Getting Started Guide

3
Het bedieningspaneel gebruiken
Het bedieningspaneel kan gebruikt worden om de camera-instellingen te configureren.
1.
Druk op [SET] in de REC-modus.
Hiermee wordt een icoontje uit het bedieningsmenu geselecteerd en de
instellingen worden getoond.
2.
Gebruik [
S
] en [
T
] om de instelling die je wilt veranderen te
selecteren.
1. Foto grootte/kwaliteit*
2. Video opname kwaliteit.
3. Flitser
4. Zelfontspanner
5. Gezichtsdetectie.
6. Stille modus
7. Simpele modus
8. REC menu beeldscherm
9. Scène modus scène selectie
* Foto-kwaliteit kan niet worden veranderd met het bedieningspaneel.
3.
Gebruik [
W
] en [
X
] om de instellingen te wijzigen.
4.
Herhaal stap 2 en 3 als je een andere instelling wilt configureren.
5.
Druk op [SET] als alle instellingen juist zijn ingesteld.
Hiermee worden de instellingen toegepast en ga je terug naar het
instellingenmenu. Als je 'Menu' selecteert verschijnt het REC menu.
Als je 'SCN' geselecteerd hebt verschijnt het scène-menu.
• Je kunt het bedieningspaneel sluiten door op
(uitschakelen) te drukken.
[SET]
Beschikbare instellingen
Bedieningspaneel