HP Officejet Pro 276dw Multifunction Printer Gebruikershandleiding
Copyright informatie © 2013 Copyright Hewlett-Packard Development Company, L.P. Uitgave 2, 1/2014 Kennisgeving van HewlettPackard De informatie in dit document kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. Alle rechten voorbehouden. Reproductie, aanpassing of vertaling van dit materiaal is verboden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Hewlett-Packard, met uitzondering van wat is toegestaan onder de wet op de auteursrechten.
Inhoudsopgave 1 Aan de slag Toegankelijkheid.......................................................................................................................11 HP EcoSolutions (HP en het milieu).........................................................................................12 De onderdelen van de printer kennen......................................................................................13 Vooraanzicht...................................................................................
2 Afdrukken Documenten afdrukken............................................................................................................38 Documenten afdrukken (Windows)....................................................................................38 Documenten afdrukken (Mac OS X)...................................................................................39 Brochures afdrukken................................................................................................................
Inhoudsopgave HP Digital Solutions configureren.............................................................................................60 HP Directe digitale overdrag instellen................................................................................60 Scannen-naar-netwerkmap instellen............................................................................60 Scannen-naar-e-mail instellen......................................................................................
Faxinstellingen wijzigen............................................................................................................87 De faxkopregel instellen.....................................................................................................87 De beantwoordingsmodus instellen (automatisch beantwoorden).....................................87 Het aantal belsignalen voordat er wordt opgenomen instellen...........................................
Inhoudsopgave 9 Een probleem oplossen HP-ondersteuning...................................................................................................................107 Elektronische ondersteuning krijgen.................................................................................108 Telefonische ondersteuning van HP.................................................................................108 Voordat u belt......................................................................................
Problemen met een geheugenapparaat oplossen..................................................................151 De printer kan het geheugenapparaat niet lezen.............................................................152 De printer kan foto's op het geheugenapparaat niet lezen...............................................152 Problemen met vaste Ethernet-netwerken oplossen..............................................................152 Algemene netwerkproblemen oplossen..................................
Inhoudsopgave Printerspecificaties.................................................................................................................181 Fysieke specificaties.........................................................................................................181 Productkenmerken en -mogelijkheden.............................................................................181 Processor- en geheugenspecificaties...............................................................................
Programma voor milieubeheer...............................................................................................200 Papiergebruik...................................................................................................................200 Kunststoffen......................................................................................................................200 Veiligheidsinformatiebladen.............................................................................................
Inhoudsopgave Seriële faxinstallatie................................................................................................................240 Faxinstallatietesten.................................................................................................................241 D Netwerkinstallatie Basis netwerkinstellingen wijzigen.........................................................................................242 Netwerkinstellingen weergeven en afdrukken................................
Geïntegreerde webserver.......................................................................................................253 Over cookies.....................................................................................................................254 De geïntegreerde webserver openen...............................................................................254 Geïntegreerde webserverkenmerken...............................................................................
1 Aan de slag In deze handleiding vindt u informatie over het gebruik van de printer en het oplossen van problemen.
Hoofdstuk 1 Meer informatie over de toegankelijkheid van dit product en HP's streven naar optimale printertoegankelijkheid vindt u op de website van HP op www.hp.com/accessibility. Voor informatie over de toegankelijkheid op Mac OS X gaat u naar de website van Apple op www.apple.com/accessibility. HP EcoSolutions (HP en het milieu) HP richt zich erop u te helpen bij het optimaliseren van uw ecologische voetafdruk en het mogelijk te maken voor u om verantwoord af te drukken - zowel thuis, als op kantoor.
Om te besparen op printerbenodigdheden zoals inkt en papier kunt u het volgende doen: • Recycle gebruikte, originele HP inktcartridges via HP Planet Partners. Bezoek www.hp.com/recycle voor meer informatie. Optimaliseer het papierverbruik door op beide kanten van het papier af te drukken. Als de printer een HP-accessoire voor automatisch dubbelzijdig afdrukken (duplexeenheid) heeft, raadpleegt u Dubbelzijdig afdrukken (duplexen). Bespaar inkt en papier bij het afdrukken van webinhoud met HP Smart Print.
Hoofdstuk 1 (vervolg) 4 Lade 2 (optioneel) 5 USB-poort (universele seriële bus) voorzijde 6 Sleuf voor de geheugenkaart 7 Lade 1 8 Verlengstuk van uitvoerlade 9 10 (Aan/uit-knop) Bedieningspaneel Gedeelte met afdrukbenodigdheden 1 Toegangsklep inktcartridge 2 Inktcartridges 3 Printkop 4 Printkopvergrendeling Achterzijde 14 Aan de slag
1 Faxpoort (2-EXT) 2 Faxpoort (1-LINE) 3 Ethernet-netwerkpoort 4 USB (Universal Serial Bus)-poort achteraan 5 Stroomaansluiting 6 Automatisch accessoire voor dubbelzijdig afdrukken (duplexeenheid) Het bedieningspaneel van de printer gebruiken Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: • • • Overzicht knoppen en lampjes Schermpictogrammen bedieningspaneel Printerinstellingen wijzigen Overzicht knoppen en lampjes In de volgende diagrammen en de bijbehorende tabellen vindt u een korte beschrijvi
Hoofdstuk 1 (vervolg) Label Naam en beschrijving 5 Rechter pijltjestoets: Hiermee doorloopt u de instellingen in de menu's. 6 Knop Annuleren: Hiermee stopt u een taak, sluit u een menu af of sluit u de instellingen af. 7 Knop Terug: Hiermee gaat u terug naar het vorige menu. 8 Linker pijltjestoets: Hiermee doorloopt u de instellingen in de menu's. Schermpictogrammen bedieningspaneel Pictogram Doel Dit pictogram geeft aan dat er een vaste Ethernet-netwerkverbinding is.
(vervolg) Pictogram Doel Toont een scherm waarin u kunt scannen of de scaninstellingen kunt aanpassen. Hiermee geeft u een scherm weer dat u kunt gebruiken om met HP Apps te werken. Zie Printer apps voor meer informatie. Toont een scherm waarin u een PDF-bestand, of de naam van een map waarin het PDF-bestand zit, kunt kiezen dat u wenst af te drukken van een gegevensdrager. Hiermee opent u een scherm waar u opties voor het afdrukken van foto's kunt aanpassen.
Hoofdstuk 1 (vervolg) Pictogram Doel Hiermee geeft u een scherm weer waarop informatie over de inktcartridges wordt weergegeven, waaronder de vulniveaus. Dit pictogram heeft een rode rand wanneer een inktcartridge aandacht vereist. Opmerking De waarschuwingen en indicatoren voor het inktniveau geven alleen schattingen voor planningsdoelen. Wanneer u een waarschuwingsbericht voor een laag inktniveau krijgt, overweeg dan om een vervangcartridge klaar te houden om eventuele afdrukvertragingen te vermijden.
Een andere modus selecteren Raak (de knop Terug) aan om terug te keren naar het hoofdmenu. Raak de (linkerpijl) of de (rechterpijl) aan om door de beschikbare modi te bladeren en raak vervolgens het pictogram aan om de gewenste modus te selecteren. De instellingen van een modus wijzigen 1. Nadat u een modus hebt geselecteerd, raakt u de pijltoetsen aan om de beschikbare instellingen te doorlopen. Vervolgens raakt u de instelling aan die u wilt wijzigen. 2.
Hoofdstuk 1 Aanbevolen papier voor afdrukken en kopiëren Voor een optimale afdrukkwaliteit adviseren wij u alleen HP-papier te gebruiken dat voor deze bepaalde afdruktaak is bedoeld. Het is mogelijk dat in uw land/regio bepaalde papiersoorten niet beschikbaar zijn. HP Brochurepapier HP Professioneel papier HP Premium Presentatiepapier HP Professioneel papier Papier met aan beide zijden een glanzend of mat gecoate laag voor dubbelzijdig afdrukken.
(vervolg) formaten, waaronder A4, 8,5 x 11 inch, 10 x 15 cm (4 x 6 inch), 13 x 18 cm (5 x 7 inch) en met twee afwerkingen – glanzend of zachte glans (gesatineerd mat). Het is zuurvrij voor duurzame documenten. HP Advanced fotopapier Dit dikke fotopapier heeft een sneldrogende, veegvaste afwerking. Het papier is bestand tegen water, vegen, vingerafdrukken en vochtigheid. De foto's die u op deze papiersoort afdrukt, lijken op foto's die u in een winkel hebt laten afdrukken.
Hoofdstuk 1 Een origineel op de glasplaat van de scanner plaatsen U kunt originelen van maximaal geldig formaat kopiëren, scannen of faxen door ze op de glasplaat te leggen. Opmerking Veel van de speciale functies werken niet juist als de glasplaat en klep niet schoon zijn. Zie Onderhoud aan de printer uitvoeren voor meer informatie. Een origineel op de glasplaat van de scanner plaatsen Gebruik deze stappen om een origineel op de glasplaat van de scanner te plaatsen. 1. 2. Til de scannerklep op.
Opmerking Dubbelzijdige documenten op papier van A4- brief- of geldig formaat kunnen met de ADF en de scanningsoftware van het product worden gescand. Opmerking Bepaalde functies, zoals de kopieerfunctie Aanpassen aan pagina, werken niet wanneer u originelen in de ADF plaatst. U moet de originelen op de glasplaat leggen. De invoerlade kan maximaal 50 vellen gewoon papier van A4- of briefformaat bevatten. De documentinvoerlade kan maximaal 50 vellen papier van Brief-, A4- of geldig formaat bevatten.
Hoofdstuk 1 Plaats papier Dit gedeelte biedt instructies voor het plaatsen van papier in de printer en bevat de volgende onderwerpen: • • • • Afdrukmateriaal met een standaardformaat plaatsen Enveloppen plaatsen Kaarten en fotopapier plaatsen Aangepast papierformaat Afdrukmateriaal met een standaardformaat plaatsen Plaats fotopapier aan de hand van deze instructies. 1. Trek Papierlade 1 naar buiten. 2. Plaats het afdrukmateriaal met de afdrukzijde naar beneden in het midden van de lade.
3. Stel de papiergeleiders in de lade af op het formaat dat u in de lade hebt geplaatst en plaats de lade terug in de printer. Opmerking Om papier met een geldig formaat te laden, drukt u op het blauwe klepje onderaan de invoerlade en trekt u de lade volledig uit. 4. Trek het verlengstuk op de uitvoerlade uit. Enveloppen plaatsen Plaats een envelop volgens deze instructies. 1. Trek Papierlade 1 naar buiten.
Hoofdstuk 1 2. Plaats de enveloppen met de afdrukzijde naar beneden volgens de afbeelding. Zorg ervoor dat de stapel enveloppen niet hoger wordt dan de lijnmarkering in de lade aangeeft. Opmerking Vul nooit papier bij terwijl de printer nog aan het afdrukken is. 3. 4. Stel de papiergeleiders in de lade af op het formaat dat u in de lade hebt geplaatst en plaats de lade terug in de printer. Trek het verlengstuk op de uitvoerlade uit.
2. Plaats het afdrukmateriaal met de afdrukzijde naar beneden in het midden van de lade. Controleer of de stapel overeenkomt met de lijn op de breedtegeleider, en niet hoger komt dan de papierstapellijnmarkering in de lade. Opmerking Vul nooit papier bij terwijl de printer nog aan het afdrukken is. 3. 4. Stel de papiergeleiders in de lade af op het formaat dat u in de lade hebt geplaatst en plaats de lade terug in de printer. Trek het verlengstuk op de uitvoerlade uit.
Hoofdstuk 1 3. Stel de papiergeleiders in de lade af op het formaat dat u in de lade hebt geplaatst en plaats de lade terug in de printer. 4. Trek het verlengstuk op de uitvoerlade uit. Geheugenapparaat plaatsen Als u een digitale camera hebt waarbij de foto's worden opgeslagen op een geheugenkaart, kunt u deze geheugenkaart in de printer plaatsen en zo de foto's afdrukken of opslaan.
Zie Specificaties voor een geheugenapparaat voor meer informatie over de ondersteunde geheugenkaarten. Een geheugenkaart plaatsen Volg deze stappen om de geheugenkaart in de printer te plaatsen. 1. 2. Houd de geheugenkaart met het etiket naar boven en de contactpunten in de richting van de printer. Plaats de geheugenkaart in de desbetreffende kaartsleuf. Een opslagapparaat aansluiten 1.
Hoofdstuk 1 Schuif de duplexeenheid in de achterzijde van de printer tot de eenheid vastklikt. Druk niet op de knoppen aan weerszijden van de duplexeenheid wanneer u de eenheid installeert; gebruik de knoppen alleen wanneer u de duplexeenheid uit de printer haalt. Installeer lade 2 Lade 2 kan maximaal 250 vellen normaal papier bevatten. Zie HP-benodigdheden en accessoires voor bestelinformatie. Lade 2 installeren 1.
2. Plaats het papier met de afdrukzijde naar beneden in het midden van de lade. Controleer of de stapel papier overeenkomt met de lijn op de breedtegeleider, en niet hoger komt dan de lijnmarkering in de lade. Opmerking In lade 2 kan uitsluitend normaal papier worden geladen. 3. Stel de papiergeleiders in de lade af op het formaat dat u in de lade hebt geplaatst. 4. 5. Plaats de lade voorzichtig terug. Trek het verlengstuk op de uitvoerlade uit.
Hoofdstuk 1 Het afdrukmateriaal wordt standaard uit Papierlade 1 ingevoerd. Als Papierlade 1 leeg is, wordt het afdrukmateriaal uit Papierlade 2 gehaald (indien geïnstalleerd en voorzien van afdrukmateriaal). Met de volgende functies kunt u deze standaardwerking wijzigen: • • Ladevergrendeling: Hiermee kunt u voorkomen dat speciaal afdrukmateriaal, zoals afdrukmateriaal met een briefhoofd en voorbedrukt papier, per ongeluk wordt gebruikt.
Accessoires inschakelen (Windows) 1. Klik op Start, en vervolgens op Printers, Printers en Faxtoestellen of Apparaten en printers. -ofKlik op Start, klik op Configuratiescherm en dubbelklik vervolgens op Printers. 2. Klik met de rechtermuisknop op het printerpictogram en klik vervolgens op Printereigenschappen. 3. Selecteer het tabblad Apparaatinstellingen. Klik op het accessoire dat u wilt inschakelen, klik op Geïnstalleerd uit het vervolgkeuzemenu en klik vervolgens op OK.
Hoofdstuk 1 3. Reinig de glasplaat en de glasstrip met een zachte, pluisvrije doek waarop een zacht glasreinigingsmiddel is gesproeid. Droog de glasplaat met een droge, zachte en pluisvrije doek. Let op Gebruik alleen een glasreiniger om de glasplaat van de scanner te reinigen. Vermijd het gebruik van schoonmaakmiddelen met schuurmiddel, aceton, benzeen en koolstoftetrachlorine. Deze producten kunnen de glasplaat van de scanner beschadigen. Vermijd eveneens het gebruik van isopropylalcohol.
ophefmechanisme in de automatische documentinvoer, reinig de rollen of het scheidingsmechanisme en sluit de klep. De rollers of het scheidingskussen reinigen 1. Verwijder eventuele originelen uit de documentlader. 2. Til de klep van de automatische documentinvoer op (1). Zo kunt u goed bij de rollers (2) en het scheidingskussen (3). 3. 4.
Hoofdstuk 1 Werk de printer bij via de geïntegreerde webserver (EWS) 1. 2. 3. 4. Open EWS. Zie Geïntegreerde webserver voor meer informatie. Klik op het tabblad Webservices. Klik in het gedeelte Instellingen webservices op Productupdate en op Nu controleren, en volg de instructies op het scherm. Als de optie Productupdate niet beschikbaar is, volg dan deze instructies: a. In het gedeelte Instellingen webservices klikt u op Instellingen, dan op Doorgaan en volgt u de instructies op het scherm. b.
De printer uitschakelen Schakel de printer uit door op de (Aan/uit-knop) op het apparaat te drukken. Wacht tot het lampje uitgaat voor u de stekker loskoppelt of een wandschakelaar omzet. Let op Als u de printer verkeerd uitschakelt, wordt de wagen met de printcartridges mogelijk niet op de juiste positie teruggezet. Dit kan problemen met de printcartridges en de afdrukkwaliteit veroorzaken.
2 Afdrukken De meeste afdrukinstellingen worden door de softwaretoepassing automatisch afgehandeld. Wijzig de instellingen uitsluitend handmatig indien u de afdrukkwaliteit wilt veranderen, u wilt afdrukken op speciale papiersoorten of als u speciale functies wilt gebruiken. Zie Selecteer papier voor meer informatie over het selecteren van de beste afdrukmaterialen voor uw documenten.
4. 5. 6. 7. Klik op de optie waarmee u het dialoogvenster Printereigenschappen opent om de instellingen te wijzigen. Afhankelijk van uw softwaretoepassing heeft deze knop de naam Eigenschappen, Opties, Printerinstellingen, Printer of Voorkeuren. Wijzig de afdrukstand op het tabblad Afwerking en de papierbron, papiersoort, papierformaat, en kwaliteitsinstellingen op het tabblad Papier/Kwaliteit. Klik op het tabblad Kleur en wijzig de optie Afdrukken in grijstinten om in zwart-wit af te drukken.
Hoofdstuk 2 Opmerking Deze printer bevat HP ePrint, een gratis dienst van HP waarmee u op elk ogenblik en vanaf elke locatie documenten kunt afdrukken met uw printer voorzien van HP ePrint, zonder extra software of printerstuurprogramma's. Zie HP ePrint voor meer informatie. Brochures afdrukken (Windows) Opmerking Maak wijzigingen in de HP-software die bij de printer is geleverd om de afdrukinstellingen voor alle afdruktaken in te stellen.
-of- 3. 4. Vanuit Afdrukken a. Klik in het menu Bestand van het programma op uw computer op Afdrukken. b. Zorg ervoor dat de printer die u wilt gebruiken, geselecteerd is. c. Selecteer het papierformaat in het pop-upmenu Papierformaat (indien aanwezig). Klik in het menu Bestand van het programma op uw computer op Afdrukken.
Hoofdstuk 2 6. Klik op Papier/kwaliteit en selecteer vervolgens de juiste enveloppesoort uit de vervolgkeuzelijst Papierformaat. Tip U kunt meer opties voor de afdruktaak wijzigen aan de hand van de beschikbare functies, die u op de andere tabbladen in het dialoogvenster kunt vinden. 7. Klik op OK en klik vervolgens op Afdrukken of OK om het afdrukken te starten. Afdrukken op enveloppen (Mac OS X) 1. 2. Plaats de enveloppen in de lade. Zie Plaats papier voor meer informatie.
Volg de instructies voor uw besturingssysteem. • • • Foto's afdrukken op fotopapier (Windows) Foto's afdrukken op fotopapier (Mac OS X) Foto's afdrukken vanaf een geheugenapparaat Opmerking Deze printer bevat HP ePrint, een gratis dienst van HP waarmee u op elk ogenblik en vanaf elke locatie documenten kunt afdrukken met uw printer voorzien van HP ePrint, zonder extra software of printerstuurprogramma's. Zie HP ePrint voor meer informatie. Foto's afdrukken op fotopapier (Windows) 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Hoofdstuk 2 -of- 3. Vanuit Afdrukken a. Klik in het menu Bestand van het programma op uw computer op Afdrukken. b. Zorg ervoor dat de printer die u wilt gebruiken, geselecteerd is. c. Selecteer het papierformaat in het pop-upmenu Papierformaat (indien aanwezig).
Afdrukken op speciaal en aangepast papier Als uw toepassing een aangepast papierformaat ondersteunt, stelt u het papierformaat eerst in de toepassing in voordat u het document afdrukt. Zo niet, stelt u het papierformaat in het printerstuurprogramma in. U moet wellicht de opmaak van bestaande documenten aanpassen om deze correct te kunnen afdrukken op een aangepast papierformaat. Gebruik alleen papier van aangepast formaat dat wordt ondersteund door de printer. Zie Papierspecificaties voor meer informatie.
Hoofdstuk 2 1. 2. Laad het juiste papier in de lade. Zie Plaats papier voor meer informatie. Gebruik een van de volgende procedures om een papierformaat te selecteren, afhankelijk van uw toepassing: Vanuit Pagina-instelling a. Klik in het menu Bestand van het programma op uw computer op Paginainstelling. Opmerking Als u de optie Pagina-instelling niet ziet, gaat u naar stap 3. b. c. Controleer of de printer die u wilt gebruiken, is geselecteerd in het popupmenu Formaat voor.
HP ePrint Met HP ePrint kunt u overal en op elk gewenst moment afdrukken vanaf mobiele apparaten met een e-mailverbinding zoals mobiele telefoons en netbooks, andere mobiele apparaten of traditionele desktops met een e-mailclient. Met de service van uw mobiele apparaat en de webservices van de printer kunt u documenten afdrukken op een printer die naast u staat of die zich bijvoorbeeld duizend kilometer verderop bevindt.
Hoofdstuk 2 Opmerking Deze websites zijn momenteel niet beschikbaar in alle talen. Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: • • • HP Direct draadloos afdrukken inschakelen Afdrukken vanaf een mobiel apparaat met draadloze verbindingsmogelijkheden Afdrukken via een computer met draadloze verbindingsmogelijkheden HP Direct draadloos afdrukken inschakelen 1. 2. (Draadloos) aan en raak Raak op het bedieningspaneel van de printer vervolgens Instellingen aan.
Afdrukken via een computer met draadloze verbindingsmogelijkheden Volg de instructies voor uw besturingssysteem. • • Afdrukken via een computer met draadloze verbindingsmogelijkheden (Windows) Afdrukken via een computer met draadloze verbindingsmogelijkheden (Mac OS X) Afdrukken via een computer met draadloze verbindingsmogelijkheden (Windows) 1. Zorg ervoor dat u HP Direct draadloos afdrukken op uw printer hebt ingeschakeld. Zie HP Direct draadloos afdrukken inschakelen voor meer informatie. 2.
Hoofdstuk 2 3. 4. 5. Klik op het AirPort-pictogram en selecteer de naam voor HP Direct draadloos afdrukken, zoals HP-Setup-XX-Officejet Pro 276dw (** zijn de unieke tekens om uw printer te identificeren). Voer het wachtwoord in als HP Direct draadloos afdrukken met beveiliging is ingeschakeld. Een printer toevoegen. a. Selecteer in Systeemvoorkeuren Afdrukken & Faxen of Printen & Scannen, afhankelijk van uw besturingssysteem. b. Klik op + onder de printerlijst links. c.
3. Gebruik een van de volgende procedures om een papierformaat te selecteren, afhankelijk van uw toepassing: Vanuit Pagina-instelling a. Klik in het menu Bestand van het programma op uw computer op Paginainstelling. Opmerking Als u de optie Pagina-instelling niet ziet, gaat u naar stap 3. b. c. Controleer of de printer die u wilt gebruiken, is geselecteerd in het popupmenu Formaat voor. Selecteer het papierformaat in het pop-upmenu Papierformaat en klik vervolgens op OK. -of- 4. Vanuit Afdrukken a.
3 Scannen U kunt het bedieningspaneel van de printer gebruiken om documenten, foto's en andere originelen te scannen en ze naar diverse bestemmingen te zenden, zoals een doelmap op een computer. U kunt de HP-software gebruiken om tekst in gescande documenten te converteren naar een indeling waarin u tekst kunt zoeken, kopiëren, plakken en bewerken. Opmerking Sommige scanfuncties zijn alleen beschikbaar nadat u de door HP aanbevolen software hebt geïnstalleerd.
Gebruik deze stappen om vanuit het bedieningspaneel te scannen. 1. 2. 3. 4. Plaats het origineel met de afdrukzijde naar beneden tegen de rechterbenedenhoek van de glasplaat of met de afdrukzijde naar boven in de ADF. Zie Een origineel op de glasplaat van de scanner plaatsen of Een origineel laden in de automatische documentinvoer (ADF) voor meer informatie. Raak Scannen aan en selecteer Computer. Raak Documenttype aan om het documenttype te selecteren dat u wilt opslaan.
Hoofdstuk 3 Scannen naar een geheugenkaart U kunt vanaf het bedieningspaneel van de printer rechtstreeks naar een geheugenkaart scannen zonder een computer of de HP-software die bij de printer is geleverd, te gebruiken. Een origineel scannen naar een geheugenkaart vanaf het bedieningspaneel van de printer Gebruik deze stappen om een origineel naar een geheugenkaart te scannen. 1.
Webscan gebruiken 1. Open de geïntegreerde webserver. Zie Geïntegreerde webserver voor meer informatie. 2. Klik op het tabblad Instellingen en vervolgens op Beheerderswaarschuwingen in het linkerdeelvenster. 3. Selecteer het selectievakje Webscan Ingeschakeld. Opmerking Als u Webscan niet kunt openen in de EWS, is deze optie wellicht uitgeschakeld door uw netwerkbeheerder. Neem contact op met uw netwerkbeheerder of met de persoon die uw netwerk heeft ingesteld voor meer informatie.
Hoofdstuk 3 Selecteer in de lijst de snelkoppeling Opslaan als PDF en selecteer vervolgens Doorzoekbare PDF (.pdf) in het vervolgmenu Bestandstype. 4. Klik op Scannen en volg de aanwijzingen op het scherm om de scan te starten. Mac OS X 1. Plaats het origineel met de afdrukzijde naar beneden tegen de rechterbenedenhoek van de glasplaat of met de afdrukzijde naar boven in de ADF.
Richtlijnen voor het scannen van documenten als bewerkbare tekst Ga als volgt te werk om ervoor te zorgen dat de software uw documenten goed kan converteren: • • • • • Zorg ervoor dat de glasplaat van de scanner of het ADI-venster schoon is. Wanneer u de printer gebruikt om documenten te scannen, worden vegen of stof op de glasplaat of het ADI-venster mogelijk ook gescand waardoor de software het document niet meer goed kan converteren naar bewerkbare tekst.
4 HP Digital Solutions De printer bevat een reeks digitale oplossingen die u kunnen helpen bij het vereenvoudigen en stroomlijnen van uw werk.
Vereisten Zorg dat u het volgende bij de hand hebt voordat u HP Digital Solutions instelt: Voor alle HP Digital Solutions • Een netwerkverbinding De printer kan zijn verbonden via een draadloze verbinding of met een Ethernetkabel. Opmerking Als de printer is verbonden met een USB-kabel, kunt u documenten scannen naar een computer of scans als bijlagen aan een emailbericht koppelen met de HP-software. Zie Een origineel scannen voor meer informatie.
Hoofdstuk 4 Als u Scannen naar e-mail of Faxen naar e-mail instelt op een computer waarop Windows wordt uitgevoerd, kan de installatiewizard automatisch de e-mailinstellingen voor de volgende e-mailtoepassingen detecteren: • • • • • • Microsoft Outlook 2003-2007 (Windows XP, Windows Vista en Windows 7) Outlook Express (Windows XP) Windows Mail (Windows Vista) Mozilla Thunderbird (Windows XP, Windows Vista en Windows 7) Qualcomm Eudora (versie 7.0 en hoger) (Windows XP en Windows Vista) Netscape (versie 7.
Opmerking Om gebruik te maken van Scannen-naar-netwerkmap moet u de map die u gebruikt op een netwerkcomputer aangemaakt en geconfigureerd hebben. U kunt geen map maken vanaf het bedieningspaneel van het HP-apparaat. Zorg er ook voor dat de mapvoorkeuren zo zijn ingesteld dat u lees- en schrijftoegang hebt tot de map. Meer informatie over het aanmaken van mappen op het netwerk en het instellen van mapvoorkeuren vindt u in de documentatie van het besturingssysteem van uw computer.
Hoofdstuk 4 Scannen-naar-e-mail instellen U kunt de printer gebruiken om documenten te scannen en deze als bijlagen naar een of meer e-mailadressen te verzenden, zonder dat u daarvoor extra scansoftware nodig hebt. U hoeft geen bestanden van uw computer in te scannen en die vervolgens in emailberichten bij te sluiten.
Mac OS X 1. Open het HP-hulpprogramma. Zie HP-printerhulpprogramma (Mac OS) voor meer informatie. 2. Klik op Scannen naar e-mail onder de sectie Scaninstellingen. 3. Volg de aanwijzingen op het scherm op. 4. Nadat u de vereiste gegevens over de netwerkmap hebt ingevoerd, klikt u op Opslaan en testen om te controleren of de link naar de netwerkmap naar behoren werkt. De invoer wordt toegevoegd aan de lijst Profielen voor uitgaande e-mail. Ingebouwde webserver (EWS) 1. Open de geïntegreerde webserver (EWS).
Hoofdstuk 4 printer, en de scaninstellingen die worden gebruikt voor het verzenden van e-mail vanaf de printer), voert u de volgende stappen uit: 1. 2. 3. Open de geïntegreerde webserver (EWS). Zie Geïntegreerde webserver voor meer informatie. Klik op het tabblad Scannen op E-mailopties. Pas desgewenst instellingen aan en klik vervolgens op Toepassen.
Ingebouwde webserver (EWS) 1. Klik op het tabblad Home in het vak Configuratie op Fax naar e-mail/ netwerkmap. 2. Volg de aanwijzingen op het scherm op. 3. Nadat u de vereiste gegevens hebt ingevoerd, klikt u op Opslaan en testen om te controleren of de link naar de netwerkmap naar behoren werkt. De HP Digital Solutions gebruiken Als u de HP Digital Solutions wilt gebruiken die beschikbaar zijn voor de printer, volgt u de aanwijzingen op die in uw situatie van toepassing zijn.
Hoofdstuk 4 Hiervoor wordt de door u opgegeven netwerkmap of het door u opgegeven e-mailadres gebruikt: • • 66 Als u gebruikmaakt van Fax naar netwerkmap, wordt dit proces op de achtergrond uitgevoerd. HP Digital Fax meldt u niet wanneer faxen worden opgeslagen in de netwerkmap. Als u gebruik maakt van Fax naar e-mail en als uw e-mailprogramma u meldt wanneer er nieuwe berichten zijn in uw postvak IN, kunt u zien wanneer u nieuwe faxberichten hebt ontvangen.
5 Kopiëren U kunt kleuren- en zwart-witkopieën van hoge kwaliteit maken op allerlei papiersoorten- en formaten. Opmerking Als er een fax binnenkomt terwijl u een document kopieert, wordt de fax opgeslagen in het geheugen' van de printer totdat het kopiëren is voltooid. Dit kan het aantal faxpagina's opgeslagen in het geheugen verminderen.
Hoofdstuk 5 • • • • Type kopieerpapier Kopieersnelheid en kwaliteit Instellingen lichter/donkerder Formaat van originelen wijzigen om op allerlei papierformaten te passen Om de kopieerinstellingen voor een eenmalige job te wijzigen 1. Raak Kopiëren aan. 2. Selecteer de kopieerinstellingen die u wilt wijzigen. 3. Raak Start zwart-wit of Start kleur aan.
ID-kopie Gebruik de functie ID-kopie om beide kanten van een dubbelzijdige identificatiekaart vast te leggen en om de afbeeldingen op een zijde van een enkele pagina af te drukken, om te rapporteren en te archiveren. Opmerking Als Sorteren is ingesteld op Aan, dan is ID-kopie niet beschikbaar om te worden gebruikt. ID-kopie instellen 1. Zorg ervoor dat er papier in de hoofdlade is geplaatst. Zie Plaats papier voor meer informatie. 2.
6 Fax U kunt de printer gebruiken voor het verzenden en ontvangen van faxen, inclusief kleurenfaxen. U kunt het verzenden van faxen op een later tijdstip plannen en snelkiesnummers instellen om snel en gemakkelijk faxen te verzenden naar veelgebruikte nummers. Op het bedieningspaneel van de printer kunt u ook een aantal faxopties instellen, zoals de resolutie en het contrast tussen licht en donker op de faxen die u verzendt.
Opmerking Als u een afgedrukte bevestiging wilt van faxen die goed zijn verzonden, schakelt u faxbevestiging in voordat u faxen gaat verzenden. Tip U kunt ook handmatig een fax verzenden vanaf een telefoon of met behulp van handenvrij kiezen. Met deze opties kunt u de kiessnelheid instellen. Deze functie is ook nuttig als u de kosten van het gesprek met een telefoonkaart wilt betalen en u tijdens het kiezen op kiestonen moet reageren. Een standaardfax versturen vanaf het bedieningspaneel van de printer 1.
Hoofdstuk 6 6. 7. Klik op Afdrukken of OK. Geef het faxnummer en andere informatie voor de ontvanger op, wijzig eventuele instellingen voor de fax (zoals het selecteren om het document te verzenden als zwart/wit-fax of als kleurenfax en klik vervolgens op Fax verzenden. De printer begint het faxnummer te draaien en het document te faxen. Mac OS X 1. Open het document dat u wilt faxen op uw computer. 2. Klik in het menu Bestand van het programma op uw computer op Afdrukken. 3.
4. Als de ontvanger de telefoon opneemt, kunt u met de ontvanger spreken voordat u de fax verzendt. Opmerking Als een faxapparaat de oproep beantwoordt, hoort u de faxtonen van het ontvangende apparaat. Ga verder met de volgende stap om de fax te verzenden. 5. Wanneer u klaar bent om de fax te verzenden, raakt u Start zwart-wit of Start kleur aan. Opmerking Indien gevraagd, kies Fax verzenden.
Hoofdstuk 6 3. 4. Als u de kiestoon hoort, voert u het nummer in met behulp van het display op het bedieningspaneel van de printer. Volg de eventuele aanwijzingen op het scherm. Tip Als u een belkaart gebruikt om een fax te verzenden en u hebt uw pincode als snelkiesnummer opgeslagen, raakt u het pictogram (Snelkiezen) aan wanneer een pincode wordt gevraagd. U kunt dan het snelkiesnummer kiezen waaronder u uw pincode hebt opgeslagen. Uw fax wordt verzonden als het ontvangende faxapparaat reageert.
De verzending van een fax plannen vanaf het bedieningspaneel van de printer 1. Laad de originelen. Zie Een origineel laden in de automatische documentinvoer (ADF) voor meer informatie. 2. Raak Fax en vervolgens Faxmethoden aan. 3. Raak Fax later verzenden aan. 4. Geef de verzendtijd op met het display van het bedieningspaneel, raak AM of PM aan en selecteer vervolgens Gereed. 5.
Hoofdstuk 6 Fax verzenden in foutcorrectiemodus Foutcorrectiemodus (ECM) voorkomt gegevensverlies door slechte telefoonlijnen door fouten te detecteren die voorkomen tijdens de overdracht en automatisch te verzoeken dat het foute gedeelte opnieuw wordt overgedragen. De telefoonkosten blijven hetzelfde of nemen zelfs af, op goede telefoonlijnen. Op slechte telefoonlijnen verhoogt ECM de verzendtijd en telefoonkosten maar wordt het verzenden van de gegevens veel betrouwbaarder. De standaardinstelling is Aan.
• • Ongewenste faxnummers blokkeren Faxen ontvangen op uw computer met behulp van HP Digital Fax (Faxen naar pc en Faxen naar Mac) Een faxbericht handmatig ontvangen Als u aan de telefoon bent, kan de persoon met wie u spreekt u een fax sturen terwijl u nog verbonden bent. Dit wordt ook wel handmatig faxen genoemd. Volg de instructies in dit gedeelte om een fax handmatig te ontvangen. Opmerking U kunt de handset opnemen om te praten of om te luisteren of er faxtonen weerklinken.
Hoofdstuk 6 (vervolg) Opmerking Als u een fax ontvangt die te groot is, bijvoorbeeld een zeer gedetailleerde kleurenfoto, wordt deze mogelijk niet in het geheugen opgeslagen. Alleen bij fouten Faxberichten worden alleen in het geheugen van de printer opgeslagen als de printer de faxberichten door een fout niet kan afdrukken (bijvoorbeeld als het papier in de printer op is). De printer blijft faxberichten opslaan zolang er geheugen beschikbaar is.
bijvoorbeeld nodig zijn om faxen opnieuw af te drukken als u de vorige afdruk kwijt bent. Faxen in het geheugen opnieuw afdrukken vanaf het bedieningspaneel van de printer 1. Zorg ervoor dat er papier in de hoofdlade is geplaatst. 2. Raak de (rechterpijl) aan en selecteer Configuratie. 3. Raak Fax instellen aan en raak vervolgens Faxhulpmiddelen en selecteer dan Fax in geheugn opn. afdr.
Hoofdstuk 6 4. Raak Aan (Afdrukken en doorsturen) aan om de fax af te drukken en door te sturen of selecteer Aan (Doorsturen) om de fax door te sturen. Opmerking Als de printer het faxbericht niet kan doorsturen naar het opgegeven faxapparaat (als dit bijvoorbeeld is uitgeschakeld), wordt de fax afgedrukt door de printer. Als u de printer instelt op het afdrukken van foutrapporten voor ontvangen faxen, wordt ook een foutrapport afgedrukt. 5. 6.
Automatische verkleining instellen vanaf het bedieningspaneel van de printer 1. Raak de (rechterpijl) aan en selecteer Configuratie. 2. Raak Faxinstallatie aan en selecteer vervolgens Geavanceerde faxinstallatie. 3. Raak Automatische verkleining aan en selecteer vervolgens Aan of Uit.
Hoofdstuk 6 Nummers verwijderen van de lijst met ongewenste faxnummers Als u een faxnummer niet meer wilt blokkeren, kunt u het desbetreffende nummer uit de lijst met ongewenste nummers verwijderen. Nummers uit de lijst met geblokkeerde faxnummers verwijderen 1. Raak eerst de (rechterpijl) aan en daarna Configuratie. 2. Raak Faxinstallatie aan en raak vervolgens Basis faxinstallatie aan. 3. Raak de (pijl omlaag) aan en raak vervolgens Faxnummerblokkering of Faxnummerblokkering instellen aan. 4.
Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: • • • Vereisten voor Faxen naar pc en Faxen naar Mac Faxen naar pc en Faxen naar Mac activeren De instellingen van Faxen naar pc of Faxen naar Mac wijzigen Vereisten voor Faxen naar pc en Faxen naar Mac • De beheerderscomputer (waarmee de functie Faxen naar pc of Faxen naar Mac is geactiveerd), moet altijd aan staan. Slechts een computer kan de beheerdercomputer voor Faxen naar pc of Faxen naar Mac zijn.
Hoofdstuk 6 U kunt Faxen naar pc of Faxen naar Mac, alsook het afdrukken van faxen, uitschakelen vanaf het bedieningspaneel' van de printer. Instellingen wijzigen vanaf het bedieningspaneel van de printer 1. Raak eerst de (rechterpijl) aan en daarna Configuratie. 2. Raak Faxinstallatie aan, raak Basisinstallatiemenu Fax aan en vervolgens HP Digital Fax. 3. Kies de instelling die u wilt aanpassen.
Tip U kunt voor het maken en beheren van snelkiesnummers niet alleen het bedieningspaneel van de printer gebruiken, maar ook hulpprogramma's die beschikbaar zijn op uw computer, zoals de HP-software die bij de printer wordt geleverd en de geïntegreerde webserver van de printer. Zie Hulpprogramma's printerbeheer voor meer informatie.
Hoofdstuk 6 Snelkiesgroepen instellen en wijzigen U kunt groepen faxnummers opslaan als snelkiesgroepen. Snelkiesgroepen instellen Opmerking Voordat u een snelkiesgroep kunt instellen, moet u al ten minste één snelkiesnummer hebben ingesteld. 1. 2. 3. 4. 5. Raak op het bedieningspaneel van de printer eerst de (rechterpijl) aan en daarna Configuratie. Raak Fax instellen aan en selecteer vervolgens Snelkiesinstellingen. Raak Snelkeuze groeperen aan en kies dan een ongebruikt invoernummer.
3. 4. Raak Faxinstallatie aan en selecteer vervolgens Snelkiesinstellingen. Raak Snelkieslijst afdrukken aan. Faxinstellingen wijzigen Als u de stappen uit de Aan-de-slaggids die bij de printer is geleverd, hebt voltooid, kunt u in de volgende stappen de basisinstellingen wijzigen of andere faxopties configureren.
Hoofdstuk 6 De antwoordmodus instellen 1. Raak eerst de (rechterpijl) aan en daarna Configuratie. 2. Raak Faxinstallatie aan en raak vervolgens Basis faxinstallatie aan. 3. Raak Automatisch beantwoorden aan en raak vervolgens Aan of Uit aan. Het aantal belsignalen voordat er wordt opgenomen instellen Als u de optie Automatische beantwoording inschakelt, kunt u opgeven na hoeveel belsignalen de binnenkomende oproep automatisch moet worden beantwoord.
Als deze service niet beschikbaar is, gebruikt u het standaard belpatroon Alle beltonen. Opmerking De printer kan geen faxen ontvangen als de hoorn van het toestel met het hoofdtelefoonnummer van de haak is. Het belpatroon voor beantwoorden van een specifiek belsignaal wijzigen 1. Controleer of de printer is ingesteld om faxoproepen automatisch te beantwoorden. 2. Raak op het bedieningspaneel van de printer eerst de (rechterpijl) aan en daarna Configuratie. 3.
Hoofdstuk 6 instellingen van de opties Opnieuw zenden bij in gesprek en Opnieuw zenden bij geen gehoor. Gebruik de volgende procedure om de opties aan of uit te schakelen. • Opnieuw zenden bij in gesprek: Als deze optie is ingeschakeld, zendt de printer automatisch opnieuw als de lijn bezet is. De fabrieksinstelling van deze optie is AAN. Opnieuw zenden bij geen antwoord: Als deze optie is ingeschakeld, zendt de printer automatisch opnieuw als het ontvangende faxapparaat niet antwoordt.
Het faxgeluidsvolume instellen Gebruik deze procedure om het volume van de faxgeluiden harder of zachter te maken. Het geluidsvolume voor faxen instellen 1. Raak eerst de (rechterpijl) aan en daarna Configuratie. 2. Raak Faxinstallatie aan en raak vervolgens Basis faxinstallatie aan. 3. Raak Geluidsvolume fax aan. 4. Raak Zacht, Hard, of Uit aan om die instelling te selecteren.
Hoofdstuk 6 Opmerking U kunt uitsluitend faxen verzenden en ontvangen door een telefoonsnoer aan te sluiten op de 1-LINE-poort op de printer. Dit betekent dat de verbinding met het Internet tot stand moet worden gebracht via een converter (die is uitgerust met een gewone analoge telefooningangen voor de fax) of via uw telefoonmaatschappij. Tip De ondersteuning voor traditionele faxverzending via een IP-telefoonsysteem is vaak beperkt.
Bevestigingsrapporten voor faxen afdrukken Indien u een gedrukte bevestiging wilt wanneer uw faxen succesvol werden verzonden, volgt u deze instructies om de faxbevestiging mogelijk te maken voor u faxen verzendt. Selecteer Aan (Fax verzenden) of Aan (Verzenden en ontvangen). De standaardinstelling voor faxbevestiging is Uit. Dit betekent dat de geen bevestigingsrapport afdrukt voor elke fax die u verzendt of ontvangt.
Hoofdstuk 6 3. 4. Raak Faxfoutrapport aan. Raak een van de volgende aan om te selecteren. Aan (Verzenden en ontvangen) Afdrukken als er een fout optreedt bij het faxen. Off (Uitschakelen) Er worden geen faxfoutrapporten afgedrukt. Aan (Fax verzenden) Afdrukken als er een fout optreedt bij het overbrengen. Dit is de standaardinstelling. Aan (Fax ontvangen) Afdrukken als er een fout optreedt bij het ontvangen.
Een rapport beller-ID's afdrukken Gebruik de volgende procedure om een lijst af te drukken van Beller-ID faxnummers. Een rapport geschiedenis beller-ID's afdrukken 1. Raak eerst de (rechterpijl) aan en daarna Configuratie. 2. Raak Faxinstallatie aan en raak vervolgens Faxrapporten aan. 3. Raak Rapport Beller-ID's aan. De belgeschiedenis weergeven Gebruik de volgende procedure om een lijst met alle oproepen vanaf de printer weer te geven. Opmerking De oproepgeschiedenis kan niet worden afgedrukt.
7 Webservices De printer biedt innovatieve oplossingen voor het web aan waarmee u snel toegang krijgt tot internet, documenten kunt ophalen en documenten sneller kunt afdrukken... en dat allemaal zonder een computer te gebruiken. Opmerking Als u deze webfuncties wilt gebruiken, moet de printer met internet verbonden zijn (via een Ethernet-kabel of draadloze verbinding). U kunt deze webfuncties niet gebruiken als de printer is aangesloten met een USB-kabel.
Bij bepaalde Printer Apps kunt u ook de levering van de Apps-inhoud naar uw printer plannen. Vooraf opgemaakte inhoud specifiek ontworpen voor uw printer betekent geen tekst of afbeeldingen die wegvallen en geen extra pagina's met slechts een tekstregel. Op sommige printers kunt u ook de instellingen van papier en afdrukkwaliteit kiezen op het scherm afdrukvoorbeeld. Webservices configureren Voer de volgende stappen uit om webservices te configureren.
Hoofdstuk 7 Webservices configureren via het bedieningspaneel van de printer Het bedieningspaneel van de printer biedt een gemakkelijke manier om Webservices in te stellen en te beheren. Voer de volgende stappen uit om webservices te configureren: 1. 2. 3. 4. 5. 6. Controleer of de printer is verbonden met internet. (Apps) of (HP ePrint) aan. Raak op het bedieningspaneel van de printer Klik op Accepteren om de gebruiksvoorwaarden van de webservices te accepteren en deze in te schakelen.
HP ePrint HP ePrint biedt de mogelijkheid om op elk ogenblik en vanaf elke locatie documenten af te drukken met uw printer voorbereid voor HP ePrint. Zorg ervoor dat u over het volgende beschikt om HP ePrint te gebruiken: • • Een computer of mobiel toestel met internet en e-mail. Een printer met HP ePrint waarop Webservices is geactiveerd. Tip Voor meer informatie over het beheren en configureren van de HP ePrintinstellingen en om meer te weten over de laatste functies, gaat u naar het HP Connected (www.
Hoofdstuk 7 Opmerking Zie Webservices verwijderen om alle Webservices te verwijderen. Printer apps Met Printer Apps kunt u snel vooraf opgemaakte webinhoud zoeken en afdrukken, rechtstreeks via uw printer. Printer Apps gebruiken Om de Printer Apps te gebruiken op uw printer, raakt u op het bedieningspaneel van de Printer Apps aan. Raak daarna de Printer App aan die u wilt gebruiken. Ga voor meer informatie over afzonderlijke Printer Apps naar (www.hpconnected.com).
8 Werken met printcartridges Als u ervan verzekerd wilt zijn dat de afdrukkwaliteit van de printer optimaal blijft, moet u enkele eenvoudige onderhoudsprocedures uitvoeren. In dit deel vindt u richtlijnen voor het hanteren van inktcartridges, instructies voor het vervangen van inktcartridges en voor het uitlijnen en schoonmaken van de printkop. Tip Zie Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen als u problemen hebt met het kopiëren van documenten.
Hoofdstuk 8 • • Hanteer de inktcartridges met de nodige voorzichtigheid. Door de inktcartridges tijdens de installatie te laten vallen, te schudden of ruw te behandelen, kunnen tijdelijke afdrukproblemen ontstaan. Als u de printer vervoert, doet u het volgende om te voorkomen dat er inkt uit de printer lekt of dat de printer beschadigd raakt: ◦ Zorg ervoor dat u de printer uitschakelt met de (Aan/uit-knop). Schakel ◦ ◦ de printer niet uit zolang u nog interne printergeluiden hoort.
Wanneer er voldoende inkt in de printkop zit, zal de printer u aanbieden om enkel zwarte inkt te gebruiken wanneer een of meer van de kleurencartridges zonder inkt zitten, en enkel gekleurde inkt wanneer de zwarte cartridge zonder inkt zit. • • De hoeveelheid die u kunt afdrukken met enkel zwarte of gekleurde inkt is beperkt, dus houd vervangende inktcartridges gereed wanneer u afdrukt met enkel zwarte of gekleurde inkt.
Hoofdstuk 8 3. Druk op de voorkant van de printcartridge om deze te ontgrendelen, en verwijder deze vervolgens uit de sleuf. 4. 5. Haal de nieuwe printcartridge uit de verpakking. Gebruik de kleurcoderingen als leidraad en schuif de printcartridge in de lege sleuf tot deze stevig vastzit. Let op Trek niet aan de vergrendelingsgreep van de inktcartridge om de inktcartridge te installeren.
6. 7. Herhaal stap 3 tot en met 5 voor elke printcartridge die u wilt vervangen. Sluit de toegangsklep voor de inktcartridges. Verwante onderwerpen Inktcartridges en printkoppen Printerbenodigdheden bewaren Inktcartridges kunnen gedurende een langere tijd in de printer worden gelaten. Om de toestand van de inktcartridge echter optimaal te houden, moet u de printer op de juiste wijze uitschakelen. Zie De printer uitschakelen voor meer informatie.
Hoofdstuk 8 Opmerking Om de functie voor gebruiksinformatie weer in te schakelen, herstelt u de fabrieksinstellingen. Opmerking U kunt de cartridge in de HP-printer blijven gebruiken als u het vermogen van de geheugenchip om de gebruiksinformatie van het apparaat te verzamelen, uitschakelt.
9 Een probleem oplossen Dit hoofdstuk bevat suggesties voor het oplossen van veelvoorkomende problemen. Indien uw printer niet goed werkt en deze oplossingen uw probleem niet hebben opgelost, probeer dan om een van de volgende ondersteunende services te gebruiken voor ondersteuning.
Hoofdstuk 9 • 3. Waardevolle informatie voor het oplossen van veel voorkomende problemen • Pro-actieve printerupdates, ondersteuningswaarschuwingen en HPnieuwsbrieven die beschikbaar zijn als u de printer registreert Zie Elektronische ondersteuning krijgen voor meer informatie. Bel HP-ondersteuning. De opties en beschikbaarheid voor ondersteuning verschillen per printer, land/regio en taal. Zie Telefonische ondersteuning van HP voor meer informatie.
Opmerking HP biedt geen telefonische ondersteuning voor afdrukken in Linux. Alle ondersteuning wordt online geboden op de volgende website: https:// launchpad.net/hplip. Klik op de knop Ask a question om het ondersteuningsproces op te starten. De HPLIP-website biedt geen ondersteuning voor Windows of Mac OS X. Als u deze besturingssystemen gebruikt, gaat u naar www.hp.com/support. Deze website biedt informatie en hulpmiddelen waarmee u veelvoorkomende printerproblemen kunt verhelpen.
Hoofdstuk 9 Algemene tips en bronnen voor het oplossen van problemen Opmerking Voor veel van de volgende stappen hebt u HP-software nodig. Als u de HP-software niet hebt geïnstalleerd, kunt u dit doen met de cd met HP-software die bij de printer werd geleverd. U kunt de software ook downloaden vanaf de HPondersteuningswebsite www.hp.com/support. Deze website biedt informatie en hulpmiddelen waarmee u veelvoorkomende printerproblemen kunt verhelpen.
• • • • • De printer drukt langzaam af De printer maakt onverwachte geluiden Blanco pagina of pagina wordt slechts gedeeltelijk afgedrukt De afdruk is niet correct of er ontbreken gedeelten De plaatsing van de tekst of de afbeeldingen is verkeerd De printer schakelt onverwachts uit Controleer de netvoeding en aansluiting van het netsnoer Controleer of de printer stevig is aangesloten op een werkend wisselstroomstopcontact. Zie Elektrische specificaties voor spanningsvereisten.
Hoofdstuk 9 Controleer de kabelaansluitingen • Controleer of beide uiteinden van de Ethernet-/USB-kabel goed zijn aangesloten. • Als de printer is aangesloten op een netwerk, controleert u het volgende: ◦ Controleer of het verbindingslampje aan de achterzijde van de printer brandt. ◦ Controleer of u geen telefoonkabel hebt gebruikt voor het aansluiten van de printer.
Opmerking De printer werkt nog als een of meer inktcartridges leeg zijn. Bij het afdrukken met lege cartridges werkt de printer echter langzamer, wat de kwaliteit van de afgedrukte documenten negatief beïnvloedt. Als de zwarte cartridge leeg is, zijn zwarten niet zo donker. Als een kleurencartridge leeg is, krijgt u grijstinten. Vervang indien mogelijk de lege inktcartridge. Wacht tot u een nieuwe inktcartridge hebt voordat u de oude inktcartridge verwijdert.
Hoofdstuk 9 Blanco pagina of pagina wordt slechts gedeeltelijk afgedrukt Printkop reinigen Voer de reinigingsprocedure voor de printkop volledig uit. Zie Printkop reinigen voor meer informatie. De printkop moet mogelijk worden gereinigd als de printer verkeerd werd uitgeschakeld. Opmerking Als u de printer niet op de juiste manier uitschakelt, kan dit problemen met de afdrukkwaliteit veroorzaken, zoals lege of slechts gedeeltelijk bedrukte pagina's.
kabel te gebruiken die korter is dan 3 meter om de effecten van de elektromagnetische velden te minimaliseren. De plaatsing van de tekst of de afbeeldingen is verkeerd Controleer de manier waarop het papier is geplaatst Controleer of de breedte- en lengtegeleiders goed tegen de randen van het afdrukmateriaal zijn geschoven en of niet te veel afdrukmateriaal in de lade is geplaatst. Zie Plaats papier voor meer informatie.
Hoofdstuk 9 Tip Ga naar de HP-website voor online ondersteuning op www.hp.com/support voor informatie en hulpprogramma's die van pas kunnen komen bij het oplossen van veel voorkomende printerproblemen. • • • • • • • Oplossing 1: Controleer of u originele HP-inktcartridges gebruikt.
Opmerking De printer werkt nog als een of meer inktcartridges leeg zijn. Bij het afdrukken met lege cartridges werkt de printer echter langzamer, wat de kwaliteit van de afgedrukte documenten negatief beïnvloedt. Als de zwarte cartridge leeg is, zijn zwarten niet zo donker. Als een kleurencartridge leeg is, krijgt u grijstinten. Vervang indien mogelijk de lege inktcartridge. Wacht tot u een nieuwe inktcartridge hebt voordat u de oude inktcartridge verwijdert.
Hoofdstuk 9 met heldere kleuren, scherper zwart en die sneller drogen dan normaal eenvoudig papier. Zorg er altijd voor dat het papier waarop u afdrukt plat ligt. Gebruik HP Geavanceerd fotopapier voor afdrukken met het beste resultaat. Bewaar speciale afdrukmaterialen in de oorspronkelijke verpakking of in een hersluitbare plastic zak op een vlakke ondergrond op een koele, droge plaats. Als u gaat afdrukken, haalt u alleen het papier eruit dat u onmiddellijk wilt gebruiken.
Oplossing 6: Druk een afdrukkwaliteitsrapport af en kijk na of deze goed is Oplossing: Een afdrukkwaliteitsrapport afdrukken • Bedieningspaneel:Raak eerst de (rechterpijl) aan en daarna Configuratie, selecteer Rapporten en selecteer daarna Afdrukkwaliteitrapport. • Geïntegreerde webserver: Klik op het tabblad Extra, klik op Werkset afdrukkwaliteit onder Hulpmiddelen, en klik op de knop Rapport afdrukkwaliteit.
Hoofdstuk 9 Volg de onderstaande stappen als er defecten blijken uit het diagnoserapport voor de Afdrukkwaliteit: 1. 2. 3. 4. 5. Als op het Diagnoserapport afdrukkwaliteit vervaagde, gedeeltelijke, streperige of ontbrekende gekleurde balken of patronen staan, controleert u of de printcartridges leeg zijn en vervangt u de cartridge die overeenkomt met de defecte gekleurde balk of het defecte kleurenpatroon.
Afdrukmateriaal wordt niet uit de invoerlade opgenomen • Zorg ervoor dat er afdrukmateriaal in de lade is geplaatst. Zie Plaats papier voor meer informatie. Wapper met het afdrukmateriaal voordat u het in de lade plaatst. • Controleer of de papiergeleiders op de correcte markeringen in de lade zijn ingesteld voor de materiaalsoort die u gebruikt. Controleer ook of de geleiders goed, maar niet te stevig tegen de stapel rusten. • Kijk na of het materiaal niet geklemd zit in de lade.
Hoofdstuk 9 Er worden meerdere vellen tegelijk aangevoerd • Wapper met het afdrukmateriaal voordat u het in de lade plaatst. • Controleer of de papiergeleiders op de correcte markeringen in de lade zijn ingesteld voor de materiaalsoort die u gebruikt. Controleer ook of de geleiders goed, maar niet te stevig tegen de stapel rusten. • Controleer of er niet te veel papier in de lade is geplaatst. • Wanneer u dun, speciaal afdrukmateriaal gebruikt, controleer dan of de lade volledig is geladen.
Kopieën niet bedrukt • • • Controleer het afdrukmateriaal Het afdrukmateriaal voldoet misschien niet aan de specificaties van HewlettPackard (het materiaal is bijvoorbeeld te vochtig of te ruw). Zie Papierspecificaties voor meer informatie. Controleer de instellingen Het contrast is mogelijk te licht ingesteld. Raak op het bedieningspaneel van de printer Kopie aan, raak Lichter Donkerder aan en gebruik vervolgens de pijltjestoetsen om donkerdere kopieën in te stellen.
Hoofdstuk 9 Kopieerkwaliteit is slecht • • • Stappen waarmee u de kopieerkwaliteit kunt verbeteren ◦ Gebruik goede originelen. ◦ Plaats het afdrukmateriaal op de juiste manier. Als het materiaal niet goed is geladen, kan dit scheef trekken, waardoor de afbeeldingen onduidelijk worden. Zie Plaats papier voor meer informatie. ◦ Gebruik of maak een documenthouder om uw originelen te beschermen. Controleer de printer ◦ Mogelijk is de scannerklep niet goed dicht.
• • • Onvolledige uitvulling van tekst of afbeeldingen Probeer de instellingen voor het contrast en de kopieerkwaliteit aan te passen. Grote, zwarte lettertypen zien er vlekkerig uit. De standaardinstelling voor verbetering is mogelijk niet geschikt voor de taak. Controleer de instelling en wijzig ze desgevallend om tekst of foto's te verbeteren. Zie Kopieerinstellingen wijzigen voor meer informatie. Horizontale korrelige of witte strepen in lichtgrijze of grijze gebieden.
Hoofdstuk 9 Scanner reageerde niet • • • Controleer het origineel Zorg ervoor dat het origineel goed is geladen. Zie Een origineel laden in de automatische documentinvoer (ADF) of Een origineel op de glasplaat van de scanner plaatsen voor meer informatie. Controleer de printer De printer start mogelijk op uit de Slaapstand na een periode inactiviteit, waardoor de verwerking tijdelijk wordt vertraagd. Wacht tot de printer het beginscherm weergeeft.
Een deel van het document werd niet gescand of er is tekst verdwenen • • Controleer het origineel ◦ Zorg ervoor dat het origineel goed is geplaatst. Zie Een origineel op de glasplaat van de scanner plaatsen of Een origineel laden in de automatische documentinvoer (ADF) voor meer informatie. ◦ Als het document vanaf de ADF is gescand, moet u proberen het document rechtstreeks van de glasplaat van de scanner te scannen. Zie Een origineel op de glasplaat van de scanner plaatsen voor meer informatie.
Hoofdstuk 9 ◦ • Indien u een afzonderlijk OCR-programma gebruikt, kunt u dit koppelen aan een tekstverwerker die geen OCR-taken uitvoert. Raadpleeg voor meer informatie de documentatie bij het OCR-programma. ◦ Zorg ervoor dat u een OCR-taal hebt geselecteerd die overeenkomt met de taal die u hebt gebruikt voor het document dat u scant. Raadpleeg voor meer informatie de documentatie bij het OCR-programma.
beeld op een scherm verschijnt. Indien onderstaande suggesties het probleem niet oplossen, moet u mogelijk op zoek gaan naar een beter origineel. ◦ Om deze patronen te verwijderen, kunt u proberen de afbeelding na het scannen te verkleinen. ◦ Druk de gescande afbeelding af om te zien of de kwaliteit is verbeterd. ◦ Zorg ervoor dat de instellingen voor resolutie en kleur juist zijn voor het type scantaak. ◦ Voor de beste resultaten scant u beter met de scannerglasplaat dan met de ADF.
Hoofdstuk 9 ◦ ◦ Gebruik of maak een documenthouder om uw originelen te beschermen. Reinig de glasplaat van de scanner. Zie De glasplaat van de scanner reinigen voor meer informatie. Er verschijnen defecten in de scans • • • • • • Blanco pagina's Zorg ervoor dat het origineel goed is geplaatst. Plaats het originele document met de bedrukte zijde naar beneden op de flatbedscanner en met de linkerbovenhoek van het document in de rechterbenedenhoek van de glasplaat van de scanner.
Als de test is mislukt, kunt u in het rapport informatie vinden over het oplossen van de aangetroffen problemen. Zie De faxtest is mislukt voor meer informatie. Klik hier voor meer informatie online. (Deze tool is momenteel nog niet beschikbaar in alle talen). Als dit niet helpt en u meer bijstand nodig hebt, ga dan naar de online ondersteuningssite van HP www.hp.com/support. Tip Ga naar de HP-website voor online ondersteuning op www.hp.
Hoofdstuk 9 De faxhardwaretest is mislukt Oplossing: • Schakel de printer uit door te drukken op de (Aan/uit-knop) op het bedieningspaneel van de printer en koppel vervolgens het netsnoer los van de achterkant van de printer. Steek het netsnoer na enkele seconden weer • • • (Aan/uit-knop). Voer de test nogmaals uit. Als de test in en druk op de opnieuw mislukt, zoekt u verder in de informatie over het oplossen van problemen in dit gedeelte. Probeer een fax te verzenden of te ontvangen.
Het is niet gelukt de aansluiting van de fax op een actieve telefoonaansluiting te testen Oplossing: • Controleer de verbinding tussen de wandcontactdoos voor de telefoon en de printer en zorg ervoor dat het telefoonsnoer correct is bevestigd. • Gebruik het telefoonsnoer dat bij de printer werd geleverd. Als u het meegeleverde telefoonsnoer niet gebruikt om de printer op de telefoonaansluiting aan te sluiten, kunt u waarschijnlijk geen faxen verzenden of ontvangen.
Hoofdstuk 9 Afbeelding 9-1 Achteraanzicht van de printer 2. 3. • • 1 Telefoonaansluiting op de wand 2 Gebruik het telefoonsnoer dat bij de printer is geleverd en verbind dit met de 1LINE-poort Nadat u het telefoonsnoer hebt verbonden met de 1-LINE-poort, voert u de faxtest nogmaals uit om te controleren of de printer klaar is om te faxen. Probeer een fax te verzenden of te ontvangen. Gebruik het telefoonsnoer dat bij de printer werd geleverd.
printer en het andere uiteinde op de telefoonaansluiting, zoals in de afbeelding is aangegeven. • • • 1 Telefoonaansluiting op de wand 2 Gebruik het telefoonsnoer dat bij de printer is geleverd en verbind dit met de 1LINE-poort Als het telefoonsnoer dat bij de printer is geleverd niet lang genoeg is, kunt u een verdeelstekker gebruiken en het snoer verlengen. U kunt een dergelijke verdeelstekker kopen in een elektronicawinkel die telefoonaccessoires verkoopt.
Hoofdstuk 9 De kiestoondetectietest is mislukt Oplossing: • Andere apparatuur die gebruikmaakt van dezelfde telefoonlijn als de printer, kan ervoor zorgen dat de test mislukt. Koppel alles los van de telefoonlijn en voer de test nogmaals uit. Zo kunt u controleren of het probleem wordt veroorzaakt door andere apparatuur. Als de Kiestoondetectie zonder de andere apparatuur wel slaagt, worden de problemen veroorzaakt door een of meer andere apparaten.
De faxlijnconditietest is mislukt Oplossing: • Zorg ervoor dat u de printer aansluit op een analoge telefoonlijn. Anders kunt u geen faxen verzenden of ontvangen. Als u wilt controleren of uw telefoonlijn digitaal is, sluit u een gewone analoge telefoon aan op de lijn en luistert u naar de kiestoon. Als u geen normale kiestoon hoort, is de telefoonlijn mogelijk bedoeld voor digitale telefoons. Sluit de printer aan op een analoge telefoonlijn en probeer een fax te verzenden of ontvangen.
Hoofdstuk 9 verdeelstekker gebruiken en het snoer verlengen. U kunt een dergelijke verdeelstekker kopen in een elektronicawinkel die telefoonaccessoires verkoopt. Daarnaast hebt u een ander telefoonsnoer nodig. Hiervoor kunt u een standaardtelefoonsnoer gebruiken, als u dat al in huis hebt. Oplossing: Mogelijk is er andere apparatuur die gebruikmaakt van dezelfde telefoonlijn als de printer.
printer en het andere uiteinde op de telefoonaansluiting, zoals in de afbeelding is aangegeven. • • • 1 Telefoonaansluiting op de wand 2 Gebruik het telefoonsnoer dat bij de printer is geleverd en verbind dit met de 1LINE-poort Als het telefoonsnoer dat bij de printer is geleverd niet lang genoeg is, kunt u een verdeelstekker gebruiken en het snoer verlengen. U kunt een dergelijke verdeelstekker kopen in een elektronicawinkel die telefoonaccessoires verkoopt.
Hoofdstuk 9 • • • • • Mogelijk zit er ruis op de telefoonlijn. Telefoonlijnen met een slechte geluidskwaliteit (ruis) kunnen faxproblemen veroorzaken. Controleer de geluidskwaliteit van de telefoonlijn door een telefoontoestel op een telefoonaansluiting aan te sluiten en vervolgens te luisteren of er sprake is van storingen of andere ruis. Schakel als u ruis hoort de Foutcorrectiemodus (ECM) uit en probeer nogmaals te faxen.
De printer heeft problemen met het verzenden van een handmatige fax Oplossing: Opmerking Deze mogelijke oplossing geldt alleen voor landen/regio's waar een tweeaderig telefoonsnoer wordt meegeleverd in de verpakking met de printer: Argentinië, Australië, Brazilië, Canada, Chili, China, Colombia, Griekenland, India, Indonesië, Ierland, Japan, Korea, Latijns-Amerika, Maleisië, Mexico, Filippijnen, Polen, Portugal, Rusland, Saoedi-Arabië, Singapore, Spanje, Taiwan, Thailand, V.S., Venezuela en Vietnam.
Hoofdstuk 9 De printer kan geen faxen ontvangen maar wel verzenden Oplossing: • Als u geen service voor speciale belsignalen gebruikt, controleert u of de functie Specifiek belsignaal op de printer is ingesteld op Alle beltonen. Zie Het belsignaal fax wijzigen voor een specifiek belsignaal voor meer informatie. • Als Automatische beantwoording is ingesteld op Uit, moet u faxen handmatig ontvangen, omdat de printer de fax anders niet ontvangt.
◦ ◦ Koppel het antwoordapparaat los en probeer vervolgens een fax te ontvangen. Als u kunt faxen zonder het antwoordapparaat, ligt het probleem mogelijk bij het antwoordapparaat. Sluit het antwoordapparaat weer aan en spreek het bericht opnieuw in. Neem een bericht van ongeveer 10 seconden op. Spreek bij het opnemen van het bericht in een rustig tempo en met een niet te hard volume. Neem ten minste vijf seconden stilte op na het einde van het gesproken bericht.
Hoofdstuk 9 De printer kan geen faxen verzenden maar wel ontvangen Oplossing: • De printer kiest mogelijk te snel of te snel achter elkaar. Mogelijk moet u pauzes invoegen in de nummerreeks. Als u bijvoorbeeld een buitenlijn moet kiezen voordat u het telefoonnummer kiest, voegt u een pauze in na het toegangsnummer. Als uw nummer 95555555 is en u met een 9 toegang krijgt tot een buitenlijn, moet u mogelijk als volgt pauzes invoegen: 9-555-5555.
Er worden faxtonen opgenomen op mijn antwoordapparaat Oplossing: • Als het antwoordapparaat en de fax gebruikmaken van dezelfde telefoonlijn, kunt u proberen om het antwoordapparaat rechtstreeks met de printer te verbinden, zoals is beschreven in Situatie I: Gedeelde lijn voor zowel gespreks- als faxoproepen en een antwoordapparaat. Als u het antwoordapparaat niet op de aanbevolen manier aansluit, is het mogelijk dat het antwoordapparaat faxtonen opneemt.
Hoofdstuk 9 Oplossing: Als u faxen in kleur wilt afdrukken, moet u ervoor zorgen dat de optie Inkomende faxen afdrukken op het bedieningspaneel van de printer is ingeschakeld. De computer kan geen faxen ontvangen (Faxen naar pc en Faxen naar Mac) Oorzaak: De computer die is geselecteerd voor het ontvangen van faxen, is uitgeschakeld. Oplossing: Zorg dat de computer die is geselecteerd voor het ontvangen van faxen, altijd is ingeschakeld.
• • • • Indien u de printer verbindt via een Ethernet-kabel, moet u ervoor zorgen dat u de printer niet verbindt met een telefoonsnoer of crossoverkabel om de printer aan te sluiten op het netwerk en dat de Ethernet-kabel veilig is aangesloten op de printer. Zie Problemen met vaste Ethernet-netwerken oplossen voor meer informatie. Indien u de printer aansluit met een draadloze verbinding, moet u ervoor zorgen dat het draadloos netwerk correct werkt. Zie Draadloze problemen oplossen voor meer informatie.
Hoofdstuk 9 Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: • • Problemen met HP Direct digitaal archief oplossen Problemen met HP Digital Fax oplossen Problemen met HP Direct digitaal archief oplossen Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: • • • • Veelvoorkomende problemen Kan niet scannen naar de netwerkmap Scannen-naar-e-mail is niet mogelijk Dialoogvenster Delen is verschillend nadat u HP Digitaal archief (Windows) hebt ingesteld Veelvoorkomende problemen Gescande afbeeldingen zijn niet goed bijge
Neem contact op met uw netwerkbeheerder of met de persoon die uw netwerk heeft ingesteld voor meer informatie. Kan niet scannen naar de netwerkmap Opmerking HP Direct digitaal archief ondersteunt Active Directory niet. De computer waarin de netwerkmap is opgenomen, is uitgeschakeld Controleer of de computer waarop de netwerkmap wordt bewaard is ingeschakeld en aangesloten op het netwerk. De netwerkmap is niet correct geïnstalleerd • Controleer of de map op de server is aangemaakt.
Hoofdstuk 9 E-mailberichten worden verzonden naar bepaalde ontvangers, maar niet naar iedereen wanneer u naar meerdere ontvangers verzendt. De e-mailadressen zijn misschien niet juist of worden niet herkend door de emailserver. Controleer of de e-mailadressen voor alle e-mailontvangers correct zijn ingevoerd in de HP-software. Controleer of uw Postvak IN berichten van de emailserver bevat over mislukte verzendingen.
• • Zorg ervoor dat de mapnaam met de juiste notatie in de HP-software wordt ingevoerd. Zie de informatie in de wizard of de setup assistant voor meer informatie. Controleer of de geldige gebruikersnaam en het wachtwoord ingevoerd zijn. Zie de informatie in de wizard of de setup assistant voor meer informatie.
Hoofdstuk 9 Opmerking Als u vanaf een computer met een geheugenapparaat gaat werken, raadpleegt u de Help bij de software voor informatie over het oplossen van problemen. • • De printer kan het geheugenapparaat niet lezen De printer kan foto's op het geheugenapparaat niet lezen De printer kan het geheugenapparaat niet lezen • • Controleer het geheugenapparaat ◦ Zorg ervoor dat het geheugenapparaat een ondersteund type geheugenapparaat is.
Algemene netwerkproblemen oplossen Indien u de HP-software die bij de printer is geleverd, niet kunt installeren, controleert u of: • • • • Alle kabelverbindingen tussen de computer en de printer in orde zijn. Het netwerk is operationeel en de hub, switch of router van het netwerk is ingeschakeld. Alle toepassingen moeten zijn afgesloten of uitgeschakeld voor computers met Windows, inclusief eventuele antivirusprogramma's, antispywareprogramma's en firewalls.
Hoofdstuk 9 Stap 1 - Controleren of het draadloze (802.11) lampje brandt Het lampje Draadloos op het bedieningspaneel van de printer geeft de status van de draadloze functie aan. Om de draadloze functies in te schakelen, raakt u achtereenvolgens de Configuratie, Netwerk en Draadloze radio aan en selecteert u Ja. (rechterpijl), Opmerking Als uw printer Ethernet-netwerken ondersteunt, controleer dan of er geen Ethernet-kabel op de printer is aangesloten.
Stap 1: Controleren of de computer verbinding heeft met het netwerk Zorg ervoor dat uw computer is aangesloten op uw netwerk - ofwel uw Ethernetnetwerk ofwel uw draadloos netwerk. Als de computer niet is aangesloten op het netwerk, kunt u de printer niet gebruiken in het netwerk. Een Ethernet-verbinding controleren Veel computers hebben indicatielampjes naast de poort waar de Ethernet-kabel wordt aangesloten op uw computer.
Hoofdstuk 9 Mac OS X ▲ Klik op het pictogram AirPort in de menubalk bovenaan in het scherm. Vanuit het menu dat wordt weergegeven, kunt u zien of de AirPort is ingeschakeld en met welk draadloos netwerk uw computer is verbonden. Opmerking Voor meer informatie over uw AirPort-verbinding klikt u op Systeemvoorkeuren in het Dock en vervolgens op Netwerk. Als de draadloze verbinding goed werkt, verschijnt een groene stip naast AirPort in de lijst met verbindingen.
A: Controleer of de printer met het netwerk is verbonden. 1. Als de printer Ethernet-netwerken ondersteunt en is verbonden met een Ethernetnetwerk, controleer dan of er geen Ethernet-kabel is aangesloten aan de achterkant van de printer. Als aan de achterkant een Ethernet-kabel is aangesloten, wordt draadloze connectiviteit uitgeschakeld. 2. Als de printer is aangesloten op een draadloos netwerk, drukt u de netwerkconfiguratiepagina af. Zie De netwerkconfiguratiepagina begrijpen voor meer informatie. 3.
Hoofdstuk 9 meeste VPN-diensten laten echter niet toe dat u toegang hebt tot lokale apparaten (zoals uw printer) op uw lokaal netwerk terwijl uw computer is verbonden met het VPN. Koppel de verbinding met het VPN dus los om de printer aan te sluiten. Tip Om de printer te gebruiken terwijl u bent verbonden met het VPN, kunt u de printer op uw computer aansluiten met een USB-kabel. De printer gebruikt de USBen netwerkverbindingen tegelijkertijd.
Stap 5 - Controleer of de draadloze versie van de printer is ingesteld als het standaardstuurprogramma van de printer (alleen Windows) Als u de HP-software opnieuw installeert, maakt de installer mogelijk een tweede versie van het printerstuurprogramma in uw map Printers of Printers en faxapparaten of Apparaten en printers. Als u problemen hebt met het afdrukken of aansluiten op de printer, controleer dan of de juiste versie van het stuurprogramma van de printer als de standaardinstelling is ingesteld. 1.
Hoofdstuk 9 Wanneer de problemen zijn opgelost... Wanneer u eventuele problemen hebt opgelost en u de verbinding tussen de printer en het draadloos netwerk tot stand hebt gebracht, voert u de volgende stappen voor uw besturingssysteem uit: Windows 1. Klik vanaf het bureaublad van de computer op Start, selecteer Programma's of Alle Programma's, klik op HP, selecteer uw printernaam en klik op Printerinstellingen & Software. -ofKlik op het scherm Start op Printerinstallatie & Software. 2.
• • • Als uw firewall een instelling 'vertrouwde zone' heeft, gebruikt u deze instelling wanneer uw computer is aangesloten op uw netwerk. Als uw firewall een instelling 'waarschuwingsberichten niet weergeven' heeft, schakelt u deze uit. Bij het installeren van de HP-software en het gebruik van de HP-printer ziet u wellicht waarschuwingsberichten van uw firewallsoftware die opties biedt als 'toestaan' of 'deblokkeren'. Sta alle HP-software toe die een waarschuwing veroorzaakt.
Hoofdstuk 9 Opmerking Om de EWS te gebruiken, moet de printer zijn aangesloten op een netwerk met een Ethernet- of een draadloze verbinding. U kunt de geïntegreerde webserver niet gebruiken als de printer is aangesloten op een computer met een USB-kabel. Controleer de webbrowser • Controleer of de webbrowser voldoet aan de minimale systeemvereisten. Zie Specificaties van de geïntegreerde webserver voor meer informatie.
Suggesties voor hardware-installatie Controleer de printer • Controleer of alle kleefband en materiaal aan de buiten- en binnenkant van de printer zijn verwijderd. • Zorg dat er papier in de printer is geladen. • Controleer of er geen lampjes branden of knipperen behalve het lampje Gereed, dat hoort te branden. Controleer op berichten op het bedieningspaneel van de printer als het waarschuwingslampje knippert.
Hoofdstuk 9 Opmerking Als u alle problemen hebt verholpen, moet u het installatieprogramma opnieuw uitvoeren. Netwerkproblemen oplossen Algemene netwerkproblemen oplossen • Als u de HP-software niet kunt installeren, moet u het volgende controleren: ◦ Alle kabelverbindingen tussen de computer en de printer moeten in orde zijn. ◦ Het netwerk is operationeel en de hub, switch of router van het netwerk is ingeschakeld.
Verbindingsproblemen met een Ethernet-netwerk • Als het verbindingslampje Link op de netwerkaansluiting niet brandt, controleert u of aan alle voorwaarden onder "Algemene netwerkproblemen oplossen" is voldaan. • Het is niet aan te raden de printer een vast IP-adres te geven, maar desondanks kunnen sommige installatieproblemen (bijvoorbeeld als gevolg van een firewallconflict) mogelijk worden opgelost door dit toch te doen. De netwerkinstellingen voor de printer opnieuw instellen 1.
Hoofdstuk 9 1. 2. Informatie over de printer: Toont printerinformatie (zoals printernaam, modelnummer, serienummer en versienummer van de firmware), de accessoires die zijn geïnstalleerd (zoals de accessoire voor dubbelzijdig afdrukken of de duplexeenheid) en het aantal pagina's dat vanuit de lades en accessoires wordt afgedrukt. Informatie over het inktsysteem: Toont de geschatte inktniveaus (grafisch voorgesteld als meters), de onderdeelnummers en vervaldatums van de inktcartridges.
Opmerking Het reinigen kost inkt. Reinig de printkop daarom uitsluitend wanneer dit noodzakelijk is. Het reinigingsproces neemt een paar minuten in beslag. Dit proces kan wat geluid produceren. Plaats gewoon papier voordat u de printkop reinigt. Zie Plaats papier voor meer informatie. Als de printer niet correct wordt uitgeschakeld, kan dit problemen met de afdrukkwaliteit veroorzaken. Zie De printer uitschakelen voor meer informatie. De printkop reinigen vanaf het bedieningspaneel 1.
Hoofdstuk 9 Om de regelinvoer te kalibreren vanaf de werkset (Windows) 1. Open de Werkset. Zie De Werkset openen voor meer informatie. 2. Op het tabblad Apparaatservices klikt u op het pictogram links van regelinvoer kaliberen. 3. Volg de aanwijzingen op het scherm op. De regelinvoer kalibreren vanaf de geïntegreerde webserver (EWS) 1. Open EWS. Zie De geïntegreerde webserver openen voor meer informatie. 2. Klik op het tabblad Extra en klik daarna op Werkset afdrukkwaliteit in de sectie Hulpprogramma's. 3.
De printkop opnieuw plaatsen Opmerking Voer deze procedure alleen uit als het bericht De printkop ontbreekt of is defect verschijnt. Probeer eerst de printer uit en weer in te schakelen om het probleem op te lossen. Als het bericht blijft verschijnen, probeert u deze procedure. De printkop opnieuw installeren 1. Controleer of de printer is ingeschakeld. 2. Open de toegangsklep van de printcartridges. 3. Breng de vergrendelingshendel omhoog op de wagen met de printcartridges. 4.
Hoofdstuk 9 5. Zorg ervoor dat de vergrendelingshendel omhoog staat en plaats vervolgens de printkop opnieuw. 6. Laat de vergrendelingsgreep voorzichtig zakken. Opmerking Zorg ervoor dat u de vergrendelingsgreep laat zakken voordat u de printcartridges opnieuw plaatst. Als u de veiligheidspal omhoog laat, kan dit ertoe leiden dat de printcartridges niet juist zijn geplaatst, wat problemen bij het afdrukken kan geven.
lossen. Als u HP moet bellen, is het vaak nuttig deze pagina af te drukken voordat u belt.
Hoofdstuk 9 1. 2. 3. 4. Algemene informatie: Toont informatie over de huidige status en het type actieve verbinding van het netwerk en andere informatie, zoals de URL van de geïntegreerde webserver. 802.3 vast: Informatie over de actieve Ethernet-netwerkverbinding, zoals het IPadres, het subnetmasker, de standaard-gateway en het hardwareadres van de printer. 802.
• 5. SNMP: SNMP (Simple Network Management Protocol) wordt gebruikt door netwerkbeheertoepassingen voor het beheer van apparaten. De printer ondersteunt SNMPv1-protocol op IP-netwerken.
Hoofdstuk 9 Een papierstoring binnenin de printer oplossen 1. Verwijder al het papier uit de uitvoerbak. Let op Probeer de papierstoring niet via de voorzijde van de printer op te lossen. Het afdrukmechanisme kan daardoor beschadigd raken. Los papierstoringen altijd op via de accessoire voor het automatisch dubbelzijdig afdrukken (duplexeenheid). 2. Controleer de duplexeenheid. a. Druk op de knoppen aan weerszijden van de duplexeenheid aan beide zijden en verwijder de eenheid. b. c. 3.
4. 5. Als u het vastgelopen papier niet hebt gevonden en lade 2 hebt geïnstalleerd, trekt u de lade uit en verwijdert u, indien mogelijk, het vastgelopen papier. Zo niet, doe dan het volgende: a. Controleer of de printer is uitgeschakeld en verwijder de stekker uit het stopcontact. b. Licht de printer op van lade 2. c. Haal het vastgelopen materiaal onder uit de printer of uit Lade 2. d. Zet de printer weer boven op Lade 2. Open de toegangsklep van de printcartridges.
Hoofdstuk 9 Druk op het groene lipje in het midden van de automatische documentinvoer. 3. Trek het papier voorzichtig tussen de rollen vandaan. Let op Als het papier scheurt wanneer u het van de rollen verwijdert, moet u de rollen en wieltjes controleren op gescheurde stukjes papier die in de printer kunnen zijn achtergebleven. Als u niet alle stukjes papier uit de printer verwijdert, is er een grotere kans op papierstoringen. 176 4.
Papierstoringen voorkomen Houd u aan de volgende richtlijnen om papierstoringen te voorkomen. • • • • • • • • • • • • • • Verwijder afgedrukte exemplaren regelmatig uit de uitvoerlade. Druk niet af op verkreukeld, gevouwen of beschadigd papier. Zorg dat papier niet krult of kreukt door al het ongebruikte papier in een hersluitbare verpakking te bewaren. Gebruik geen papier dat te dik of te dun is voor de printer. Zorg ervoor dat de lades correct geplaatst zijn en niet te vol zitten.
A Technische informatie Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: • Informatie over de garantie • Printerspecificaties • Overheidsvoorschriften • Programma voor milieubeheer • Licenties van derden Informatie over de garantie Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: 178 • Beperkte garantieverklaring van Hewlett-Packard • Inktpatroon garantie-informatie Technische informatie
Beperkte garantieverklaring van Hewlett-Packard Informatie over de garantie 179
Bijlage A Inktpatroon garantie-informatie De HP-cartridgegarantie is van toepassing wanneer het product gebruikt wordt in de aangewezen HP-printer. Deze garantie is niet van toepassing op HP-inktproducten die opnieuw zijn gevuld, die zijn gerecycled, gerepareerd, die verkeerd zijn gebruikt of waarmee is geknoeid. Gedurende de garantieperiode is het product gedekt zolang de HP-inkt niet is opgebruikt en de uiterste garantiedatum nog niet werd bereikt.
Printerspecificaties Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: • Fysieke specificaties • • Productkenmerken en -mogelijkheden Processor- en geheugenspecificaties • Systeemvereisten • • Netwerkprotocolspecificaties Specificaties van de geïntegreerde webserver • Papierspecificaties • • Afdrukspecificaties Kopieerspecificaties • Faxspecificaties • • Scanspecificaties Specificaties van webservices • HP-websitespecificaties • • Omgevingsspecificaties Elektrische specificaties • Geluidsspec
Bijlage A (vervolg) Functie Capaciteit Levensduur benodigdheden Bezoek www.hp.com/go/learnaboutsupplies/ voor meer informatie over de geschatte levensduur van printcartridges. Printertalen HP PCL 5, HP PCL 6, PS3, and PDF 5. Lettertypeondersteuning US-lettertypes: CG Times, CG Times Italic, Universe, Universe Italic, Courier, Courier Italic, Letter Gothic, Letter Gothic Italic. Printvolume: Maximaal 30.
• Een netwerkverbinding (u kunt geen geïntegreerde webserver gebruiken die rechtstreeks is verbonden met een USB-kabel) • Een internetverbinding (vereist voor sommige functies) Opmerking U kunt de geïntegreerde webserver openen zonder verbinding te hebben met het internet. Sommige functies zijn echter niet beschikbaar. Opmerking De geïntegreerde webserver moet zich aan dezelfde kant van een firewall bevinden als de printer.
Bijlage A (vervolg) Formaat afdrukmateriaal A5 (148 x 210 mm; 5,8 x 8,3 inch) 6 x 8 inch+ Edge-to-Edge A4* Edge-to-Edge Letter* Enveloppen U.S.
(vervolg) Formaat afdrukmateriaal Lade 1 Lade 2 Duplexeenhei d ADF Indexkaart Letter (216 x 279 mm; 8,5 x 11 inch) Afdrukmateriaal voor foto's Fotopapier (76,2 x 127 mm; 3 x 5 inch) Fotopapier (102 x 152 mm; 4 x 6 inch) Fotopapier (5 x 7 inches) Fotopapier (8 x 10 inches) Fotopapier (8,5 x 11 inches) Fotopapier L (89 x 127 mm; 3,5 x 5 inch) Foto 2L (127 x 178 mm) 13x18 cm Ander afdrukmateriaal Opmerking Speciale papierformaten definiëren vanuit de beeldbewerkingssoftware van HP is alleen beschikbaar op
Bijlage A (vervolg) Lade Soort Gewicht Capaciteit (25 mm of 1 inch gestapeld) Afdrukmateriaal voor foto's Enveloppen Kaarten 280 g/m2 Maximaal 100 vellen (75 lb bankpost) (17 mm of 0,67 inch gestapeld) 75 tot 90 g/m2 Maximaal 30 vellen (enveloppe met 20 to 24 lb bankpost) (17 mm of 0,67 inch gestapeld) Maximaal 200 g/m2 Maximaal 80 kaarten (steekkaart 110 lb) Lade 2 Alleen gewoon papier 60 tot 105 g/m2 (16 tot 28 lb bankpost) Duplexeen heid Standaard en brochure Uitvoerlade Alle onder
Afdrukmateriaal (1) Linkermarge (2) Rechtermarg e (3) Bovenmarge (4) Ondermarge U.S. Letter 4 mm (0,16 inch) 4 mm (0,16 inch) 4 mm (0,16 inch) Windows: 4 mm (0,16 inch), Mac en Linux: 12 mm (0,47 inch) 4 mm (0,16 inch) 4 mm (0,16 inch) 16,5 mm (0,65 inch) 16,5 mm (0,65 inch) U.S. Legal A4 U.S. Executive U.S.
Bijlage A Faxspecificaties • Mogelijkheid voor zwart-wit en kleur bij apparaat. • Maximaal 110 snelkiesnummers (verschilt per model). • Geheugen tot 120 pagina's (verschilt per model, op basis van ITU-T-testafbeelding #1 met standaardresolutie). Meer complexe pagina's of een hogere resolutie duren langer en nemen meer geheugen in beslag. • • Fax handmatig verzenden en ontvangen. Automatisch tot vijf keer opnieuw kiezen bij in gesprek (verschilt per model).
◦ ◦ Microsoft Word, PowerPoint Afbeeldingen zoals PNG, JPEG, TIFF, GIF, BMP Opmerking U kunt mogelijk andere bestandstypen gebruiken met HP ePrint. HP kan echter niet garanderen dat deze correct werken met de printer omdat ze niet volledig zijn getest. Printer apps Om sommige Printer Apps te gebruiken, kan het zijn dat u een account moet installeren op een partnerwebsite. Ga voor meer informatie naar www.hpconnected.com. HP-websitespecificaties • Een webbrowser (Microsoft Internet Explorer 6.
Bijlage A Geheugenkaartspecificaties Specificaties • Aanbevolen maximum aantal bestanden op een geheugenkaart: 2,000 • • Aanbevolen maximumgrootte van de afzonderlijke bestanden: 12 megapixel maximum, 10 MB maximum (TIFF-bestanden: 50 MB maximum) Aanbevolen maximumgrootte van de geheugenkaart: 64 GB (alleen solid state) Opmerking Bij benadering van de aanbevolen maximumwaarden voor een geheugenkaart kunnen de prestaties van de printer onder de verwachting blijven.
Overheidsvoorschriften De printer voldoet aan de producteisen van overheidsinstellingen in uw land/regio.
Bijlage A FCC verklaring Kennisgeving voor gebruikers in Korea VCCI (Class B) compatibiliteitsverklaring voor gebruikers in Japan 192 Technische informatie
Kennisgeving over netsnoer voor gebruikers in Japan Kennisgeving over geluidsproductie voor Duitsland Bericht voor de Europese Unie Producten voorzien van het CE-logo zijn conform onderstaande EU-richtlijnen: • Laagspanningsrichtlijn 2006/95/EC • EMC-richtlijn 2004/108/EC • Richtlijn met betrekking tot het ecologisch ontwerp 2009/125/EC, indien van toepassing De EG-conformiteit van dit product is geldig indien het wordt gebruikt samen met de CEgemarkeerde AC-adapter die door HP is geleverd.
Bijlage A De telecommunicatiefunctionaliteit van dit product mag worden gebruikt in de volgende EG- en EFTA-landen: Oostenrijk, België, Bulgarije, Cyprus, de Tsjechische republiek, Denemarken, Estland, Finland, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Hongarije, IJsland, Ierland, Italië, Letland, Liechtenstein, Lithouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Noorwegen, Polen, Portugal, Roemenië, de Slovaakse republiek, Slovenië, Spanje, Zweden, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk.
Kennisgeving voor gebruikers van het Amerikaanse telefoonnetwerk: FCC-eisen Overheidsvoorschriften 195
Bijlage A Kennisgeving aan gebruikers van het Canadese telefoonnetwerk Kennisgeving voor gebruikers van het Duitse telefoonnetwerk Australische verklaring over vaste faxen 196 Technische informatie
Kennisgeving aan gebruikers in de Europese Unie Overheidsinformatie voor draadloze producten Dit hoofdstuk bevat de volgende overheidsinformatie met betrekking tot draadloze producten: • Blootstelling aan de straling van radiofrequenties • Kennisgeving voor gebruikers in Brazilië • Kennisgeving voor gebruikers in Canada • Kennisgeving voor gebruikers in Taiwan • Kennisgeving voor gebruikers in Mexico • Bericht aan gebruikers in Japan Blootstelling aan de straling van radiofrequenties Overheids
Bijlage A Kennisgeving voor gebruikers in Brazilië Kennisgeving voor gebruikers in Canada 198 Technische informatie
Kennisgeving voor gebruikers in Taiwan Kennisgeving voor gebruikers in Mexico Bericht aan gebruikers in Japan Modelnummer Voor wettelijke identificatiedoeleinden is aan dit product een voorgeschreven modelnummer toegewezen. Het voorgeschreven modelnummer van uw product is SNPRC-1202-01. U moet dit voorgeschreven nummer niet verwarren met de merknaam (HP Officejet Pro 276dw Multifunction Printer ) of het productnummer.
Bijlage A Programma voor milieubeheer Hewlett-Packard streeft ernaar om producten van hoge kwaliteit te leveren die op milieuvriendelijke wijze zijn geproduceerd. • Dit product is ontworpen met het oog op recycling. • Het aantal materialen is tot een minimum beperkt, zonder dat dit ten koste gaat van de functionaliteit en de betrouwbaarheid. • Materialen en verschillende grondstoffen werden zo ontworpen dat ze gemakkelijk van elkaar te scheiden zijn.
Recyclingprogramma van HP inkjet-onderdelen HP streeft ernaar om het milieu te beschermen. Het recyclingprogramma van HP Inkjetonderdelen is in veel landen/regio's beschikbaar. Het programma biedt u de mogelijkheid gebruikte printcartridges gratis te recyclen. Ga voor meer informatie naar de volgende website: www.hp.
Bijlage A Afvoer van afgedankte apparatuur door gebruikers in particuliere huishoudens in de Europese Unie 202 Technische informatie
Stroomverbruik Afdruk- en beeldbewerkingsapparatuur van Hewlett-Packard met het ENERGY STAR®-logo voldoet aan de ENERGY STAR-vereisten van de Environmental Protection Agency van de VS voor beeldbewerkingsapparatuur. Op beeldbewerkingsproducten met de kwalificatie ENERGY STAR wordt het volgende merk weergeven: Meer informatie over beeldbewerkingsproducten met de ENERGY STAR-kwalificatie is te vinden op: www.hp.
Bijlage A RoHS-kennisgevingen (alleen voor China) Tabel met giftige en gevaarlijke stoffen Beperking voor gevaarlijke producten (Oekraïne) 204 Technische informatie
Licenties van derden LICENSE.aes-pubdom--crypto --------------------/* rijndael-alg-fst.c * * @version 3.0 (December 2000) * * Optimised ANSI C code for the Rijndael cipher (now AES) * * @author Vincent Rijmen * @author Antoon Bosselaers * @author Paulo Barreto * * This code is hereby placed in the public domain.
Bijlage A THE SOFTWARE IS PROVIDED "AS IS", WITHOUT WARRANTY OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO THE WARRANTIES OF MERCHANTABILITY, FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE AND NONINFRINGEMENT. IN NO EVENT SHALL THE AUTHORS OR COPYRIGHT HOLDERS BE LIABLE FOR ANY CLAIM, DAMAGES OR OTHER LIABILITY, WHETHER IN AN ACTION OF CONTRACT, TORT OR OTHERWISE, ARISING FROM, OUT OF OR IN CONNECTION WITH THE SOFTWARE OR THE USE OR OTHER DEALINGS IN THE SOFTWARE. LICENSE.
All of the software was either written by or donated to Tom St Denis for the purposes of this project. The only exception is the SAFER.C source which has no known license status (assumed copyrighted) which is why SAFER,C is shipped as disabled. Tom St Denis LICENSE.md5-pubdom--jm_share_folder --------------------LibTomCrypt is public domain. As should all quality software be. All of the software was either written by or donated to Tom St Denis for the purposes of this project.
Bijlage A documentation and/or other materials provided with the distribution. 3. All advertising materials mentioning features or use of this software must display the following acknowledgement: "This product includes cryptographic software written by Eric Young (eay@cryptsoft.com)" The word 'cryptographic' can be left out if the rouines from the library being used are not cryptographic related :-). 4.
"This product includes software developed by the OpenSSL Project for use in the OpenSSL Toolkit. (http://www.openssl.org/)" 4. The names "OpenSSL Toolkit" and "OpenSSL Project" must not be used to endorse or promote products derived from this software without prior written permission. For written permission, please contact openssl-core@openssl.org. 5.
Bijlage A 2. Redistributions in binary form must reproduce the above copyright notice, this list of conditions and the following disclaimer in the documentation and/or other materials provided with the distribution. 3. All advertising materials mentioning features or use of this software must display the following acknowledgment: "This product includes software developed by the OpenSSL Project for use in the OpenSSL Toolkit. (http://www.openssl.org/)" 4.
SUN MICROSYSTEMS, INC., and contributed to the OpenSSL project. LICENSE.sha2-bsd--nos_crypto --------------------/* FIPS 180-2 SHA-224/256/384/512 implementation * Last update: 02/02/2007 * Issue date: 04/30/2005 * * Copyright (C) 2005, 2007 Olivier Gay * All rights reserved. * * Redistribution and use in source and binary forms, with or without * modification, are permitted provided that the following conditions * are met: * 1.
Bijlage A * * This source code is provided as is by Unicode, Inc. No claims are * made as to fitness for any particular purpose. No warranties of any * kind are expressed or implied. The recipient agrees to determine * applicability of information provided. If this file has been * purchased on magnetic or optical media from Unicode, Inc., the * sole remedy for any claim will be exchange of defective media * within 90 days of receipt. * * Limitations on Rights to Redistribute This Code * * Unicode, Inc.
Comments) 1950 to 1952 in the files http://www.ietf.org/rfc/rfc1950.txt (zlib format), rfc1951.txt (deflate format) and rfc1952.txt (gzip format).
B HP-benodigdheden en accessoires Dit hoofdstuk biedt informatie over HP-benodigdheden en -accessoires voor de printer. De informatie kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Bezoek de website van HP ( www.hpshopping.com) voor de laatste updates. U kunt ook producten aankopen via de website. Opmerking Niet alle cartridges zijn in alle landen/regio's beschikbaar.
Gebruik alleen vervangingscartridges met hetzelfde cartridgenummer als de inktcartridge die u vervangt. Het nummer van de cartridge is terug te vinden op de volgende plaatsen: • In de geïntegreerde webserver als u klikt op het tabblad Hulpprogramma 's en u vervolgens onder Productinformatie klikt op Inktmeter. Zie Geïntegreerde webserver voor meer informatie. • • In het printerstatusrapport (zie Het printerstatusrapport begrijpen). Op het label van de inktcartridge die u gaat vervangen.
C Bijkomende faxinstallatie Nadat u alle stappen uit de snelstartgids hebt uitgevoerd, kunt u met behulp van de instructies in dit gedeelte het instellen van de fax voltooien. Houd deze snelstartgids bij voor later gebruik. In dit gedeelte leest u hoe u de printer zo kunt instellen dat u een fax kunt verzenden zonder dat er problemen ontstaan met de reeds aanwezige apparatuur en services die van dezelfde telefoonlijn gebruikmaken als het apparaat.
Landen/regio's met een parallel telefoonsysteem (vervolg) Indonesië Ierland Japan Korea Latijns-Amerika Maleisië Mexico Filippijnen Polen Portugal Rusland Saoedi-Arabië Singapore Spanje Taiwan Thailand V.S. Venezuela Vietnam Als u niet zeker weet welk type telefoonsysteem u gebruikt (serieel of parallel), kunt u dat navragen bij uw telefoonmaatschappij.
Bijlage C • Gespreksoproepen: Gespreksoproepen worden ontvangen op hetzelfde telefoonnummer dat u gaat gebruiken voor het ontvangen van faxoproepen met de printer. • Computermodem voor inbellen: Een computermodem voor inbellen staat op dezelfde telefoonlijn als de printer.
(vervolg) Andere apparatuur of diensten die uw faxlijn delen DSL PBX Abonne ment op specifie ke belsign alen Gespr eksop roepe n Computer modem voor inbellen Antwoord apparaat Voicem ailservi ce Aanbevolen installatiemethode fax belsignalen hebt en dezelfde lijn gebruikt Situatie E: Gedeelde gespreks-/faxlijn Situatie F: Gedeelde gespreks-/faxlijn met voicemail Situatie G: Gedeelde faxlijn met computermodem (er komen geen gespreksoproepen binnen) Situatie H: Gedeelde gespreks-/faxlijn met computermo
Bijlage C Situatie A: Aparte faxlijn (er worden geen gespreksoproepen ontvangen) Als u een aparte telefoonlijn hebt waarop u geen gespreksoproepen ontvangt en er geen andere apparatuur op deze telefoonlijn is aangesloten, stelt u de printer in zoals in dit deel wordt beschreven. Achteraanzicht van de printer 1 Telefoonaansluiting op de wand 2 Gebruik het telefoonsnoer dat bij de printer is geleverd en verbindt dit met de 1-LINE-poort.
verstoren, zodat de printer goed kan communiceren met de telefoonlijn. (DSL wordt in uw land/ regio mogelijk ADSL genoemd.) Opmerking Als u over een DSL-lijn beschikt en geen DSL-filter gebruikt, kunt u met de printer geen faxberichten verzenden en ontvangen. Achteraanzicht van de printer 1 Telefoonaansluiting op de wand 2 DSL-filter (of ADSL-filter) en het door de DSL-provider geleverde snoer 3 Gebruik het telefoonsnoer dat bij de printer is geleverd en verbindt dit met de 1-LINE-poort.
Bijlage C Situatie C: De printer installeren met een PBX-telefoonsysteem of een ISDN-lijn Als u een PBX- of een ISDN-converter/terminaladapter gebruikt, dient u het volgende te doen: • Sluit de printer aan op de poort die voor fax- en telefoongebruik is bedoeld als u een PBXof een ISDN-converter/terminaladapter gebruikt. Zorg ook dat de adapter zo mogelijk is ingesteld op het juiste switch-type voor uw land/regio.
Situatie D: Faxen terwijl u een abonnement op specifieke belsignalen hebt en dezelfde lijn gebruikt Als u een abonnement hebt op de service voor specifieke belsignalen (via uw telefoonmaatschappij) en u één telefoonlijn wilt gebruiken voor verschillende telefoonnummers waarvan elk een ander belpatroon heeft, stelt u de printer in zoals in dit deel wordt beschreven.
Bijlage C 3. Wijzig de instelling Specifiek belsignaal, zodat deze overeenstemt met het patroon dat de telefoonmaatschappij aan uw faxnummer heeft toegekend. Opmerking De printer is standaard ingesteld om alle belpatronen te beantwoorden. Als u de Specifiek belsignaal niet instelt in overeenstemming met het belpatroon dat is toegekend aan uw faxnummer, dan beantwoordt de printer mogelijk zowel telefoonoproepen als faxoproepen of geen van beiden.
De printer instellen met een gedeelde spraak- en faxlijn 1. Sluit het ene uiteinde van het telefoonsnoer dat is geleverd bij de printer aan op de telefoonaansluiting op de wand en het andere uiteinde op de poort 1-LINE aan de achterkant van de printer. Opmerking U moet mogelijk het bijgeleverde telefoonsnoer aansluiten op de adapter voor uw land/regio. Als u het meegeleverde telefoonsnoer niet gebruikt om de printer op de telefoonwandaansluiting aan te sluiten, kunt u waarschijnlijk niet goed faxen.
Bijlage C Achteraanzicht van de printer 1 Telefoonaansluiting op de wand 2 Gebruik het telefoonsnoer dat bij de printer is geleverd en verbind dit met de poort 1-LINE. U moet mogelijk het bijgeleverde telefoonsnoer aansluiten op de adapter voor uw land/regio. Instellen van de printer met voicemail 1. Sluit het ene uiteinde van het telefoonsnoer dat is geleverd bij de printer aan op de telefoonaansluiting op de wand en het andere uiteinde op de poort 1-LINE aan de achterkant van de printer.
Opmerking Indien u een inbelmodem hebt op uw computer, deelt deze de telefoonlijn met de printer. U kunt niet tegelijkertijd uw modem en de printer gebruiken. U kunt bijvoorbeeld niet de printer gebruiken om te faxen terwijl u de computermodem gebruikt om een emailbericht te verzenden of te surfen op internet.
Bijlage C 4. Als de software van de pc-modem is ingesteld op het automatisch ontvangen van faxen op de computer, moet u die instelling uitschakelen. Opmerking Als u de instelling voor automatische faxontvangst niet uitschakelt in de software van uw modem, kan de printer geen faxen ontvangen. 5. Zet de Automatische beantwoording-instelling aan. 6. (Optioneel) Zet Hoe vaak overgaan op de laagste instelling (tweemaal overgaan). 7. Voer een faxtest uit.
Opmerking U moet een parallelle splitter aanschaffen. Een parallelle splitter heeft een RJ-11-poort aan de voorkant en twee RJ-11-poorten aan de achterkant. Gebruik geen telefoonsplitters voor twee lijnen, seriële splitters of parallelle splitters met twee RJ-11-poorten aan de achterzijde. De printer installeren met een DSL/ADSL-computermodem 1. U kunt een DSL-filter aanschaffen bij uw DSL-provider. 2.
Bijlage C Opmerking Als uw computer slechts één telefoonpoort heeft, moet u een parallelle splitter (coupler) aanschaffen, zoals in de volgende afbeelding wordt getoond. (Een parallelle splitter heeft een RJ-11-poort aan de voorkant en twee RJ-11-poorten aan de achterkant. Gebruik geen telefoonsplitters voor twee lijnen, seriële splitters of parallelle splitters met twee RJ-11poorten aan de achterzijde.
4. Sluit het ene uiteinde van het telefoonsnoer dat is geleverd bij de printer aan op de telefoonaansluiting op de wand en het andere uiteinde op de poort 1-LINE aan de achterkant van de printer. Opmerking U moet mogelijk het bijgeleverde telefoonsnoer aansluiten op de adapter voor uw land/regio. Als u het meegeleverde telefoonsnoer niet gebruikt om de printer op de telefoonwandaansluiting aan te sluiten, kunt u waarschijnlijk niet goed faxen.
Bijlage C Gedeelde gespreks-/faxlijn met DSL/ADSL-computermodem Volg deze instructies als uw computer beschikt over een DSL/ADSL-modem 1 Telefoonaansluiting op de wand 2 Parallelle splitter 3 DSL/ADSL-filter 4 Met het bijgeleverde telefoonsnoer verbindt u de poort 1-LINE aan de achterzijde van de printer. U moet mogelijk het bijgeleverde telefoonsnoer aansluiten op de adapter voor uw land/regio. 5 DSL/ADSL-modem 6 Computer 7 Telefoon Opmerking U moet een parallelle splitter aanschaffen.
De printer installeren met een DSL/ADSL-computermodem 1. U kunt een DSL-filter aanschaffen bij uw DSL-provider. Opmerking Telefoons die elders thuis of op kantoor hetzelfde telefoonnummer delen met de DSL-dienst, moeten met extra DSL-filters zijn verbonden om ruis tijdens telefoongesprekken te voorkomen. 2. Met het bij de printer geleverde telefoonsnoer verbindt u het ene uiteinde met de DSL-filter en het andere uiteinde met de poort met het label 1-LINE aan de achterzijde van de printer.
Bijlage C 1 Telefoonaansluiting op de wand 2 Met het bijgeleverde telefoonsnoer verbindt u de 1-LINE-poort aan de achterzijde van de printer U moet mogelijk het bijgeleverde telefoonsnoer aansluiten op de adapter voor uw land/regio. 3 Antwoordapparaat 4 Telefoon (optioneel) De printer instellen met een gedeelde spraak- en faxlijn met antwoordapparaat 1. Verwijder de witte plug van de 2-EXT-poort achter op de printer. 2.
Situatie J: Gedeelde lijn voor zowel gespreks- als faxoproepen, een computermodem en een antwoordapparaat Als u op hetzelfde telefoonnummer zowel gespreks- als faxoproepen ontvangt en u ook een computermodem en een antwoordapparaat op deze telefoonlijn hebt aangesloten, stelt u de printer in zoals in dit deel wordt beschreven. Opmerking Aangezien de computermodem de telefoonlijn deelt met de printer, kunt u de modem en de printer niet gelijktijdig gebruiken.
Bijlage C 1 Telefoonaansluiting op de wand 2 "IN"-telefoonpoort op uw computer 3 "OUT"-telefoonpoort op uw computer 4 Telefoon (optioneel) 5 Antwoordapparaat 6 Computer met modem 7 Gebruik het telefoonsnoer dat bij de printer is geleverd en verbindt dit met de 1-LINE-poort. U moet mogelijk het bijgeleverde telefoonsnoer aansluiten op de adapter voor uw land/regio. 1. Verwijder de witte plug van de 2-EXT-poort achter op de printer. 2.
Als de telefoon overgaat, beantwoordt het antwoordapparaat de oproep na het ingestelde aantal belsignalen. De door u ingesproken tekst wordt afgespeeld. De printer controleert ondertussen de telefoonlijn en "luistert" of er in de oproep ook faxtonen te horen zijn. Als er binnenkomende faxtonen worden gedetecteerd, zendt de faxontvangsttonen uit waarna deze de fax ontvangt.
Bijlage C De printer installeren met een DSL/ADSL-computermodem 1. U kunt een DSL/ADSL-filter aanschaffen bij uw DSL/ADSL-provider. Opmerking Telefoons die elders thuis of op kantoor hetzelfde telefoonnummer delen met de DSL/ADSL-dienst moeten met extra DSL/ADSL-filters zijn verbonden om ruis tijdens telefoongesprekken te voorkomen. 2. Gebruik het bij de printer geleverde telefoonsnoer om een verbinding te maken tussen de DSL-/ADSL-filter en de poort met het label 1-LINE op de achterzijde van de printer.
Opmerking U kunt faxen niet automatisch ontvangen als u een voicemailservice hebt op hetzelfde telefoonnummer dat u voor faxen gebruikt. U moet faxen handmatig ontvangen. Dit betekent dat u zelf aanwezig moet zijn om binnenkomende faxoproepen te beantwoorden. Als u uw faxen liever automatisch wilt ontvangen, moet u contact opnemen met uw telefoonmaatschappij om u te abonneren op een service voor specifieke belsignalen of om een aparte telefoonlijn aan te vragen voor het faxen.
Bijlage C 3 Computer met modem 4 Telefoon De printer op dezelfde telefoonlijn instellen als een computer met twee telefoonpoorten 1. Verwijder de witte plug van de 2-EXT-poort achter op de printer. 2. Zoek het telefoonsnoer dat vanaf de achterzijde van de computer (de computerinbelmodem) is aangesloten op een telefoonaansluiting. Koppel het snoer los van de telefoonaansluiting en sluit het uiteinde aan op de 2-EXT-poort aan de achterkant van de printer. 3.
(vervolg) Nederland www.hp.nl/faxconfig België (Nederlands) www.hp.be/nl/faxconfig België (Franstalig) www.hp.be/fr/faxconfig Portugal www.hp.pt/faxconfig Spanje www.hp.es/faxconfig Frankrijk www.hp.com/fr/faxconfig Ierland www.hp.com/ie/faxconfig Italië www.hp.com/it/faxconfig Faxinstallatietesten U kunt uw faxinstellingen testen om de status van de printer te controleren en om na te gaan of de instellingen juist zijn om te kunnen faxen.
D Netwerkinstallatie U kunt de netwerkinstellingen voor de printer beheren via het bedieningspaneel van de printer, zoals is beschreven in het volgende gedeelte. Voor geavanceerde instellingen kunt u de geïntegreerde webserver gebruiken. De geïntegreerde webserver is een configuratie- en statushulpmiddel dat u kunt openen via een bestaande netwerkverbinding met de printer. Zie Geïntegreerde webserver voor meer informatie.
Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: De verbindingssnelheid instellen • IP-instellingen bekijken • • IP-instellingen wijzigen De instellingen van de firewall van de printer configureren • De netwerkinstellingen herstellen • De verbindingssnelheid instellen U kunt de snelheid wijzigen waarmee gegevens via het netwerk worden verzonden. De standaardinstelling is Automatisch. 1. Raak de 2. Raak Geavanceerde installatie aan en vervolgens Verbindingssnelheid. 3.
Bijlage D Voor bediening van de firewall via de printer moet u een firewallbeleid configureren voor toepassing op specifiek IP-verkeer. Pagina´s voor firewallbeleid zijn bereikbaar via de EWS en verschijnen in uw webbrowser. Nadat u een beleid hebt geconfigureerd, wordt dit pas geactiveerd als u klikt op Toepassen in de EWS. Firewallregels aanmaken en gebruiken Via de firewallregels kunt u het IP-verkeer controleren.
Beperkingen voor regels, sjablonen en services Houd bij het maken van firewallregels rekening met de volgende beperkingen voor regels, sjablonen en services. Nummer Limiet Maximum aantal regels. 11 (één standaardregel) Maximum aantal adressjablonen. 12 Maximum aantal door de gebruiker gedefinieerde adressjablonen. 5 Maximum aantal services dat kan worden toegevoegd aan een door de gebruiker gedefinieerde servicesjabloon.
Bijlage D • • De draadloze verbinding testen Richtlijnen voor het verzekeren van beveiliging op een draadloos netwerk • Richtlijnen om interferenties op een draadloos netwerk te beperken Opmerking Zie Draadloze problemen oplossen als er problemen optreden bij het maken van verbinding met de printer. Tip Voor meer informatie over het draadloos configureren en gebruiken van de printer gaat u naar het HP Wireless Printing Center (www.hp.com/go/wirelessprinting).
Printer configureren via de wizard Draadloos instellen De wizard Draadloze installatie biedt u een eenvoudige methode voor het installeren en het beheren van een draadloze verbinding met de printer via het bedieningspaneel van het apparaat. 1. Installeer de printerhardware. Raadpleeg de beknopte gebruikershandleiding of de installatieposter die bij uw printer is geleverd. 2. Raak op het bedieningspaneel van de printer achtereenvolgens de Configuratie aan en vervolgens Netwerk. 3.
Bijlage D 3. Indien gevraagd, kies PIN. De WPS-pincode verschijnt op het display. 4. Open het configuratiehulpprogramma voor de draadloze router of het draadloze toegangspunt en voer de WPS-pincode in. Opmerking Raadpleeg de documentatie die is geleverd bij de router of het toegangspunt voor meer informatie over het gebruik van het configuratieprogramma. 5. Wacht 2 minuten. Als de printer succesvol verbinding maakt, stopt het Draadloos-lampje met knipperen maar blijft het verlicht.
Volg de instructies voor uw besturingssysteem. Windows 1. Klik vanaf het bureaublad van de computer op Start, selecteer Programma's of Alle Programma's, klik op HP, selecteer uw printernaam en klik op Printerinstellingen & Software. -ofKlik op het scherm Start op Printerinstallatie & Software. 2. Klik op Een printer met USB-aansluiting wijzigen naar draadloos. 3. Volg de aanwijzingen op het scherm om de installatie te voltooien. Mac OS X 1. Open het HP-hulpprogramma.
Bijlage D Overzicht van beveiligingsinstellingen Ter verbetering van de beveiliging van het draadloos netwerk en het voorkomen van ongeautoriseerde toegang, ondersteunt de printer veel voorkomende soorten netwerkverificatie, waaronder WEP, WPA en WPA2. • WEP: Biedt beveiliging door gegevens die via radiogolven van het ene draadloze apparaat naar het andere worden verzonden, te coderen. Apparaten in een WEP-netwerk maken gebruik van zogenoemde WEP-sleutels om gegevens te coderen.
Overige richtlijnen voor draadloze beveiliging Volg de volgende richtlijnen om de veiligheid van een draadloos netwerk te waarborgen: • Gebruik een draadloos wachtwoord van ten minste 20 willekeurige tekens. In een draadloos WPA-wachtwoord kunt u maximaal 64 tekens gebruiken. • Vermijd in een draadloos wachtwoord veelvoorkomende woorden of woordgroepen, eenvoudige opeenvolgingen van tekens (zoals alleen enen) en persoonsgebonden gegevens.
Bijlage D 4. Als u wordt gevraagd of u gedeelde bestanden wilt verwijderen, klikt u op Nee. Andere programma's die deze bestanden gebruiken, kunnen namelijk slecht gaan functioneren als deze bestanden worden verwijderd. 5. 6. Start de computer opnieuw op. Als u de HP-software opnieuw wilt installeren, plaatst u de HP-software-cd in het cdromstation van uw computer en volgt u de aanwijzingen op het scherm. 7. Sluit de printer aan als de HP-software u vraagt deze op de computer aan te sluiten. 8. 9.
E Hulpprogramma's printerbeheer Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: • • • • Werkset (Windows) HP-printerhulpprogramma (Mac OS) Geïntegreerde webserver Beveiligingsfuncties van het product Werkset (Windows) De Werkset geeft informatie over het onderhoud van de printer. Opmerking De werkset kan worden geïnstalleerd vanaf de HP-software-cd als de computer voldoet aan de systeemvereisten. De Werkset openen 1. 2. Open de printersoftware. Zie De printersoftware openen (Windows) voor meer informatie.
Bijlage E Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: Over cookies • • De geïntegreerde webserver openen • Geïntegreerde webserverkenmerken Over cookies De geïntegreerde webserver (EWS) plaatst zeer kleine tekstbestanden (cookies) op uw harde schijf wanneer u aan het browsen bent. Door deze bestanden kan de EWS uw computer herkennen bij uw volgende bezoek.
Tip Als u de Safari-webbrowser gebruikt in MacOS X, kunt u ook de Bonjour-bladwijzer gebruiken om de EWS te openen zonder het IP-adres te typen. Om de Bonjour-bladwijzer te gebruiken opent u Safari en klikt u in het menu Safari op Voorkeuren. Op het tabblad Bladwijzers in de Bladwijzerbalk selecteert u Bonjour opnemen. Sluit daarna het venster. Klik op de bladwijzer Bonjour en selecteer de netwerkprinter om de EWS te openen.
Bijlage E • ◦ E-mail adresboek: Configureer de lijst mensen naar waar u de gescande documenten wilt verzenden. ◦ E-mailopties: Configureer een standaard ONDERWERPREGEL en inhoudstekst en configureer de standaard scaninstellingen. Scannen naar netwerkmap Netwerkmappen instellen: Configureeer een netwerkmap voor het opslaan van gescande afbeeldingen of documenten van de printer. Gebruik het tabblad Scannen om de scanopties van het product te configureren.
• Backup en Herstel ◦ Back-up: Maak een bestand aan dat is beveiligd met een wachtwoord waarin de printerinstellingen staan. ◦ • Herstel: Herstel de printerinstellingen via een back-upbestand dat werd aangemaakt door HP EWS. Taakcontrole Taakcontrole: Controleer of annuleer taken die momenteel actief zijn of in wachtrij staan op de printer. • Printer Opnieuw opstarten ◦ Stroomcyclus: Hiermee kunt u de printer uitschakelen en opnieuw opstarten.
Bijlage E door het EWS beheerderswachtwoord in te stellen. Deze protocols en diensten bevatten het volgende: • IPv4 en Pv6 uitschakelen/inschakelen: Om goed te kunnen werken op een TCP/IPnetwerk, moet het product geconfigureerd zijn met geldige TCP/IP-netwerkconfiguratieinstellingen, zoals een IP-adres dat geldig is voor uw netwerk. Dit product ondersteunt twee versies van dit protocol: versie 4 (IPv4) en versie 6 (IPv6).
Kleurentoegangscontrole Met de hulpprogramma's van de suite van HP voor kleurentoegangscontrole kunt u kleuren in- of uitschakelen voor individuele gebruikers of groepen en toepassingen. Raadpleeg www.hp.com/ go/upd voor meer informatie. De geïntegreerde webserver zorgt er ook voor dat u faxen in kleur, kopiëren in kleur en afdrukken in kleur vanaf geheugenapparaten kunt uitschakelen.
F 260 Hoe kan ik? • Aan de slag • Afdrukken • Scannen • Kopiëren • Fax • HP Digital Solutions • Werken met printcartridges • Een probleem oplossen Hoe kan ik?
G Fouten (Windows) Printer is niet verbonden De computer kan niet met de printer communiceren omdat zich een van de volgende gebeurtenissen heeft voorgedaan: • • De printer is uitgeschakeld. De kabel waarmee de printer is aangesloten, zoals een USB-kabel of een netwerkkabel (Ethernet), is losgekoppeld. • Als de printer is verbonden met een draadloos netwerk, is de draadloze verbinding verbroken.
Bijlage G Probeer de volgende oplossingen om dit probleem op te lossen. De oplossingen staan in volgorde, met de meest waarschijnlijke oplossing eerst. Als de eerste oplossing het probleem niet oplost, gaat u verder met de resterende oplossingen tot het probleem is opgelost. • Oplossing 1: Schakel de printer uit en weer in. • Oplossing 2: Installeer de inktcartridges op de juiste wijze. • Oplossing 3: Reinig de elektrische contactpunten. • Oplossing 4: Vervang de inktpatroon.
Opmerking Als het papier dat in de printer is geplaatst van het juiste formaat is, wijzig dan het geselecteerde papierformaat in het stuurprogramma van de printer en druk het document vervolgens nogmaals af. De cartridgehouder kan niet bewegen De wagen van de printcartridge (het deel van de printer waarin de printcartridges zitten) wordt door iets geblokkeerd.
Bijlage G Printcartridges zijn leeg De cartridges die in het bericht worden aangeduid, moeten worden vervangen om door te kunnen gaan met afdrukken. HP raadt aan om de inktcartridges niet te verwijderen voordat u beschikt over vervangende inktcartridges. Zie Inktcartridges vervangen voor meer informatie. Probleem met de inktcatrtride De cartridges die in het bericht worden aangeduid, zijn beschadigd of werken niet. Zie Inktcartridges vervangen.
Oplossing: Verwijder deze cartridge onmiddellijk en plaats een compatibele inktcartridge. Zie Inktcartridges vervangen voor informatie over het plaatsen van nieuwe inktcartridges. Waarschuwing inktsensor De inktsensor meldt een onverwachte situatie. De oorzaak kan liggen bij de cartridge of bij een sensorfout. Als de sensor niet meer werkt, kan deze niet meer detecteren dat de cartridges leeg raken.
Index A Aangepast papierformaat afdrukken op 45 Mac OS X 45, 46 Windows 45 aangepast papier plaatsen 27 aansluiting testen, fax 133 aantal pagina's per maand (printvolume) 182 accessoires de printer in- en uitschakelen 32 garantie 179 installatie 29 printerstatusrapport 166 ADF (automatische documentinvoer) capaciteit 23 ADSL, faxinstallatie met parallelle telefoonsystemen 220 afbeeldingen Onvolledige uitvulling op kopieën 125 ziet er anders uit dan het origineel 129 afdrukinstellingen afdrukkwaliteit 115 a
Index D digitale camera's plaatsen van geheugenkaarten 28 donkere afbeeldingen, problemen oplossen kopieën 124 scans 130 doorsturen van faxen 79 draadloze communicatie beveiliging 249 draadloze basisproblemen oplossen 153 geavanceerde draadloze problemen oplossen 154 instellen 245 interferentie beperken 251 overheidsvoorschriften 197 radio, uitschakelen 242 DSL, faxinstallatie met parallelle telefoonsystemen 220 dubbelzijdig afdrukken 50 E ECM.
foto's afdrukken vanaf geheugenapparaten 44 plaatsen van geheugenkaarten 28 problemen met geheugenapparaten oplossen 152 Foto's afdrukken Mac OS X 43 Windows 43 Fotoscherm 17 foutberichten onmogelijk om TWAIN-bron te activeren 128 foutcorrectiemodus 76 foutrapporten, fax 93 G garantie 179 geblokkeerde faxnummers instellen 81 Geheugen faxen opnieuw afdrukken 78 opslaan van faxen 77 specificaties 182 geheugenapparaten bestanden afdrukken 44 problemen oplossen 152 geheugenkaart invoegen 28 geheugenkaarten inv
Index instellingen opslaan kopiëren 68 Internetprotocol fax, gebruiken 91 IP-adres printer controleren 162 IP-instellingen 243 ISDN-lijn, installatie met fax parallelle telefoonsystemen 222 J juiste poort testen, fax 133 K kaarten ondersteunde formaten 184 ondersteunende lade 185 kaarten plaatsen 26 Kennisgeving van HewlettPackard 3 keren rinkelen voor antwoord 88 kiestoontest, mislukt 136 klantenondersteuning elektronisch 108 kleurenkopie 67 Knop Annuleren 16 knoppen, bedieningspaneel 15 kop 166 kopieën
gedeeld met fax en antwoordapparaat (parallelle telefoonsystemen) 235 gedeeld met fax en gewone telefoonlijn (parallelle telefoonsystemen) 229 gedeeld met fax en voicemail (parallelle telefoonsystemen) 238 module voor dubbelzijdig afdrukken de printer in- en uitschakelen 32 installatie 29 ondersteunde formaten afdrukmateriaal 183 ondersteunde types afdrukmateriaal en gewicht 185 papierstoringen oplossen 173 modus geblok.
Index lade 24, 25 lade 2 30 Plaats papier 24 plannen van fax 74 poorten, specificaties 181 printersoftware (Windows) info over 253 openen 36, 253 printerstatusrapport afdrukken 166 informatie over 165 printerstuurprogramma garantie 179 instellingen accessoires 32 printkop schoonmaken 166 printkop, uitlijnen 168 printkoppen ondersteund 181 online bestellen 214 printkop uitlijnen 168 printkopvergrendeling, locatie 14 printvolume 182 problemen met de papieraanvoer, problemen oplossen 120 problemen oplossen afd
snelheid problemen oplossen voor scanner 126 snelkiezen fax versturen 70 software garantie 179 instellingen accessoires 32 OCR 55 Webscan 54 specificaties akoestische emissie 189 elektrisch 189 fysiek 181 papier 183 processor en geheugenmemory 182 systeemvereisten 182 transportomgeving 189 werkomgeving 189 specifiek belsignaal parallelle telefoonsystemen 223 veranderen 88 Standaardinstellingen kopiëren 68 status netwerkconfiguratiepagin a 170 printerstatusrapport 166 statuspictogrammen 16 storingen afdrukma
Index voicemail installatie met fax (parallelle telefoonsystemen) 225 installatie met fax en computermodem (parallelle telefoonsystemen) 238 volume faxgeluiden 91 voorgeschreven modelnummer 199 zwart-wit pagina's fax 70 kopiëren 67 W Webscan 54 websites Informatieblad levensduur benodigheden 182 klantenondersteuning 108 milieuprogramma's 200 toebehoren en accessoires bestellen 214 toegankelijkheidsinformati e 12 weergeven netwerkinstelllingen 242 Windows Aangepast papierformaat 45 accessoires in- en uitsc
274