Nederlands Copyright© 1998 Hewlett-Packard Co. Gedrukt in Duitsland Handleidingnr.
HP LaserJet 5000, 5000 N, en 5000 GN Printers Beknopte handleiding Printerinstelling
© Copyright Hewlett-Packard Company 1998 Alle rechten voorbehouden. Verveelvoudiging, bewerking of vertaling zonder voorafgaande schriftelijke toestemming is verboden, behalve voor zover toegestaan volgens het auteursrecht. Publicatienummer C4110-90931 Eerste druk, mei 1998 Garantie De informatie in dit document kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Hewlett-Packard geeft geen enkele garantie met betrekking tot deze informatie.
Inleiding Gefeliciteerd met de aanschaf van uw HP LaserJet 5000-serie printer! Deze printer is beschikbaar in drie configuraties, die hieronder beschreven worden. HP LaserJet 5000 printer De HP LaserJet 5000 printer is een 16 ppm laserprinter die standaard wordt geleverd met een multifunctionele papierlade voor 100 vel (lade 1), een lade voor 250 vel (lade 2) en 4 MB RAM. Deze printer is bedoeld voor werkgroepen en kan afdrukken op papierformaten tot A3 en 11 x 17.
Installatie-controlelijst Deze beknopte handleiding helpt u bij het instellen en installeren van uw nieuwe printer. Om de installatie goed uit te voeren, volgt u onderstaande stappen in de aangegeven volgorde op.
Stap 1.
139,8 cm 30,3 cm 62,5 cm 47 cm 27 cm 62 cm 15,5 cm Figuur 2 Afmetingen van de HP LaserJet 5000 N/5000 GN printer (boven- en zijaanzicht) 4 Beknopte handleiding DU
139,8 cm 30,3 cm 62,5 cm 47 cm 16,6 cm 27 cm 75,5 cm Figuur 3 Configuratie met het maximum aantal accessoires (boven- en zijaanzicht) Gewicht van de printer (zonder toner-cassette) • HP LaserJet 5000 printer: 23 kg • HP LaserJet 5000 N/5000 GN printers: 34 kg • HP LaserJet 5000 GN printer met duplex-eenheid en optionele toevoerbak voor 250 vel: 52 kg DU Beknopte handleiding 5
Plaatsingsvereisten voor de printer • Een stevig, vlak oppervlak om op te staan • Voldoende stroomvoorziening • Voldoende ruimte rondom de • Een stabiele omgeving— printer • Een goed geventileerd vertrek geen plotselinge temperatuurs- of vochtigheidsveranderingen • Niet blootstellen aan direct • Vochtigheidsgraad tussen zonlicht of chemicaliën, inclusief op ammonia gebaseerde reinigingsmiddelen • Kamertemperatuur tussen 6 Beknopte handleiding 20% en 80% (10 ° en 32,5 ° C) DU
Stap 2. De inhoud van de doos controleren Lade 3 (500-vel toevoerbak, alleen 5000 N en 5000 GN) Printer Printerdocumentation Tonercassette Printersoftware Figuur 4 Let op DU Netsnoer Inhoud van de doos De printerkabel wordt niet bijgeleverd. Nadere informatie over het bestellen van deze kabel vindt u in hoofdstuk 1 van de printergebruikershandleiding.
Stap 3. Het verpakkingsmateriaal uit de printer verwijderen Let op Bewaar al het verpakkingsmateriaal. U kunt het later nodig hebben om uw printer te verpakken. 1 Verwijder het plakband van de voorkant van de printer. 2 Verwijder het plakband van de achterkant van de printer. 3 Open lade 1 en verwijder het kartonnen opvulstuk en het plakband. 4 Open de bovenklep en verwijder het verpakkingsmateriaal binnenin.
Stap 4. De diverse onderdelen van de printer vinden De volgende illustraties tonen de plaats en naam van de belangrijkste printer-onderdelen.
Stap 5. Installeer de accessoires Installeer alle accessoires die u met de printer hebt aangeschaft. (Met inbegrip van de 500-vel toevoerbak en lade voor de HP LaserJet 5000 N en 5000 GN printers.) Volg de installatieinstructies die bij de accessoires worden geleverd.
Stap 6. De tonercassette installeren 1 Open de bovenklep van de printer. Haal de tonercassette uit de verpakking (bewaar de verpakking om de cassette later eventueel in op te bergen). Voorzichtig Stel de tonercassette niet meer dan enkele minuten aan het licht bloot, om beschadiging te voorkomen. 2 Verwijder het zwarte blad uit de tonercassette. 3 Schud de cassette licht met een draaiende beweging, om de toner gelijkmatig in de cassette te verdelen.
5 Trek stevig aan het lipje om de hele beveiligingsstrip te verwijderen. Raak de zwarte toner op de strip niet aan. Let op Als het lipje breekt, pak de strip vast en trek deze uit de cassette. Let op Als er toner op uw kleding komt, veegt u die er met een droge doek af, en wast u de kleding in koud water. (Met warm water maakt de toner een blijvende vlek in de stof.) 6 Plaats de cassette zoals afgebeeld, met de pijl naar de binnenkant van de printer.
Stap 7. Lade 2 vullen 1 Trek lade 2 uit de printer en licht het deksel van de lade op. 2 Verwijder het verpakkingskarton en het plakband. 3 Zet de stelknop in de lade op het gewenste papierformaat, zodat de printer het juiste papierformaat kan aflezen. Let op Als het ingestelde papierformaat niet overeenstemt met het papierformaat in de lade, kan dit papierstoringen veroorzaken.
6 Stel de de linker en rechter papiergeleiders in op het gewenste papierformaat. 7 Laad papier in de lade. 8 Zorg dat het papier in alle vier de hoeken vlak in de lade ligt en onder de lipjes op de geleiders zit. 9 Sluit het deksel van de lade en schuif de lade voorzichtig in de printer. Let op Zie de gebruikershandleiding van de printer voor instructies voor het laden van, en afdrukken op, speciale papierformaten.
Stap 8. Lade 1 vullen (optioneel) Lade 1 is een multifunctionele papierlade die tot 100 vel papier kan bevatten of ongeveer 10 enveloppen of 20 systeemkaarten. Let op De printer haalt altijd eerst het papier uit lade 1 voor de afdruktaak, tenzij u de instelling voor lade 1 wijzigt op het printer-bedieningspaneel. Zie de gebruikers-handleiding van de printer om de volgorde van de laden waaruit wordt afgedrukt te wijzigen. 1 Open lade 1, door de klep aan de bovenkant naar beneden te trekken.
Stap 9. Het netsnoer aanbrengen 1 De AAN/UIT-schakelaar bevindt zich aan de rechterkant van de printer. Controleer of de printer is uitgeschakeld. 2 Sluit het netsnoer op de printer, en op een geaard stekkerblok of stopcontact aan. 3 Zet de printer aan. 4 Als de printer is opgewarmd, staat er KLAAR in het uitleesvenster op het bedieningspaneel en blijft het klaar-lichtje branden.
Stap 10. De printer testen KLAAR Druk een configuratiepagina af om te controleren of de printer goed werkt. 1 Controleer of de printer aan staat en het bericht KLAAR wordt weergegeven. 2 Druk op [Menu] tot INFORMATIEMENU in het uitleesvenster verschijnt. INFORMATIEMENU 3 Druk op [Optie] tot er CONFIGURATIE AFDRUKKEN in het uitleesvenster verschijnt. 4 Druk op [Selecteren] om de configuratiepagina af te drukken. 5 De configuratiepagina toont hoe de printer is geconfigureerd.
Stap 11. Printerkabels aansluiten De HP LaserJet 5000 printer heeft twee interface-poorten: een IEEE-1284 parallelle poort en een RS-232C seriële poort, alsmede een accessoire-aansluiting. De HP LaserJet 5000 N en 5000 GN printers hebben bovendien een HP JetDirect 600N print-server met nog drie poorten: LocalTalk, Ethernet 10Base-T (RJ-45), en 10Base2 (BNC).
Een parallelle kabel aansluiten Om printer-betrouwbaarheid te verzekeren, moet u een parallelle kabel gebruiken die voldoet aan de IEEE-1284 norm (deze kabels dragen de referentie "IEEE-1284"). Alleen IEEE-1284 kabels ondersteunen alle geavanceerde printer-functies. Voorzichtig Zorg dat de printer is uitgeschakeld. 1 Sluit de parallelle kabel op de parallelle poort aan. 2 Klem de draadklemmetjes vast om de kabel goed aan de printer te bevestigen. De kabel moet u zonder moeite kunnen installeren.
Een seriële kabel aansluiten Als u de printer via de seriële poort aansluit, dient u de volgende aanwijzingen te volgen. Voorzichtig Controleer of de printer is uitgeschakeld voordat u de seriële kabel aansluit. Voorzichtig Sluit geen seriële kabel op de accessoirepoort aan. 1 Sluit de seriële kabel op de seriële poort aan. De kabel moet u zonder moeite kunnen installeren. Als dit niet het geval is, controleer de kabelrichting. 2 Sluit de seriële kabel met de twee kabelschroeven vast.
Aansluiting op een Apple LocalTalk-netwerk Gebruik de LocalTalk-poort om de printer op een Apple LocalTalknetwerk aan te sluiten. (Deze poort is alleen beschikbaar op de HP LaserJet 5000 N en 5000 GN printers.) Voorzichtig Controleer of de printer is uitgeschakeld voordat de kabel op de LocalTalk-poort wordt aangesloten. 1 Vergelijk de richting van de pennen op de LocalTalk-kabel nauwkeurig met de LocalTalk-poort. 2 Sluit de kabel op de poort aan.
Op een Ethernet 10Base-T-netwerk aansluiten Gebruik de RJ-45-poort om de printer op een Ethernet 10Base-T-netwerk aan te sluiten. (Deze poort is alleen beschikbaar op de HP LaserJet 5000 N en 5000 GN printers.) Voorzichtig Controleer of de printer is uitgeschakeld voordat de kabel op de RJ-45-poort wordt aangesloten. Let op Een optionele HP JetDirect 600N 10/100Base-TX printserver is vereist voor aansluiting op een snel Ethernet (100Base-TX) netwerk. Deze kaart beschikt over een enkele RJ-45 poort.
Op een Ethernet 10Base2-netwerk aansluiten Gebruik de BNC-poort om de printer op een Ethernet 10Base2netwerk aan te sluiten. (Deze poort is alleen beschikbaar op de HP LaserJet 5000 N en 5000 GN printers.) Voorzichtig Controleer of de printer is uitgeschakeld voordat de kabel op de BNC-poort wordt aangesloten. Figuur 9 Aansluiting op een Ethernet 10Base2-netwerk • Sluit het ene uiteinde van uw ThinLAN-kabel op de BNC “T” connector aan.
Aansluiting op de accessoireconnector De accessoireconnector wordt gebruikt voor het toevoegen van optionele papierverwerkingsapparatuur (externe invoer, uitvoer en papierafwerking) die u bij uw officiële Hewlett-Packard dealer kunt bestellen. Zie de bij deze producten geleverde documentatie voor specifieke installeringsinstructies. Voorzichtig Controleer of de printer is uitgeschakeld voordat u een apparaat op de accessoireconnector aansluit.
Stap 12. Afdruksoftware installeren De printer wordt geleverd met afdruksoftware op een CD. De printerdrivers op deze CD moeten geïnstalleerd worden om de printerfuncties ten volle te kunnen benutten. Als uw computer geen eigen CD-ROM-station heeft, maar u wel een station kunt gebruiken, kunt u de CD op diskettes kopiëren om de software op uw computer te installeren. Als u niet over een CD-ROM-station beschikt kunt u de bijgeleverde diskette gebruiken, die de belangrijkste printerdrivers bevat.
Windows afdruksoftware installeren (CD) Voor Windows 95 en Windows NT 4.0 1 Sluit alle actieve toepassingen. 2 Steek de compact disc in het CD-ROM-station. (Afhankelijk van de configuratie van de computer kan het installatieprogramma automatisch starten.) 3 Klik op Start. 4 Klik op Uitvoeren. 5 Typ D:\SETUP (of de letter van het toepasselijke station) in het vakje op de opdrachtregel en klik op OK. 6 Volg de instructies op het computerscherm. Voor Windows 3.1x, Windows 3.11 en NT 3.
Macintosh afdruksoftware installeren 1 Sluit alle lopende toepassingen. 2 Steek de compact disc in het CD-ROM-station. 3 Dubbelklik op het symbool Installeerder en volg de instructies op het scherm. 4 Open de Kiezer vanuit het Apple-menu. 5 Klik op het symbool van de Apple LaserWriter. Als het symbool niet verschijnt, dient u contact op te nemen met uw Macintosh dealer. 6 Als u op een netwerk met meerdere zones bent, selecteert u in het vak AppleTalk-zones de zone waarin de printer zich bevindt.
Stap 13. Controleer de instellingen van de printer De eenvoudigste manier om te controleren of de installatie goed is uitgevoerd, is om vanuit een softwaretoepassing een document af te drukken. 1 Open een softwaretoepassing naar keuze en open, of maak, een eenvoudig document. 2 Controleer of de juiste printernaam geselecteerd is. 3 Druk het document af. Als het document afdrukt, is de installatie voltooid.
Nederlands Copyright© 1998 Hewlett-Packard Co. Gedrukt in Duitsland Handleidingnr.