Quick Start Guide

66 Aan de slag
De muisknoppen gebruiken
De muis heeft twee of drie knoppen:
! Klik met de linkermuisknop (A) om de cursor te plaatsen of
om een item te kiezen.
! Klik met de rechtermuisknop (C) om een menu met
opdrachten af te beelden voor het item waarop u hebt
geklikt.
! Op bepaalde modellen kunt u de wielknop (B) in het
midden gebruiken om te bladeren of voor de functie
Pannen.
De volgende termen worden gebruikt in verband met de muis:
! Klikken wil zeggen de linkermuisknop één keer indrukken
en weer loslaten.
! Dubbelklikken wil zeggen twee keer snel na elkaar klikken met de linkermuisknop.
! Klikken met de rechtermuisknop wil zeggen de rechtermuisknop één keer indrukken en
weer loslaten.
Om een item te selecteren, klikt u op het item.
Om naast of onder elkaar staande items in een lijst of groep te selecteren, klikt u op het
eerste item in de lijst, drukt u op de toets Shift en houdt u deze ingedrukt terwijl u op het
laatste item klikt.
Om niet direct naast of onder elkaar staande items te selecteren, klikt u op het eerste item,
drukt u op de toets Ctrl en houdt u deze ingedrukt terwijl u op extra items klikt.
U kunt de functie van de linker- en rechtermuisknop omwisselen voor linkshandig gebruik.
Zie “Functies van de muisknoppen omwisselen.”
Schuiven
Wanneer u met de linkermuisknop hebt geklikt om de cursor in een document te plaatsen,
kunt u de wielknop als volgt gebruiken:
! Om naar het begin van een document te schuiven, draait u de wielknop naar boven
(van u af).
! Om naar het einde van een document te schuiven, draait u de wielknop naar
beneden (naar u toe).
OPMERKING: Uw muis ziet er mogelijk anders uit dan het
hier afgebeelde model.