land-/regioadapter aansluiten. (Optioneel) Als het antwoordapparaat niet is uitgerust met een ingebouwde telefoon, kunt u voor uw gemak een telefoon op de "OUT"-poort aan de achterkant van het antwoordapparaat aansluiten. OPMERKING: Als u geen externe telefoon kunt aansluiten op uw antwoordapparaat, kunt u een parallelle splitter (of verdeelstekker) aanschaffen. Hiermee kunnen zowel het antwoordapparaat als de telefoon op de printer worden aangesloten.
Afbeelding 5-13 Achteraanzicht van de printer 1 Telefoonaansluiting op de wand 2 "IN"-telefoonpoort op uw computer 3 "OUT"-telefoonpoort op uw computer 4 Telefoon (optioneel) 5 Antwoordapparaat: 6 Computer met modem 7 Sluit het telefoonsnoer aan op de poort 1-LINE aan de achterzijde van de printer. U moet mogelijk het telefoonsnoer op uw land-/regioadapter aansluiten. De printer op dezelfde telefoonlijn instellen als een computer met twee telefoonpoorten 1.
OPMERKING: Als u de instelling voor automatische faxontvangst niet uitschakelt in de software van uw modem, kan de printer geen faxen ontvangen. 7. Zet de Automatisch antwoorden -instelling aan. 8. Stel het antwoordapparaat in op beantwoorden na een klein aantal belsignalen. 9. Wijzig de instelling Hoe vaak overgaan op de printer en stel het maximale aantal belsignalen in dat door uw product wordt ondersteund. (Het maximumaantal belsignalen varieert per land/regio.) 10. Voer een faxtest uit.
OPMERKING: U moet een parallelle splitter aanschaffen. Een parallelle splitter heeft een RJ-11-poort aan de voorkant en twee RJ-11-poorten aan de achterkant. Gebruik geen telefoonsplitters voor twee lijnen, seriële splitters of parallelle splitters met twee RJ-11-poorten aan de achterzijde. Afbeelding 5-14 Voorbeeld van een parallelle splitter De printer installeren met een DSL/ADSL-computermodem 1. U kunt een DSL/ADSL-filter aanschaffen bij uw DSL/ADSL-provider.
Situatie K: Gedeelde lijn voor gespreks- en faxoproepen met een computermodem voor inbellen en voicemail Stel de printer in volgens de instructies in dit gedeelte als u op dezelfde lijn gespreks- als faxoproepen ontvangt, terwijl u tegelijkertijd een computermodem voor inbellen hebt aangesloten en een voicemailservice van uw telefoonmaatschappij hebt ingesteld. OPMERKING: U kunt faxen niet automatisch ontvangen als u een voicemailservice hebt op hetzelfde telefoonnummer dat u voor faxen gebruikt.
De printer op dezelfde telefoonlijn instellen als een computer met twee telefoonpoorten 1. Verwijder de witte plug van de 2-EXT-poort achter op de printer. 2. Zoek het telefoonsnoer dat vanaf de achterzijde van de computer (de computerinbelmodem) is aangesloten op een telefoonaansluiting. Koppel het snoer los van de telefoonaansluiting en sluit het uiteinde aan op de 2-EXT-poort aan de achterkant van de printer. 3. Sluit een telefoon aan op de telefoonuitgang achter op het computermodem. 4.
Ierland www.hp.com/ie/faxconfig Italië www.hp.com/it/faxconfig Test Faxinstallatie U kunt uw faxinstallatie testen om de status van de printer te controleren en om na te gaan of de instellingen juist zijn om te kunnen faxen. Voer deze test uit nadat u de printer hebt ingesteld voor faxen.
6 Webservices Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: ● Wat zijn webservices? ● Webservices instellen ● Webservices gebruiken ● Webservices verwijderen Wat zijn webservices? De printer biedt innovatieve oplossingen voor het web aan waarmee u snel toegang krijgt tot internet, documenten kunt ophalen en documenten sneller en met minder rompslomp kunt afdrukken... en dat allemaal zonder een computer te gebruiken.
Webservices instellen Zorg ervoor dat uw printer via Ethernet of draadloos is verbonden met het internet alvorens u webservices instelt. Gebruik een van onderstaande methodes om Web services te gebruiken: Om Webservices te configureren via het bedieningspaneel van de printer 1. Vanaf de bovenkant van het scherm tikt of veegt u in het tabblad naar beneden om het Dashboard te openen en tik vervolgens op ( Installatie ) 2. Raak Instellingen Web Services aan. 3.
Om Webservices te configureren via de HP-printersoftware (Windows) 1. Open de HP-printersoftware. Zie Open de HP-printersoftware (Windows) voor meer informatie. 2. Dubbelklik in het verschijnende venster op Afdrukken, scannen en faxen en selecteer vervolgens Printer verbinden met het web onder Afdrukken. De startpagina van de printer (geïntegreerde webserver) opent. 3. Klik op de tab Webservices . 4. Klik in het gedeelte Instellingen webservices op Installatie en vervolgens op Doorgaan.
Het HP ePrint -e-mailadres opzoeken 1. Vanuit het bedieningspaneel van de printer tikt of veegt u over het tabblad bovenaan het scherm om het dashboard te openen en gaat u als volgt te werk. a. Tik op ( Installatie ), tik vervolgens op Setup webservices en tik vervolgens op E-mailadres weergeven. b. Tik of veeg over het tabblad bovenaan het scherm om het dashboard te openen, tik op ( Installatie ) en tik vervolgens op Setup webservices. 2. Tik op Afdrukinfo.
Webservices verwijderen via de geïntegreerde webserver 90 1. Open EWS. Zie Geïntegreerde webserver voor meer informatie. 2. Klik op het tabblad Webservices, en klik vervolgens op Webservices verwijderen in de sectie Instellingen Webservices. 3. Klik op Webservices verwijderen. 4. Klik op Ja om de Webservices van uw printer te verwijderen.
7 Met cartridges werken Als u ervan verzekerd wilt zijn dat de afdrukkwaliteit van de printer optimaal blijft, moet u enkele eenvoudige onderhoudsprocedures uitvoeren. TIP: Zie Problemen met afdrukken als u problemen hebt met het kopiëren van documenten.
VOORZICHTIG: HP raadt aan om ontbrekende cartridges zo snel mogelijk te vervangen om problemen met de afdrukkwaliteit, mogelijk extra inktverbruik of schade aan het inktsysteem te voorkomen. Schakel de printer nooit uit wanneer er cartridges ontbreken. Verwante onderwerpen ● Geschatte inktniveaus controleren Geschatte inktniveaus controleren U kunt de geschatte inktniveaus controleren via de printersoftware of via het bedieningspaneel van de printer.
2. Open de toegangsklep van de printcartridges. OPMERKING: 3. NLWW Wacht tot de printerwagen niet meer beweegt voor u verder gaat. Druk op de voorkant van de cartridge om deze te ontgrendelen, en verwijder deze vervolgens uit de sleuf.
4. Haal de nieuwe cartridge uit de verpakking. 5. Gebruik de kleurcoderingen als leidraad en schuif de cartridge in de lege sleuf tot deze stevig vastzit. Zorg ervoor dat de kleurcodering op de cartridge overeenkomt met die op de houder. 94 6. Herhaal stap 3 tot en met 5 voor elke cartridge die u wilt vervangen. 7. Sluit de toegangsklep voor de cartridges.
Cartridges bestellen Ga naar www.hp.com om cartridges te bestellen. (Momenteel zijn sommige delen van de website van HP alleen beschikbaar in het Engels.) Online cartridges bestellen is niet in alle landen/regio's mogelijk. Veel landen hebben echter informatie over telefonisch bestellen, een lokale winkel vinden of een boodschappenlijstje afdrukken. Bovendien kunt u de pagina www.hp.com/buy/supplies bezoeken voor meer informatie over de aankoop van HP-producten in uw land.
De functie voor gebruiksinformatie uitschakelen 1. Vanuit het bedieningspaneel van de printer tikt u of veegt u in het tabblad bovenaan het scherm naar beneden om het Dashboard te openen, vervolgens tikt u op ( Installatie ). 2. Tik op Voorkeuren en vervolgens op Informatie anoniem gebruik opslaan om het uit te schakelen. OPMERKING: Herstel de fabrieksinstellingen om de functie gebruiksinformatie in te schakelen. Zie De fabrieksinstellingen herstellen voor meer informatie over het gebruiken van de EWS.
8 Netwerkinstallatie Bijkomende geavanceerde instellingen zijn beschikbaar op de startpagina van de printer (geïntegreerde webserver of EWS). Zie Geïntegreerde webserver voor meer informatie.
nog steeds niet kunt vinden, neem dan contact op met uw netwerkbeheerder of de persoon die het draadloos netwerk heeft ingesteld. De printer instellen op uw draadloos netwerk Gebruik de wizard Draadloos instellen vanaf het scherm van het bedieningspaneel van de printer om draadloze communicatie in te stellen. OPMERKING: Blader door de lijst op Voordat u begint vooraleer u verder gaat. 1.
Om over te schakelen van een draadloze verbinding naar een USB- of Ethernet-verbinding (Windows) ● Sluit de USB- of Ethernet-kabel aan op de printer. Om over te schakelen van een draadloze verbinding naar een USB- of Ethernet-verbinding (OS X) 1. Open Systeemvoorkeuren . 2. Klik op Printers & scanners . 3. Selecteer uw printer in het linkerpaneel en klik - onderaan de lijst. Doe hetzelfde voor de faxinvoer als er een aanwezig is voor de huidige verbinding. 4.
netwerkinstellingen, het herstellen van netwerkstandaarden en het in- of uitschakelen van de draadloze functie. VOORZICHTIG: De netwerkinstellingen worden voornamelijk beschreven voor referentiedoeleinden. Tenzij u een ervaren gebruiker bent, is het echter raadzaam om sommige van deze instellingen niet te wijzigen (zoals de verbindingssnelheid, IP-instellingen, standaardgateway en firewallinstellingen).
4. Raak IP-instellingen aan. Er verschijnt een waarschuwing dat de printer uit het netwerk wordt verwijderd als het IP-adres wordt gewijzigd. Raak OK aan om verder te gaan. 5. Kies om handmatig de instellingen te wijzigen Handmatig (statisch) en voer dan de juiste informatie voor de volgende instellingen in: ● IP-adres ● Subnetmasker ● Standaard gateway ● DNS-adres 6. Voer uw wijzigingen in en raak vervolgens Gereed aan. 7. Raak OK aan.
De verbindingsmethode wijzigen 1. Vanuit het bedieningspaneel van de printer tikt u of veegt u in het tabblad bovenaan het scherm naar beneden om het Dashboard te openen, vervolgens tikt u op (Wi-Fi Direct). 2. Druk op 3. Tik op Verbindingsmethode en selecteer vervolgens Automatisch of Handmatig . ( Instellingen ). Om vanaf een mobiel toestel met Wi-Fi af te drukken dat Wi-Fi Direct ondersteunt Zorg dat u de meest recente versie van de HP Print Service-plugin op uw mobiele toestel hebt geïnstalleerd.
Afdrukken vanaf een computer met Wifi (Windows) 1. Controleer of u de Wi-Fi Direct op de printer hebt ingeschakeld. 2. Schakel de Wi-Fi-verbinding van uw computer in. Raadpleeg voor meer informatie de documentatie bij de computer. OPMERKING: 3. Als uw computer geen Wi-Fi ondersteunt, kunt u Wi-Fi Direct niet gebruiken. Maak een nieuwe netwerkverbinding op uw computer. Gebruik uw normale werkwijze om een verbinding te maken met een nieuw draadloos netwerk of een hotspot.
9 Hulpprogramma's printerbeheer Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: ● Werkset (Windows) ● HP-hulpprogramma's (OS X) ● Geïntegreerde webserver Werkset (Windows) De Werkset geeft informatie over het onderhoud van de printer. Om de Werkset te openen 1. Open de HP-printersoftware. Zie Open de HP-printersoftware (Windows) voor meer informatie. 2. Klik op Afdrukken, scannen en faxen. . 3. Klik op Uw printer onderhouden.
● De geïntegreerde webserver kan niet worden geopend Over cookies De geïntegreerde webserver (EWS) plaatst zeer kleine tekstbestanden (cookies) op uw harde schijf wanneer u aan het browsen bent. Door deze bestanden kan de EWS uw computer herkennen bij uw volgende bezoek. Als u bijvoorbeeld de EWS-taal hebt geconfigureerd, helpt een cookie u onthouden welke taal u hebt gekozen zodat de volgende keer dat u de EWS opent, de pagina's in die taal worden weergegeven.
4. Schakel vanaf uw draadloze computer of mobiel toestel draadloos in, zoek naar en verbind met de naam van Wi-Fi Direct, bijvoorbeeld: DIRECT-**-HP OfficeJet Pro 6970 (waarbij ** unieke tekens zijn om uw printer te identificeren). Voer het wachtwoord van Wi-Fi Direct in als dit wordt gevraagd. 5. Typ in een ondersteunende webbrowser op uw computer het volgende adres in: http:// 192.168.223.1.
10 Een probleem oplossen Dit hoofdstuk bevat suggesties voor het oplossen van veelvoorkomende problemen. Indien uw printer niet goed werkt en deze oplossingen uw probleem niet hebben opgelost, probeer dan om een van de ondersteunende services in HP-ondersteuning te gebruiken voor hulp.
VOORZICHTIG: Om mogelijke schade aan de printkoppen te voorkomen moet u papierstoringen zo snel mogelijk oplossen. Een papierstoring in de invoerlade verhelpen 1. Trek de uitvoerlade naar boven. 2. Trek de invoerlade naar buiten om ze te verlengen. 3. Druk de knoppen aan beide kanten van de invoerlade in en trek om de invoerlade te verwijderen.
4. Controleer de opening in de printer waar de invoerlade zich bevond. Als er vastgelopen papier aanwezig is, grijp dan in de opening en neem het papier met beide handen vast en trek het naar u toe. VOORZICHTIG: Als het papier scheurt wanneer u het van de rollen verwijdert, moet u de rollen en wieltjes controleren op gescheurde stukjes papier die in de printer kunnen zijn achtergebleven. Als u niet alle stukjes papier uit de printer verwijdert, is de kans groot dat er nieuwe papierstoringen optreden. 5.
b. Als u het vastgelopen papier in de printer hebt gevonden, pak het dan met beide handen vast en trek het naar u toe. VOORZICHTIG: Als het papier scheurt wanneer u het van de rollen verwijdert, moet u de rollen en wieltjes controleren op gescheurde stukjes papier die in de printer kunnen zijn achtergebleven. Als u niet alle stukjes papier uit de printer verwijdert, is de kans groot dat er nieuwe papierstoringen optreden. c. 4. Plaats de papierbaankap terug tot ze terug op haar plaats zit.
a. Als er een vastgelopen papier aanwezig is, verplaats de wagen met inktcartridges dan naar de rechterkant van de printer, grijp het vastgelopen papier met twee handen vast en trek het naar u toe. VOORZICHTIG: Als het papier scheurt wanneer u het van de rollen verwijdert, moet u de rollen en wieltjes controleren op gescheurde stukjes papier die in de printer kunnen zijn achtergebleven. Als u niet alle stukjes papier uit de printer verwijdert, is de kans groot dat er nieuwe papierstoringen optreden. b.
2. Til het groene lipje op de voorste rand van de documentinvoer op. 3. Trek het vastgelopen papier voorzichtig tussen de rollers vandaan. VOORZICHTIG: Als het papier scheurt wanneer u het van de rollen verwijdert, moet u de rollen en wieltjes controleren op gescheurde stukjes papier die in de printer kunnen zijn achtergebleven. Als u niet alle stukjes papier uit de printer verwijdert, is de kans groot dat er nieuwe papierstoringen optreden. 4.
OPMERKING: De online probleemoplossingswizards van HP zijn mogelijk niet in alle talen beschikbaar. Lees de algemene instructies in het menu Help om een storing van de wagen met inktcartridges te verwijderen Verwijder alle voorwerpen, bijvoorbeeld papier, die de wagen met printcartridges blokkeren. OPMERKING: Gebruik geen gereedschap of andere apparaten om vastgelopen papier te verwijderen. Wees altijd voorzichtig bij het verwijderen van vastgelopen papier in de printer.
● ● ● Zorg ervoor dat de stapel papier is uitgelijnd met de juiste papierformaatlijnen op de bodem van de invoerlade en dat hij de stapelhoogtemarkering op een of meerdere etiketten aan de zijkant van de papierbreedtegeleider van de invoerlade niet overschrijdt. ● Kijk na of het papier niet in de lade geklemd zit. Maak het papier weer recht door het in de tegenovergestelde richting van de krul te buigen.
Lees de algemene instructies in het menu Help om afdrukproblemen op te lossen Afdrukproblemen oplossen (Windows) Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat er papier in de lade zit. Indien u nog steeds niet kunt afdrukken, moet u het volgende in deze volgorde proberen: 1. Kijk na of er foutberichten verschijnen op het printerbeeldscherm en los deze op door de instructies op het scherm te volgen. 2.
b. ● Windows Vista: Klik vanuit het Start-menu van Windows op Configuratiescherm en klik vervolgens op Printers. ● Windows XP: Klik vanuit het Start-menu van Windows op Configuratiescherm en klik vervolgens op Printers en faxen. Controleer of de juiste printer als standaardprinter is ingesteld. Naast de standaardprinter staat een vinkje in een zwarte of groene cirkel. 5. c.
Windows Vista i. Klik in het menu Start van Windows op Configuratiescherm, Systeem en onderhoud en vervolgens op Systeembeheer. ii. Dubbelklik op Services. iii. Klik met de rechtermuisknop op Printerspoolservice en klik vervolgens op Eigenschappen. iv. Zorg er in het tabblad Algemeen voor dat naast Opstarttype Automatisch is geselecteerd. v. Als de service niet al actief is, klik dan onder Servicestatus op Start en vervolgens op OK. Windows XP b. i.
d. Als er nog steeds documenten in de wachtrij staan, start u de computer opnieuw op en probeert u daarna opnieuw af te drukken. e. Controleer de afdrukwachtrij nogmaals om te zien of ze leeg is en probeer vervolgens opnieuw af te drukken. Controleren of uw printer is verbonden met het stroomnet 1. Zorg dat het netsnoer goed op de printer is aangesloten. 1 Stroomaansluiting van de printer 2 Aansluiting op stopcontact 2. Controleer de knop Aan/uit op de printer.
c. Klik op een afdruktaak om deze te selecteren. Gebruik de volgende knoppen om de afdruktaak te beheren: d. 4. ● Verwijderen: De geselecteerde afdruktaak annuleren. ● Stel uit: de geselecteerde afdruktaak onderbreken. ● Doorgaan: Een onderbroken afdruktaak hervatten. ● Printer onderbreken: hiermee onderbreekt u alle afdruktaken in de wachtrij. Als u wijzigingen hebt doorgevoerd, probeert u opnieuw af te drukken. Start de computer opnieuw op.
5. Druk een diagnostiekpagina af als de inkt van de cartridges niet bijna op is. Een diagnosepagina afdrukken met behulp van printersoftware 6. a. Plaats ongebruikt, wit gewoon papier van A4-, Letter- of Legal-formaat in de invoerlade. b. Open de HP-printersoftware. Zie Open de HP-printersoftware (Windows) voor meer informatie. c. Klik in de printersoftware op Afdrukken, scannen en faxen en dan op Uw printer onderhouden om de printerwerkset te openen. d.
Om de printkop vanuit de software uit te lijnen a. Plaats gewoon wit papier van A4-formaat in de invoerlade. b. Open HP-hulpprogramma. OPMERKING: U vindt HP-hulpprogramma in de map HP in de map Toepassingen op het hoogste niveau van de harde schijf. 6. c. Selecteer uw printer uit de apparatenlijst links van het venster. d. Klik op Uitlijnen. e. Klik op Lijn uit en volg de instructies op het scherm. f. Klik op Alle instellingen om terug te keren naar het scherm Informatie en ondersteuning.
De printerkwaliteit verbeteren vanuit het bedieningspaneel van de printer 1. Controleer of u originele HP-cartridges gebruikt. 2. Zorg ervoor dat u de juiste papiersoort en afdrukkwaliteit selecteerde. 3. Controleer de geschatte inktniveaus om te bepalen of de inkt van de cartridges bijna op is. Zie Geschatte inktniveaus controleren voor meer informatie. Overweeg de cartridges te vervangen als de inkt bijna op is. 4. Lijn de printkop uit. De printkop uitlijnen vanaf het printerscherm 5. a.
Vraag instructies die u doorheen de verschillende stappen leiden als de printer geen kopie maakt of als uw afdrukken van lage kwaliteit zijn. OPMERKING: De online probleemoplossingswizards van HP zijn mogelijk niet in alle talen beschikbaar. Tips voor geslaagd kopiëren en scannen Scanproblemen HP Print and Scan Doctor De HP Print and Scan Doctor is een hulpprogramma dat zal proberen om het probleem automatisch vast te stellen en op te lossen.
3. Ga op het scherm Fax naar rechts en druk op Installatie , en op Installatiewizard, en volg vervolgens de instructies op het scherm. De printer geeft de status van de test weer op het scherm en drukt een rapport af. 4. Bekijk het rapport. ● Bekijk de onderstaande oplossingen als de faxtest is mislukt. ● Controleer of de faxinstellingen in het rapport juist zijn als er nog steeds sprake is van faxproblemen, terwijl de faxtest is geslaagd.
● Probeer een fax te verzenden of te ontvangen. Als dit lukt, is er waarschijnlijk niets aan de hand. Nadat u de gevonden problemen hebt opgelost, voert u de faxtest nogmaals uit om te controleren of de test slaagt en de printer gereed is om te faxen. Het testen van de verbinding van het telefoonsnoer met de juiste poort op de fax is mislukt Het gebruik van een splitter veroorzaakt mogelijk faxproblemen. (Een splitter is een verdeelstekker die wordt aangesloten op een telefoonaansluiting op de wand.
Het testen van het juiste soort telefoonsnoer met de fax is mislukt ● Sluit het ene uiteinde van het telefoonsnoer aan op uw telefoonaansluiting en sluit vervolgens het andere einde op de poort 1-LINE aan de achterkant van de printer. 1 Telefoonaansluiting op de wand 2 Sluit het telefoonsnoer aan op de poort 1-LINE aan de achterzijde van de printer. ● Controleer de verbinding tussen de wandcontactdoos voor de telefoon en de printer en zorg ervoor dat het telefoonsnoer correct is bevestigd.
op de lijn en luistert u naar de kiestoon. Als u geen normale kiestoon hoort, is de telefoonlijn mogelijk bedoeld voor digitale telefoons. Sluit de printer aan op een analoge telefoonlijn en probeer een fax te verzenden of ontvangen. Nadat u de gevonden problemen hebt opgelost, voert u de faxtest nogmaals uit om te controleren of de test slaagt en de printer gereed is om te faxen. Als de test Beltoondetectie blijft mislukken, vraagt u de telefoonmaatschappij om uw telefoonlijn te controleren.
Op het scherm wordt altijd Telefoon van haak weergegeven ● Wij raden u aan een tweeaderig telefoonsnoer te gebruiken. ● Mogelijk is er andere apparatuur die gebruikmaakt van dezelfde telefoonlijn als de printer. Zorg dat extensietoestellen (telefoontoestellen op dezelfde telefoonlijn, maar niet aangesloten op de printer) of andere apparatuur van de haak liggen of niet in gebruik zijn.
u het kunt oplossen. In geval van een fout kan de printer pas faxberichten verzenden of ontvangen wanneer de foutsituatie is opgelost. ● Er is sprake van ruis op de telefoonlijn. Telefoonlijnen met een slechte geluidskwaliteit (ruis) kunnen faxproblemen veroorzaken. Controleer de geluidskwaliteit van de telefoonlijn door een telefoontoestel op een wandcontactdoos voor de telefoon aan te sluiten en door vervolgens te luisteren of er sprake is van storingen of andere ruis.
● Als u naast de printer een antwoordapparaat gebruikt op dezelfde telefoonlijn, kan een van de volgende problemen zich voordoen: ● Het antwoordapparaat is mogelijk niet correct geïnstalleerd voor de printer. ● Het bericht dat is ingesproken op het antwoordapparaat, kan te lang of te luid zijn, waardoor de printer geen faxtonen kan detecteren en het verzendende faxapparaat de verbinding verbreekt.
U kunt ook faxen verzenden via handsfree kiezen. Hierdoor kunt u de telefoonlijn horen terwijl u een nummer kiest. U kunt de kiessnelheid zelf bepalen en reageren op kiestonen terwijl u een nummer kiest. ● Het nummer dat u hebt ingevoerd bij het verzenden van de fax heeft niet de juiste indeling of er zijn problemen met het faxapparaat dat de fax moet ontvangen. U kunt dit controleren door het desbetreffende faxnummer te bellen met een gewone telefoon en te luisteren of u ook faxtonen hoort.
● Uw firewall- of antivirusprobleem oplossen, als u vermoedt dat het verhindert dat uw computer verbinding maakt met de printer. OPMERKING: De HP Print and Scan Doctor en de online probleemoplossingswizards van HP zijn mogelijk niet in alle talen beschikbaar. Lees de algemene instructies in het menu Help voor draadloze probleemoplossing Controleer de netwerkconfiguratie of druk het draadloze testrapport af om u te helpen bij het vinden van problemen met de netwerkverbinding. 1.
▲ Vanuit het bedieningspaneel van de printer tikt u of veegt u in het tabblad bovenaan het scherm naar beneden om het Dashboard te openen, vervolgens tikt u op (Wi-Fi Direct). 2. Op uw draadloze computer of uw mobiel apparaat schakelt u de Wi-Fi-verbinding in zoekt u naar en maakt u verbinding met de naam van Wi-Fi Direct van uw printer. 3. Voer het wachtwoord van Wi-Fi Direct in als dit wordt gevraagd. 4.
Uitlijning printkop ontbreekt ● Controleer of u de afgedrukte pagina met de afdrukzijde naar beneden heeft geplaatst en of deze goed op de glasplaat van de scanner is geplaatst, zoals afgebeeld. ● Als het uitlijningsproces mislukt, zorg er dan voor dat u ongebruikt, gewoon wit papier in de invoerlade hebt geplaatst. Wanneer bij het uitlijnen van de printkop gekleurd papier in de invoerlade is geplaatst, mislukt de uitlijning.
● Netwerkconfiguratiepagina ● Rapport afdrukkwaliteit ● Testrapport draadloze verbinding ● Testrapport webtoegang Een printerstatusrapport afdrukken 1. Vanuit het bedieningspaneel van de printer tikt u of veegt u in het tabblad bovenaan het scherm naar beneden om het Dashboard te openen en tikt u op ( Installatie ). 2. Raak Rapporten aan. 3. Selecteer een printerrapport om af te drukken.
Testrapport webtoegang Druk het rapport van de webtoegang af voor hulp bij de identificatie van internetverbindingsproblemen die Webservices kunnen beïnvloeden. Problemen oplossen bij gebruik van Webservices Als u problemen ondervindt in het gebruik van Webservices, zoals HP ePrint , controleer dan het volgende: ● Zorg ervoor dat de printer is aangesloten op het internet door middel van een Ethernet- of draadloze verbinding. OPMERKING: kabel.
De glasplaat van de scanner reinigen Stof of vuil op de glasplaat van de scanner, op de binnenkant van de scannerklep of het scannerkader kunnen de werking van het apparaat vertragen en een negatieve invloed hebben op speciale functies, zoals het aanpassen van kopieën aan een bepaald paginaformaat. De glasplaat van de scanner reinigen WAARSCHUWING! Vooraleer u de printer reinigt, moet u de printer uitschakelen door op knop) te drukken en de stekker uit het stopcontact trekken. (de Aan/uit- 1.
Gebruik een zachte, vochtige, pluisvrije doek om stof en vlekken van de behuizing te verwijderen. Zorg ervoor dat er geen vloeistoffen in de printer of op het bedieningspaneel van de printer terechtkomen. De documentinvoer schoonmaken Als de documentinvoer meerdere pagina's tegelijk ontvangt of als deze geen gewoon papier ontvangt, kunt u de rollen en het scheidingsmechanisme reinigen.
Onherdoud de printkop en cartridges Als er problemen optreden tijdens het afdrukken, kan er iets mis zijn met de printkop. U moet de procedures in de volgende hoofdstukken alleen uitvoeren als u hiertoe opdracht krijgt om problemen met de afdrukkwaliteit op te lossen. De uitlijn- en reinigingsprocedures onnodig uitvoeren kan inkt verspillen en de levensduur van de cartridges verkorten. ● Reinig de printkop als uw afgedrukte kopie strepen bevat of als er kleuren ontbreken. Er zijn drie reinigingsfasen.
6. ● Kopiëren ● Scannen ● Faxen ● Foto ● Netwerk Druk op Doorgaan. Er verschijnt een bericht waarin staat dat de instellingen worden teruggezet. 7. Raak Ja aan. Om de printer terug te zetten naar de originele fabrieksinstellingen 1. Vanuit het bedieningspaneel van de printer tikt u of veegt u in het tabblad bovenaan het scherm naar beneden om het Dashboard te openen, vervolgens tikt u op ( Installatie ). 2. Raak Printeronderhoud aan. 3. Druk op Terugzetten. 4.
HP-ondersteuning Ga voor de nieuwste productupdates en ondersteuningsinformatie naar de ondersteuningswebsite van de printer op www.support.hp.com. HP online-ondersteuning biedt verschillende opties om u te helpen met uw printer: Drivers & downloads: Download softwaredrivers en -updates en producthandleidingen en documentatie die bij uw printer werden geleverd. HP-ondersteuningsforums: Ga naar de ondersteuningsforums van HP voor antwoorden op algemene vragen en problemen.
Extra garantieopties U kunt voor de printer een verlengde garantie kopen. Ga naar www.support.hp.com , selecteer uw land/regio en taal en verken de uitgebreide garantiemogelijkheden voor uw printer.
A Technische informatie Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: ● Specificaties ● Wettelijk verplichte informatie ● Programma voor milieubeheer Specificaties Ga voor meer informatie naar www.support.hp.com . Selecteer uw land/regio. Klik op Productondersteuning en problemen oplossen. Voer de naam in die u terugvindt op de voorkant van de printer. Selecteer dan Zoeken. Klik op Productinformatie en vervolgens Productspecificaties.
Papierformaat en gewicht Raadpleeg de HP-printersoftware voor een lijst van ondersteunde papierformaten.
● Overdracht tot 33,6 Kbps. ● Snelheid van 4 sec. per pagina bij 33,6 Kbps (volgens ITU-T-testafbeelding nr. 1 bij standaardresolutie). Meer complexe pagina's of een hogere resolutie duren langer en nemen meer geheugen in beslag. ● Oproepherkenning met automatisch schakelen tussen fax en antwoordapparaat.
– Bericht voor gebruikers in Brazilië – Bericht voor gebruikers in Canada – Bericht aan gebruikers in Taiwan – Bericht aan gebruikers in Mexico – Kennisgeving aan gebruikers in Japan – Bericht aan gebruikers in Korea Voorgeschreven identificatienummer van het model Voor wettelijke identificatiedoeleinden is aan dit product een voorgeschreven modelnummer toegewezen. Het voorgeschreven modelnummer voor uw product is SNPRC-1501-01.
FCC-verklaring Bericht aan gebruikers in Korea NLWW Wettelijk verplichte informatie 147
VCCI (Klasse B) conformiteitverklaring voor gebruikers in Japan Bericht aan gebruikers in Japan over het netsnoer Verklaring geluidsemissie voor Duitsland Verklaring beeldschermwerk voor Duitsland 148 Bijlage A Technische informatie NLWW
Bericht aan gebruikers van het Amerikaanse telefoonnetwerk: FCC-vereisten NLWW Wettelijk verplichte informatie 149
Bericht aan gebruikers van het Canadese telefoonnetwerk 150 Bijlage A Technische informatie NLWW
Bericht aan gebruikers van het Duitse telefoonnetwerk Verklaring vaste fax Australië Bericht voor de Europese Unie Producten met CE-label voldoen aan een of meer van de volgende EU-richtlijnen die mogelijk van toepassing zijn: Laagspanningsrichtlijn 2006/95/EC, EMC-richtlijn 2004/108/EC, Ecodesign-richtlijn 2009/125/EC, R&TTE-richtlijn 1999/5/EC, RoHS-richtlijn 2011/65/EU.
telefoonnetten in de verschillende landen, biedt deze algemene Europese goedkeuring geen volledige garantie dat het apparaat vanaf elk aansluitingspunt op het openbare netwerk naar behoren zal functioneren. Als u problemen hebt met het apparaat, neemt u in eerste instantie contact op met de leverancier van het apparaat.
Conformiteitverklaring NLWW Wettelijk verplichte informatie 153
Wettelijke informatie inzake draadloze producten Dit hoofdstuk bevat de volgende overheidsinformatie met betrekking tot draadloze producten: ● Blootstelling aan straling op radiofrequentie ● Bericht voor gebruikers in Brazilië ● Bericht voor gebruikers in Canada ● Bericht aan gebruikers in Taiwan ● Bericht aan gebruikers in Mexico ● Kennisgeving aan gebruikers in Japan ● Bericht aan gebruikers in Korea Blootstelling aan straling op radiofrequentie Bericht voor gebruikers in Brazilië 154 Bijl
Bericht voor gebruikers in Canada Bericht aan gebruikers in Taiwan NLWW Wettelijk verplichte informatie 155
Bericht aan gebruikers in Mexico Kennisgeving aan gebruikers in Japan Bericht aan gebruikers in Korea Programma voor milieubeheer HP streeft ernaar om producten van hoge kwaliteit te leveren die op milieuvriendelijke wijze zijn geproduceerd. Dit product is ontworpen met het oog op recycling. Het aantal materialen is tot een minimum beperkt, zonder dat dit ten koste gaat van de functionaliteit en de betrouwbaarheid.
● China energielabel voor printer, fax en kopieermachine ● The Table of Hazardous Substances/Elements and their Content (China) (tabel van gevaarlijke stoffen/ elementen en hun inhoud) ● Aanwezigheidsverklaring markering van de aan beperkingen onderworpen stoffen (Taiwan) ● EPEAT ● Afvoer van batterijen in Taiwan ● California Perchloraat materiaalbericht ● EU-batterijrichtlijn ● Batterijmelding voor Brazilië Eco-Tips HP is geëngageerd om klanten hun ecologische voetstap te helpen verminderen
Recyclingprogramma van HP inkjet-onderdelen HP streeft ernaar om het milieu te beschermen. Het recyclingprogramma van HP Inkjet-onderdelen is in veel landen/regio's beschikbaar. Het programma biedt u de mogelijkheid gebruikte print- en inktcartridges gratis te recyclen. Ga voor meer informatie naar de volgende website: www.hp.
Beperking voor gevaarlijke producten (India) Gebruikersinformatie China SEPA Ecolabel NLWW Programma voor milieubeheer 159
China energielabel voor printer, fax en kopieermachine 160 Bijlage A Technische informatie NLWW
The Table of Hazardous Substances/Elements and their Content (China) (tabel van gevaarlijke stoffen/elementen en hun inhoud) NLWW Programma voor milieubeheer 161
Aanwezigheidsverklaring markering van de aan beperkingen onderworpen stoffen (Taiwan) EPEAT 162 Bijlage A Technische informatie NLWW
Afvoer van batterijen in Taiwan California Perchloraat materiaalbericht NLWW Programma voor milieubeheer 163
EU-batterijrichtlijn 164 Bijlage A Technische informatie NLWW
Batterijmelding voor Brazilië NLWW Programma voor milieubeheer 165
Index A ADSL, fax configureren met parallelle telefoonsystemen 67 afdrukken details laatste fax 62 diagnosepagina 135 dubbelzijdig 29 faxen 50 faxen vanuit het geheugen 50 faxlogs 62 faxrapporten 60 problemen oplossen 133 afdrukken, aan beide zijden 29 afdrukkwaliteit vlekken verwijderen 139 afdrukmateriaal dubbelzijdig afdrukken 29 antwoordapparaat configuratie met fax en modem 79 installatie met fax (parallelle telefoonsystemen) 78 opgenomen faxtonen 131 automatisch fax verkleinen 51 B back-upfax 49 bedie
problemen oplossen 123 specificaties 144 test mislukt 124 verzenden 44 faxen antwoordapparaat, installatie (parallelle telefoonsystemen) 78 aparte geïnstalleerde lijn (parallelle telefoonsystemen) 66 automatisch antwoorden 56 bevestigingsrapporten 61 doorsturen 50 DSL, configureren (parallelle telefoonsystemen) 67 foutrapporten 61 gedeelde telefoonlijninstallatie (parallelle telefoonsystemen) 70 installatie specifiek belsignaal (parallelle telefoonsystemen) 69 installatie test 85 instellingen wijzigen 55 ki
installeren voicemail (parallelle telefoonsystemen) 71 instellen antwoordapparaat en modem (parallelle telefoonsystemen) 79 computermodem en antwoordapparaat (parallelle telefoonsystemen) 79 instellen, opties opnieuw kiezen 58 instellingen faxscenario's 64 netwerk 99 snelheid, fax 58 Instellingen volume, fax 59 Internet Protocol (internetprotocol) fax, gebruiken 60 IP-adres printer opsporen 106 IP-instellingen 100 ISDN-lijn, configureren met fax parallelle telefoonsystemen 68 J juiste poort testen, fax 125
printersoftware (Windows) openen 22, 104 over 104 printkop 139 schoonmaken 139 printkop, uitlijnen 139 printkop uitlijnen 139 problemen met de papieraanvoer, problemen oplossen 113 problemen oplossen afdrukken 133 antwoordapparaten 131 Fax 123 faxen ontvangen 128, 129 faxen verzenden 128, 130 faxhardwaretest is mislukt 124 faxkiestoontest mislukt 126 faxlijntest is mislukt 127 faxtests 124 geïntegreerde webserver (EWS) 106 hulp van het bedieningspaneel 134 meerdere vellen opgenomen 114 netwerkconfiguratiepa
USB-verbinding poort, locatie 6, 7 V verbindingssnelheid, instellen 100 verkleinen van fax 51 vochtigheidsspecificaties 143 voeding problemen oplossen 133 voicemail installatie met fax en computermodem (parallelle telefoonsystemen) 83 installeren met fax (parallelle telefoonsystemen) 71 volume faxgeluiden 59 voorschriften voorgeschreven identificatienummer van het model 146 W wagen storingen met de wagen oplossen 112 Webscan 38 websites milieuprogramma's 156 toegankelijkheidsinformatie 2 weergeven netwerk