Quick Start Guide
Luidsprekers of een microfoon aansluiten 25
3 Sluit de kabel van de achterste luidsprekers aan op de zwarte connector aan de
achterkant van uw computer.
Voor systemen met connectoren van type 3 functioneert de blauwe audio-ingang als
de uitgang voor de achterste luidsprekers wanneer een audioconfiguratie met
meerdere kanalen wordt geactiveerd.
4 Sluit de kabel van de middenluidspreker/subwoofer aan op de gouden connector (of
de roze microfoonconnector) aan de achterkant van uw computer.
Voor systemen met connectoren van type 3 functioneert de roze microfooningang als
de uitgang voor een middenluidspreker/subwoofer wanneer een audioconfiguratie
met meerdere kanalen wordt geactiveerd.
5 Sluit de kabels van het luidsprekersysteem aan.
6 Sluit de voorste, achterste en middenluidsprekers aan op de subwoofer. Raadpleeg de
documentatie bij de luidsprekers.
7 Schakel de computer in.
8 Steek het netsnoer van het luidsprekersysteem in een stopcontact.
9 Zet het luidsprekersysteem aan.
10 Nadat de luidsprekers zijn aangesloten op de computer, configureert u de
audiosoftware voor geluidsuitvoer voor uw computermodel. Zie "Opties voor
luidsprekers en geluid configureren."
! Type 3: Zie "Audio-uitgang configureren met Multichannel Sound Manager."
! Type 6: Zie "Audio-uitgang configureren met Sound Effect Manager."
! Type 6 — multi-streaming: Zie "Audio-uitgang configureren met Sound Effect
Manager."
! Geluidskaart: Zie "Audio-uitgang configureren met een geluidskaart."
OPMERKING: Schakel de computer altijd in voordat u het luidsprekersysteem
aanzet.
3
6
S
3
6
S










