Operation Manual

Telefooninstellingen
82
De PIN-code van uw SIM-kaart instellen
Er wordt een persoonlijk identificatienummer (PIN-code) met uw SIM-kaart meegeleverd
om de gegevens op uw telefoon te beschermen. Wanneer u SIM-kaartvergrendeling
inschakelt, moet u steeds wanneer u uw telefoon inschakelt de PIN-code invoeren.
Voordat u de volgende handelingen uitvoert, controleert u of u de PIN-code van uw SIM-
kaart van uw provider hebt ontvangen.
1 Raak op het startscherm Instellingen aan.
2 Onder Alles raakt u Beveiliging aan.
3 Raak Vergrendeling kaart 1/kaart 2 instellen aan.
4 Raak SIM-kaart vergrendelen aan. Als uw telefoon twee SIM-kaarten ondersteunt, kunt
u voor elke kaart een afzonderlijke PIN-code instellen.
5 Voer uw PIN-code in en raak vervolgens OK aan.
6 Raak SIM PIN-code wijzigen aan om de PIN-code te wijzigen.
Doorgaans is er een limiet voor het aantal mislukte pogingen tot het invoeren van de
PIN-code. Als deze limiet wordt bereikt, moet u een PIN-ontgrendelingscode (PUK)
invoeren. Deze is te verkrijgen bij uw provider. Er is er ook limiet voor het aantal
mislukte pogingen tot het invoeren van de PUK-code. Als deze limiet is bereikt, wordt
uw SIM-kaart permanent geblokkeerd. Neem voor meer informatie over deze
limieten contact op met uw provider.
Een account instellen
Een account toevoegen
1 Raak op het startscherm Instellingen aan.
2 Onder Alles raakt u Accounts aan.
3 Raak Account toevoegen aan.
4 Selecteer een accounttype.
5 Volg de instructies op het scherm en voer uw accountgegevens in.