Quick Start Guide
Luidsprekers of een microfoon aansluiten 35
4 Steek het netsnoer van het luidsprekersysteem in een stopcontact.
5 Zet het luidsprekersysteem aan.
6 Nadat de luidsprekers zijn aangesloten op de computer, configureert u de
audiosoftware voor geluidsuitvoer voor uw computermodel. Zie "Opties voor
luidsprekers en geluid configureren."
! Geluidskaart met digitale uitvoer en connectoren van type 3: zie "Audio-uitgang
configureren met Multichannel Sound Manager." Volg de instructies om de uitvoer
van digitaal geluid in te schakelen.
! Geluidskaart met digitale uitvoer en connectoren van type 6: zie "Audio-uitgang
configureren met Sound Effect Manager." De uitvoer van digitaal geluid is
standaard al ingeschakeld.
! Geluidskaart: zie "Audio-uitgang configureren met een geluidskaart." Volg de
instructies om de uitvoer van digitaal geluid in te schakelen.
Hoofdtelefoon aansluiten
Uw computer heeft aan de voorkant een hoofdtelefoonconnector (limoengroen). De
hoofdtelefoonconnector heeft als label een pictogram van een hoofdtelefoon.
U kunt de hoofdtelefoon ook aansluiten op de limoengroene audio-uitgang aan de
achterkant van de computer.
Een 2.1 luidsprekersysteem met
hoofdtelefoon gebruiken
Voor bepaalde modellen met een 2.1 luidsprekersysteem is aan de rechterkant van de
hoofdluidspreker een hoofdtelefoonconnector te vinden. Als de hoofdtelefoon is
aangesloten, wordt het geluid van de luidsprekers en de subwoofer gedempt.
Een 5.1 tot 7.1 luidsprekersysteem met
hoofdtelefoon gebruiken
Voor geselecteerde modellen met een 5.1 luidsprekersysteem en hoger, is aan de
rechterkant van de bedieningstoren een hoofdtelefoonconnector te vinden.
Als op de bedieningstoren HP (voor hoofdtelefoon) wordt weergegeven, is de
hoofdtelefoon ingeschakeld en is het geluid van de luidsprekers en de subwoofer
gedempt.
! Houd de Aan/uit-knop op de bedieningstoren gedurende een aantal seconden
ingedrukt om het geluid van de luidsprekers in te schakelen.
! Druk kort op de Aan/uit-knop om de hoofdtelefoon in te schakelen.










