User manual

Speciale toetsen
OPMERKING: Raadpleeg de afbeelding die het best overeenkomt met uw computer.
Tabel 2-8 Speciale toetsen en de bijbehorende beschrijvingen
Onderdeel Beschrijving
(1) Actietoetsen Druk op een van deze toetsen in combinatie met de fn-toets om
veelgebruikte systeemfuncties uit te voeren. Actietoetsen
worden gedenieerd door de pictogramsymbolen op de
functietoetsen f1 tot en met f12. De actietoetsen kunnen per
computer verschillen. Zie Actietoetsen op pagina 12.
(2) Rekenmachinetoets Hiermee opent u de rekenmachine.
OPMERKING: Druk nogmaals op de toets om de rekenmachine
te sluiten.
(3) esc-toets Druk op deze toets in combinatie met de fn-toets om
systeeminformatie weer te geven.
(4) fn-toets Druk op deze toets in combinatie met een andere toets om
bepaalde systeemfuncties uit te voeren.
(5) Windows-toets Hiermee opent u het startmenu.
OPMERKING: Als u opnieuw op de Windows-toets drukt, wordt
het startmenu gesloten.
(6) Windows-toepassingstoets Hiermee geeft u opties voor een geselecteerd object weer.
(7) Aan-uitknop Als de computer is uitgeschakeld, drukt u op de aan-
uitknop om de computer in te schakelen.
Als de computer is ingeschakeld, drukt u kort op de aan-
uitknop om de slaapstand te activeren.
Als de computer in de slaapstand staat, drukt u kort op de
aan-uitknop om de slaapstand te beëindigen (alleen
bepaalde producten).
Als de computer in de hibernationstand staat, drukt u kort
op de aan-uitknop om de hibernationstand te beëindigen.
BELANGRIJK: De aan-uitknop ingedrukt houden, resulteert in
het verlies van niet-opgeslagen gegevens.
Toetsenbordzone 11