Operation Manual

Wiskundige programma’s 15–31
Door afrondfouten in numerieke berekeningen, kan het programma waarden
produceren die niet werkelijk wortels zijn van de veelterm. De enige manier om
dat te controleren is de veelterm handmatig te evalueren om vast te stellen of de
waarde bij de berekende wortels inderdaad nul is.
Kan SOLVE geen reële wortel vinden bij een veelterm van de derde of hogere
graad, dan ziet u de melding
# &
.
U kunt tijd en geheugen besparen door de overbodige routines weg te laten.
Bent u niet geïnteresseerd in veeltermen van de vijfde graad, laat dan routine E
weg. Lost u ook geen vierdegraads veeltermen op, dan zijn de routines D, E en F
niet nodig. Lost u geen derdegraads of hogere veeltermen op, dan kunt u de
routines C, D, E en F achterwege laten.
Gebruik van het programma:
1. Druk op
{c
{

} om alle programma’s en variabelen te
verwijderen.
2. Voer de programmaroutines in; druk op
als u klaar bent.
3. Druk op
X
P om het programma te starten.
4. Geef F op, de graad van de veelterm, en druk op
g
.
5. Geef nu de coëfficiënten op en druk op
g
. Er wordt niet gevraagd om de
eerste coëfficiënt — deze is altijd 1. Geef 0 op voor coëfficiënten die 0 zijn.
Coëfficiënt A mag niet 0 zijn.
Termen en coëfficiënten
Graad x
5
x
4
x
3
x
2
x Constante
5 1 E D C B A
4 1 D C B A
3 1 C B A
2 1 B A
6. Nadat u de coëfficiënten hebt opgegeven, wordt de eerste wortel berekend.
Een reële wortel wordt weergegeven als
%/
reële waarde. Een complexe
wortel wordt weergegeven als
%/
reëel deel, (Complexe wortels komen altijd
voor in paren van de vorm u ± i v, en ze worden in de uitvoer gekenmerkt
als
%/
reëel deel en i =imaginair deel, zoals u zult zien in de volgende stap.)