Quick Start Guide

12 Aan de slag
Een kabelverbinding (Ethernet) instellen
De Ethernet-verbinding met de netwerkadapter (kan ook een Network Interface Card of
NIC worden genoemd) voorziet in een verbinding met hoge snelheid, ook wel
breedbandverbinding genoemd, met een Ethernet-netwerk (10BaseT) of een Fast Ethernet-
netwerk (100BaseT). Nadat u de netwerkadapter hebt aangesloten op een netwerk, zoals
een LAN, kunt u via het netwerk verbinding maken met het internet.
1 Sluit een Ethernet-kabel aan op de Ethernet-connector (A) aan de achterkant van de
computer en op de netwerkrouter of een LAN-apparaat.
A Ethernet-connector (RJ-45-poort)
B Ethernet-indicatoren
2 Als de computer ingeschakeld is, controleert u de indicatoren (B) naast de Ethernet-
connector voor de netwerkstatus:
! ACTIVITY Brandt geel wanneer via het netwerk gegevens worden verzonden
! LINK Brandt groen wanneer er een geldige verbinding met het netwerk is
Geïntegreerde draadloze apparaten
Met draadloze technologie worden gegevens via radiogolven, in plaats van kabels,
overgedragen. Het is mogelijk dat uw computer is uitgerust met één of meer van de
volgende geïntegreerde draadloze apparaten:
! Draadloze LAN-apparaten verbinden de computer met een draadloos LAN (ook
wel WLAN voor Wireless Local Area Network genoemd) in een kantoor, uw huis en
openbare ruimten, zoals vliegvelden en restaurants. In een WLAN communiceert elk
mobiel draadloos apparaat met een draadloos toegangspunt dat op een afstand van
maximaal 100 meter kan staan.
Computers met WLAN-apparaten kunnen ondersteuning bieden voor één of meer van
de door de IEEE vastgestelde industriestandaarden: 802.11b, 802.11g of 802.11a.
OPMERKING: Het is mogelijk dat uw computer niet is uitgerust met een Ethernet-
connector.
OPMERKING: Het is mogelijk dat uw Ethernet-connector maar één indicator heeft.