HP Officejet Pro K8600-serie printers Gebruikershandleiding Podręcznik użytkownika
HP Officejet Pro K8600-serie printers Gebruikershandleiding
Copyright informatie © 2008 Copyright Hewlett-Packard Development Company, L.P. Uitgave 2, 03/2008 Het reproduceren, aanpassen of vertalen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming is verboden, behalve voorzover toegestaan door de copyrightwetgeving. De informatie in dit document kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties voor producten en diensten van HP worden beschreven in de expliciete garantieverklaring die bij dergelijke producten en diensten wordt geleverd.
Inhoudsopgave 1 Aan de slag Andere bronnen over het product zoeken .................................................................................5 Toegankelijkheid .......................................................................................................................7 De onderdelen van het apparaat kennen .................................................................................. 7 Vooraanzicht .......................................................................................
Beheertools voor het apparaat gebruiken ...............................................................................30 Geïntegreerde webserver .................................................................................................30 De ingebouwde webserver openen ............................................................................31 Pagina's geïntegreerde webserver .............................................................................31 Werkset (Windows) .........................
Inhoudsopgave Problemen met het afdrukken oplossen .................................................................................59 Het apparaat wordt onverwacht uitgeschakeld .................................................................59 Alle apparaatlampjes branden of flikkeren ........................................................................59 Het apparaat reageert niet (drukt niet af) ..........................................................................
Telefonische ondersteuning van HP krijgen ...........................................................................87 Voordat u belt ...................................................................................................................87 Wat te doen bij problemen ................................................................................................88 Telefonische ondersteuning van HP .................................................................................
1 Aan de slag In deze handleiding vindt u details over het gebruik van het apparaat en het oplossen van problemen.
Hoofdstuk 1 (vervolg) Bron Beschrijving Locatie Logs en rapporten Biedt informatie over gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden. Raadpleeg Het apparaat beheren voor meer informatie. Diagnostische zelftestpagina • Raadpleeg De diagnostische zelftestpagina begrijpen voor meer informatie.
Toegankelijkheid Uw apparaat beschikt over een aantal functies die de printer toegankelijk maken voor gebruikers met bepaalde handicaps. Visuele handicap De software van het apparaat is geschikt voor gebruikers met een visuele handicap of verminderd zicht dankzij de toegankelijkheidsopties en -functies van uw besturingssysteem. Bovendien zijn er ondersteunende technieken beschikbaar voor gebruikers met een visuele beperking, zoals schermlezers, braillelezers en spraakherkenningstechnologie.
Hoofdstuk 1 Vooraanzicht 8 1 Bedieningspaneel 2 Aan/Uit-knop en -lampje 3 Uitvoerlade 4 Lade 1 5 Papierlengteregelaar 6 Papierbreedteregelaar 7 Inktcartridgeklep 8 Inktcartridges 9 Inktpatroonlampjes 10 Printkoplampjes 11 Printkoppen 12 Printkopvergrendeling Aan de slag
Bedieningspaneel Zie Lampjes op het bedieningspaneel voor meer informatie over het aflezen van de lampjes op het bedieningspaneel.
2 De accessoires installeren Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: • De duplexeenheid installeren De duplexeenheid installeren Opmerking Deze functie is beschikbaar voor sommige modellen van het apparaat. Zie voor bestelinformatie Accessoires. Als het optionele accessoire voor automatisch dubbelzijdig afdrukken (duplexeenheid) is geïnstalleerd, kunt u automatisch op beide zijden van een vel papier afdrukken.
3 Het apparaat gebruiken Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: • • • • • • • • • Afdrukmateriaal selecteren Afdrukmateriaal plaatsen Afdrukinstellingen Gebruik het HP Solution Center (Windows) Afdrukken met de achterste handinvoer Afdrukken aan beide zijden (dubbelzijdig afdrukken) Afdrukken op afdrukmateriaal van speciaal formaat Afdrukken zonder randen Een afdruktaak annuleren Afdrukmateriaal selecteren Het apparaat is geschikt voor gebruik met de meeste soorten afdrukmateriaal.
Hoofdstuk 3 Kaarten en enveloppen • Gebruik geen enveloppen met een hele gladde afwerking, zelfklevende randen, sluitingen of vensters. Gebruik ook geen kaarten en enveloppen met dikke, onregelmatige of gekrulde randen of enveloppen die gekreukt, gescheurd of anderszins beschadigd zijn. • Gebruik platte, strak gevouwen enveloppen. • Laad enveloppen met de flappen naar boven. Afdrukmateriaal voor foto's • Gebruik de modus Beste voor het afdrukken van foto’s.
Papierformaat Lade 1 Achterste lade voor handinvoer Automatische duplexeenheid Standaardformaten afdrukmateriaal U.S. Letter (216 x 279 mm; 8,5 x 11 inches) 216 x 330 mm (8,5 x 13 inches) U.S. Legal (216 x 356 mm; 8,5 x 14 inches) A4 (210 x 297 mm; 8,3 x 11,7 inches) U.S. Executive (184 x 267 mm; 7,25 x 10,5 inches) U.S.
Hoofdstuk 3 (vervolg) Papierformaat Panorama (101,6 x 304,8 mm; 4 x 12 inches) Panorama zonder rand (foto) (101,6 x 254 mm; 4 x 10 inches) Panorama zonder rand (foto) (101,6 x 279,4 mm; 4 x 11 inches) Panorama zonder rand (foto) (101,6 x 304,8 mm; 4 x 12 inches) Enveloppen Envelop U.S.
(vervolg) Papierformaat Lade 1 Achterste lade voor handinvoer Automatische duplexeenheid Fotopapier (76,2 x 127 mm; 3 x 5 inches) Fotopapier (102 x 152 mm; 4 x 6 inches) Fotopapier (127 x 178 mm; 5 x 7 inches) Fotopapier (203 x 254 mm; 8 x 10 inches) Fotopapier (10 x 15 cm) Foto L (89 x 127 mm; 3,5 x 5 inches) Fotopapier zonder rand (102 x 152 mm; 4 x 6 inches) Fotopapier zonder rand (127 x 178 mm; 5 x 7 inches) Fotopapier zonder rand (203 x 254 mm; 8 x 10 inches) Fotopapier zonder rand (216 x 279 mm; 8
Hoofdstuk 3 Informatie over ondersteunde types en gewichten van afdrukmaterialen Opmerking Duplexeenheid is beschikbaar bij sommige modellen.
Minimummarges instellen De documentmarges moeten overeenkomen met (of groter zijn dan) deze ingestelde marges in de oriëntatie Staand. Afdrukmateriaal (1) Linkermarge (2) Rechtermarg e (3) Bovenmarge (4) Ondermarge * U.S. Letter 3,3 mm (0,13 inch) 3,3 mm (0,13 inch) 3,3 mm (0,13 inch) 3,3 mm (0,13 inch) Opmerking Als u de automatische duplexeenhei d (beschikbaar bij sommige modellen) gebruikt, mag de minimummar ge boven niet groter zijn dan 12 mm (0,48 inch).
Hoofdstuk 3 (vervolg) Afdrukmateriaal (1) Linkermarge (2) Rechtermarg e (3) Bovenmarge (4) Ondermarge * Opmerking Als u de automatische duplexeenhei d (beschikbaar bij sommige modellen) gebruikt, mag de minimummar ge boven niet groter zijn dan 20 mm (0,79 inch). Opmerking Als u de automatische duplexeenhei d (beschikbaar bij sommige modellen) gebruikt, mag de minimummar ges onder niet groter zijn dan 20 mm (0,79 inch).
3. Stel de papiergeleiders in de lade af op het formaat dat u in de lade hebt geplaatst en laat de uitvoerlade vervolgens zakken. 4. Trek het verlengstuk op de uitvoerlade uit. Papier van klein formaat laden Opmerking Als u op dik papier afdrukt (zoals kaarten), kunt u de handinvoer aan de achterkant gebruiken. Ga voor meer informatie naar Afdrukken met de achterste handinvoer. 1. Klap de uitvoerlade omhoog en verwijder al het afdrukmateriaal uit de invoerlade. 2.
Hoofdstuk 3 3. Open de geleider voor klein papier door deze 90 graden naar rechts te draaien van de begin- naar de eindpositie. 4. Druk op de knop boven aan de papiergeleider en schuif de geleider naar rechts totdat hij stopt tegen de rand van het papier. 5. Druk op de invoerladevergrendeling en schuif de lade in totdat de geleider voor klein papier de rand van het papier raakt. Wanneer u de lade verschuift, schuift de geleider voor klein papier open totdat deze de rand van het papier raakt. 6.
4. Til de invoersleuf op en schuif de papiergeleider naar de gewenste papierbreedte. 5. Schuif een vel papier met de afdrukzijde naar boven in de linkerzijde van de sleuf zodat het vel automatisch in het apparaat wordt geladen. 6. Druk op (de knop Doorgaan) om af te drukken. 7. Als u meerdere pagina's wilt afdrukken, drukt u telkens nadat u een vel papier hebt ingevoegd op (de knop Doorgaan).
Hoofdstuk 3 De standaardinstellingen wijzigen voor alle toekomstige taken (Windows) 1. Klik op Start, wijs Instellingen aan en klik op Printers of Printers en faxapparaten. -ofKlik op Start, klik op Configuratiescherm en dubbelklik vervolgens op Printers. 2. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van de printer en klik op Eigenschappen, Standaardinstellingen voor document of Voorkeursinstellingen voor afdrukken. 3. Wijzig de gewenste instellingen en klik vervolgens op OK.
Opmerking Als de duplexeenheid is geïnstalleerd en u de handinvoer aan de achterkant wilt gebruiken om af te drukken, vervangt u de duplexeenheid door het toegangspaneel aan de achterkant. De software-instellingen wijzigen (Windows) 1. Ga naar het printerstuurprogramma. 2. Klik op het tabblad Papier/Kwaliteit. 3. Selecteer de optie voor handmatige invoer in de vervolgkeuzelijst Bron is. 4. Pas eventueel andere instellingen aan en klik op OK. 5. Druk het document af.
Hoofdstuk 3 • • Wanneer één kant van het afdrukmateriaal is afgedrukt, wordt bij automatisch dubbelzijdig afdrukken het materiaal in het apparaat vastgehouden om de inkt te laten drogen. Wanneer de inkt droog is, wordt het afdrukmateriaal opnieuw ingevoerd in het apparaat en wordt de andere kant afgedrukt. Wanneer beide zijden van het afdrukmateriaal zijn afgedrukt, wordt het afdrukmateriaal uitgevoerd in de uitvoerlade. Pak het afgedrukte materiaal pas nadat het afdrukken is voltooid.
Afdrukken op afdrukmateriaal van speciaal formaat Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: • • Afdrukken op afdrukmateriaal van speciaal formaat (Windows) Afdrukken op afdrukmateriaal van speciaal formaat (Mac OS) Afdrukken op afdrukmateriaal van speciaal formaat (Windows) 1. Plaats het juiste afdrukmateriaal. Raadpleeg Afdrukmateriaal plaatsen voor meer informatie. 2.
Hoofdstuk 3 5. Klik in het menu Bestand op Pagina-instelling en selecteer dan het nieuwe aangepaste formaat. 6. Klik op OK. 7. Klik op Afdrukken in het menu Bestand. 8. Open het paneel Papierverwerking. 9. Klik in Bestemming papierformaat op het tabblad Aanpassen aan papierformaat en selecteer dan het speciale papierformaat. 10. Wijzig eventueel andere instellingen en klik dan op OK of Afdrukken.
Een document zonder rand afdrukken (Mac OS) 1. Plaats het juiste afdrukmateriaal. Raadpleeg Afdrukmateriaal plaatsen voor meer informatie. 2. Open het bestand dat u wilt afdrukken. 3. Klik op Bestand en klik vervolgens op Pagina-instelling. 4. Selecteer het formaat zonder randen en klik vervolgens op OK. 5. Klik op Bestand en vervolgens op Afdrukken. 6. Open het paneel Papiersoort/Kwaliteit. 7. Klik op het Tabblad papier en selecteer vervolgens het soort afdrukmateriaal uit de vervolgkeuzelijst Papiersoort.
4 Configureren en beheren Deze sectie is bedoeld voor de beheerder of persoon die verantwoordelijk is voor het beheer van het apparaat. In dit gedeelte vindt u informatie over de volgende onderwerpen.
Het apparaat controleren Dit onderdeel bevat aanwijzingen voor het controleren van het apparaat. Gebruik dit hulpmiddel… om de volgende informatie te verkrijgen... Bedieningspaneel Informatie over de status van huidige taken, de bedrijfsstatus van het apparaat en de status van inktcartridges en printkoppen. Geïntegreerde webserver • • • • Informatie over de printerstatus: Open het tabblad Informatie en klik op een optie in het linkerdeelvenster.
Hoofdstuk 4 (vervolg) Gebruik dit hulpmiddel… als u het volgende wilt doen... • • • • Taal of land/regio: Open het tabblad Instellingen en klik op Internationaal in het linkerdeelvenster. Netwerkinstellingen configureren: Klik op het tabblad Netwerken en klik op een optie in het linkerdeelvenster. Benodigdheden bestellen: Klik op een willekeurig tabblad op de knop Benodigdheden bestellen en volg de aanwijzingen op het scherm.
De ingebouwde webserver openen U kunt de geïntegreerde webserver op de volgende manieren openen: Opmerking Als u de geïntegreerde webserver wilt openen vanuit het HP Printerhulpprogramma (Mac OS), moet het apparaat zijn aangesloten op een netwerk en een IP-adres hebben. • • • Webbrowser: Typ in een ondersteunde webbrowser op uw computer het IP-adres dat aan het apparaat is toegewezen. Als het IP-adres bijvoorbeeld 123.123.123.123 is, typt u het volgende adres in de webbrowser: http://123.123.123.
Hoofdstuk 4 Pagina's/knoppen Inhoud HP Instant Support, myPrintMileage. Zie HP Instant Support en myPrintMileage voor meer informatie. Met Benodigdheden bestellen maakt u online verbinding om benodigdheden te bestellen. Werkset (Windows) De Werkset geeft informatie over het onderhoud van het apparaat. Opmerking Als de computer aan de systeemvereisten voldoet, kunt u de Werkset vanaf de Starter-cd installeren door voor de volledige installatie te kiezen.
(vervolg) Tabblad Services Inhoud • • • • Hardware-informatie • Diagnosepagina PQ (afdrukkwaliteit) afdrukken: Hiermee kunt u nagaan of er problemen zijn die invloed hebben op de afdrukkwaliteit van het apparaat. Raadpleeg De pagina Diagnostiek van afdrukkwaliteit afdrukken voor meer informatie. Druk een diagnostische zelftestpagina af: Hiermee kunt u de diagnostische zelftestpagina van het apparaat afdrukken. Deze pagina bevat informatie over het apparaat en de benodigdheden.
Hoofdstuk 4 Deelvensters van HP Printerhulpprogramma Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: • • Deelvenster Informatie en ondersteuning Deelvenster Printerinstellingen Deelvenster Informatie en ondersteuning • Status benodigdheden: Dit venster bevat informatie over de geïnstalleerde printkoppen en inktpatronen. • Info over benodigdheden: Toont de opties voor het vervangen van de inktcartridges. • Apparaatgegevens: Bevat informatie over het model en serienummer.
3. Selecteer HP, Hulpprogramma's en vervolgens Installatieprogramma voor netwerkprinter. 4. Volg de aanwijzingen op het scherm voor het configureren van netwerkinstellingen voor het apparaat. HP Web Jetadmin-software De HP Web Jetadmin-software omvat programma's waarmee u via een webbrowser verschillende netwerkapparaten van zowel HP als andere leveranciers op afstand kunt installeren, configureren (afzonderlijk of in batchmodus) en controleren (zoals de niveaus van benodigdheden).
Hoofdstuk 4 Toegang krijgen tot HP Instant Support • Werkset (Windows): Klik op het tabblad Informatie en vervolgens op HP Instant Support. • Geïntegreerde webserver: Klik op de knop Ondersteuning en vervolgens op HP Instant Support. Opmerking De knop Ondersteuning is op alle pagina's beschikbaar. Opmerking Voeg de webpagina's voor het openen van HP Instant Support niet toe aan uw favorieten.
Als u HP wilt bellen, is het vaak handig om eerst de diagnostische zelftestpagina af te drukken. 1. Printerinformatie: Printerinformatie (zoals productnaam, modelnummer, serienummer en versie van de firmware), de accessoires die zijn geïnstalleerd (zoals de duplex-eenheid) en het aantal pagina's dat vanuit de lades en accessoires wordt afgedrukt. 2. Status inktpatroon: Hier ziet u de geschatte inktniveaus (grafisch voorgesteld met behulp van meters), de onderdeelnummers en vervaldatums van de inktpatronen.
Hoofdstuk 4 De netwerkconfiguratiepagina begrijpen De netwerkconfiguratiepagina geeft de netwerkinstellingen voor het apparaat weer. 1. Algemene informatie: Informatie over de huidige status en het type verbinding van het netwerk en andere informatie, zoals de URL van de geïntegreerde webserver en het hardware-adres van het apparaat. Netwerkstatus: Deze instelling kan Gereed of Offline zijn.
• • • Service Location Protocol (SLP) is een standaard internet-netwerkprotocol dat een kader biedt waarmee netwerktoepassingen het bestaan, de locatie en de configuratie van netwerkservices in bedrijfsnetwerken kunnen ontdekken. Simple Network Management Protocol (SNMP) is wordt gebruikt door netwerkbeheertoepassingen voor het beheer van apparaten. Het apparaat ondersteunt het SNMPv1-protocol op IP-netwerken.
Hoofdstuk 4 De software installeren voordat u het apparaat verbindt (aanbevolen werkwijze) 1. Sluit alle toepassingen af die nog open zijn. 2. Plaats de installatie-cd in het cd-romstation. Het cd-menu wordt nu automatisch geopend. Als het cd-menu niet automatisch wordt geopend, dubbelklikt u op het installatiepictogram op de Starter-cd. 3. Klik in het cd-menu op Installeren en volg de aanwijzingen op het scherm. 4.
Het apparaat delen op een lokaal gedeeld netwerk In een lokaal gedeeld netwerk is het apparaat rechtstreeks aangesloten op de USBpoort van een geselecteerde computer (de server) en wordt het gedeeld door andere computers (clients). Opmerking Wanneer u een rechtstreeks aangesloten apparaat deelt, moet u de computer met de hoogste versie van het besturingssysteem als server gebruiken.
Hoofdstuk 4 Het apparaat installeren op een netwerk Voer de onderstaande stappen uit om de apparaatsoftware te installeren in de volgende netwerkomgevingen: Een peer-to-peer-netwerk (een netwerk zonder een computer die uitsluitend fungeert als printserver). 1. Verwijder de beschermklep van de netwerkpoort van het apparaat en sluit het apparaat aan op het netwerk. 2. Sluit alle externe firewalls en toepassingen die worden uitgevoerd op het computersysteem dat als afdrukserver fungeert. 3.
5. Voer een van de volgende handelingen uit: Voer het netwerkpad of de wachtrijnaam in van het gedeelde apparaat en klik vervolgens op Volgende. Klik op Diskette wanneer het programma dit vraagt om het apparaatmodel te selecteren. Klik op Volgende en zoek het apparaat in de lijst met gedeelde printers. 6. Klik op Volgende en volg de aanwijzingen op het scherm om de installatie te voltooien.
Hoofdstuk 4 Het apparaat configureren (Mac OS) U kunt het apparaat aansluiten op een enkele Macintosh met behulp van een USBkabel, maar u kunt het ook delen met andere gebruikers op een netwerk. Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: • • De software installeren voor een netwerk of rechtstreekse verbinding Het apparaat delen op een lokaal gedeeld netwerk De software installeren voor een netwerk of rechtstreekse verbinding 1. Sluit het apparaat via een USB-kabel aan op de computer. 2.
Voor meer informatie over het delen van een USB-apparaat raadpleegt u de ondersteuningsinformatie op de Apple-website (www.apple.com) of de Mac Help op de computer. Het apparaat delen met computers met Mac OS 1. Schakel het delen van de printer in op alle Macintosh-computers (host en clients) die zijn aangesloten op de printer. Voer, afhankelijk van uw versie van het besturingssysteem, een van de volgende handelingen uit: • Mac OS 10.
Hoofdstuk 4 5. Als u wordt gevraagd of u gedeelde bestanden wilt verwijderen, klikt u op Nee. Andere programma’s die deze bestanden gebruiken, kunnen namelijk slecht gaan functioneren als deze bestanden worden verwijderd. 6. Start de computer opnieuw op. 7. Plaats de Starter-cd van het apparaat in het cd-romstation van de computer als u de software opnieuw wilt installeren. Volg de instructies op het scherm. Zie ook De software installeren voordat u het apparaat verbindt (aanbevolen werkwijze). 8.
4. Start de computer opnieuw op. Opmerking Het is belangrijk dat u het apparaat loskoppelt voordat u de computer opnieuw opstart. Sluit het apparaat pas op de computer aan nadat u de software opnieuw hebt geïnstalleerd. 5. Start de installatie van het apparaat nogmaals. 6. Kies Installeren. 7. Volg de instructies op het scherm en raadpleeg ook De software installeren voordat u het apparaat verbindt (aanbevolen werkwijze). De software verwijderen van een Macintosh-computer 1. Start HP Apparaatbeheer. 2.
5 Onderhoud en problemen oplossen Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: • • • • • • • • • • • Ondersteunde inktcartridges De inktcartridges vervangen De printkoppen onderhouden Printerbenodigdheden bewaren Tips en middelen voor het oplossen van problemen Problemen met het afdrukken oplossen Slechte afdrukkwaliteit en onverwachte afdrukresultaten Problemen met de papierinvoer oplossen Problemen met het apparaatbeheer oplossen Installatieproblemen oplossen Storingen verhelpen Ondersteunde inktcartrid
De inktcartridges vervangen U kunt de geschatte inktniveaus controleren vanuit de Werkset (Windows), het HP Printerhulpprogramma (Mac OS) of de geïntegreerde webserver. Zie Beheertools voor het apparaat gebruiken voor informatie over deze tools. U kunt de diagnostische zelftestpagina ook afdrukken om de informatie te bekijken (zie De diagnostische zelftestpagina begrijpen). Opmerking De getoonde inktniveaus zijn slechts een schatting. De feitelijke inktniveaus kunnen verschillen.
Hoofdstuk 5 De printkoppen onderhouden Als tekens onvolledig worden afgedrukt of punten of lijnen op de afdruk ontbreken, zijn de inktsproeiers misschien verstopt. In dat geval moet u de printkoppen reinigen. Voer de relevante stappen in de hieronder aangegeven volgorde uit wanneer de kwaliteit van de afdrukken achteruitgaat: 1. Controleer de toestand van de printkoppen. Raadpleeg De status van de printkoppen controleren voor meer informatie. 2.
De pagina Diagnostiek van afdrukkwaliteit afdrukken Gebruik de pagina Diagnostiek van afdrukkwaliteit om problemen vast te stellen die de afdrukkwaliteit van het apparaat beïnvloeden. Aan de hand van deze pagina kunt u bepalen of u bepaalde onderhoudsservices moet uitvoeren om de afdrukkwaliteit te verbeteren. U kunt op deze pagina ook de informatie over het inktniveau en de status van de printkoppen bekijken.
Hoofdstuk 5 (vervolg) 4 Testpatroon 3: Als er zich bij de pijlen donkere lijnen of witte ruimten bevinden, kalibreert u de regelinvoer. Raadpleeg De regelopschuiving kalibreren voor meer informatie. De regelopschuiving kalibreren Als op uw afdruk banden voorkomen (donkere of lichtere lijnen over gekleurde blokken) of verspringende lijnen, moet u de lijninvoer van de printer kalibreren.
dat de printkoppen niet goed zijn uitgelijnd, kunt u het uitlijningsproces handmatig starten. • • • • Bedieningspaneel: Houd (de knop Aan/uit) ingedrukt, druk driemaal op (de (de knop Aan/uit) los. knop Doorgaan) en laat de knop Geïntegreerde webserver: Open het tabblad Instellingen en klik vervolgens op Apparaatservices in het linkerdeelvenster. Kies in de keuzelijst in het gedeelte Afdrukkwaliteit de optie Printer uitlijnen en klik vervolgens op Diagnostiek uitvoeren.
Hoofdstuk 5 4. Til de hendel van de te vervangen printkop omhoog en trek de printkop uit de sleuf. 5. Gebruik hiervoor schoon, droog en zacht reinigingsmateriaal zonder rafels. Geschikte materialen zijn o.a. papieren koffiefilters en reinigingsdoekjes voor ooglenzen. Let op Gebruik geen water. 6. Veeg de elektrische contacten op de printkop schoon, maar raak de sproeier hierbij niet aan.
8. Reinig de elektrische contacten van de printkopsleuf in het apparaat met een droge, zachte doek zonder rafels. 9. Sluit het netsnoer aan en zet het apparaat aan. Het bedieningspaneel moet aangeven dat de printkop ontbreekt. 10. Plaats de printkop terug in de sleuf met de kleurcode van de printkop (het label op de printkop moet overeenkomen met het label op de printkopgrendel). Druk de printkop goed op zijn plaats. 11.
Hoofdstuk 5 3. Til de printkopgrendel omhoog. 4. Til de hendel van een printkop omhoog en gebruik deze om de printkop uit de sleuf te trekken. 5. Schud de printkop terwijl hij nog in de verpakking zit minstens zes keer op en neer voordat u de printkop installeert.
6. Haal de nieuwe printkop uit de verpakking en verwijder de oranje beschermkapjes. Let op Printkoppen niet schudden als de dopjes zijn verwijderd. 7. Plaats de printkop terug in de sleuf met de kleurcode van de printkop (het label op de printkop moet overeenkomen met het label op de printkopgrendel). Druk de printkop goed op zijn plaats. 8. Trek de printkopgrendel helemaal naar voren en druk deze omlaag, zodat de grendel goed wordt vastgezet. Mogelijk moet u druk uitoefenen om de grendel vast te zetten.
Hoofdstuk 5 Tips en middelen voor het oplossen van problemen Gebruik de volgende tips en hulpmiddelen om afdrukproblemen op te lossen. • • • Zie Storingen verhelpen voor papierstoringen. Zie voor informatie over papierinvoerproblemen, zoals een scheve of foutieve papierinvoer Problemen met de papierinvoer oplossen. Verifieer het volgende: ◦ Het Aan/uit-lampje brandt zonder te knipperen.
Problemen met het afdrukken oplossen Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: • • • • • • • • • Het apparaat wordt onverwacht uitgeschakeld Alle apparaatlampjes branden of flikkeren Het apparaat reageert niet (drukt niet af) De printer accepteert de printkop niet Het afdrukken duurt lang Er wordt een blanco of deels bedrukte pagina afgedrukt De afdruk is niet correct of er ontbreken gedeelten Tekst of afbeeldingen zijn verkeerd geplaatst Het apparaat drukt een half blad af en werpt het papier dan uit H
Hoofdstuk 5 ongeveer 10 minuten. Gedurende deze procedure kunnen alleen de automatische testpagina's worden afgedrukt. Controleer de installatie van de software van het apparaat Als het apparaat tijdens het afdrukken wordt uitgeschakeld, moet er een waarschuwingsbericht op het scherm verschijnen. Gebeurt dit niet, dan is de software van het apparaat wellicht niet goed geïnstalleerd. Om dit op te lossen verwijdert u de software van uw computer en installeert u deze vervolgens opnieuw.
Reinig de printkop Voer de printkopreinigingsprocedure uit. Raadpleeg De printkoppen onderhouden voor meer informatie. Schakel het apparaat uit nadat u de printkop hebt verwijderd Schakel het apparaat uit nadat u de printkop hebt verwijderd, wacht ongeveer 20 seconden en schakel het apparaat weer in zonder dat de printkop is geïnstalleerd. Start het apparaat opnieuw en plaats de printkop terug.
Hoofdstuk 5 Reinig de printkop Voer de printkopreinigingsprocedure uit. Raadpleeg De printkoppen onderhouden voor meer informatie. Schakel het apparaat uit nadat u de printkop hebt verwijderd Verwijder de printkop. Plaats de printkop op een vel papier of een papieren servetje. Zorg dat de sproeier naar boven wijst en niet in contact komt met het papier. Schakel het apparaat uit, wacht ongeveer 20 seconden en schakel het apparaat weer in zonder dat de printkop is geïnstalleerd.
Controleer het papierformaat • De inhoud van een pagina kan worden afgebroken als het formaat van het document groter is dan het gebruikte papier. • Controleer of het geselecteerde materiaalformaat in de printerdriver overeenkomt met het formaat van het afdrukmateriaal in de lade. Controleer de marge-instellingen Als delen van tekst of afbeeldingen aan de randen van de pagina zijn weggevallen, controleer dan of de marges van het document niet buiten het afdrukgebied van het apparaat vallen.
Hoofdstuk 5 • • De kleuren zijn niet goed uitgelijnd Lijnen of punten ontbreken in de tekst of afbeeldingen Slechte afdrukresultaten Controleer de printkoppen en inktpatronen Druk de pagina Diagnostiek van afdrukkwaliteit op een schoon wit vel papier af. Maak een inschatting van de aard van het probleem en voer de aanbevolen acties uit. Raadpleeg De pagina Diagnostiek van afdrukkwaliteit afdrukken voor meer informatie. Controleer de papierkwaliteit Het papier is mogelijk te vochtig of te ruw.
is, verzendt u de afdruktaak opnieuw. Als op het beeldscherm een dialoogvenster verschijnt met de vraag of u nogmaals wilt afdrukken, klikt u op Annuleren. Controleer de kabelaansluitingen Als het apparaat en de computer zijn aangesloten met een USB-kabel, kan het probleem worden veroorzaakt door een slechte kabelverbinding. Controleer of beide uiteinden van de kabel goed zijn aangesloten.
Hoofdstuk 5 Controleer de printkoppen Druk de pagina Diagnostiek van afdrukkwaliteit op een schoon wit vel papier af. Maak een inschatting van de aard van het probleem en voer de aanbevolen acties uit. Raadpleeg De pagina Diagnostiek van afdrukkwaliteit afdrukken voor meer informatie. De afdruk is vaag of de kleuren zijn dof Controleer de afdrukmodus Voor een beter afdrukresultaat selecteert u Normaal of Best. Ga voor meer informatie naar Afdrukinstellingen.
hetgeen kan leiden tot verminderde afdrukkwaliteit en zelfs tot beschadiging van het apparaat of de printkop. Nagevulde inktcartridges worden niet door de garantie van HP gedekt en worden niet door HP ondersteund. Zie voor bestelinformatie HPbenodigdheden en -accessoires. Controleer het type afdrukmateriaal Sommige afdrukmaterialen zijn niet geschikt voor gebruik met uw apparaat. Raadpleeg Afdrukmateriaal selecteren voor meer informatie.
Hoofdstuk 5 Er heeft zich een papierinvoerprobleem voorgedaan Het papier is niet geschikt voor de printer of voor de lade Gebruik alleen afdrukmateriaal dat geschikt is voor het apparaat en de gebruikte lade. Raadpleeg Informatie over de specificaties van ondersteund afdrukmateriaal voor meer informatie. Het afdrukmateriaal wordt niet ingevoerd uit een lade • Controleer of het afdrukmateriaal in de lade is geplaatst. Raadpleeg Afdrukmateriaal plaatsen voor meer informatie.
Pagina's worden scheef ingevoerd • Zorg dat het afdrukmateriaal in de lades goed tegen de papiergeleiders ligt. Als de lade uittrekbaar is, trekt u de lade uit het apparaat en plaatst u het papier correct terug in de lades, terwijl u controleert of de papiergeleiders goed zijn uitgelijnd. • Zorg dat het toegangspaneel aan de achterkant of de duplexeenheid goed is aangebracht. • Plaats alleen afdrukmateriaal in het apparaat als het niet aan het afdrukken is.
Hoofdstuk 5 De geïntegreerde webserver kan niet worden geopend Controleer de instellingen van het netwerk • Controleer of u niet een telefoonsnoer of een cross-kabel hebt gebruikt om het apparaat aan te sluiten op het netwerk. Zie Het apparaat configureren (Windows) of Het apparaat configureren (Mac OS) voor meer informatie. • Controleer of de netwerkkabel goed is verbonden met het apparaat. • Controleer of de hub, switch of router van het netwerk is ingeschakeld en functioneert.
• • Controleer of het apparaat een diagnostische zelftestpagina kan afdrukken. Controleer of het achterpaneel en de duplexeenheid stevig op hun plaats zitten. Controleer de hardwareverbindingen • Controleer of alle gebruikte snoeren en kabels in goede staat verkeren. • Controleer of het netsnoer stevig met het apparaat en met een werkend stopcontact is verbonden.
Hoofdstuk 5 Netwerkproblemen oplossen Algemene netwerkproblemen oplossen • Als u de software van het apparaat niet kunt installeren, moet u het volgende controleren: ◦ Alle kabelverbindingen tussen de computer en het apparaat moeten in orde zijn. ◦ Het netwerk functioneert en de netwerkhub is ingeschakeld. ◦ Alle toepassingen moeten zijn afgesloten of uitgeschakeld voor computers met Windows, inclusief eventuele antivirusprogramma's, antispywareprogramma's en firewalls.
• • • • • Gebruik afdrukmateriaal dat aan de specificaties voldoet. Raadpleeg Afdrukmateriaal selecteren voor meer informatie. Druk niet af op gekreukeld, gevouwen of beschadigd papier. Zorg ervoor dat de invoerlades correct geplaatst zijn en niet te vol zitten. Raadpleeg Afdrukmateriaal plaatsen voor meer informatie. Verhelp een storing in het apparaat Tips voor het vermijden van storingen Verhelp een storing in het apparaat Vastgelopen papier verwijderen 1. Verwijder al het papier uit de uitvoerbak. 2.
Hoofdstuk 5 3. Als u het vastgelopen papier niet kunt vinden, tilt u de uitvoerlade omhoog en controleert u lade 1. Als het papier is vastgelopen in de lade, doet u het volgende: a. Trek de uitvoerlade naar boven. b. Trek het papier naar u toe. c. Laat de uitvoerbak zakken. 4. Open de toegangsklep tot de wagen met printcartridges.
6 Lampjes op het bedieningspaneel De controlelampjes geven de status weer en zijn nuttig voor het bepalen van afdrukproblemen. In dit hoofdstuk wordt informatie gegeven over de lampjes, wat ermee wordt aangegeven en wat u eventueel moet doen.
Hoofdstuk 6 Bezoek de website van HP (www.hp.com/support) voor de de nieuwste informatie over probleemoplossing of productverbeteringen en -updates. Statusbeschrijving/lampjespatroon Uitleg en uit te voeren handeling Alle lampjes zijn uit. Het apparaat staat uit. Het Aan/Uit-lampje brandt. • Sluit het netsnoer aan. • Druk op (de knop Aan/Uit). Het apparaat is gereed. U hoeft niets te doen. Het Aan/Uit-lampje knippert.
(vervolg) Statusbeschrijving/lampjespatroon Uitleg en uit te voeren handeling Het Aan/Uit-lampje brandt en het lampje Doorgaan knippert. Wachten op handinvoer. • Plaats een vel papier in de handmatige invoer aan de achterzijde. • Druk op (de knop Doorgaan) om verder te gaan met afdrukken. Banierpapier uitwerpen. Geen actie nodig. De lampjes Aan/Uit, Doorgaan en Klep open branden. Het Aan/Uit-lampje en het lampje Doorgaan knipperen en een of meer inktpatroonlampjes branden. Er staat een klep open.
Hoofdstuk 6 (vervolg) Statusbeschrijving/lampjespatroon Uitleg en uit te voeren handeling • • Vervang de aangegeven inktpatroon. Als u de verlopen inktpatroon installeert, houdt u (de knop Aan/ Uit) ingedrukt en drukt u driemaal op (de knop Doorgaan). Alle lampjes, behalve het Aan/Uitlampje, gaan vervolgens uit. Schade aan de printer die het gevolg is van het gebruik van deze inktpatroon wordt niet gedekt door de garantie. Het Aan/Uit-lampje brandt en een of meer printkoplampjes knipperen.
(vervolg) Statusbeschrijving/lampjespatroon Uitleg en uit te voeren handeling of moeten worden gecontroleerd. • • Het Aan/Uit-lampje brandt en een of meer inktpatroonlampjes knipperen. Zorg ervoor dat de aangegeven printkop goed is geplaatst en probeer dan af te drukken. Verwijder de printkop en plaats deze opnieuw, indien nodig. Raadpleeg De printer accepteert de printkop niet voor meer informatie. Als het probleem aanhoudt, moet de aangegeven printkop worden vervangen.
Hoofdstuk 6 (vervolg) Statusbeschrijving/lampjespatroon Uitleg en uit te voeren handeling Het Aan/Uit-lampje en een of meer inktpatroonlampjes knipperen. Een of meer inktpatronen zijn defect of moeten worden gecontroleerd. • • Het Aan/Uit-lampje brandt en een of meer inktpatroonlampjes branden. Zorg ervoor dat de aangegeven inktcartridge goed is geplaatst en probeer dan af te drukken. Verwijder de inktcartridge eventueel een aantal keren en plaats hem terug.
Statusbeschrijving/lampjespatroon Uitleg en uit te voeren handeling verwijder het. Ga voor meer informatie naar Storingen verhelpen. Betekenis van de lampjes voor de netwerkaansluiting 1 Activiteitenlampje 2 Netwerkaansluiting 3 Verbindingslampje Statusbeschrijving/lampjespatroon Uitleg en uit te voeren handeling Het verbindingslampje brandt. Het activiteitenlampje is uit. Het apparaat is aangesloten op het netwerk maar ontvangt of verzendt geen gegevens over het netwerk.
Hoofdstuk 6 (vervolg) Statusbeschrijving/lampjespatroon Uitleg en uit te voeren handeling Het verbindingslampje brandt niet. Het activiteitenlampje is uit. Het apparaat is uitgeschakeld of niet op het netwerk aangesloten. Als het apparaat is uitgeschakeld, schakelt u het apparaat in. Zie Installatieproblemen oplossen als het apparaat is ingeschakeld en met een netwerkkabel is verbonden.
A HP-benodigdheden en accessoires Dit hoofdstuk bevat informatie over HP-benodigdheden en accessoires voor het apparaat. De informatie kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Bezoek de website van HP (www.hpshopping.com) voor de laatste updates. U kunt ook producten aankopen via de website.
Bijlage A Inktpatronen De beschikbaarheid van inktcartridges varieert per land/regio. De inktcartridges kunnen ook in verschillende formaten voorkomen. Voor een lijst van de ondersteunde inktcartridges voor uw printer, drukt u de diagnostische zelftestpagina af en leest u de informatie in het gedeelte over de status van de inktcartridge. Raadpleeg De diagnostische zelftestpagina begrijpen voor meer informatie.
B Ondersteuning en garantie Dit hoofdstuk, Onderhoud en problemen oplossen, bevat suggesties voor het oplossen van veelvoorkomende problemen. Als uw apparaat niet naar behoren werkt en de oplossingen in deze handleiding het probleem niet verhelpen, kunt u gebruikmaken van één van de onderstaande ondersteuningsdiensten.
Bijlage B Beperkte garantieverklaring van Hewlett-Packard 86 Ondersteuning en garantie
Elektronische ondersteuning krijgen Voor ondersteuning en informatie over de garantie kunt u naar de website van HP gaan op www.hp.com/support. Kies desgevraagd uw land/regio en klik op Contact HP (Neem contact op met HP-ondersteuning) als u contact wilt opnemen met de technische ondersteuning. Deze website biedt ook technische ondersteuning, drivers, benodigdheden, bestelinformatie en andere opties zoals: • Online pagina's met ondersteuning raadplegen.
Bijlage B Wat te doen bij problemen Als u een probleem hebt, voert u deze stappen uit 1. Controleer of de documentatie die bij de HP-printer is geleverd een oplossing bevat. 2. Ga naar de website voor online ondersteuning van HP op www.hp.com/support. Online ondersteuning van HP is beschikbaar voor alle klanten van HP.
bel het telefoonnummer voor ondersteuning in uw land/regio voor meer informatie over de beschikbare ondersteuningsopties. Opties voor aanvullende garantie Tegen extra kosten zijn aanvullende serviceplannen beschikbaar voor de HP-printer. Ga naar www.hp.com/support, selecteer uw land/regio en taal en bekijk het gedeelte over services en garantie voor informatie over de aanvullende serviceplannen.
Bijlage B De inktcartridges en printkoppen verwijderen voor verzending Zorg dat u alle inktcartridges en printkoppen verwijdert voordat u het apparaat terugstuurt. Opmerking Deze informatie is niet van toepassing op klanten in Japan. Printcartridges verwijderen voor verzending 1. Zet het apparaat aan en wacht totdat de wagen met printcartridges stilstaat. Als het apparaat niet aangaat, slaat u deze stap over en gaat u naar stap 2.
3. Til de printkopgrendel omhoog. 4. Til de hendel van een printkop omhoog en gebruik deze om de printkop uit de sleuf te trekken. 5. Plaats de printkoppen in een luchtdichte, kunststof verpakking om uitdroging te voorkomen en berg deze op. Verzend de cartridges niet samen met het apparaat, tenzij de HPklantenondersteuning u daarom vraagt. 6. Sluit de klep. 7. Druk op de knop Aan/uit om het apparaat uit te schakelen.
Bijlage B Het apparaat verpakken 1. Het apparaat indien mogelijk voor verzending verpakken in het oorspronkelijke verpakkingsmateriaal of gebruik het verpakkingsmateriaal waarin het vervangend apparaat is verpakt. Als u het originele verpakkingsmateriaal niet meer hebt, gebruik dan ander, degelijk verpakkingsmateriaal. Schade tijdens de verzending veroorzaakt door ongeschikte verpakking en/of ongeschikt transport wordt niet gedekt door de garantie. 92 2.
C Specificaties van het apparaat Zie Informatie over de specificaties van ondersteund afdrukmateriaal voor informatie over de specificaties en de behandeling van afdrukmaterialen.
Bijlage C (vervolg) Functie Capaciteit Ondersteunde talen bedieningspaneel Bulgaars, Kroatisch, Tsjechisch, Deens, Nederlands, Engels, Fins, Frans, Duits, Grieks, Hongaars, Italiaans, Japans, Koreaans, Noors, Pools, Portugees, Roemeens, Russisch, vereenvoudigd Chinees, Slowaaks, Sloveens, Spaans, Zweeds, traditioneel Chinees, Turks, Oekraïens. Beschikbare talen verschillen per land/regio.
• Windows Vista: 800 MHz 32-bits (x86)- of 64-bits (x64) processor, 512 MB RAM, 730 MB beschikbare ruimte op de harde schijf. Microsoft Internet Explorer 7.0 • Mac OS X (v10.3.9 en hoger, v10.4.6 en hoger): 400 MHz Power PC G3 (v10.3.9 en hoger, v10.4.6 en hoger) of 1.83 GHz Intel Core Duo (v10.4.6 en hoger), 256 MB geheugen, 200 MB beschikbare ruimte op de harde schijf QuickTime 5.0 of hoger • Adobe Acrobat Reader 5.
Bijlage C Specificaties van de geïntegreerde webserver Vereisten • Een TCP/IP-netwerk (IPX/SPX-netwerken worden niet ondersteund) • Een webbrowser (Microsoft Internet Explorer 6.0, Netscape 7.0, Opera 7.54, Mozilla Firefox 1.0 of Safari 1.
Specificaties geluidsniveau (afdrukken in conceptmodus, geluidsniveaus volgens ISO 7779) Geluidsdruk (bij apparaat) LpAd 55 (dBA) Geluidsvermogen LwAd 6,7 (BA) Specificaties geluidsniveau (afdrukken in conceptmodus, geluidsniveaus volgens ISO 7779) 97
D Wettelijk verplichte informatie Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: • FCC-verklaring • Kennisgeving voor gebruikers in Korea • VCCI (Class B) compatibiliteitsverklaring voor gebruikers in Japan • Kennisgeving over netsnoer voor gebruikers in Japan • RoHS-kennisgevingen (alleen China) • LED indicator verklaring • Wettelijk verplicht modelnummer • Conformiteitsverklaring • Milieubeschermingsprogramma FCC-verklaring 98 Wettelijk verplichte informatie
Kennisgeving voor gebruikers in Korea VCCI (Class B) compatibiliteitsverklaring voor gebruikers in Japan Kennisgeving over netsnoer voor gebruikers in Japan RoHS-kennisgevingen (alleen China) Het apparaat voldoet aan de producteisen van overheidsinstellingen in uw land/regio.
Bijlage D Tabel met giftige en gevaarlijke stoffen LED indicator verklaring Wettelijk verplicht modelnummer Voor identificatiedoeleinden is uw product voorzien van een wettelijk modelnummer. Het voorgeschreven identificatienummer van uw product is SNPRC-0704. Dit voorgeschreven nummer is niet hetzelfde als de marketingnaam (Printerserie HP Officejet Pro K8600) of het productnummer (CB015A, CB016A).
Conformiteitsverklaring Conformiteitsverklaring 101
Bijlage D Milieubeschermingsprogramma Hewlett-Packard streeft ernaar om producten van hoge kwaliteit te leveren die op milieuvriendelijke wijze zijn geproduceerd. Dit product is ontworpen met het oog op recycling. Het aantal materialen is tot een minimum beperkt, zonder dat dit ten koste gaat van de functionaliteit en de betrouwbaarheid. De verschillende materialen zijn ontworpen om eenvoudig te kunnen worden gescheiden.
Afvoer van afgedankte apparatuur door gebruikers in particuliere huishoudens in de Europese Unie Milieubeschermingsprogramma 103
Index A aansluitingen, locatie 9 accessoire dubbelzijdig afdrukken.
Index geïntegreerde webserver info 30 pagina's 31 problemen oplossen, kan niet worden geopend 70 Geïntegreerde webserver beheerderinstellingen 29 geluidsdruk 97 geluidsinformatie 97 geluidsniveau 97 H help HP Instant Support 35 zie ook klantenondersteuning het apparaat verpakken 91 het apparaat verzenden 89 HP Instant Support beveiliging en privacy 35 info 35 myPrintMileage 35 toegang krijgen 36 HP Printerhulpprogramma (Mac OS) beheerderinstellingen 30 panelen 34 HP Printerhulprogramma (Mac OS) openen 33 H
HP Printerhulpprogramma 33 Installatieprogramma voor netwerkprinter 34 software installeren 44 software verwijderen 47 systeemvereisten 94 marges duplexeenheid 17 instellen, specificaties 17 milieubeschermingsprogramma 102 myPrintMileage info 36 toegang krijgen 36 N na de ondersteuningsperiode 88 netaansluiting, locatie 9 netwerk informatie over de printer 36 netwerkaansluiting lampjes, informatie over 81 onderdelen, afbeelding 81 netwerken afbeelding aansluiting 9 delen, Windows 41 firewalls, problemen op
Index release-info 5 resolutie afdrukken 96 S scheef, problemen oplossen afdrukken 69 snelheid problemen met afdrukken oplossen 61 software beheertools 28 garantie 86 installatie onder Windows 39 installatie op Mac OS 44 software verwijderen uit Windows 45 verwijderen van Mac OS 47 software verwijderen Mac OS 47 Windows 45 Solution Center 22 spanningsspecificaties 96 speciaal papierformaat ondersteunde formaten 15 richtlijnen 12 specificatie processor en geheugen 94 specificaties afdrukmateriaal 12 elektri
108
© 2009 Hewlett-Packard Development Company, L.P. www.hp.