OFFICEJET 6500A Gebruikershandleiding E710
HP Officejet 6500A (E710) eAll-in-One serie Gebruikershandleiding
Copyright informatie © 2010 Copyright Hewlett-Packard Development Company, L.P. Kennisgeving van HewlettPackard Company De informatie in dit document kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. Alle rechten voorbehouden. Reproductie, aanpassing of vertaling van dit materiaal is verboden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Hewlett-Packard, met uitzondering van wat is toegestaan onder de wet op de auteursrechten.
Inhoudsopgave 1 Aan de slag Toegankelijkheid.........................................................................................................................9 Eco-Tips....................................................................................................................................10 De onderdelen van de printer kennen......................................................................................10 Vooraanzicht.................................................................
Brochures afdrukken................................................................................................................33 Brochures afdrukken (Windows)........................................................................................33 Brochures afdrukken (Mac OS X).......................................................................................34 Afdrukken op enveloppen.........................................................................................................
Inhoudsopgave Een fax ontvangen....................................................................................................................55 Een fax handmatig ontvangen............................................................................................56 Backup-faxontvangst instellen............................................................................................56 Ontvangen faxen vanuit het geheugen opnieuw afdrukken...............................................
4 Een probleem oplossen HP-ondersteuning.....................................................................................................................83 Elektronische ondersteuning krijgen...................................................................................84 Telefonische ondersteuning van HP...................................................................................84 Voordat u belt..............................................................................................
Inhoudsopgave Problemen met het kopiëren oplossen ..................................................................................135 Er kwam geen kopie uit....................................................................................................135 Kopieën zijn blanco..........................................................................................................135 Documenten ontbreken of zijn vervaagd..........................................................................
Het printerstatusrapport interpreteren....................................................................................171 De netwerkconfiguratiepagina begrijpen................................................................................172 Storingen verhelpen...............................................................................................................174 Papierstoringen verhelpen................................................................................................
Inhoudsopgave Programma voor milieubehoud..............................................................................................202 Papiergebruik...................................................................................................................202 Kunststof...........................................................................................................................202 Veiligheidsinformatiebladen..............................................................................
D Netwerkinstallatie Basis netwerkinstellingen wijzigen.........................................................................................237 Netwerkinstellingen bekijken en afdrukken......................................................................237 Schakel de draadloze radio in en uit................................................................................237 Geavanceerde netwerkinstellingen wijzigen...........................................................................
1 Aan de slag In deze handleiding vindt u informatie over het gebruik van de printer en het oplossen van problemen.
Hoofdstuk 1 Meer informatie over de toegankelijkheid van deze printer en HP's streven naar optimale producttoegankelijkheid vindt u op de website van HP op www.hp.com/accessibility. Voor informatie over de toegankelijkheid op Mac OS X gaat u naar de website van Apple op www.apple.com/accessibility. Eco-Tips HP streeft ernaar om klanten te helpen om hun ecologische voetafdruk te verminderen.
Vooraanzicht 9 1 2 3 8 1 4 ghi 7 pqrs HP Officejet 6500B Plus e-All-in-One *@ 2 abc 5 jkl 3 def 6 mno 8 tuv 9 wxyz 0 # 4 5 6 7 1 Automatische documentinvoer 2 Bedieningspaneel 3 Kleurenscherm 4 Sleuven voor geheugenkaarten 5 Uitvoerlade 6 Verlengstuk van uitvoerlade 7 Hoofdlade 8 Scannerglasplaat 9 Achterkant van de scanner De onderdelen van de printer kennen 11
Hoofdstuk 1 Ruimte voor printerbenodigdheden 1 HP t Officeje 6500B ll-in Plus e-A 4 ghi 2 abc 5 jkl 7 pqrs *@ 3 def 8 tuv 6 mno 9 wxyz # 0 -One 1 2 1 Toegangsklep cartridge 2 Printcartridges Achteraanzicht 1 3 4 2 5 1 USB-poort 2 Ethernet-poort 3 Stroomaansluiting 4 1-LINE (fax) 6 2-EXT (telefoon) 12 5 Toegangsklep achteraan (alleen bij bepaalde modellen) 6 Automatische duplexmodule (alleen bij bepaalde modellen) Aan de slag
Het bedieningspaneel van de printer gebruiken Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: • • • Overzicht knoppen en lampjes Pictogrammen scherm van het bedieningspaneel Printerinstellingen wijzigen Overzicht knoppen en lampjes In het volgende diagram en de bijbehorende tabel vindt u een kort overzicht van de functies op het bedieningspaneel van de printer. Label Naam en beschrijving 1 Home: Druk op deze knop om terug te keren naar het beginscherm vanuit ieder ander scherm.
Hoofdstuk 1 Pictogrammen scherm van het bedieningspaneel Pictogram Doel Dit pictogram geeft aan dat een vaste netwerkverbinding bestaat. Dit pictogram geeft aan dat een draadloze netwerkverbinding bestaat. De signaalsterkte wordt aangegeven door het aantal kromme lijntjes. Dit is voor de infrastructuurmodus. Zie De printer instellen voor draadloze communicatie voor meer informatie. Beeldschermen tonen waar u informatie kunt zien over inktcartridges, waaronder de inktniveaus.
Printerinstellingen wijzigen Gebruik het bedieningspaneel om de modus en de instellingen van de printer te wijzingen, afdrukrapporten af te drukken of het helpgedeelte van de printer te raadplegen. Tip Als de printer is aangesloten op een computer, kunt u de printerinstellingen ook wijzigen met HP-softwarehulpprogramma's op de computer, zoals de HPprintersoftware, het HP-hulpprogramma (Mac OS X) of de geïntegreerde webserver (EWS).
Hoofdstuk 1 Opmerking Gebruik de knop om terug te keren naar het vorige menu. Het modelnummer van de printer vinden Naast de modelnaam die op de voorkant van de printer verschijnt, heeft deze printer een specifiek modelnummer. Gebruik dit nummer voor ondersteuning en om de benodigdheden en accessoires die beschikbaar zijn voor uw printer te identificeren. Het modelnummer staat op een label aan de binnenkant van de printer, in de buurt van de printcartridges.
Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: • • • Aanbevolen papier voor afdrukken en kopiëren Aanbevolen papiersoorten om foto's af te drukken Tips voor de keuze en het gebruik van media Aanbevolen papier voor afdrukken en kopiëren Voor een optimale afdrukkwaliteit adviseren wij u alleen HP-papier te gebruiken dat voor deze bepaalde afdruktaak is bedoeld. Het is mogelijk dat in uw land/regio bepaalde papiersoorten niet beschikbaar zijn.
Hoofdstuk 1 (vervolg) fotopapier droogt snel en is direct te verwerken. Dit papier produceert scherpe foto's met elke inkjetprinter. Beschikbaar met semi-glanzende afwerking in 8,5 x11 inches, A4, 4 x 6 inches and 10 x 15 cm. Het is zuurvrij voor duurzame documenten. HP Iron-On Transfers HP Opstrijkpatronen (voor gekleurd textiel of voor lichtgekleurd of wit textiel) is het ideale materiaal voor het maken van uw eigen T-shirts met uw digitale foto's. Ga naar www.hp.
Opmerking Momenteel zijn sommige delen van de website van HP alleen beschikbaar in het Engels. Tips voor de keuze en het gebruik van media Voor de beste resultaten moet u zich aan de volgende richtlijnen houden. • • • • • Gebruik altijd afdrukmateriaal dat geschikt is voor de printerspecificaties. Zie Mediaspecificaties voor meer informatie. Plaats slechts een papiersoort tegelijkertijd in een lade of automatische documentinvoer (ADF).
Hoofdstuk 1 3. Sluit de klep. Een origineel in de automatische documentinvoer (ADF) plaatsen U kunt een enkelzijdig document met een enkele pagina of meerdere pagina's van A4of Letter-formaat kopiëren, scannen of faxen door het document in de automatische invoerlade te plaatsen. Let op Geen foto's laden in de ADF; daarmee kunnen uw foto's beschadigd raken. Opmerking Dubbelzijdige documenten op letterpapier kunnen niet worden gescand, gekopieerd of gefaxt met de ADF.
2. Schuif de breedtegeleiders naar binnen tot deze tegen de linker- en rechterrand van het medium komen. Opmerking Verwijder alle originelen uit de documentinvoerlade voordat u de klep van de printer optilt. Afdrukmateriaal plaatsen Dit gedeelte bevat aanwijzingen voor het plaatsen van afdrukmateriaal in de printer.
Hoofdstuk 1 3. Plaats het papier met de afdrukzijde naar beneden langs de rechterkant van de hoofdlade. Zorg ervoor dat het afdrukmateriaal op een lijn ligt met de rechterkant en achterkant van de lade en dat het papier de lijnmarkering op de lade niet overschrijdt. 2 abc 1 4 ghi * HP Off icejet e-All-in 6 mno 9 wxyz 8 tuv @ Plus 6500B 3 def 5 jkl 7 pqrs 0 # -One Opmerking Vul nooit papier bij terwijl de printer nog aan het afdrukken is. 4.
Enveloppen laden Enveloppen laden Gebruik deze instructies om een envelop te plaatsen. 1. Trek de uitvoerlade naar boven. 2. Schuif de papierbreedtegeleider zo ver mogelijk naar buiten. 3. Plaats enveloppen volgens de afbeelding. Zorg ervoor dat de stapel enveloppen de markering in de lade niet overschrijdt. Opmerking Vul nooit papier bij terwijl de printer nog aan het afdrukken is. 4. Stel de mediageleiders in de lade af op het formaat dat u in de lade hebt geplaatst. 5. Klap de uitvoerlade naar beneden.
Hoofdstuk 1 3. Plaats het papier met de afdrukzijde naar beneden langs de rechterkant van de hoofdlade. Zorg ervoor dat het afdrukmateriaal op een lijn ligt met de rechterkant en achterkant van de lade en dat het papier de lijnmarkering op de lade niet overschrijdt. Als het fotopapier een tab langs de rand heeft, zorg er dan voor dat de tab naar de voorkant van de printer wijst. Opmerking Vul nooit papier bij terwijl de printer nog aan het afdrukken is. 4.
5. Klap de uitvoerlade naar beneden. 6. Trek het verlengstuk van de lade eruit. Afdrukmateriaal van speciaal formaat plaatsen Kaarten en fotopapier plaatsen Gebruik deze instructies om afdrukmateriaal van speciaal formaat te plaatsen. Let op Gebruik alleen afdrukmateriaal van speciaal formaat dat wordt ondersteund door de printer. Zie Mediaspecificaties voor meer informatie. 1. Trek de uitvoerlade naar boven. 2. Schuif de papierbreedtegeleider zo ver mogelijk naar buiten. 3.
Hoofdstuk 1 Een geheugenkaart plaatsen Als u een digitale camera hebt waarbij de foto's worden opgeslagen op een geheugenkaart, kunt u deze geheugenkaart in de printer plaatsen en zo de foto's afdrukken of opslaan. Let op Als u een geheugenkaart probeert te verwijderen terwijl deze wordt gelezen, kan dit de bestanden op de kaart beschadigen. U kunt een kaart alleen veilig verwijderen als het fotolampje niet knippert.
De duplexeenheid installeren U kunt automatisch op beide zijden van een vel papier afdrukken. Zie Afdrukken aan beide zijden (dubbelzijdig afdrukken) voor informatie over het gebruik van de duplexeenheid. Zo installeert u de duplexeenheid ▲ Buig het accessoire voor dubbelzijdig afdrukken naar de linkerzijde van de printer. Druk aan de rechterkant van het accessoire voor dubbelzijdig afdrukken tot het vastklikt.
Hoofdstuk 1 De printer onderhouden Aan de hand van de instructies in dit gedeelte kunt u ervoor zorgen dat de printer optimaal blijft functioneren. Voer de volgende onderhoudsprocedures uit voor zover nodig.
De buitenkant reinigen Waarschuwing Schakel de printer uit en haal het netsnoer uit het stopcontact voordat u de printer gaat reinigen. Gebruik een zachte, vochtige, pluisvrije doek om stof en vlekken van de behuizing te verwijderen. De buitenkant van de printer hoeft niet te worden gereinigd. Zorg ervoor dat er geen vloeistoffen in de printer of op het bedieningspaneel van de printer terechtkomen.
Hoofdstuk 1 De plastic strip in de automatische documentinvoer reinigen Gebruik deze instructies om de plastic strip in de ADF te reinigen. 1. Zet de printer uit en haal de stekker uit het stopcontact. Zie Zet de printer uit voor meer informatie. Opmerking De tijd en datum zijn mogelijk gewist, afhankelijk van hoe lang de printer geen stroom heeft ontvangen. Als u het netsnoer weer aansluit, moet u de datum en de tijd wellicht opnieuw instellen. 2.
4. Trek het mechamisme van de automatische documentinvoer omhoog. 5. Reinig de plastic strip met een zachte doek of spons, die u vochtig hebt gemaakt met een niet-schurend glasschoonmaakmiddel. Let op Gebruik geen schuurmiddelen, aceton, benzeen of tetrachloormethaan op de plastic strip. Dit kan hierdoor worden beschadigd. Giet of spuit geen vloeistof rechtstreeks op de plastic strip. De vloeistof kan naar binnen lopen en de printer beschadigen. 6.
2 Afdrukken De meeste afdrukinstellingen worden door de softwaretoepassing automatisch afgehandeld. Wijzig de instellingen uitsluitend handmatig indien u de afdrukkwaliteit wilt veranderen, u wilt afdrukken op speciale papiersoorten of als u speciale functies wilt gebruiken. Voor meer informatie over het selecteren van de beste afdrukmaterialen voor uw documenten, zie Afdrukmateriaal selecteren.
Documenten afdrukken (Windows) 1. 2. 3. 4. Plaats papier in de lade. Zie Afdrukmateriaal plaatsen voor meer informatie. Klik op Afdrukken in het menu Bestand van uw softwaretoepassing. Zorg ervoor dat de printer die u wilt gebruiken geselecteerd is. Klik op de optie die het dialoogvenster Eigenschappen van de printer opent. Afhankelijk van uw softwaretoepassing heeft deze optie de naam Eigenschappen, Opties, Printerinstellingen, Printer of Voorkeuren. 5.
Hoofdstuk 2 5. Wijzig de papierrichting op het tabblad Opmaak en de papierbron, papiersoort, papierformaat, en kwaliteitsinstellingen op het tabblad Papier/Kwaliteit. Klik op het tabblad Geavanceerd en wijzig de optie Afdrukken in grijstinten om in zwart-wit af te drukken. 6. Klik op OK. 7. Klik op Afdrukken of OK om het afdrukken te starten. Brochures afdrukken (Mac OS X) 1. 2. 3. 4. Plaats papier in de lade. Zie Afdrukmateriaal plaatsen voor meer informatie.
6. Klik op Papier/kwaliteit en selecteer vervolgens de juiste envelopsoort uit de vervolgkeuzelijst Papierformaat. Tip U kunt meer opties voor de afdruktaak wijzigen aan de hand van de beschikbare functies, die u op de andere tabbladen in het dialoogvenster kunt vinden. 7. Klik op OK, en klik vervolgens op Afdrukken of OK om het afdrukken te starten. Afdrukken op enveloppen (Mac OS X) 1. 2. 3. 4. 5. Plaats de enveloppen in de lade. Zie Afdrukmateriaal plaatsen voor meer informatie.
Hoofdstuk 2 Foto's afdrukken op fotopapier (Mac OS X) 1. 2. 3. 4. Plaats papier in de lade. Zie Afdrukmateriaal plaatsen voor meer informatie. Klik op Afdrukken in het menu Bestand van uw softwaretoepassing. Zorg ervoor dat de printer die u wilt gebruiken geselecteerd is.
of a. Raak een foto aan die u wilt afdrukken. De foto wordt vergroot en biedt u verschillende bewerkingsopties. • Raak de pijltjestoetsen omhoog en omlaag aan om aan te geven hoeveel kopieën u wilt afdrukken. • Raak het pictogram Volledig scherm aan om de foto schermvullend te vergroten. • Raak Bewerken aan om wijzigingen te maken aan de foto voor het afdrukken, zoals Draaien, Bijsnijden en Rode ogen verwijderen. b. Raak Gereed aan wanneer u klaar bent met het maken van wijzigingen aan de foto.
Hoofdstuk 2 Gebruik alleen papier van aangepast formaat dat wordt ondersteund door de printer. Zie Mediaspecificaties voor meer informatie. Opmerking Speciale papierformaten definiëren vanuit de beeldbewerkingssoftware van HP is alleen beschikbaar op Mac OS X. Opmerking Met sommige papiersoorten kunt u op beide zijden van een blad papier afdrukken ("dubbelzijdig afdrukken" of "duplex afdrukken"). Zie Afdrukken aan beide zijden (dubbelzijdig afdrukken) voor meer informatie.
Opmerking Niet alle toepassingen ondersteunen afdrukken zonder rand. Volg de instructies voor uw besturingssysteem. • • Documenten zonder rand afdrukken (Windows) Documenten zonder rand afdrukken (Mac OS X) Documenten zonder rand afdrukken (Windows) 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. Plaats papier in de lade. Zie Afdrukmateriaal plaatsen voor meer informatie. Klik op Afdrukken in het menu Bestand van uw softwaretoepassing. Zorg ervoor dat de printer die u wilt gebruiken geselecteerd is.
Hoofdstuk 2 HP ePrint Met HP ePrint kunt u afdrukken vanaf mobiele telefoons, netbooks of andere mobiele toestellen die met e-mail zijn verbonden - wanneer u wilt, waar u wilt. Met de mobiele diensten van uw toestel en de Webservices van de printer kunt u documenten op een printer afdrukken die naast u staat of op duizenden kilometers afstand is.
• • Bij automatisch dubbelzijdig afdrukken houdt het toestel het afdrukmateriaal vast als de afdruk aan een zijde is voltooid, en wordt gewacht tot de inkt droogt. Als de inkt eenmaal is gedroogd, wordt het afdrukmateriaal terug in de printer getrokken en wordt op de andere zijde afgedrukt. Wanneer het afdrukken is voltooid, wordt het afdrukmateriaal op de uitvoerlade laten vallen. Pak het papier niet voor het afdrukken is voltooid.
Hoofdstuk 2 5. Selecteer de optie voor dubbelzijdig afdrukken. 6. Pas eventueel andere instellingen aan en klik op Afdrukken.
3 Scannen U kunt het bedieningspaneel van de printer gebruiken om documenten, foto's en andere originelen te scannen en ze naar diverse bestemmingen te zenden, zoals een doelmap op een computer. U kunt deze originelen ook scannen vanaf uw computer met de HPsoftware bij de printer of TWAIN-compliant of WIA-compliant programma's. Bij het scannen van documenten kunnt u HP-software gebruiken om documenten te scannen in een formaat waarin u kunt doorzoeken, kopiëren, plakken en bewerken.
Hoofdstuk 3 Scannen naar een computer Een origineel scannen naar een computer vanaf het bedieningspaneel van de printer Gebruik deze stappen om vanuit het bedieningspaneel te scannen. 1. Plaats de originele foto met de afdrukzijde naar beneden tegen de rechter voorhoek van de glasplaat of in de ADF. Zie Een origineel op de glasplaat leggen of Een origineel in de automatische documentinvoer (ADF) plaatsen voor meer informatie. 2. Raak Scannen aan en selecteer Computer.
Scannen met Webscan Webscan is een functie van de geïntegreerde webserver waarmee u foto's en documenten kunt scannen van uw printer naar uw computer met een webbrowser. Deze functie is zelfs beschikbaar als u de printersoftware niet op uw computer hebt geïnstalleerd. Scannen met Webscan 1. Plaats de originele foto met de afdrukzijde naar beneden tegen de rechter voorhoek van de glasplaat of in de ADF.
Hoofdstuk 3 ◦ ◦ 46 Scannen De tekst is staat de dicht op elkaar. Bijvoorbeeld: indien de tekst die de software converteert ontbrak of karakters combineerde kan "rn" als "m" verschijnen. De tekst bevindt zich op een gekleurde achtergrond. Gekleurde achtergronden kunnen ertoe leiden dat afbeeldingen op de voorgrond te zeer mengen.
4 Kopiëren U kunt kleuren- en zwart-witkopieën van hoge kwaliteit maken op allerlei papiersoorten en -formaten. Opmerking Als u een document aan het kopiëren bent wanneer een fax binnenkomt, wordt de fax opgeslagen in het geheugen van de printer totdat het kopiëren is voltooid. Dit kan het aantal faxpagina's opgeslagen in het geheugen verminderen. Tip Raadpleeg Problemen met het kopiëren oplossen indien u problemen ondervindt bij het scannen van documenten.
Hoofdstuk 4 Kopieerinstellingen wijzigen U kunt kopieertaken aanpassen met de verschillende beschikbare instellingen op het bedieningspaneel van de printer, waaronder: • • • • • • Aantal kopieën Kopieerformaat Soort kopieerpapier Kopieerkwaliteit Instellingen lichter/donkerder Formaat van originelen wijzigen om op allerlei papierformaten te passen U kunt deze instellingen gebruiken voor eenmalige kopieertaken, of kunt u de instellingen opslaan om ze standaard te gebruiken bij toekomstige taken.
5 Fax U kunt de printer gebruiken voor het verzenden en ontvangen van faxen, inclusief kleurenfaxen. U kunt het verzenden van faxen op een later tijdstip plannen en snelkiesnummers instellen om snel en gemakkelijk faxen te verzenden naar veelgebruikte nummers. Op het bedieningspaneel van de printer kunt u ook een aantal faxopties instellen, zoals de resolutie en het contrast tussen licht en donker op de faxen die u verzendt.
Hoofdstuk 5 Een standaardfax versturen U kunt met het bedieningspaneel van de printer eenvoudig een fax in zwart-wit of in kleuren van een of meer pagina's verzenden. Opmerking Als u een afgedrukte bevestiging wilt van faxen die goed zijn verzonden, schakelt u faxbevestiging in voordat u faxen gaat verzenden. Tip U kunt een fax ook handmatig verzenden via een telefoon of met behulp van handsfree kiezen. Met deze functies kunt u de kiessnelheid zelf bepalen.
4. Om de instellingen te wijzigen (zoals selecteren om een document als zwart-witfax of kleurenfax te zenden), moet u de optie aanklikken die het dialoogvenster Eigenschappen van de printer opent. Afhankelijk van uw softwaretoepassing heeft deze optie de naam Eigenschappen, Opties, Printerinstellingen, Printer of Voorkeuren. 5. Nadat u instellingen hebt gewijzigd, klikt u op OK. 6. Klik op Afdrukken of OK. 7.
Hoofdstuk 5 3. Kies het nummer met behulp van het toetsenblok op de telefoon die op de printer is aangesloten. Opmerking Vermijd het gebruik van het toetsenblok op het bedieningspaneel van de printer wanneer u handmatig een fax verzendt. U moet het toetsenbord op de telefoon gebruiken om het nummer van de ontvanger te kiezen. 4. Als de ontvanger de telefoon opneemt, kunt u met de ontvanger spreken voordat u de fax verzendt.
3. Als u de kiestoon hoort, voert u het nummer in met behulp van het toetsenbord op het bedieningspaneel van de printer. 4. Volg de eventuele aanwijzingen op het scherm. Tip Als u een belkaart gebruikt om een fax te verzenden en u hebt uw PIN-code aan wanneer een als snelkiesnummer opgeslagen, raakt u het pictogram PIN-code wordt gevraagd. U kunt dan het snelkiesnummer kiezen waaronder u uw pincode hebt opgeslagen. Uw fax wordt verzonden als het ontvangende faxapparaat reageert.
Hoofdstuk 5 De verzending van een fax plannen vanaf het bedieningspaneel van de printer 1. Laad de originelen. Raadpleeg Een origineel op de glasplaat leggen of Een origineel in de automatische documentinvoer (ADF) plaatsen voor meer informatie. 2. Raak Fax en vervolgens Faxinstellingen aan. 3. Raak Fax later verzenden aan. 4. Geef de verzendtijd op met het numerieke toetsenblok, raak AM of PM aan en selecteer vervolgens Gereed. 5.
dat het foute gedeelte opnieuw wordt overgedragen. De telefoonkosten blijven hetzelfde of nemen zelfs af, op goede telefoonlijnen. Op slechte telefoonlijnen verhoogt ECM de verzendtijd en telefoonkosten maar wordt het verzenden van de gegevens veel betrouwbaarder. De standaardinstelling is Aan. Schakel ECM uitsluitend uit als de telefoonkosten sterk stijgen en als u slechtere kwaliteit in ruil voor lagere kosten kunt accepteren. Als u ECM uitschakelt, moet u met het volgende rekening houden.
Hoofdstuk 5 Een fax handmatig ontvangen Wanneer u aan de telefoon bent, kan uw gesprekspartner u een fax sturen terwijl u met elkaar spreekt. Dit wordt ook wel handmatig faxen genoemd. Volg de instructies in dit gedeelte om een fax handmatig te ontvangen. Opmerking U kunt de handset opnemen om te praten of om te luisteren of er faxtonen weerklinken.
(vervolg) printer met het beantwoorden van inkomende faxoproepen. Wanneer de fout is opgelost, worden de faxen die in het geheugen zijn opgeslagen automatisch afgedrukt en vervolgens uit het geheugen verwijderd. Uitschakelen Faxberichten worden nooit in het geheugen opgeslagen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat u backup-faxontvangst wilt uitschakelen omwille van de veiligheid.
Hoofdstuk 5 3. Raak Hulpprogramma's aan en selecteer vervolgens Faxen in het geheugen opnieuw afdrukken. De faxen worden afgedrukt in omgekeerde volgorde als die waarin ze zijn ontvangen, waarbij de meest recent ontvangen fax het eerst wordt afgedrukt, enz. 4. Indien u wilt stoppen met de faxen in het geheugen opnieuw af te drukken, drukt u op de knop (Annuleren).
5. Als u hierom wordt gevraagd, voert u het nummer in van het apparaat waarmee de doorgestuurde faxen worden ontvangen, en drukt u op Gereed. Herhaal dit voor elk van de volgende opdrachten: begindatum, begintijd, einddatum en eindtijd. 6. Fax doorsturen is geactiveerd. Raak OK aan om te bevestigen. Als de printer geen stroom meer krijgt wanneer Fax doorsturen wordt ingesteld, slaat de printer de instelling Fax doorsturen en het telefoonnummer op.
Hoofdstuk 5 het nummer met de ingestelde lijst van ongewenste faxnummers om vast te stellen of de oproep moet worden geblokkeerd. Als het nummer overeenkomt met een nummer in de lijst met geblokkeerde nummers, wordt de fax niet afgedrukt. (Het maximale aantal faxnummers dat u kunt blokkeren verschilt per model.) Opmerking Deze functie wordt niet in alle landen / regio's ondersteund. Indien niet ondersteund in uw land / regio, verschijnt Faxnummerblokkering niet in het Basisinstallatiemenu Fax.
Nummers verwijderen van de lijst met ongewenste faxnummers Als u een faxnummer niet meer wilt blokkeren, kunt u het desbetreffende nummer uit de lijst met ongewenste nummers verwijderen. Nummers verwijderen uit de lijst van ongewenste faxnummers 1. Raak de rechterpijl aan en selecteer vervolgens Instellingen. 2. Raak Faxinstallatie aan en selecteer vervolgens Basis faxinstallatie. 3. Raak de pijl omlaag aan en selecteer vervolgens Ongewenste faxen blokkeren. 4. Raak Nummers verwijderen aan. 5.
Hoofdstuk 5 Vereisten voor Faxen naar pc en Faxen naar Mac • De beheerderscomputer, de computer die de functie Faxen naar pc of Faxen naar Mac heeft geactiveerd, moet altijd zijn ingeschakeld. Slechts een computer kan de beheerdercomputer voor Faxen naar pc of Faxen naar Mac zijn. • De computer of server in de doelmap moet altijd zijn ingeschakeld. De bestemmingcomputer moet ook actief zijn, aangezien faxen niet worden opgeslagen als de computer in waakstand of stand-bymodus staat.
U kunt Faxen naar pc of Faxen naar Mac, alsook het afdrukken van faxen, uitschakelen vanaf het bedieningspaneel van de printer. De instellingen via het bedieningspaneel van de printer bijwerken 1. Raak (pijltje rechts) aan en selecteer Installatie. 2. Raak Faxinstallatie aan, raak Basisinstallatiemenu Fax aan en vervolgens Fax naar pc. 3. Kies de instelling die u wilt aanpassen.
Hoofdstuk 5 In deze sectie worden de volgende onderwerpen besproken: • • • • Instellen en wijzigen van snelkeuzenummers Instellen en wijzigen van een groep snelkeuzenummers Snelkeuzenummers verwijderen Een lijst van snelkiescodes afdrukken Instellen en wijzigen van snelkeuzenummers U kunt faxnummers als snelkeuzenummers opslaan. Snelkeuzenummers instellen 1. Raak op het bedieningspaneel van de printer rechterpijl aan en raak Installatie aan. 2. Raak Faxinstallatie aan en selecteer Installatie snelkiezen.
3. Raak Snelkeuze groeperen aan en kies dan een ongebruikt invoernummer. 4. Raak de snelkeuzenummers aan die u in een groep snelkeuzes wilt opnemen en druk dan OK. 5. Typ de naam voor de snelkeuze en raak dan Voltooien aan. Een groep snelkeuzenummers wijzigen 1. Raak op het bedieningspaneel van de printer rechterpijl aan en raak Installatie aan. 2. Raak Faxinstallatie aan en selecteer Installatie snelkiezen. 3. Kies Snelkeuzenummers groeperen en raak dan het nummer aan dat u wilt aanpassen. 4.
Hoofdstuk 5 • • De faxsnelheid instellen Het faxgeluidsvolume instellen Het faxkopschrift instellen De faxkopregel is de regel tekst met uw naam en faxnummer die wordt afgedrukt boven aan elke fax die u verstuurt. HP raadt u aan om het kopschrift in te stellen door de HPsoftware te gebruiken die bij de printer werd geleverd. U kunt de faxkopregel ook instellen vanaf het bedieningspaneel van de printer, zoals hier wordt beschreven.
(Het maximum aantal belsignalen varieert per land/regio.) Bij deze instelling beantwoordt het antwoordapparaat de oproep en bewaakt de printer de lijn. Als de printer faxsignalen detecteert, zal deze de fax ontvangen. Als de oproep een gespreksoproep betreft, zal het antwoordapparaat het binnenkomende bericht opnemen. Het aantal belsignalen alvorens u antwoordt instellen 1. Raak de rechterpijl aan en selecteer vervolgens Instellingen. 2. Raak Faxinstallatie aan en selecteer vervolgens Basis faxinstallatie.
Hoofdstuk 5 5. Een bericht wordt weergegeven waarin staat dat deze instelling niet moet worden gewijzigd tenzij u meerdere nummers op dezelfde telefoonlijn hebt. Raak Ja aan om verder te gaan. 6. Voer een van de volgende bewerkingen uit: • Raak het oproeppatroon toegewezen door uw operator voor faxen aan. - of • Raak Detectie opgenomen oproeppatroon aan en volg dan de instructies op het controlepaneel van de printer.
De faxsnelheid instellen U kunt de gebruikte faxsnelheid instellen voor de communicatie tussen uw printer en overige faxapparaten tijdens het verzenden en ontvangen van faxberichten. Als u een van de volgende opties gebruikt, is het wellicht nodig om de faxsnelheid te verlagen: • • • • Een Internet-telefoonservice Een PBX-systeem Fax over Internet-protocol (FoIP) Een ISDN-service Probeer een lagere Faxsnelheid als u problemen ondervindt bij het verzenden en ontvangen van faxen.
Hoofdstuk 5 u eventueel digitaal-naar-analoog filters of converters gebruiken bij het instellen van de printer voor faxen. Opmerking HP garandeert niet dat de printer compatibel zal lopen met alle digitale servicelijnen of providers, in alle digitale omgevingen of met alle digitaal-naar-analoog converters. We raden steeds aan om met uw telefoonoperator rechtstreeks de correcte instelopties op basis van hun lijndiensten te bespreken.
Opmerking Als de rapporten niet leesbaar zijn, kunt u de geschatte inktniveaus controleren vanuit het bedieningspaneel, HP-software (Windows) of HP Hulpprogramma (Mac OS X). Zie Hulpprogramma's printerbeheer voor meer informatie. Opmerking Waarschuwingen en indicatorlampjes voor het inktniveau bieden uitsluitend schattingen om te kunnen plannen. Wanneer u een waarschuwing voor een laag inktniveau krijgt, overweeg dan om een vervangende cartridge klaar te houden om eventuele afdrukvertragingen te vermijden.
Hoofdstuk 5 3. Raak Faxbevestiging aan. 4. Raak een van de volgende opties aan om te selecteren. Uit Er wordt geen bevestigingsrapport afgedrukt wanneer u faxberichten verzendt en ontvangt. Dit is de standaardinstelling. Aan (fax verzenden) Er wordt een bevestigingsrapport afgedrukt voor elke fax die u verzendt. Aan (fax ontvangen) Er wordt een bevestigingsrapport afgedrukt voor elke fax die u ontvangt.
Het faxlogboek afdrukken en bekijken U kunt een logboek afdrukken met de faxen die door de printer zijn ontvangen en verzonden. Het faxlogboek afdrukken vanaf het bedieningspaneel van de printer 1. Raak de rechterpijl aan en selecteer vervolgens Installatie. 2. Raak Faxinstallatie aan, raak pijl omlaag aan en selecteer vervolgens Faxrapporten. 3. Raak Faxlogboek aan. Het faxlogboek wissen Gebruik de volgende stappen om het faxlogboek leeg te maken.
Hoofdstuk 5 Opmerking De oproepgeschiedenis kan niet worden afgedrukt. U kunt ze enkel bekijken vanaf het scherm van het bedieningspaneel van de printer. De Oproepgeschiedenis bekijken 1. Raak rechterpijl aan en selecteer vervolgens Fax. 2. Raak (Oproepgeschiedenis) aan.
6 Web De printer biedt innovatieve weboplossingen. Ze helpen u met een snelle internettoegang, het verkrijgen van documenten en deze sneller afdrukken zonder gedoe - en dit alles zonder computer. Daarnaast kunt u een webservice (Marketsplash by HP) gebruiken om professionele marketingmaterialen aan te maken en af te drukken. Opmerking Om deze webfuncties te gebruiken moet de printer zijn aangesloten op internet (met een Ethernet-kabel of via een draadloze verbinding).
Hoofdstuk 6 Marketsplash by HP Vergroot uw bedrijfswaarde met de online tools en services van HP waarmee u professioneel marketingmateriaal kunt maken en afdrukken. Met Marketsplash kunt u het volgende doen: • • • Snel en eenvoudig verbluffende, professioneel ogende brochures, flyers, visitekaartjes en meer maken. Kies uit duizenden aanpasbare sjablonen van bekroonde zakelijke ontwerpers. Heel wat afdrukopties laten u toe om exact dát te verkrijgen wat u wilt en wanneer u het wilt.
7 Werken met printcartridges Als u ervan verzekerd wilt zijn dat de afdrukkwaliteit van de printer optimaal blijft, moet u enkele eenvoudige onderhoudsprocedures uitvoeren. In dit gedeelte vindt u richtlijnen voor het hanteren van printcartridges, instructies voor het vervangen van printcartridges en voor het uitlijnen en schoonmaken van de printkop.
Hoofdstuk 7 • • Hanteer de inktcartridges met de nodige voorzichtigheid. Door de printcartridges tijdens de installatie te laten vallen, te schudden of ruw te behandelen, kunnen tijdelijke afdrukproblemen ontstaan. Als u de printer vervoert, doet u het volgende om te voorkomen dat er inkt uit de printer lekt of dat de printer beschadigd raakt: ◦ Zorg ervoor dat u de printer uitzet met de Power-knop (Aan / uit).
Opmerking Momenteel zijn sommige delen van de website van HP alleen beschikbaar in het Engels. Let op Wacht tot u een nieuwe printcartridge beschikbaar hebt voordat u de oude printcartridge verwijdert. Laat de printcartridge niet voor een langere periode buiten de printer. Dit kan leiden tot schade aan zowel de printer als de printcartridge. Gebruik deze stappen om de printcartridges te vervangen. U vervangt de printcartridges als volgt: 1. Controleer of de printer aanstaat. 2.
Hoofdstuk 7 5. Draai het oranje lipje om het los te breken. Opmerking Zorg ervoor dat het plastic lipje volledig is verwijderd en dat het etiket enigszins is verscheurd en het openingskanaal toont. 6. Gebruik de gekleurde symbolen als leidraad en schuif de inktcartridge in de lege sleuf tot hij op zijn plaats klikt en stevig op zijn plek zit. Let op Til de vergrendelingsgreep op de wagen met de printcartridges niet omhoog om de printcartridges te installeren.
Zorg ervoor dat u de printcartridge in de sleuf plaatst met dezelfde pictogramvorm en kleur als de printcartridge die u installeert. 7. Herhaal stap 3 tot en met 6 voor elke printcartridge die u wilt vervangen. 8. Sluit de toegangsklep van de wagen met printcartridges. Verwante onderwerpen Afdrukbenodigdheden online bestellen Printerbenodigdheden bewaren Printcartridges kunnen gedurende een langere tijd in de printer worden gelaten.
Hoofdstuk 7 informatie, kunt u de chip onbruikbaar maken. Door de geheugenchip onbruikbaar te maken, kan de cartridge niet meer worden gebruikt in een HP-printer. Als u bezorgd bent over het bieden van deze anonieme informatie, kunt u deze informatie ontoegankelijk maken door het vermogen van de geheugenchip uit te schakelen om gebruiksinformatie van de printer te verzamelen. Het verzamelen van gebruiksinformatie uitschakelen 1. Raak op het bedieningspaneel van de printer Installatie aan. 2.
8 Een probleem oplossen De informatie in deze sectie biedt oplossingen voor gewone problemen. Indien uw printer niet goed werkt en de oplossingen uw probleem niet hebben opgelost, probeer dan een van de volgende ondersteunende services te gebruiken voor hulp.
Hoofdstuk 8 Zie Elektronische ondersteuning krijgen voor meer informatie. 3. Bel HP-ondersteuning. De opties en beschikbaarheid voor ondersteuning verschillen per printer, land/regio en taal. Zie Telefonische ondersteuning van HP voor meer informatie. Elektronische ondersteuning krijgen Surf voor ondersteunings- en garantie-informatie naar www.hp.com/support.
Voordat u belt Bel HP-ondersteuning wanneer u zich voor de computer en de printer bevindt.
Hoofdstuk 8 Telefoonnummers voor telefonische ondersteuning Op vele locaties biedt HP gratis telefonische ondersteuning tijdens de garantieperiode. Sommige ondersteuningsnummers zijn echter niet gratis.
Voor de meest recente lijst van nummers voor telefonische ondersteuning surft u naar www.hp.com/support. www.hp.
Hoofdstuk 8 Na de periode van telefonische ondersteuning Na afloop van de periode waarin u een beroep kunt doen op telefonische ondersteuning, kunt u tegen vergoeding voor hulp terecht bij HP. U kunt ook Help-informatie verkrijgen op de HP-website voor online ondersteuning: www.hp.com/support. Neem contact op met uw HP-leverancier of bel het telefoonnummer voor ondersteuning in uw land/regio voor meer informatie over de beschikbare ondersteuningsopties.
• • • • • Faxproblemen oplossen Problemen met vaste (Ethernet-)netwerken oplossen Draadloze problemen oplossen (alleen sommige modellen) Problemen met het printerbeheer oplossen Installatieproblemen oplossen Problemen met het afdrukken oplossen Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: • • • • De printer schakelt onverwachts uit Het uitlijnen is mislukt Het afdrukken duurt erg lang De afdruk is niet correct of er ontbreken gedeelten De printer schakelt onverwachts uit Controleer de netvoeding en aansl
Hoofdstuk 8 De afdruk is niet correct of er ontbreken gedeelten Controleer de printcartridges Ga na of de juiste printcartridges zijn geplaatst en of de printcartridges nog voldoende inkt bevatten. Zie De geschatte inktniveaus bekijken voor meer informatie. Controleer de marge-instellingen Zorg dat de marges van het document binnen het afdrukgebied van de printer vallen. Zie Minimummarges instellen voor meer informatie.
Oplossing 1: laad de stapel enveloppen juist Oplossing: Plaats een stapel enveloppen in de invoerlade in overeenstemming met de onderstaande afbeelding. Zorg ervoor dat u al het papier uit de invoerlade verwijdert voor u de enveloppen plaatst. Oorzaak: Een stapel enveloppen was niet goed geladen. Als het probleem hiermee niet verholpen is, probeert u de volgende oplossing.
Hoofdstuk 8 probleem niet oplost, gaat u verder met de resterende oplossingen tot het probleem is opgelost.
Oplossing 4: controleer de status van de printerdriver Oplossing: De status van de printerdriver is mogelijk gewijzigd in off line of stoppen met afdrukken. De status van de printerdriver controleren • Windows: Klik in de HP-printersoftware op Afdruktaken en klik vervolgens op Zien wat wordt afgedrukt. • Mac OS: Open Systeemvoorkeuren en klik vervolgens op Afdrukken & faxen. Open de afdrukwachtrij voor uw printer. Oorzaak: De status van de printerdriver is gewijzigd.
Hoofdstuk 8 Oorzaak: Het papier in de printer is vastgelopen. Als het probleem hiermee niet verholpen is, probeert u de volgende oplossing. Oplossing 8: controleer of de wagen met de printcartridges vrij kan bewegen Oplossing: Koppel het netsnoer los als dit nog niet was losgekoppeld. Controleer of de printcartridgewagen vrij kan bewegen van de ene zijde van de printer naar de andere. Probeer de wagen niet te forceren indien deze ergens vastzit. Let op Zorg ervoor dat u de printerwagen niet forceert.
Mac OS X 1. Klik op Systeemvoorkeuren in het Dock en klik vervolgens op Afdrukken & faxen 2. Selecteer de printer en klik vervolgens op Afdrukwachtrij. 3. Indien Taken gestopt verschijnt in het dialoogvenster, klikt u op Start taken. Oorzaak: De computer communiceert niet met de printer. Als het probleem hiermee niet verholpen is, probeert u de volgende oplossing. Oplossing 10: start de printer opnieuw op Oplossing: 1. Zet de printer uit. Zie Zet de printer uit voor meer informatie. 2.
Hoofdstuk 8 Paginavolgorde Probeer het probleem op te lossen met de volgende oplossing. • Mijn document is in de verkeerde volgorde afgedrukt Mijn document is in de verkeerde volgorde afgedrukt Oplossing: Druk het document in omgekeerde volgorde af. Als het document is afgedrukt, liggen de pagina's in de juiste volgorde. Oorzaak: De afdrukinstellingen zijn ingesteld om de eerste pagina van het document eerst af te drukken.
Oplossing 2: controleer de instelling van het papierformaat Oplossing: Controleer of u de juiste instelling voor het papierformaat voor het project hebt geselecteerd. Zorg dat papier van het juiste formaat in de invoerlade is geladen. Oorzaak: De instelling voor het papierformaat was mogelijk niet goed ingesteld voor het project dat u afdrukt. Als het probleem hiermee niet verholpen is, probeert u de volgende oplossing.
Hoofdstuk 8 Als het probleem hiermee niet verholpen is, probeert u de volgende oplossing. Oplossing 2: controleer de lay-out van het document Oplossing: Controleer of de lay-out van het document dat u wilt afdrukken past op een papierformaat dat door de printer wordt ondersteund. De afdruklay-out vooraf bekijken 1. Laad het juiste papierformaat in de invoerlade. 2. Bekijk de afdruktaak voordat u ze naar de printer stuurt.
van de digitale foto en van het papier waarop u afdrukt, dan dit ertoe leiden dat sommige gedeeltes van de afbeelding worden bijgesneden. Er wordt een lege pagina afgedrukt Probeer het probleem op te lossen met de volgende oplossingen. De oplossingen staan in volgorde, met de meest waarschijnlijke oplossing eerst. Als de eerste oplossing het probleem niet oplost, gaat u verder met de resterende oplossingen tot het probleem is opgelost.
Hoofdstuk 8 Opmerking Schakel de printer uit door te drukken op de knop Aan/uit op de printer. Wacht tot het lampje Aan/uit uitgaat voor u de stekker loskoppelt of een wandschakelaar omzet. Als u de printer verkeerd uitschakelt, wordt de wagen met de printcartridges mogelijk niet op de juiste positie teruggezet. Dit kan problemen met de printcartridges en de afdrukkwaliteit veroorzaken. Oorzaak: De printkop was verstopt.
Als het probleem hiermee niet verholpen is, probeert u de volgende oplossing. Oplossing 3: controleer de afdrukinstellingen Oplossing: Controleer de afdrukinstellingen. • Controleer de instelling Papiersoort zodat deze overeenkomt met de papiersoort in de invoerlade. • Controleer de instelling voor de afdrukkwaliteit en zorg ervoor dat deze niet te laag is ingesteld. Druk de afbeelding af met een instelling voor hoge afdrukkwaliteit, zoals Beste of Maximum aantal dpi.
Hoofdstuk 8 Oplossing 5: controleer of er papier is vastgelopen Oplossing: Controleer of er papierresten in de voorkant van de printer zitten. Verwijder eventuele resten die u vindt. Let op Probeer de papierstoring niet via de voorzijde van de printer op te lossen. Het afdrukmechanisme kan daardoor beschadigd raken. Verwijder vastgelopen papier altijd via het achterpaneel. Oorzaak: Er kunnen papierresten aanwezig zijn, die niet door de sensor worden gedetecteerd.
Foute, onnauwkeurige of uitlopende kleuren Als uw afdruk een van de volgende problemen met de afdrukkwaliteit vertoont, probeert u de oplossingen in de hulp. • • De kleuren zien er verkeerd uit Zo kan groen bijvoorbeeld zijn vervangen door blauw. De kleuren lopen in elkaar over of zien eruit alsof ze op de pagina werden uitgesmeerd. De vellen papier kunnen golvende randen hebben in plaats van scherpe en afgelijnde randen.
Hoofdstuk 8 Oplossing 2: controleer het papier in de invoerlade Oplossing: Zorg ervoor dat het papier correct is geladen en dat het niet gekreukt of te dik is. • Plaats het papier met de te bedrukken zijde naar beneden. Als u bijvoorbeeld glanzend fotopapier plaatst, plaatst u het papier met de glanzende zijde naar beneden. • Zorg ervoor dat het papier vlak in de invoerlade ligt en niet is gekreukt. Als het papier tijdens het afdrukken te dicht bij de printkop komt, kunnen er vegen ontstaan.
Meer informatie vindt u in: De geschatte inktniveaus bekijken Oorzaak: Mogelijk zit er onvoldoende inkt in de printcartridges. Als het probleem hiermee niet verholpen is, probeert u de volgende oplossing. Oplossing 5: controleer de afdrukinstellingen Oplossing: Controleer de afdrukinstellingen. • Controleer de afdrukinstellingen om te zien of de kleurinstellingen juist zijn. U kunt bijvoorbeeld controleren of het document is ingesteld om in grijswaarden te worden afgedrukt.
Hoofdstuk 8 Oplossing 7: reinig de printkop Oplossing: Controleer de volgende mogelijke problemen en reinig vervolgens de printkop. • Controleer het oranje lipje op de printcartridges. Zorg ervoor dat deze volledig is verwijderd. • Ga na of alle printcartridges goed zijn geplaatst. • Zorg ervoor dat u de printer uitschakelt met de knop Aan/Uit. Zo beschermt de printer de printkop. Nadat u de printkop hebt gereinigd, drukt u een afdrukkwaliteitsrapport af.
Opmerking HP kan de kwaliteit of betrouwbaarheid van materiaal dat niet van HP is, niet garanderen. Onderhoud of herstellingen aan de printer die nodig zijn door het gebruik van dergelijk materiaal, worden niet gedekt door de garantie. Als u meent dat u originele HP-printcartridge hebt aangeschaft, gaat u naar: www.hp.com/go/anticounterfeit Oorzaak: Er werden printcartridges gebruikt die niet van HP zijn. Als het probleem hiermee niet verholpen is, probeert u de volgende oplossing.
Hoofdstuk 8 Bewaar speciale afdrukmaterialen in de oorspronkelijke verpakking in een hersluitbare plastic zak op een vlakke ondergrond op een koele, droge plaats. Als u gaat afdrukken, haalt u alleen het papier eruit dat u onmiddellijk wilt gebruiken. Als u klaar bent met afdrukken, doet u het niet gebruikte fotopapier terug in de plastic zak. Hierdoor krult het fotopapier niet. Meer informatie vindt u in: Afdrukmateriaal selecteren Oorzaak: Er werd verkeerd papier geplaatst in de invoerlade.
Oplossing 1: controleer de papiersoort Oplossing: HP raadt u aan HP-papier te gebruiken of om het even welke andere papiersoort die geschikt is voor de printer. Zorg er altijd voor dat het papier waarop u afdrukt plat ligt. Gebruik HP Geavanceerd Fotopapier voor afdrukken met het beste resultaat. Bewaar afdrukmaterialen voor foto's in de oorspronkelijke verpakking in een hersluitbare plastic zak op een vlakke ondergrond op een koele, droge plaats.
Hoofdstuk 8 • • • Oplossing 4: lijn de printkop uit Oplossing 5: reinig de printkop Oplossing 6: neem contact op met HP-ondersteuning Oplossing 1: controleer of het papier op de juiste manier is geplaatst Oplossing: geplaatst. Zorg ervoor dat het papier op de juiste manier in de invoerlade is Meer informatie vindt u in: Afdrukmateriaal plaatsen Oorzaak: Het papier was niet op de juiste wijze geladen. Als het probleem hiermee niet verholpen is, probeert u de volgende oplossing.
Het uitlijnen van de printer kan een uitstekende afdrukkwaliteit helpen verzekeren. Meer informatie vindt u in: Printkop uitlijnen Oorzaak: De printer moest mogelijk worden uitgelijnd. Als het probleem hiermee niet verholpen is, probeert u de volgende oplossing. Oplossing 5: reinig de printkop Oplossing: Controleer de volgende mogelijke problemen en reinig vervolgens de printkop. Nadat u de printkop hebt gereinigd, drukt u een afdrukkwaliteitsrapport af.
Hoofdstuk 8 Oplossing 1: controleer de afdrukinstellingen Oplossing: Controleer de afdrukinstellingen. • Controleer de instelling Papiersoort zodat deze overeenkomt met de papiersoort in de invoerlade. • Controleer de instelling voor de afdrukkwaliteit en zorg ervoor dat deze niet te laag is ingesteld. Druk de afbeelding af met een instelling voor hoge afdrukkwaliteit, zoals Beste of Maximum aantal dpi. Oorzaak: De papiersoort of de instellingen voor de afdrukkwaliteit waren onjuist ingesteld.
Oplossing 4: reinig de printkop Oplossing: Als de vorige oplossingen het probleem niet hebben opgelost, probeer dan de printkop te reinigen. Nadat u de printkop hebt gereinigd, drukt u een afdrukkwaliteitsrapport af. Beoordeel het afdrukkwaliteitsrapport om te zien of er nog steeds een probleem is met de afdrukkwaliteit. Meer informatie vindt u in: • • Onderhoud aan de printkop Druk een afdrukkwaliteitsrapport af en kijk na of deze goed is Oorzaak: De printkop moest worden gereinigd.
Hoofdstuk 8 Oorzaak: De papiersoort of de instellingen voor de afdrukkwaliteit waren onjuist ingesteld. Als het probleem hiermee niet verholpen is, probeert u de volgende oplossing. Oplossing 2: gebruik een afbeelding van hogere kwaliteit Oplossing: gebruik een hogere beeldresolutie. Als u een foto of afbeelding afdrukt, en de resolutie is te laag, dan is het resultaat wazig of vaag. Als het formaat van een digitale foto of een rasterafbeelding is gewijzigd, dan is de afdruk mogelijk wazig of vaag.
Bewaar speciale afdrukmaterialen in de oorspronkelijke verpakking in een hersluitbare plastic zak op een vlakke ondergrond op een koele, droge plaats. Als u gaat afdrukken, haalt u alleen het papier eruit dat u onmiddellijk wilt gebruiken. Als u klaar bent met afdrukken, doet u het niet gebruikte fotopapier terug in de plastic zak. Hierdoor krult het fotopapier niet. Opmerking Bij dit probleem is er geen probleem met uw inktbenodigdheden.
Hoofdstuk 8 Inktstrepen op de achterkant van het blad Probeer de volgende oplossingen als er inktvlekken op de achterkant van de afdruk zitten. • • Oplossing 1: druk af op een vel gewoon papier Oplossing 2: wacht tot de inkt is opgedroogd Oplossing 1: druk af op een vel gewoon papier Oplossing: Bedruk een of meerdere pagina's gewoon papier om alle overtollige inkt in de printer op te zuigen. Overtollige inkt verwijderen met gewoon papier 1. Plaats een aantal vellen gewoon papier in de invoerlade. 2.
Oplossing 2: gebruik TrueType- of OpenType-lettertypes Oplossing: Gebruik TrueType- of OpenType-lettertypes om er zeker van te zijn dat de printer vloeiende lettertypen kan afdrukken. Zoek naar het TrueType- of OpenType-pictogram wanneer u een lettertype selecteert. TrueType-pictogram OpenType-pictogram Oorzaak: Het lettertype was een speciaal formaat. Sommige programma's werken met eigen lettertypen die kartelranden vertonen wanneer ze worden vergroot of afgedrukt.
Hoofdstuk 8 De printer drukt langzaam af Probeer de volgende oplossingen als de printer heel traag afdrukt. • • • Oplossing 1: stel de afdrukkwaliteit lager in Oplossing 2: controleer de inktniveaus Oplossing 3: neem contact op met HP-ondersteuning Oplossing 1: stel de afdrukkwaliteit lager in Oplossing: controleer de instelling voor de afdrukkwaliteit Optimaal en Maximum dpi bieden de beste kwaliteit maar zijn langzamer dan Normaal of Snel. Snel biedt de hoogste afdruksnelheid.
De uitlijn- en reinigingsprocedures onnodig uitvoeren kan inkt verspillen en de levensduur van de cartridges verkorten. Dit deel bevat de volgende onderwerpen: • • • • • De printkop reinigen Printkop uitlijnen Druk een afdrukkwaliteitsrapport af en kijk na of deze goed is Geavanceerd onderhoud aan de printkop Onderhoud van geavanceerde printcartridges De printkop reinigen Als uw afdruk streperig is, of ontbreekt, of verkeerde of ontbrekende kleuren heeft, moet de printkop mogelijk worden gereinigd.
Hoofdstuk 8 De printkop uitlijnen vanaf het bedieningspaneel 1. Plaats ongebruikt, wit standaardpapier van A4-, Letter- of Legal-formaat in de hoofdinvoerlade. 2. Raak op het bedieningspaneel van de printer de rechterpijl aan en raak vervolgens Installatie aan. 3. Raak Hulpprogramma's aan en selecteer vervolgens Printer uitlijnen.
De Diagnosepagina van de afdrukkwaliteit evalueren Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: • • • • • • • • Inktniveaus Goede gekleurde balken Ongelijke, onregelmatig gestreepte, of vervaagde balken Regelmatige witte strepen in de balken Kleuren van de balk zijn niet gelijkmatig Tekst in groot zwart lettertype Uitlijnpatronen Er zijn geen defecten Inktniveaus ▲ Bekijk de indicatoren van het inktniveau in regel 21.
Hoofdstuk 8 ononderbroken zijn (niet gestreept met wit of andere kleuren). Ze moeten overal gelijkmatig van kleur zijn. Deze balken komen als volgt overeen met de printcartridges in de printer: Nummer Cartridgekleur 1 Zwarte printcartridge 2 Cyaan printcartridge 3 Magenta printcartridge 4 Gele printcartridge Ongelijke, onregelmatig gestreepte, of vervaagde balken Voorbeeld van balken met slechte kleuren De bovenste balk is ongelijkmatig gestreept of vervaagd.
4. Reinig de printkop. Zie De printkop reinigen voor meer informatie. 5. Probeer nog een afdruk of druk het Diagnoserapport afdrukkwaliteit nogmaals af. Als het probleem aanhoudt, maar het er wel op lijkt alsof het reinigen heeft geholpen, reinig dan nogmaals. 6. Als het reinigen het probleem niet oplost, vervang dan de cartridge die overeenkomt met de ongelijke balk. 7. Als het niet helpt om de printcartridge te vervangen, neem dan contact op met HP de printkop moet mogelijk worden vervangen.
Hoofdstuk 8 Kleuren van de balk zijn niet gelijkmatig De balken van de afdrukkwaliteit zijn niet gelijkmatig De balken hebben lichtere of donkerdere delen. Als de kleur van een van de balken niet gelijkmatig is, volg dan de onderstaande stappen: 1. Als de printer onlangs op een grote hoogte werd vervoerd, probeer de printkop dan te reinigen. 2. Als de printer niet onlangs werd vervoerd, probeer dan nog een Diagnoserapport afdrukkwaliteit af te drukken.
Voorbeeld van slecht groot lettertype De letters zijn uitgeveegd - reinig de printkop en controleer of het papier is omgekruld. Bewaar al het papier plat in een hersluitbare zak om het omkrullen te vermijden. Voorbeeld van slecht groot lettertype De letters zijn aan een uiteinde ongelijk - reinig de printkop.
Hoofdstuk 8 • • Controleer of uw afbeelding voldoende resolutie heeft. Als het probleem lijkt te liggen bij een strook bij de hoek van uw afdruk, gebruik dan de HP-software of een andere softwaretoepassing om de afbeelding 180 graden te draaien. Mogelijk verschijnt het probleem niet aan het andere uiteinde van de afdruk.
4. Breng de vergrendelingshendel omhoog op de wagen met de printcartridges. 5. Verwijder de printkop door deze recht omhoog te heffen.
Hoofdstuk 8 6. Reinig de printkop. Op de printkop zijn er drie gebieden die moeten worden gereinigd: de plastic randen aan beide kanten van de inktsproeiers, de hoek tussen de sproeiers en de elektrische contactpunten, en de elektrische contactpunten. 1 Plastic randen aan de kanten van de sproeiers 2 Rand tussen sproeiers en contactpunten 3 Elektrische contacten Let op Raak de gebieden met de sproeiers en de elektrische contactpunten alleen aan met reinigingsmateriaal en niet met uw vinger.
b. Gebruik een nieuw, licht bevochtigd en pluisvrij doekje om opgehoopte inkt en vuil van de hoek tussen de sproeiers en de contactpunten te vegen. c. Gebruik een nieuw, licht bevochtigd en pluisvrij doekje om de plastic randen aan beide kanten van de sproeiers schoon te vegen. Veeg van de sproeiers af. d. Wrijf de eerder gereinigde gebieden droog met een droog pluisvrij doekje voordat u verdergaat met de volgende stap.
Hoofdstuk 8 7. Reinig de elektrische contactpunten in de printer. De elektrische contactpunten in de printer reinigen a. Bevochtig een schone pluisvrije doek lichtjes met gedistilleerd water of flessenwater. b. Reinig de elektrische contactpunten in de printer door met het doekje van boven naar onder te wrijven. Gebruik zo veel nieuwe doekjes als nodig. Reinig totdat er geen inkt meer op het doekje zit. c. Wrijf het gebied droog met een droog pluisvrij doekje voordat u verdergaat met de volgende stap. 8.
10. Gebruik de gekleurde symbolen als leidraad en schuif de inktcartridge in de lege sleuf tot hij op zijn plaats klikt en stevig op zijn plek zit. 11. Sluit de klep van de printcartridges. Onderhoud van geavanceerde printcartridges Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: • Reinig de sensorvensters op de printcartridges Reinig de sensorvensters op de printcartridges Als het probleem niet is opgelost, kunt u verder gaan met afdrukken, maar kan het zijn dat het gedrag van het inktsysteem verandert.
Hoofdstuk 8 De wagen met de printcartridges gaat naar het midden van de printer. Opmerking Wacht tot de printerwagen niet meer beweegt voor u verder gaat. 4. Verwijder alle printcartridges en plaats ze op een vel papier met de inktopeningen naar boven. De printcartridges verwijderen a. Druk op het klepje op de inktcartridge om hem los te maken en verwijder de cartridge uit de sleuf. b. Plaats de printcartridge op een vel papier met de inktopening naar boven. c.
6. Installeer elke printcartridge in de sleuf. Duw de cartridge omlaag tot het klepje op zijn plaats klikt. Breng de kleur en het pictogram op de label van elke printcartridge in overeenstemming met de kleur en het pictogram op de sleuf voor die printcartridge. 7. Sluit de toegangsklep voor de printcartridges en controleer of de fout opgelost is. 8. Als u nog steeds een foutmelding krijgt, schakelt u de printer uit en vervolgens opnieuw in.
Hoofdstuk 8 Het afdrukmateriaal komt er niet correct uit • Controleer of het verlengstuk van de uitvoerlade volledig is uitgetrokken. Als dit niet het geval is, kunnen afgedrukte pagina's uit de printer vallen. • Verwijder al het papier uit de uitvoerbak. De lade kan slechts een beperkt aantal vellen bevatten. Pagina's worden scheef ingevoerd • Zorg dat het afdrukmateriaal in de lades goed tegen de papiergeleiders ligt.
Problemen met het kopiëren oplossen Als de volgende onderwerpen niet helpen, raadpleegt u HP-ondersteuning voor meer informatie over HP-ondersteuning.
Hoofdstuk 8 Documenten ontbreken of zijn vervaagd • • • • Controleer het afdrukmateriaal Het afdrukmateriaal voldoet misschien niet aan de specificaties van Hewlett-Packard (het materiaal is bijvoorbeeld te vochtig of te ruw). Zie Mediaspecificaties voor meer informatie. Controleer de instellingen De kwaliteitsinstelling Snel (wat kopieën van conceptkwaliteit oplevert) kan verantwoordelijk zijn voor ontbrekende of vervaagde documenten. Wijzig de instelling naar Normaal of Beste.
Er verschijnen defecten in de kopieën • • • • • • • • • Verticale witte of vervaagde strepen Het afdrukmateriaal voldoet misschien niet aan de specificaties van Hewlett-Packard (het materiaal is bijvoorbeeld te vochtig of te ruw). Zie Mediaspecificaties voor meer informatie. Te licht of te donker Probeer de instellingen voor het contrast en de kopieerkwaliteit aan te passen. Ongewenste lijnen De glasplaat van de scanner, het deksel of het frame moeten mogelijk worden gereinigd.
Hoofdstuk 8 Papierconflict Controleer de instellingen Controleer of het papierformaat en -type van het geladen afdrukmateriaal overeenkomen met de instellingen op het bedieningspaneel. Scanproblemen oplossen Als de volgende onderwerpen niet helpen, raadpleegt u HP-ondersteuning voor meer informatie over HP-ondersteuning. Opmerking Als u vanaf een computer gaat scannen, raadpleeg dan de Help van de software voor informatie over het oplossen van problemen.
Een deel van het document is niet gescand of er ontbreekt tekst • • Controleer het origineel ◦ Zorg ervoor dat het origineel goed is geplaatst. Raadpleeg Een origineel op de glasplaat leggen voor meer informatie. ◦ Als u een origineel zonder randen kopieert, plaats dan het origineel op de glasplaat van de scanner, niet in de ADF-invoerlade. Zie Een origineel op de glasplaat leggen voor meer informatie. ◦ De afbeeldingen op de voorgrond kunnen te veel opgaan in een gekleurde achtergrond.
Hoofdstuk 8 Tekst kan niet worden bewerkt • • Controleer de instellingen ◦ Wanneer u het origineel scant, moet u ervoor zorgen dat u een documenttype selecteert dat bewerkbare tekst aanmaakt. Als tekst als afbeelding werd geclassificeerd, wordt deze niet in tekst omgezet. ◦ Indien u een afzonderlijk OCR-programma (optical character recognition) gebruikt, kan u dit linken aan een tekstverwerker die geen OCR-taken uitvoert. Raadpleeg voor meer informatie de documentatie bij het OCR-programma.
op het scherm verschijnt. Als de volgende suggesties het probleem niet verhelpen, moet u waarschijnlijk een betere versie van het origineel gebruiken. ◦ Om deze patronen te verwijderen, kunt u proberen de afbeelding na het scannen te verkleinen. ◦ Druk de gescande afbeelding af om te zien of de kwaliteit is verbeterd. ◦ Zorg ervoor dat de instellingen voor resolutie en kleur juist zijn voor het type scantaak.
Hoofdstuk 8 Er verschijnen defecten in de scans • • • • • • Blanco pagina's Zorg ervoor dat het origineel goed is geplaatst. Plaats het originele document met de voorkant naar beneden op de flatbedscanner en met de linkerbovenhoek van het document in de rechterbenedenhoek van de glasplaat van de scanner. Te licht of te donker ◦ Probeer de instellingen aan te passen. Zorg ervoor dat u de juiste instellingen gebruikt voor resolutie en kleuren.
• • • • • • De printer kan geen faxen ontvangen maar wel verzenden De printer kan geen faxen verzenden maar wel ontvangen Er worden faxtonen opgenomen op mijn antwoordapparaat Het telefoonsnoer dat met de printer is meegeleverd, is niet lang genoeg Faxen in kleur worden niet afgedrukt De computer kan geen faxen ontvangen (Faxen naar pc en Faxen naar Mac) De faxtest is mislukt Controleer het rapport voor basisinformatie over de fout als een uitgevoerde faxtest is mislukt.
Hoofdstuk 8 • • Gebruik het telefoonsnoer dat bij de printer werd geleverd. Als u het meegeleverde telefoonsnoer niet gebruikt om de printer op de telefoonaansluiting aan te sluiten, kunt u waarschijnlijk geen faxen verzenden of ontvangen. Voer de faxtest nogmaals uit nadat u het bij de printer geleverde telefoonsnoer hebt aangesloten. Het gebruik van een splitter veroorzaakt mogelijk faxproblemen. (Een splitter is een verdeelstekker die wordt aangesloten op een telefoonaansluiting.
Het testen van de verbinding van het telefoonsnoer met de juiste poort op de fax is mislukt Oplossing: Steek het telefoonsnoer in de juiste poort. 1. Sluit het ene uiteinde van het telefoonsnoer dat is geleverd bij de printer aan op de telefoonaansluiting op de wand en het andere uiteinde op de poort 1-LINE aan de achterkant van de printer. Opmerking Indien u de 2-EXT-poort gebruikt om de printer aan te sluiten op de telefoonaansluiting op de wand, kunt u geen faxen verzenden of ontvangen.
Hoofdstuk 8 worden aangesloten op de poort 1-LINE op de achterkant van de printer en het andere uiteinde op de telefoonaansluiting. • • • 146 1 Telefoonaansluiting op de wand 2 Gebruik het telefoonsnoer dat bij de printer is geleverd en verbind dit met de 1-LINEpoort Als het telefoonsnoer dat bij de printer is geleverd niet lang genoeg is, kunt u een verdeelstekker gebruiken en het snoer verlengen. U kunt een dergelijke verdeelstekker kopen in een elektronicawinkel die telefoonaccessoires verkoopt.
De kiestoondetectietest is mislukt Oplossing: • Andere apparatuur die gebruikmaakt van dezelfde telefoonlijn als de printer, kan ervoor zorgen dat de test mislukt. Koppel alles los van de telefoonlijn en voer de test nogmaals uit. Zo kunt u controleren of het probleem wordt veroorzaakt door andere apparatuur. Als de Kiestoondetectie wel slaagt als de andere apparatuur is losgekoppeld, wordt het probleem veroorzaakt door een of meer onderdelen van deze apparatuur.
Hoofdstuk 8 De faxlijnconditietest is mislukt Oplossing: • Zorg ervoor dat u de printer aansluit op een analoge telefoonlijn. Anders kunt u geen faxen verzenden of ontvangen. Als u wilt controleren of uw telefoonlijn digitaal is, sluit u een gewone analoge telefoon aan op de lijn en luistert u naar de kiestoon. Als u geen normale kiestoon hoort, is de telefoonlijn mogelijk ingesteld voor digitale telefoons. Sluit de printer aan op een analoge telefoonlijn en probeer een fax te verzenden of ontvangen.
Daarnaast hebt u een ander telefoonsnoer nodig. Hiervoor kunt u een standaardtelefoonsnoer gebruiken, als u dat al in huis hebt. Oplossing: Mogelijk is er andere apparatuur die gebruikmaakt van dezelfde telefoonlijn als de printer. Zorg dat extensietoestellen (telefoontoestellen op dezelfde telefoonlijn, maar niet aangesloten op de printer) of andere apparatuur van de haak liggen of niet in gebruik zijn.
Hoofdstuk 8 worden aangesloten op de poort 1-LINE op de achterkant van de printer en het andere uiteinde op de telefoonaansluiting, zoals hieronder aangegeven. 1 2 • • • • 150 1 Telefoonaansluiting op de wand 2 Gebruik het telefoonsnoer dat bij de printer is geleverd en verbind dit met de 1-LINEpoort Als het telefoonsnoer dat bij de printer is geleverd niet lang genoeg is, kunt u een verdeelstekker gebruiken en het snoer verlengen.
• • • • Als u een digitale telefoonaansluiting (DSL-service) gebruikt, moet u een DSLfilter gebruiken om goed te kunnen faxen. Zie Situatie B: De printer instellen met DSL voor meer informatie. Zorg ervoor dat de printer niet is verbonden met een telefoonaansluiting die is ingesteld voor digitale telefoons. Als u wilt controleren of uw telefoonlijn digitaal is, sluit u een gewone analoge telefoon aan op de lijn en luistert u naar de kiestoon.
Hoofdstuk 8 telefoon rechtstreeks zijn aangesloten op de poort 2-EXT op de printer, zoals hieronder aangegeven. • 1 Telefoonaansluiting op de wand 2 Gebruik het telefoonsnoer dat bij de printer is geleverd en verbind dit met de 1-LINEpoort 3 Telefoon Als u een fax handmatig verzendt vanaf een telefoon die rechtstreeks is aangesloten op de printer, moet u de fax verzenden via het toetsenblok op de telefoon. U kunt het toetsenblok op het bedieningspaneel van de printer niet gebruiken.
• • Als u een computermodem gebruikt op dezelfde telefoonlijn als de printer, moet u controleren of de software van de modem niet is ingesteld op het automatisch ontvangen van faxen. Als de modemsoftware is ingesteld op het automatisch ontvangen van faxen, wordt de telefoonlijn automatisch overgenomen. In dat geval worden alle faxen door het modem ontvangen, zodat de printer geen faxoproepen kan ontvangen.
Hoofdstuk 8 • • Als de printer de telefoonlijn deelt met andere telefoonapparatuur, zoals een antwoordapparaat, een computermodem of een schakelkast met meerdere poorten, is het faxsignaal mogelijk minder sterk. Het faxsignaal kan ook minder sterk zijn als u een splitter gebruikt of extra snoeren aansluit om het bereik van de telefoon te vergroten. Een zwakker faxsignaal kan problemen met de ontvangst van faxen veroorzaken.
Er worden faxtonen opgenomen op mijn antwoordapparaat Oplossing: • Als het antwoordapparaat en de fax gebruikmaken van dezelfde telefoonlijn, kunt u proberen om het antwoordapparaat rechtstreeks met de printer te verbinden, zoals is beschreven in Situatie I: Gedeelde lijn voor gesprekken/fax met antwoordapparaat. Als u het antwoordapparaat niet op de aanbevolen manier aansluit, is het mogelijk dat het antwoordapparaat faxtonen opneemt.
Hoofdstuk 8 De computer kan geen faxen ontvangen (Faxen naar pc en Faxen naar Mac) Controleer het volgende indien u Fax naar pc of Fax naar Mac hebt ingesteld, en indien de printer is aangesloten op uw computer via een USB-kabel. Oorzaak: De computer die is geselecteerd voor het ontvangen van faxen, is uitgeschakeld. Oplossing: Zorg dat de computer die is geselecteerd voor het ontvangen van faxen, altijd is ingeschakeld.
Problemen oplossen met HP-websites Indien u problemen ondervindt bij het gebruiken van HP-websites via uw computer, moet u dit controleren: • • • Controleer of de computer die u gebruikt is aangesloten op het netwerk. Controleer of de internetbrowser voldoet aan de minimale systeemvereisten. Zie HPwebsitespecificaties voor meer informatie. Als uw webbrowser proxy-instellingen gebruikt om verbinding te maken met het internet, probeer deze instellingen dan uit te schakelen.
Hoofdstuk 8 De printer kan foto's op de geheugenkaart niet lezen Controleer de geheugenkaart De geheugenkaart kan beschadigd zijn. Problemen met vaste (Ethernet-)netwerken oplossen Als u de printer niet kunt aansluiten op uw vaste (Ethernet-)netwerk, voer dan een of meer van de volgende taken uit. Opmerking Als u een van de volgende maatregelen hebt getroffen, moet u het installatieprogramma opnieuw uitvoeren.
4. Selecteer de TCP/IP-poort voor de printer en klik dan op Poort configureren. 5. Vergelijk het IP-adres in het dialoogvenster en controleer of het overeenkomt met het IP-adres op de netwerkconfiguratiepagina. Als de IP-adressen niet overeenkomen, wijzigt u het IP-adres in het dialoogvenster in het adres op de netwerkconfiguratiepagina. 6. Klik tweemaal op OK om de instellingen op te slaan en de dialoogvensters te sluiten.
Hoofdstuk 8 Geavanceerde draadloze problemen oplossen Als u de suggesties in het gedeelte Basisproblemen oplossen hebt geprobeerd en uw printer nog steeds niet kunt aansluiten op het draadloze netwerk, probeer dan de volgende suggesties in de onderstaande volgorde: • • • • • • • Stap 1: Controleer of de computer verbinding heeft met het netwerk Stap 2: Controleer of de printer op uw netwerk is aangesloten Stap 3: Controleren of de firewall-software de communicatie blokkeert Stap 4: Controleer of de comput
Een draadloze aanlsluiting controleren 1. Controleer of de draadloze communicatie op uw computer is ingeschakeld. (Zie de Help die bij uw computer is geleverd voor meer informatie.) 2. Als u geen unieke netwerknaam (SSID) gebruikt, is het mogelijk dat uw draadloze computer is aangesloten op een netwerk in de buurt dat niet van u is. Met behulp van de volgende stappen kunt u vaststellen of uw computer is aangesloten op uw netwerk. Windows a.
Hoofdstuk 8 A: Controleer of de printer met het netwerk verbonden is 1. Als de printer Ethernet-netwerken ondersteunt en is verbonden met een Ethernetnetwerk, controleer dan of er geen Ethernet-kabel is aangesloten aan de achterkant van de printer. Als aan de achterkant een Ethernet-kabel is aangesloten, wordt draadloze connectiviteit uitgeschakeld. 2. Als de printer is aangesloten op een draadloos netwerk, druk dan de Draadloze configuratiepagina van de printer af.
beveiligingsoftware van de firewall die actief is op uw computer tijdelijk uit en probeer vervolgens nogmaals toegang te krijgen tot de EWS. Als u naar de EWS kunt gaan, probeer de printer dan te gebruiken (om af te drukken). Als u toegang kunt krijgen tot de EWS en uw printer gebruikt met de firewall uitgeschakeld, moet u de firewall-instellingen opnieuw configureren zodat de computer en de printer met elkaar kunnen communiceren over het netwerk.
Hoofdstuk 8 Als u problemen hebt met het afdrukken of aansluiten op de printer, controleer dan of de juiste versie van het stuurprogramma van de printer als de standaardinstelling is ingesteld. 1. Klik op het bureaublad op Start, kies Instellingen en vervolgens Printers of Printers en faxapparaten. – of – Klik op Start, klik op Configuratiescherm en dubbelklik vervolgens op Printers. 2. Stel vast of de versie van de printerdriver in de map Printers of Printers en faxen draadloos is aangesloten: a.
'hardware-adressen' genoemd) van apparaten die via de WAP toegang mogen krijgen tot het netwerk. Als de WAP het hardware-adres niet heeft van een apparaat dat toegang probeert te krijgen tot het netwerk, wordt de toegang geweigerd. Als de WAP MACadressen filtert, moet het MAC-adres van de printer aan de WAP-lijst met geaccepteerde MAC-adressen worden toegevoegd. • • Druk de netwerkconfiguratiepagina af. Zie De netwerkconfiguratiepagina begrijpen voor meer informatie.
Hoofdstuk 8 • • • hpqste08.exe, in de directory C:\program files\HP\digital imaging\bin hpqtra08.exe, in de directory C:\program files\HP\digital imaging\bin hpqthb08.exe, in de directory C:\program files\HP\digital imaging\bin Opmerking Raadpleeg de documentatie van uw firewall om te zien hoe u de poortinstellingen van de firewall kunt configureren en hoe u HP-bestanden aan de "vertrouwde" lijst kunt toevoegen. Sommige firewalls blijven storen, zelfs nadat u ze uitschakelt.
Problemen met het printerbeheer oplossen Dit gedeelte biedt oplossingen voor veelvoorkomende problemen met betrekking tot het beheren van de printer. Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: • EWS kan niet worden geopend Opmerking Om de EWS te gebruiken, moet de printer zijn aangesloten op een netwerk met een Ethernet- of een draadloze verbinding (alleen bij bepaalde modellen). U kunt de EWS niet gebruiken als de printer is aangesloten op een computer met een USB-kabel.
Hoofdstuk 8 Of gebruik een van de volgende methoden in Mac OS X: ◦ Open de Terminal (beschikbaar in de map Toepassingen > hulpprogramma's) en voer het volgende in: ping 123.123.123 ◦ Open het Netwerkhulpprogramma (beschikbaar in de map Toepassingen > hulpprogramma's) en klik op het tabblad Ping. Als er een antwoord verschijnt, is het IP-adres juist. Als er een time out-antwoord verschijnt, is het IP-adres onjuist.
Controleren of de printcartridges juist in de printer zijn geplaatst 1. Controleer of de printer aanstaat. 2. Open de toegangsklep voor de printcartridges door deze rechtsvoor van de printer omhoog te tillen totdat de klep in de geopende stand is vergrendeld. Opmerking Wacht tot de printerwagen niet meer beweegt voor u verder gaat. 3. Zorg ervoor dat de inktcartridges in de juiste sleuven zijn geplaatst.
Hoofdstuk 8 • • Zorg ervoor dat de USB-stuurprogramma's niet zijn uitgeschakeld in het apparaatbeheer in Windows. Als u een computer met Windows gebruikt en de computer de printer niet kan vinden, voert u het hulpprogramma voor het verwijderen van software uit (util\ccc\uninstall.bat op de installatie-cd). Hiermee verwijdert u het stuurprogramma van de printer volledig. Start de computer opnieuw op en installeer het stuurprogramma van de printer opnieuw.
◦ ◦ ◦ ◦ Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van de printer, kies Eigenschappen en open het tabblad Poorten. Selecteer de TCP/IP-poort voor de printer en klik dan op Poort configureren. Vergelijk het IP-adres in het dialoogvenster en controleer of het overeenkomt met het IP-adres op de netwerkconfiguratiepagina. Als de IP-adressen niet overeenkomen, wijzigt u het IP-adres in het dialoogvenster in het adres op de netwerkconfiguratiepagina.
Hoofdstuk 8 Statusrapport printer 1. Printerinformatie: Toont informatie over de printer (zoals naam, modelnummer, serienummer en versienummer van de firmware), en gebruiksinformatie afgedrukt vanuit de lade. 2. Informatie over het inktsysteem: Toont informatie over de printcartridges, zoals de geschatte inktniveaus. Opmerking Waarschuwingen en indicatorlampjes voor het inktniveau bieden uitsluitend schattingen om te kunnen plannen.
netwerkconfiguratiepagina gebruiken om problemen met de netwerkaansluiting op te lossen. Als u HP moet bellen, is het vaak nuttig deze pagina af te drukken voordat u belt. 1. Algemene informatie: Informatie over de huidige status en het type actieve verbinding van het netwerk en andere informatie, zoals de URL van de geïntegreerde webserver. 2. 802.3 vast: Informatie over de actieve vaste netwerkverbinding, zoals het IP-adres, het subnetmasker, de standaard-gateway en het hardwareadres van de printer. 3.
Hoofdstuk 8 • • • Bonjour: Bonjour-services (waarbij gebruik wordt gemaakt van mDNS oftewel Multicast Domain Name System) worden meestal gebruikt bij kleine netwerken voor IP-adressen en het herleiden van namen (via UDP-poort 5353) als er geen conventionele DNS-server wordt gebruikt.
Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: • • Papierstoringen verhelpen Papierstoringen voorkomen Papierstoringen verhelpen Als het papier in de hoofdlade is geplaatst, moet u het vastgelopen papier wellicht via de achterklep verwijderen. Het papier kan ook zijn vastgelopen in de automatische documentinvoer (ADF). Bepaalde veel voorkomende handelingen kunnen papierstoringen in de automatische documentinvoer veroorzaken. • • • Er is te veel papier in de ADF-lade geplaatst.
Hoofdstuk 8 3. Plaats de duplexeenheid of het toegangsdeksel achteraan terug. Duw de klep voorzichtig naar voren totdat deze op zijn plaats klikt. 4. Raak OK aan om de taak verder te verwerken. Een papierstoring in de automatische documentinvoer (ADF) verhelpen 1. Til het deksel van de automatische documentinvoer omhoog. 2. Trek het papier voorzichtig tussen de rollen vandaan.
Opmerking Door vocht kan het papier omkrullen, wat een papierstoring kan veroorzaken.
A Technische informatie Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: • • Informatie over de garantie Printerspecificaties • Wettelijk verplichte informatie • • Programma voor milieubehoud Licenties van derden Informatie over de garantie Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: Beperkte garantieverklaring van Hewlett-Packard • • 178 Garantie-informatie printcartridge Technische informatie
Beperkte garantieverklaring van Hewlett-Packard HP product Softwaremedia Printer Print- of inktcartridges Printkoppen (geldt alleen voor producten met printkoppen die door de klant kunnen worden vervangen) Accessoires Duur van beperkte garantie 90 dagen 1 jaar Tot het HP inktpatroon leeg is of de "einde garantie"-datum (vermeld op het inktpatroon) is bereikt, afhankelijk van wat het eerst van toepassing is.
Bijlage A Garantie-informatie printcartridge De garantie op HP-cartridges is van toepassing wanneer het product wordt gebruikt in combinatie met de daarvoor bedoelde printer van HP. Deze garantie is niet van toepassing op bijgevulde, gerecyclede, aangepaste, verkeerd gebruikte of vervalste inktproducten van HP. Gedurende de garantieperiode is het product gedekt zolang de HP-inkt niet is opgebruikt en de uiterste garantiedatum nog niet werd bereikt.
Printerspecificaties Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: • Fysieke specificaties • Printerkenmerken en -mogelijkheden • Specificaties processor en geheugen • Systeemvereisten • Netwerkprotocolspecificaties • Specificaties van de geïntegreerde webserver • Mediaspecificaties • Afdrukresolutie • Kopieerspecificaties • Faxspecificaties • Scanspecificaties • HP-websitespecificaties • Omgevingscondities • Elektrische vereisten • Geluidsspecificatie • Geheugenkaartspecificati
Bijlage A (vervolg) Functie Capaciteit Sloveens, Spaans, Traditioneel Chinees, Tsjechisch, Turks, Vereenvoudigd Chinees, Zweeds. Specificaties processor en geheugen Processor: 192 MHz ARM9-kern Geheugen: 64 MB DDR1 Systeemvereisten Opmerking Surf naar www.hp.com/support voor de meest recente informatie over ondersteunde besturingssystemen en systeemvereisten. Compatibiliteit besturingssysteem • Windows XP Service Pack 2, Windows Vista, Windows 7 • Mac OS X (v10.5, v10.
• Microsoft Windows 2008 Server Terminal Services met Citrix XenApp 5.0 • Novell Netware 6.5, Open Enterprise Server 2 Compatibele netwerkprotocollen TCP/IP Netwerkbeheer Ingebouwde webserver Functies Mogelijkheid netwerkapparaten op afstand te configureren en te beheren Specificaties van de geïntegreerde webserver Vereisten • Een TCP/IP-netwerk (IPX/SPX-netwerken worden niet ondersteund) • • • Een webbrowser (Microsoft Internet Explorer 7.0 of later, Opera 8.0 of later, Mozilla Firefox 1.
Bijlage A (vervolg) Papierformaat U.S. Executive (184 x 267 mm; 7,25 x 10,5 inches) B5 (JIS) (182 x 257 mm; 7,17 x 10,12 inches) B5 (ISO) (176 x 250 mm; 6,9 x 9,8 inches) B7 (88 x 125mm) A5 (148 x 210 mm; 5,8 x 8,3 inches) A4 zonder rand (210 x 297 mm; 8,3 x 11,7 inches) A5 zonder rand (148 x 210 mm; 5,8 x 8,3 inches) B5 zonder rand (182 x 257 mm; 7,17 x 10,12 inches) HV (101 x 180 mm) Kabinetformaat (120 x 165 mm) 13 x 18 cm Kabinet zonder rand (120 x 165 mm) Zonder rand 13 x 18 mm Enveloppen Envelop U.S.
(vervolg) Papierformaat Invoerlade Duplexmodule (bepaalde modellen) ADF Systeemkaart (102 x 152 mm; 4 x 6 inches) Systeemkaart (127 x 203 mm; 5 x 8 inches) Kaart A6 (105 x 148,5 mm; 4,13 x 5,83 inches) Kaart A6 zonder rand (105 x 148,5 mm; 4,13 x 5,83 inches) Hagaki** (100 x 148 mm; 3,9 x 5,8 inches) Ofuku hagaki** Hagaki zonder rand (100 x 148 mm)** Fotoafdrukmateriaal Fotopapier (102 x 152 mm; 4 x 6 inches) Fotopapier (5 x 7 inches) Fotopapier (8 x 10 inches) Fotopapier (10 x 15 cm) Foto L (89 x 127 m
Bijlage A (vervolg) Papierformaat Invoerlade Duplexmodule (bepaalde modellen) ADF Zonder rand 10 x 15 cm tab Zonder rand 4 x 8 tab HV zonder rand (101 x 180 mm) Dubbel A4 zonder rand (210 x 594 mm) 4 x 6 tab (102 x 152 mm) 10 x 15 cm tab 4 x 8 tab / 10 x 20 cm tab Ander afdrukmateriaal Media op maat met een breedte tussen 76,2 en 216 mm en een lengte van 101 tot 762 mm (breedte 3 tot 8,5 inch en lengte 4 tot 76,20 cm) Speciaal formaat afdrukmateriaal (ADF) van 127 tot 216 mm breed en 241 tot 305 mm lang
(vervolg) Lade Soort Gewicht Capaciteit (8 mm of 7,87 mm gestapeld) Enveloppen Kaarten Uitvoerlade Alle ondersteunde afdrukmaterialen Automatic Document Feeder (automatisc he documentin voer) Papier 75 tot 90 g/m2 Maximaal 15 vellen (envelop met 9 tot 10,8 kg bankpost) (8 mm of 7,87 mm gestapeld) Maximaal 200 g/m2 Maximaal 40 kaarten (steekkaart 50 kg) (8 mm of 7,87 mm gestapeld) Maximaal 100 vellen gewoon papier (tekst afdrukken) 60 tot 75 g/m2 35 pagina's Minimummarges instellen De doc
Bijlage A (vervolg) Afdrukmateriaal (1) Linkermarge (2) Rechtermarg e (3) Bovenmarge (4) Ondermarge * 3,0 mm (0.125 inch) 3,0 mm (0.125 inch) 3,0 mm (0.125 inch) 14,4 mm (0,568 inch) Afdrukmateriaal van speciaal formaat Afdrukmateriaal voor foto's Enveloppen Opmerking Alleen Mac OS X ondersteunt aangepaste papierformaten. Richtlijnen voor dubbelzijdig (duxplex) afdrukken • Gebruik altijd afdrukmateriaal dat geschikt is voor de printerspecificaties. Zie Mediaspecificaties voor meer informatie.
Raadpleeg de volgende tabel om vast te stellen welke instelling van de papiersoort u moet selecteren, gebaseerd op het papier dat in de hoofdlade is geplaatst.
Bijlage A • Oproepherkenning met automatisch schakelen tussen fax en antwoordapparaat.
Stroomvereisten Ingangsspanning: 100 tot 240 VAC (± 10%), 50/60 Hz (± 3Hz) Uitvoervoltage: 32 VDC ( -7 % en +10 % ) bij 1560 mA Stroomverbruik 28,4 Watt afdrukken (snelle conceptmodus); 32,5 Watt faxen of kopiëren (snelle conceptmodus) Geluidsspecificatie Snel afdrukken, geluidsniveaus per ISO 7779 Geluidsdruk (bij apparaat) LpAm 55 (dBA) Geluidsvermogen LwAd 6,8 (BA) Geheugenkaartspecificaties • Aanbevolen maximumaantal bestanden op een geheugenkaart: 1,000 • Aanbevolen maximumgrootte van de afzonderl
Bijlage A Wettelijk verplichte informatie De printer voldoet aan de producteisen van overheidsinstellingen in uw land/regio.
FCC-verklaring FCC statement The United States Federal Communications Commission (in 47 CFR 15.105) has specified that the following notice be brought to the attention of users of this product. This equipment has been tested and found to comply with the limits for a Class B digital device, pursuant to Part 15 of the FCC Rules. These limits are designed to provide reasonable protection against harmful interference in a residential installation.
Bijlage A Kennisgeving over netsnoer voor gebruikers in Japan Kennisgeving over geluidsproductie voor Duitsland Geräuschemission LpA < 70 dB am Arbeitsplatz im Normalbetrieb nach DIN 45635 T.
Kennisgeving voor gebruikers van het Amerikaanse telefoonnetwerk: FCC-eisen Notice to users of the U.S. telephone network: FCC requirements This equipment complies with FCC rules, Part 68. On this equipment is a label that contains, among other information, the FCC Registration Number and Ringer Equivalent Number (REN) for this equipment. If requested, provide this information to your telephone company. An FCC compliant telephone cord and modular plug is provided with this equipment.
Bijlage A Kennisgeving aan gebruikers van het Canadese telefoonnetwerk Note à l’attention des utilisateurs du réseau téléphonique canadien/Notice to users of the Canadian telephone network Cet appareil est conforme aux spécifications techniques des équipements terminaux d’Industrie Canada. Le numéro d’enregistrement atteste de la conformité de l’appareil.
Kennisgeving aan gebruikers in de Europese Unie Notice to users in the European Economic Area This product is designed to be connected to the analog Switched Telecommunication Networks (PSTN) of the European Economic Area (EEA) countries/regions. Network compatibility depends on customer selected settings, which must be reset to use the equipment on a telephone network in a country/region other than where the product was purchased.
Bijlage A Blootstelling aan de straling van radiofrequenties Exposure to radio frequency radiation Caution The radiated output power of this device is far below the FCC radio frequency exposure limits. Nevertheless, the device shall be used in such a manner that the potential for human contact during normal operation is minimized. This product and any attached external antenna, if supported, shall be placed in such a manner to minimize the potential for human contact during normal operation.
Kennisgeving over de wetgeving van de Europese Unie European Union Regulatory Notice Products bearing the CE marking comply with the following EU Directives: · · Low Voltage Directive 2006/95/EC EMC Directive 2004/108/EC CE compliance of this product is valid only if powered with the correct CE-marked AC adapter provided by HP.
Bijlage A Conformiteitsverklaring DECLARATION OF CONFORMITY according to ISO/IEC 17050-1 and EN 17050-1 Supplier’s Name: Hewlett-Packard Company Supplier’s Address: 138, Depot Road, #02-01,#04-01 Singapore 109683 DoC#: SNPRC-1004-01-A declares, that the product HP Officejet 6500A Plus e-All-in-One Product Name and Model: Regulatory Model Number: 1) SNPRC-1004-01 Product Options: All Power adaptor: 0957-2271 Radio Module Number: SDGOB-0892 conforms to the following Product Specifications and
DECLARATION OF CONFORMITY according to ISO/IEC 17050-1 and EN 17050-1 Supplier’s Name: Hewlett-Packard Company Supplier’s Address: 138, Depot Road, #02-01,#04-01 Singapore 109683 DoC#: SNPRC-1004-02-A declares, that the product HP Officejet 6500A e-All-in-One Product Name and Model: Regulatory Model Number: 1) SNPRC-1004-02 Product Options: All Power adaptor: 0957-2271 conforms to the following Product Specifications and Regulations: SAFETY: IEC 60950-1, Ed 2 (2005) / EN 60950-1, Ed 2 (2006) E
Bijlage A Programma voor milieubehoud Hewlett-Packard streeft ernaar om producten van hoge kwaliteit te leveren die op milieuvriendelijke wijze zijn geproduceerd. Dit product is ontworpen met het oog op recycling. Het aantal materialen is tot een minimum beperkt, zonder dat dit ten koste gaat van de functionaliteit en de betrouwbaarheid. De verschillende materialen zijn ontworpen om eenvoudig te kunnen worden gescheiden.
English Français Deutsch Italiano Español Eliminación de residuos de aparatos eléctricos y electrónicos por parte de usuarios domésticos en la Unión Europea Este símbolo en el producto o en el embalaje indica que no se puede desechar el producto junto con los residuos domésticos. Por el contrario, si debe eliminar este tipo de residuo, es responsabilidad del usuario entregarlo en un punto de recogida designado de reciclado de aparatos electrónicos y eléctricos.
Bijlage A beeldbewerkingsapparatuur. Op beeldbewerkingsproducten met de kwalificatie ENERGY STAR wordt het volgende merk weergeven: Energy Star is een in de VS gedeponeerd dienstmerk van de Amerikaanse EPA. Als partner in het Energy Star programma heeft Hewlett-Packard Company vastgesteld dat dit product voldoet aan de Energy Star richtlijnen voor efficiënt energiegebruik. Meer informatie over beeldbewerkingsproducten met de ENERGY STAR-kwalificatie is te vinden op: www.hp.
Licenties van derden Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: • HP Officejet 6500A (E710) e-All-in-One series HP Officejet 6500A (E710) e-All-in-One series LICENSE.aes-pubdom--crypto /* rijndael-alg-fst.c * * @version 3.0 (December 2000) * * Optimised ANSI C code for the Rijndael cipher (now AES) * * @author Vincent Rijmen * @author Antoon Bosselaers * @author Paulo Barreto
Bijlage A CLAIM, DAMAGES OR OTHER LIABILITY, WHETHER IN AN ACTION OF CONTRACT, TORT OR OTHERWISE, ARISING FROM, OUT OF OR IN CONNECTION WITH THE SOFTWARE OR THE USE OR OTHER DEALINGS IN THE SOFTWARE. LICENSE.open_ssl--open_ssl Copyright (C) 1995-1998 Eric Young (eay@cryptsoft.com) All rights reserved. This package is an SSL implementation written by Eric Young (eay@cryptsoft.com). The implementation was written so as to conform with Netscapes SSL.
LIABILITY, OR TORT (INCLUDING NEGLIGENCE OR OTHERWISE) ARISING IN ANY WAY OUT OF THE USE OF THIS SOFTWARE, EVEN IF ADVISED OF THE POSSIBILITY OF SUCH DAMAGE. The licence and distribution terms for any publically available version or derivative of this code cannot be changed. i.e. this code cannot simply be copied and put under another distribution licence [including the GNU Public Licence.] ==================================================================== Copyright (c) 1998-2001 The OpenSSL Project.
Bijlage A This product includes cryptographic software written by Eric Young (eay@cryptsoft.com). This product includes software written by Tim Hudson (tjh@cryptsoft.com). ==================================================================== Copyright (c) 1998-2006 The OpenSSL Project. All rights reserved. Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided that the following conditions are met: 1. 2. 3. 4.
SUN MICROSYSTEMS, INC., and contributed to the OpenSSL project. LICENSE.sha2-bsd--nos_crypto /* FIPS 180-2 SHA-224/256/384/512 implementation * Last update: 02/02/2007 * Issue date: 04/30/2005 * * Copyright (C) 2005, 2007 Olivier Gay * All rights reserved. * * Redistribution and use in source and binary forms, with or without * modification, are permitted provided that the following conditions * are met: * 1.
Bijlage A freely, subject to the following restrictions: 1. The origin of this software must not be misrepresented; you must not claim that you wrote the original software. If you use this software in a product, an acknowledgment in the product documentation would be appreciated but is not required. 2. Altered source versions must be plainly marked as such, and must not be misrepresented as being the original software. 3. This notice may not be removed or altered from any source distribution.
B HP-benodigdheden en accessoires Dit hoofdstuk biedt informatie over HP-benodigdheden en -accessoires voor de printer. De informatie kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Bezoek de website van HP (www.hpshopping.com) voor de laatste updates. U kunt ook producten aankopen via de website.
Bijlage B Opmerking Waarschuwingen en indicatorlampjes voor het inktniveau bieden uitsluitend schattingen om te kunnen plannen. Overweeg om een nieuwe cartridge aan te schaffen op het moment dat het bericht verschijnt dat de inkt bijna op is, zodat u vertragingen bij het afdrukken voorkomt. U hoeft de cartridges niet te vervangen tot wanneer u dit wordt gevraagd. HP media Als u afdrukmateriaal wilt bestellen, zoals HP Premium Papier gaat u naar www.hp.com.
C Bijkomende faxinstallatie Nadat u alle stappen uit de beknopte gebruikershandleiding hebt uitgevoerd, kunt u met behulp van de instructies in dit gedeelte het installeren van de fax voltooien. Bewaar de beknopte gebruikershandleiding zorgvuldig, zodat u deze in de toekomst kunt raadplegen.
Bijlage C Landen/regio's met een parallel telefoonsysteem (vervolg) Korea Latijns-Amerika Maleisië Mexico Filippijnen Polen Portugal Rusland Saoedi-Arabië Singapore Spanje Taiwan Thailand V.S. Venezuela Vietnam Als u niet zeker weet welk type telefoonsysteem u gebruikt (serieel of parallel), kunt u dat navragen bij uw telefoonmaatschappij.
• 3. Computermodem voor inbellen: Een computermodem voor inbellen staat op dezelfde telefoonlijn als de printer.
Bijlage C (vervolg) Andere apparatuur of diensten die uw faxlijn delen DSL PBX Abonne ment op specifie ke belsign alen Gespr eksop roepe n Computer modem voor inbellen Antwoord apparaat Voicem ailservi ce Aanbevolen installatiemethode fax Situatie F: Gedeelde gespreks-/faxlijn met voicemail Situatie G: Gedeelde faxlijn met computermodem (er komen geen gespreksoproepen binnen) Situatie H: Gedeelde lijn voor gespreks- en faxoproepen met computermodem Situatie I: Gedeelde lijn voor gesprekken/ fax met
1 Telefoonaansluiting op de wand 2 Gebruik het telefoonsnoer dat bij de printer is geleverd en verbind dit met de 1-LINE-poort U moet mogelijk het bijgeleverde telefoonsnoer aansluiten op de adapter voor uw land/regio. De printer instellen met een aparte faxlijn 1. Sluit het ene uiteinde van het telefoonsnoer dat is geleverd bij de printer aan op de telefoonaansluiting op de wand en het andere uiteinde op de poort 1-LINE aan de achterkant van de printer.
Bijlage C (vervolg) 3 Gebruik het telefoonsnoer dat bij de printer is geleverd en verbind dit met de 1-LINE-poort U moet mogelijk het bijgeleverde telefoonsnoer aansluiten op de adapter voor uw land/regio. De printer installeren met een DSL-lijn 1. U kunt een DSL-filter aanschaffen bij uw DSL-provider. 2. Gebruik het bij de printer geleverde telefoonsnoer om een verbinding te maken tussen de open poort op de DSL-filter en de poort met het label 1-LINE op de achterzijde van de printer.
Situatie D: Fax met een specifiek belsignaal op dezelfde lijn Als u een abonnement hebt op de service voor specifieke belsignalen (via uw telefoonmaatschappij) en u één telefoonlijn wilt gebruiken voor verschillende telefoonnummers waarvan elk een ander belpatroon heeft, stelt u de printer in zoals in dit deel wordt beschreven.
Bijlage C 4. (Optioneel) Zet Hoe vaak overgaan op de laagste instelling (tweemaal overgaan). 5. Voer een faxtest uit. De printer beantwoordt automatisch inkomende oproepen met het belpatroon dat u hebt geselecteerd (de instelling Specifiek belsignaal) na het aantal belsignalen dat u hebt geselecteerd (de instelling Hoe vaak overgaan). De printer begint tonen voor het ontvangen van een fax uit te zenden naar het verzendende faxapparaat en ontvangt de fax.
3. 4. Vervolgens moet u bepalen hoe u met de printer faxoproepen wilt beantwoorden: automatisch of handmatig: • Als u instelt dat de printer oproepen automatisch moet beantwoorden, beantwoordt het apparaat alle binnenkomende oproepen automatisch en ontvangt het faxberichten automatisch. De printer kan in dit geval geen onderscheid maken tussen fax- en gespreksoproepen. Als u vermoedt dat de oproep een gespreksoproep is, moet u antwoorden voordat de printer de oproep beantwoordt.
Bijlage C Instellen van de printer met voicemail 1. Sluit het ene uiteinde van het telefoonsnoer dat is geleverd bij de printer aan op de telefoonaansluiting op de wand en het andere uiteinde op de poort 1-LINE aan de achterkant van de printer. U moet mogelijk het bijgeleverde telefoonsnoer aansluiten op de adapter voor uw land/regio. Opmerking U moet mogelijk het bijgeleverde telefoonsnoer aansluiten op de adapter voor uw land/regio.
(vervolg) U moet mogelijk het bijgeleverde telefoonsnoer aansluiten op de adapter voor uw land/regio. 3 Computer met modem De printer instellen met een computermodem voor inbellen 1. Verwijder de witte plug van de 2-EXT-poort achter op de printer. 2. Zoek het telefoonsnoer dat vanaf de achterzijde van de computer (de computerinbelmodem) is aangesloten op een telefoonaansluiting. Koppel het snoer los van de telefoonaansluiting en sluit het uiteinde aan op de 2-EXT-poort aan de achterkant van de printer.
Bijlage C 1 Telefoonaansluiting op de wand 2 Parallelle splitter 3 DSL/ADSL-filter Sluit een uiteinde van de telefoonaansluiting die bij de printer was meegeleverd aan op de 1-LINE-poort aan de achterkant van de printer. Sluit het andere ruiteinde van het snoer aan op het DSL-/ADSL-filter. U moet mogelijk het bijgeleverde telefoonsnoer aansluiten op de adapter voor uw land/regio. 4 Computer 5 DSL/ADSL-computermodem Opmerking U moet een parallelle splitter aanschaffen.
Opmerking Als uw computer maar één telefoonpoort heeft, hebt u een parallelle splitter nodig (ook wel verbindingsstuk genoemd). (Een parallelle splitter heeft een RJ-11-poort aan de voorkant en twee RJ-11-poorten aan de achterkant. Gebruik geen telefoonsplitters voor twee lijnen, seriële splitters of parallelle splitters met twee RJ-11-poorten aan de achterzijde.
Bijlage C 1. Verwijder de witte plug van de 2-EXT-poort achter op de printer. 2. Zoek het telefoonsnoer dat vanaf de achterzijde van de computer (de computerinbelmodem) is aangesloten op een telefoonaansluiting. Koppel het snoer los van de telefoonaansluiting en sluit het uiteinde aan op de 2-EXT-poort aan de achterkant van de printer. 3. Sluit een telefoon aan op de telefoonuitgang achter op het computermodem. 4.
Gedeelde gespreks-/faxlijn met DSL/ADSL-computermodem Volg deze instructies als uw computer beschikt over een DSL/ADSL-modem 1 Telefoonaansluiting op de wand 2 Parallelle splitter 3 DSL/ADSL-filter 4 Bij de printer geleverde telefoonsnoer U moet mogelijk het bijgeleverde telefoonsnoer aansluiten op de adapter voor uw land/regio. 5 DSL/ADSL-modem 6 Computer 7 Telefoon Opmerking U moet een parallelle splitter aanschaffen.
Bijlage C De printer installeren met een DSL/ADSL-computermodem 1. U kunt een DSL-filter aanschaffen bij uw DSL-provider. Opmerking Telefoons die elders thuis of op kantoor hetzelfde telefoonnummer delen met de DSL-dienst, moeten met extra DSL-filters zijn verbonden, om ruis te vermijden als u telefoongesprekken voert. 2. Met het bij de printer geleverde telefoonsnoer verbindt u het ene uiteinde met de DSL-filter en het andere uiteinde met de poort met het label 1-LINE aan de achterzijde van de printer.
(vervolg) 3 Antwoordapparaat 4 Telefoon (optioneel) De printer instellen met een gedeelde spraak- en faxlijn met antwoordapparaat 1. Verwijder de witte plug van de 2-EXT-poort achter op de printer. 2. Koppel het antwoordapparaat los van de telefoonaansluiting en sluit het aan op de poort met het label 2-EXT achter op de printer.
Bijlage C Opmerking Aangezien de computermodem de telefoonlijn deelt met de printer, kunt u de modem en de printer niet gelijktijdig gebruiken. U kunt bijvoorbeeld niet de printer gebruiken om te faxen terwijl u de computermodem gebruikt om een e-mailbericht te verzenden of te surfen op internet.
(vervolg) 5 Antwoordapparaat 6 Computer met modem 7 Gebruik het telefoonsnoer dat bij de printer is geleverd en verbindt dit met de 1-LINE-poort. U moet mogelijk het bijgeleverde telefoonsnoer aansluiten op de adapter voor uw land/regio. 1. Verwijder de witte plug van de 2-EXT-poort achter op de printer. 2. Zoek het telefoonsnoer dat vanaf de achterzijde van de computer (de computerinbelmodem) is aangesloten op een telefoonaansluiting.
Bijlage C Gedeelde lijn voor zowel gespreks- als faxoproepen, een DSL/ADSL-modem en een antwoordapparaat 1 Telefoonaansluiting op de wand 2 Parallelle splitter 3 DSL/ADSL-filter 4 Het bijgeleverde telefoonsnoer is verbonden met de 1-LINE-poort aan de achterzijde van de printer U moet mogelijk het bijgeleverde telefoonsnoer aansluiten op de adapter voor uw land/regio. 5 DSL/ADSL-modem 6 Computer 7 Antwoordapparaat 8 Telefoon (optioneel) Opmerking U moet een parallelle splitter kopen.
De printer installeren met een DSL/ADSL-computermodem 1. U kunt een DSL/ADSL-filter aanschaffen bij uw DSL/ADSL-provider. Opmerking Telefoons die elders thuis of op kantoor hetzelfde telefoonnummer delen met de DSL-/ADSL-dienst, moeten met extra DSL-/ADSL-filters zijn verbonden, anders krijgt u ruis als u telefoongesprekken voert. 2. Gebruik het bij de printer geleverde telefoonsnoer om een verbinding te maken tussen de DSL-/ ADSL-filter en de poort met het label 1-LINE op de achterzijde van de printer.
Bijlage C Opmerking Als u een voicemailservice hebt op hetzelfde telefoonnummer dat u voor faxen gebruikt, kunt u niet automatisch faxen ontvangen. U moet de faxen handmatig ontvangen, wat betekent dat u zelf aanwezig moet zijn om binnenkomende faxoproepen te beantwoorden. Als u uw faxen liever automatisch ontvangt, neemt u contact op met uw telefoonmaatschappij voor een abonnement op een service voor specifieke belsignalen of om een aparte telefoonlijn aan te vragen voor het faxen.
5 Telefoon De printer op dezelfde telefoonlijn instellen als een computer met twee telefoonpoorten 1. Verwijder de witte plug van de 2-EXT-poort achter op de printer. 2. Zoek het telefoonsnoer dat vanaf de achterzijde van de computer (de computerinbelmodem) is aangesloten op een telefoonaansluiting. Koppel het snoer los van de telefoonaansluiting en sluit het uiteinde aan op de 2-EXT-poort aan de achterkant van de printer. 3. Sluit een telefoon aan op de telefoonuitgang achter op het computermodem. 4.
Bijlage C (vervolg) België (Franstalig) www.hp.be/fr/faxconfig Portugal www.hp.pt/faxconfig Spanje www.hp.es/faxconfig Frankrijk www.hp.com/fr/faxconfig Ierland www.hp.com/ie/faxconfig Italië www.hp.com/it/faxconfig Installatie testfax U kunt uw faxinstellingen testen om de status van de printer te controleren en om na te gaan of de instellingen juist zijn om te kunnen faxen. Voer deze test uit nadat u de printer hebt ingesteld voor faxen.
D Netwerkinstallatie U kunt de netwerkinstellingen voor de printer beheren via het bedieningspaneel van de printer, zoals is beschreven in het volgende gedeelte. Voor geavanceerde instellingen kunt u de geïntegreerde webserver gebruiken. De geïntegreerde webserver is een configuratie- en statushulpmiddel dat u kunt openen via een bestaande netwerkverbinding met de printer. Zie Geïntegreerde webserver voor meer informatie.
Bijlage D De verbindingssnelheid instellen U kunt de snelheid wijzigen waarmee gegevens via het netwerk worden verzonden. De standaardinstelling is Automatisch. 1. 2. Raak de rechterpijl aan en selecteer vervolgens Netwerk. Selecteer Geavanceerde installatie en vervolgens Verbindingssnelheid. 3. Raak het getal naast de verbindingssnelheid van uw netwerkhardware aan: • • 1. Automatisch 2. 10 Volledig • 3. 10 Half • • 4. 100 Volledig 5.
De printer instellen voor draadloze communicatie U moet eventueel de printer instellen voor draadloze verbinding. Opmerking Zie Draadloze problemen oplossen (alleen sommige modellen) als er problemen optreden. De printer mag niet via een netwerkkabel op het netwerk aangesloten zijn. Het apparaat voor verzending moet ingebouwde 802.11-voorzieningen of een ingebouwde 802.11 draadloze kaart hebben. De printer en de computers die deze gebruiken moeten zich allemaal op hetzelfde subnet bevinden.
Bijlage D Standaard zoekt de printer de draadloze netwerknaam of SSID die "hpsetup" heet. Uw netwerk heeft mogelijk een andere SSID. Communicatiemethode Er zijn twee mogelijke communicatiemodi: • Ad hoc: In een netwerk in ad-hocmodus is de printer ingesteld op de adhoccommunicatiemodus en communiceert het rechtstreeks en zonder WAP met andere draadloze apparaten. Alle apparaten in het netwerk in ad-hocmodus moeten aan de volgende voorwaarden voldoen: ◦ ◦ 802.
Wijzig de verbindingsmethode De verbindingsmethode wijzigen (Windows) Opmerking Indien u overschakelt op een draadloze verbinding, moet u ervoor zorgen dat een Ethernet-kabel niet werd aangesloten op de printer. Als er een Ethernet-kabel wordt aangesloten, worden de voorzieningen voor draadloze communicatie van de printer uitgeschakeld. 1. 2. Klik op het bureaublad op Start, kies Programma's of Alle programma's, klik op HP, kies uw printernaam en klik dan op Een nieuwe printer instellen.
Bijlage D • Schakel indien mogelijk de toegang voor beheer via internet op de router uit. Met Extern bureaublad kunt u een gecodeerde verbinding maken met een computer die achter de router werkt en configuratiewijzigingen aanbrengen vanaf de lokale computer waartoe u via internet toegang hebt. • Om te vermijden dat u per ongeluk toegang krijgt tot het draadloos netwerk van anderen, schakelt u de instelling uit waarmee automatisch verbinding wordt gemaakt met niet-gekozen netwerken.
1. Klik in het bureaublad op Start, kies Instellingen, klik op Configuratiescherm en klik dan op Programma's toevoegen / verwijderen. – of – Klik op Start, klik op Configuratiescherm en dubbelklik vervolgens op Programma's en functies. 2. Selecteer de naam van de printer en klik op Wijzigen/Verwijderen of Installatie ongedaan maken/Wijzigen. Volg de instructies op het scherm. 3. Koppel de printer los van de computer. 4. Start de computer opnieuw op.
E Hulpprogramma's printerbeheer Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen: • • HP-printersoftware (Windows) HP-hulpprogramma (Mac OS X) • Geïntegreerde webserver HP-printersoftware (Windows) De HP-software die bij de printer is geleverd biedt informatie over onderhoud aan de printer. Opmerking De HP-printersoftware kan worden geïnstalleerd vanaf de HP-software-cd als de computer voldoet aan de systeemvereisten.
Opmerking Zie Specificaties van de geïntegreerde webserver voor een overzicht van systeemvereisten voor de ingebouwde webserver. Om sommige instellingen bekijken of te wijzigen hebt u mogelijk een wachtwoord nodig. U kunt de ingebouwde webserver openen en gebruiken zonder met het internet te zijn verbonden. Sommige functies zijn echter niet beschikbaar.
F 246 Hoe kan ik? • Aan de slag • • Afdrukken Scannen • Kopiëren • • Fax Werken met printcartridges • Een probleem oplossen Hoe kan ik?
G Fouten (Windows) In deze lijst worden de fouten weergegeven die u kunt zien op uw computerscherm (Windows) en hoe u dergelijke fouten kunt verhelpen.
Bijlage G Inktalarm De inktcartridge geïdentificeerd in het bericht is bijna leeg. De waarschuwingen en indicatoren voor het inktniveau geven alleen schattingen voor planningsdoelen. Overweeg om een nieuwe cartridge aan te schaffen op het moment dat het bericht verschijnt dat de inkt bijna op is, zodat u vertragingen bij het afdrukken voorkomt. U hoeft de printcartridges pas te vervangen als de afdrukkwaliteit niet meer acceptabel is.
Opmerking Indien de cartridge als niet-compatibel werd herkend in de melding, raadpleegt u HP-benodigdheden en -accessoires voor informatie over het aankopen van printercartridges. Probeer de volgende oplossingen om dit probleem op te lossen. De oplossingen staan in volgorde, met de meest waarschijnlijke oplossing eerst. Als de eerste oplossing het probleem niet oplost, gaat u verder met de resterende oplossingen tot het probleem is opgelost.
Bijlage G Opmerking Als uw cartridge nog steeds onder garantie staat, neem dan contact op met HPondersteuning voor onderhoud of vervanging. Raadpleeg de informatie over inktcartridgegarantie voor meer informatie over dit onderwerp. Als het probleem zich blijft voordoen nadat u de cartridge hebt vervangen, neem dan contact op met HP-ondersteuning. Zie HP-ondersteuning voor meer informatie.
3. Als de printer Offline is, klikt u met de rechtermuisknop op de printer en klikt u op Printer online gebruiken. 4. Probeer opnieuw de printer te gebruiken. Printer onderbroken De printer is momenteel gepauzeerd. Bij onderbreking worden nieuwe taken aan de rij toegevoegd, maar niet afgedrukt. Voer de volgende stappen uit om de status van de printer te wijzigen: 1. Klik op Start, wijs Instellingen aan en klik op Printers of Printers en faxapparaten.
Bijlage G Opmerking Inkt uit de cartridges wordt bij het afdrukken op een aantal verschillende manieren gebruikt, waaronder bij het initialisatieproces, waarbij de printer en de cartridges worden voorbereid op het afdrukken, en bij onderhoud aan de printkop, dat ervoor zorgt dat de printsproeiers schoon blijven en de inkt goed blijft stromen. Daarnaast blijft er wat inkt in de cartridge achter nadat deze is gebruikt. Zie www.hp.com/go/inkusage voor meer informatie.
Index Symbolen en getallen (ADF) automatische documentinvoer invoerproblemen, problemen oplossen schoonmaken 29 29 A aangepast papierformaat afdrukken op 37 Mac OS 38 aansluitingen, locatie 12 accessoires garantie 179 in driver in- en uitschakelen 27 installatie 26 Statusrapport printer 172 achterpaneel illustratie 12 ADF ondersteunde formaten van afdrukmateriaal 183 ADF (automatische documentinvoer originelen plaatsen 20 ADF (automatische documentinvoer) capaciteit 20 ADSL, faxinstallatie met parallele t
bewerken tekst in OCR-programma 45 blanco pagina's, problemen oplossen kopiëren 135 scannen 142 Brochures afdrukken afdrukken 34 C Camera's plaatsen van geheugenkaarten 26 capaciteit ADF 20 Goot 186 cartridges.
Index handsfree kiezen 52 installatie specifiek belsignaal (parallelle telefoonsystemen) 219 installatie test 236 instellingen wijzigen 65 kiessysteem, instellen 68 kiestoontest, mislukt 147 kopschrift 66 lijnconditietest, mislukt 148 lijn voor gesprekken en modem, gedeeld met (parallelle telefoonsystemen) 224 modem, gedeeld met (parallelle telefoonsystemen) 222 modem and voicemail, gedeeld met (parallelle telefoonsystemen) 233 modem en antwoordapparaat, gedeeld met (parallelle telefoonsystemen) 229 ontvang
(parallelle telefoonsystemen) 229 gedeeld met fax en voicemail (parallelle telefoonsystemen) 233 gedeeld met lijn voor fax en gesprekken (parallelle telefoonsystemen) 224 informatie is onjuist of ontbreekt, problemen oplossen 90 ingebouwde webserver openen 245 systeemvereisten 183 Inkt bijna leeg 99 strepen op de achterkant van het blad 116 inktniveaus controleren 78 installatie accessoires 26 antwoordapparaat (parallelle telefoonsystemen) 228 antwoordapparaat en modem (parallelle telefoonsystemen) 229 apar
Index lichte afbeeldingen, problemen oplossen kopieën 137 scans 142 lijnconditietest, fax 148 lijnen kopieën, problemen oplossen 137 scans, problemen oplossen 141, 142 log, fax afdrukken 73 gedeeld met fax en antwoordapparaat (parallelle telefoonsystemen) 229 gedeeld met fax en voicemail (parallelle telefoonsystemen) 233 gedeeld met lijn voor fax en gesprekken (parallelle telefoonsystemen) 224 modemsnelheid 69 modus ongewenste fax 59 M N Mac OS aangepast papierformaat 38 accessoires in- en uitschakelen
landen/regio's met 213 modem gedeeld met lijninstallatie voor gesprekken 224 modeminstallatie 222 soorten instellingen 214 patroonklep, plaatsen 12 PBX-systeem, installatie met fax parallele telefoonsystemen 218 PCL 3 ondersteuning 181 periode telefonische ondersteuning periode voor ondersteuning 85 pictogrammen draadloze verbinding 14 pictogrammen inktniveau 14 plaatsen foto 23, 25 Goot 21, 23 plannen van fax 53 poorten, specificaties 181 printcartridge 131 printcartridges garantie 179 levensduur 181 onder
Index vanuit het bedieningspaneel van de printer 43 vanuit Webscan 45 scanner, glasplaat originelen laden 19 scans verzenden problemen oplossen 138 voor OCR 45 scheef, probleemoplossing kopie 137 scheef, problemen oplossen afdrukken 134 scannen 141 Scherm scannen 14 schoonmaken automatische documentinvoer 29 buitenkant 29 glasplaat 28 printkop 119 Secure Digital-geheugenkaart invoegen 26 seriële telefoonsystemen landen/regio's met 213 soorten instellingen 214 serienummer 172 slechte afdrukkwaliteit 103 snel
TWAIN de bron kan niet worden geactiveerd 140 tweezijdig afdrukken 40 type verbinding veranderen 241 U uitvoerlade ondersteunde media zoeken 11 USB-aansluiting poort, locatie 11 USB-verbinding poort, locatie 12 specificaties 181 187 V vegen, problemen oplossen kopieën 137 scannen 142 verbindingssnelheid, instellen 238 verkleinen van fax 59 verticale strepen op kopieën, problemen oplossen 137 vervaagde kopieën 136 vervaagde strepen op kopieën, problemen oplossen 137 verwijderen HP-software Mac OS X 243 Wi
© 2010 Hewlett-Packard Development Company, L.P. www.hp.