Operation Manual

Vergelijkingen invoeren en evalueren 6–17
Functies in vergelijkingen
De volgende tabel geeft de functies die geldig zijn in vergelijkingen. U vindt
deze informatie ook in aanhangsel G, " Index van bewerkingen".
LN LOG EXP ALOG SQ SQRT
INV IP FP RND ABS x!
SGN INTG IDIV RMDR
SIN COS TAN ASIN ACOS ATAN
SINH COSH TANH ASINH ACOSH ATANH
DEG
RAD
HR
HMS %CHG XROOT
CB
CBRT Cn,r Pn,r
KG
LB
°C
°F
CM
IN
L
GAL RANDOM
π
+ –
×÷
^
sx sy
σ
x
σ
y
x
x
w
x
ˆ
y
ˆ
r m b
n
Σ
x
Σ
y
Σ
x
2
Σ
y
2
Σ
xy
Bij het invoeren van een prefixfunctie verschijnt voor uw gemak direct een linker
haakje.
De prefix–functie die twee argumenten nodig hebben zijn %CHG, RND, XROOT,
IDIV, RMDR, Cn,r en Pn,r. Scheid de twee argumenten met een dubbele punt.
In een vergelijking staan de argumenten van XROOT in de omgekeerde volgorde,
vergeleken met RPN. Bijvoorbeeld, –8
3
is gelijk aan
%!1(.2
.
Bij alle andere functies met twee argumenten komen de argumenten in de
volgorde Y, X net als met RPN. Bijvoorbeeld, 28
4
{\
is gelijk
aan
Q8T1(2
Wees voorzichtig als het tweede argument van een functie negatief is. Voor een
getal of variabele, gebruikt u
^
or
. Dit zijn geldige vergelijkingen: