Quick Start Guide

24 Aan de slag
7 Steek het netsnoer van het luidsprekersysteem in een stopcontact.
8 Zet het luidsprekersysteem aan.
9 Nadat de luidsprekers zijn aangesloten op de computer, configureert u de
audiosoftware voor geluidsuitvoer voor uw computermodel. Zie "Opties voor
luidsprekers en geluid configureren."
! Type 3: Zie "Audio-uitgang configureren met Multichannel Sound Manager."
! Type 6: Zie "Audio-uitgang configureren met Sound Effect Manager."
! Geluidskaart: Zie "Audio-uitgang configureren met een geluidskaart."
Het diagram hieronder toont een typische 4.1 geluidsinstallatie:
5.1 luidsprekersysteem aansluiten (5 luidsprekers
en een subwoofer)
U kunt als volgt twee luidsprekers vóór, twee luidsprekers achter, een middenluidspreker
en een subwoofer (5.1 luidsprekersysteem) aansluiten voor uitvoer via zes kanalen:
1 Schakel de computer uit.
2 Sluit de kabel van de voorste luidsprekers aan op de limoengroene audio-uitgang aan
de achterkant van uw computer.
OUT
IN
OPMERKING:
! Type 3 bestaat uit drie connectoren.
! Type 6 bestaat uit zes connectoren.
! Type S bestaat uit een geluidskaart.
3
6
S