Operation Manual
13–10 Programmeringstechnieken
en uit wordt geschakeld met
{
, dan wordt in feite flag 7
veranderd.
Betekenis van flag Toestand
van flag
7 8 9
Gewist
(standaard)
Weergave van
breuken
uitgeschakeld, reële
getallen worden als
decimaal getal
weergegeven.
Noemer van
breuk niet
groter dan de
waarde in /c.
Breuken worden
zo veel mogelijk
vereenvoudigd.
Gezet Weergave van
breuken
ingeschakeld; reële
getallen worden als
breuk weergegeven.
Noemer is een
factor van de
waarde in /c.
Breuken worden
niet
vereenvoudigd.
(Alleen als flag 8
gezet is.)
Flag 10 bepaalt hoe een programma vergelijkingen uitvoert:
Is flag 10 gewist (standaard), dan worden vergelijkingen in lopende
programma’s geëvalueerd en komt het resultaat op de stapel.
Is flag 10 gezet, dan worden vergelijkingen in lopende programma’s
weergegeven als berichten, zodat ze zich gedragen als in een
VIEW–statement:
1. Uitvoering van programma stopt.
2. De programmawijzer gaat naar de volgende programmaregel.
3. De vergelijking wordt weergegeven zonder de stapel te beïnvloeden.
De weergave kan verwijderd worden door te drukken op
b
of
.
Door op een willekeurige toets te drukken wordt deze functie
uitgevoerd.
4. Is de volgende programmaregel een PSE, dan gaat het uitvoeren na
een seconde verder.
De toestand van flag 10 wordt alleen gewijzigd door de bewerkingen SF en
CF vanaf het toetsenbord, of door SF en CF in een programma.
Flag 11 bepaalt of er om invoer wordt gevraagd bij het uitvoeren van een
vergelijking in een programma — het heeft geen invloed op het
automatisch vragen om invoer wanneer de vergelijking vanaf het
toetsenbord wordt uitgevoerd:










