Operation Manual
Inhoud 7
Een stand selecteren ..................................................12–3
Programmagrenzen (LBL en RTN) .................................12–3
Gebruik van RPN, ALG en vergelijkingen in programma’s12–4
Invoer en uitvoer van gegevens ...................................12–5
Een programma invoeren.................................................12–6
Toetsen die gegevens verwijderen................................12–7
Functienamen in programma’s.....................................12–8
Een programma uitvoeren ..............................................12–10
Een programma uitvoeren (XEQ)................................12–10
Een programma testen..............................................12–11
Gegevens in–en uitvoeren..............................................12–12
INPUT gebruiken voor invoer.....................................12–13
VIEW gebruiken voor het weergeven van gegevens......12–15
Vergelijkingen gebruiken om berichten weer te geven ...12–16
Gegevens weergeven zonder te stoppen.....................12–19
Een programma stoppen of onderbreken..........................12–19
Een stop of pauze programmeren (STOP, PSE)..............12–19
Een lopend programma onderbreken .........................12–20
Fouten in programma’s.............................................12–20
Een programma bewerken .............................................12–20
Programmageheugen ....................................................12–21
Programmageheugen bekijken ..................................12–21
Geheugengebruik ...................................................12–22
De catalogus van programma’s (MEM)....................... 12–22
Een of meer programma’s wissen............................... 12–23
De controlesom....................................................... 12–24
Niet–programmeerbare functies ......................................12–25
Programmeren met BASE ...............................................12–25










