Operation Manual

3–6 Gegevens in variabelen opslaan
Nieuwe x = Vorige x {+, –,
×
,
÷
} variabele
Bijvoorbeeld, u wilt het getal in het X–register (3, wordt getoond) delen door de
waarde in A (12). Druk op
Lq
A. Nu is x = 0,25, terwijl er nog steeds 12
in A staat. Deze wijze van rekenen spaart geheugen in het programma:
L
A (één instructie) gebruikt half zo veel geheugen als as
L
A,
(twee
instructies).
A
12
A
12
T
t
T
t
Z
z
Z
z
Y
y
Y
y
X
3
X
0,25
Resultaat:3 12
Dat is, x 12
Voorbeeld:
Stel dat de variabelen D, E en F de waarden 1, 2 en 3 bevatten. Op de
volgende manier kunt u 1 bij elk van deze variabelen optellen.
Invoer: Weergave: Uitleg:
1
I
D
2
I
E
3
I
F
8
8
8
Slaat de beginwaarden in de
variabelen op.
1
I
D
I
E
I
F
8
Telt 1 op bij D, E en F.
|
D
/
8
Toont de huidige waarde van D.
|
E
/
8
|
F
/
8
b 8
Annuleert de weergave van de
variabele, zodat het X–re
g
ister weer
wordt getoond.