Operation Manual

G–12 Index van bewerkingen
Naam Toetsen en omschrijving Pagina ¼
PSE
|f
Pause.
Stopt een programma even om de
waarde van x, een variabele of
vergelijking te tonen. Gaat daarna
weer verder. (Wordt alleen in
programma’s gebruikt.)
12–19
12–19
r
|
{
T
} Geeft de
correlatiecoëfficiënt tussen de
waarden x en y:
22
)()(
))((
¦
¦
×
yyxx
yyxx
ii
ii
11–8 1
RAD
{

}
Hoeken in radialen.
4–4
RAD
|w
Van graden naar
radialen.
Geeft (2
π
/360) x.
4–13 1
RADIX ,
{
8
}
Selecteert de komma als
decimaalteken.
1–19
RADIX .
{
)
}
Selecteert de punt als
decimaalteken.
1–19
RANDOM
|k
Voert de
RANDOM–functie uit. Geeft een
willekeurig getal in het interval 0
tussen 1.
4–15 1
RCL variabele
L
variabele
Terugroepen.
Kopieert variabele naar het
X–register.
3–5
RCL+ variabele
L
variabele
Geeft x + variabele.
3–5
RCL– variabele
L
variabele.
Geeft x – variabele.
3–5
RCLx variabele
Lz
variabele.
Geeft x
×
variabele.
3–5
RCL
÷
variabele
Lq
variabele.
Geeft x
÷
variabele.
3–5