Operation Manual

86
Telefooninstellingen
Raak
Stille modus
om de Stille modus in of uit te schakelen.
Raak
Trillen in stille modus
aan om het trillen in of uit te schakelen
wanneer uw telefoon de Stille modus gebruikt.
Raak
Trillen bij bellen
aan om het trillen in of uit te schakelen wanneer uw
telefoon niet de Stille modus gebruikt.
Raak
Beltoon telefoon kaart 1
of
Beltoon telefoon kaart 2
aan om een
beltoon te selecteren. Als uw telefoon het gebruik van twee SIM-kaarten
ondersteunt, kunt u afzonderlijke beltonen voor elke kaart instellen.
Raak
Standaard meldingentoon
aan om een toon voor meldingen in te
stellen.
Raak
Systeem
aan om de toon voor meldingen of het trillen in of uit te
schakelen wanneer u het scherm aanraakt of vergrendelt, een nummer
kiest, enzovoort.
De scherminstellingen aanpassen
1.
Raak op het startscherm
Instellingen
aan.
2.
Onder
Alles
raakt u
Weergave
aan.
3.
Op het scherm
Weergave
kunt u het volgende doen:
Raak
Achtergrond
aan om het vergrendelingsscherm en de achtergronden
voor de startschermen in te stellen.
Raak
Lettergrootte
aan om de grootte van het schermlettertype te
wijzigen.
Raak
Stijl voor lettertype
aan om de stijl van het schermlettertype te
wijzigen.
Raak
Dagdromen
aan om de schermbeveiliging in of uit te schakelen. Als
deze functie is ingeschakeld, wordt de schermbeveiliging automatisch
uitgevoerd terwijl uw telefoon wordt opgeladen.
Raak
Indicatielampje
aan om het indicatielampje in of uit te schakelen
wanneer u meldingen ontvangt.