FF300 GEBRUIKERSHANDLEIDING ‘‘e-SPEC’’ werd geboren uit onze wens om ‘‘de natuur te sparen voor toekomstige generaties’’. Nu staat het symbool tevens voor de milieuvriendelijkere technologieën die zijn toegepast bij motoren, power equipment, buitenboordmotoren enz. van Honda, en wordt het gebruikt om die producten herkenbaar te maken waarop het hoogste niveau van milieuvriendelijke technologieën zijn toegepast die ontwikkeld zijn door Honda.
Dank u voor het aanschaffen van deze Honda-frees. Deze gebruikershandleiding behandelt de werking en het onderhoud van de frees FF300. Alle in deze uitgave opgenomen informatie is gebaseerd op de meest recente beschikbare informatie bij het ter perse gaan. Honda Motor Co., Ltd behoudt zich het recht voor om wijzigingen op ieder moment zonder voorafgaande kennisgeving door te voeren.
INHOUD 1. VEILIGHEIDSMAATREGELEN........................................................................ 3 2. PLAATS VAN VEILIGHEIDSLABELS............................................................... 8 Plaats van CE-merk en geluidslabels .............................................................. 9 3. IDENTIFICATIE VAN DE ONDERDELEN ...................................................... 10 4. CONTROLE VOORAF ................................................................................... 12 5.
1. VEILIGHEIDSMAATREGELEN WAARSCHUWING Neem de volgende veiligheidsmaatregelen: Schenk voor uw eigen veiligheid en die van anderen bijzondere aandacht aan de volgende voorzorgsmaatregelen: De Honda-frees is zodanig ontworpen dat deze veilig en betrouwbaar is, mits op de juiste manier bediend. Bestudeer de gebruikershandleiding alvorens de frees te gebruiken. Als dit niet gebeurt, kan dit leiden tot persoonlijk letsel of beschadiging van het materiaal.
WAARSCHUWING Neem de volgende veiligheidsmaatregelen: Verantwoordelijkheid van de gebruiker • Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig. Maak uzelf vertrouwd met het gebruik en de bediening van de frees voordat u aan het werk gaat. • Gebruik de frees waarvoor hij bedoeld is, namelijk het bewerken van grond. Ieder ander gebruik kan gevaar of schade aan het materiaal opleveren. Gebruik de machine vooral niet voor het cultiveren van grond die stenen, kabels of andere harde materialen bevat.
WAARSCHUWING Neem de volgende veiligheidsmaatregelen: Verantwoordelijkheid van de gebruiker • Schakel in de onderstaande gevallen de motor uit: —Als u de frees zonder toezicht achterlaat. —Als u de brandstoftank moet vullen. • Zet bij het uitschakelen van de motor de gashendel in stand LAAG en draai de contactschakelaar vervolgens in stand UIT. Zorg ervoor dat de brandstofkraan in stand UIT wordt gezet wanneer de frees voorzien is van een brandstofkraan.
WAARSCHUWING Neem de volgende veiligheidsmaatregelen: Gevaar van brand en verbranding Benzine is uiterst brandbaar, en brandstofdampen kunnen exploderen. Ga uiterst zorgvuldig te werk met benzine. Houd benzine buiten bereik van kinderen. • Vul brandstof bij voor het starten van de motor. Verwijder de dop van de brandstoftank nooit en vul geen benzine bij als de motor draait of als deze warm is. • Vul brandstof bij in een goed geventileerde omgeving terwijl de motor is uitgeschakeld.
WAARSCHUWING Neem de volgende veiligheidsmaatregelen: Gevaar van koolmonoxidevergiftiging Het uitlaatgas bevat koolmonoxide, een kleur- en reukloos giftig gas. Het inademen ervan kan leiden tot bewusteloosheid en de dood. • Als u de motor in een afgesloten ruimte, of zelfs in een gedeeltelijk afgesloten ruimte, laat draaien, kan de hoeveelheid giftig uitlaatgas in de lucht gevaarlijk worden. Zorg voor voldoende ventilatie om te voorkomen dat uitlaatgassen zich ophopen. • Vervang een defecte uitlaatdemper.
2. PLAATS VAN VEILIGHEIDSLABELS Deze labels waarschuwen voor mogelijke gevaren die ernstig letsel kunnen veroorzaken. Lees de labels, veiligheidsaanwijzingen en voorzorgsmaatregelen zorgvuldig door. Als een label loslaat of slecht leesbaar is, vraag uw Honda-dealer dan om een nieuw exemplaar. 2.
Plaats van CE-merk en geluidslabels CE-MERK Naam fabrikant en adres Serienummer machine Gewicht (standaard) Nominaal vermogen GELUIDSLABEL 9
3. IDENTIFICATIE VAN DE ONDERDELEN 3.
CHOKEKNOP BRANDSTOFKRAAN HOOFDKOPPELINGSHENDEL TANKDOP UITLAATDEMPER STUURBOOM HANDGREEP STARTKOORD VULDOP TRANSMISSIEOLIE 11
4. CONTROLE VOORAF WAARSCHUWING Zet de frees op een stevige ondergrond horizontaal (d.w.z. met de rotors en de achterwielen op de grond). Zet de motor uit alvorens onderhoud aan de frees te plegen. Het plegen van onderhoud aan de frees op een niet-stabiele ondergrond of bij een draaiende motor kan letsel en/of schade aan de frees veroorzaken. Dagelijkse controle van en onderhoud aan de frees zijn essentieel voor een betrouwbare en veilige werking. Voer voor de frees te gebruiken de volgende controle uit.
5. Motorolie VOORZICHTIG: Als de motor met te weinig olie draait, kan dit leiden tot ernstige motorschade. 1. Zet de motor uit en plaats de frees horizontaal, met de achterwielen en de rotors op de grond zoals aangegeven. 2. Verwijder de olievuldop en controleer het olieniveau via de vulopening. 3. Vul bij met de voorgeschreven olie tot aan het bovenste streepje als het niveau te laag is.
6. Luchtfilter VOORZICHTIG: Laat de motor nooit draaien zonder luchtfilter. Dit zal leiden tot versnelde motorslijtage. 1. Druk de borglippen in en trek het luchtfilterdeksel van het luchtfilterhuis, neem de onderste haken los van het luchtfilterhuis en verwijder het luchtfilterdeksel. 2. Controleer het luchtfilter op vervuiling en verstopping en reinig het element indien nodig (bladzijde 36).
7. Brandstof Zet de motor uit en plaats de frees horizontaal, met de achterwielen en de rotors op de grond. Controleer het brandstofniveau en vul de brandstoftank indien nodig bij. Gebruik loodvrije autobenzine van 91 RON of meer. Gebruik nooit oude/vervuilde benzine of een olie/benzinemengsel. Voorkom dat er vuil of water in de brandstoftank komt. WAARSCHUWING • Benzine is uiterst brandbaar en kan onder bepaalde omstandigheden exploderen.
AANWIJZING: Benzine veroudert erg snel afhankelijk van factoren als blootstelling aan licht, temperatuur en tijd. In het ergste geval is de benzine binnen een maand vervuild. Het gebruik van vervuilde benzine kan ernstige schade aan de motor veroorzaken (verstopte carburateur, kleppen die blijven hangen). Schade die veroorzaakt wordt door het gebruik van vervuilde benzine wordt niet gedekt door de garantie.
8. Gereedschap en hulpstukken Volg de instructies bij het werktuig of het hulpstuk wanneer u dit voor de frees wilt gebruiken. Vraag uw Honda-dealer om advies wanneer u problemen of moeilijkheden ondervindt bij het monteren van een werktuig of hulpstuk. BEVESTIGINGSPUNTEN HULPSTUKKEN 9. Wielpen Controleer of de wielpennen en de borgpennen goed geplaatst zijn.
10. Bevestigingen die moeten worden gecontroleerd op vastzitten VOORZICHTIG: • Zorg ervoor dat de motor tijdens het controleren uit is en dat de frees op een vlakke ondergrond staat. • Draag beschermende handschoenen bij het controleren en vastzetten van draaiende delen. Controleer op de aangegeven punten op loszittende onderdelen. Zet alle loszittende onderdelen zorgvuldig vast. Controleer de rotors op slijtage, verbuiging en beschadiging.
5. STARTEN VAN DE MOTOR 1. Draai de brandstofkraan in stand OPEN. Controleer voor het opendraaien van de brandstofkraan of de aftapplug dicht is. BRANDSTOFKRAAN OPEN AFTAPPLUG 2. Controleer of de koppelingshendel in de stand ONTKOPPELD staat. HOOFDKOPPELINGSHENDEL ONTKOPPELD ONTKOPPELD 3. Controleer of de versnellingspook in de stand VRIJ staat. VRIJSTAND 5.
4. Trek bij lage temperaturen en koude motor de chokeknop in de stand DICHT. AANWIJZING: Gebruik de choke niet als de motor op temperatuur is of als de buitentemperatuur hoog is. CHOKEKNOP DICHT DICHT 5. Zet de AAN/UIT-schakelaar in de stand AAN. AAN/UIT-SCHAKELAAR AAN 6. Breng het merkteken “ ” op de gashendel in lijn met het merkteken “ (stand START) zoals aangegeven.
7. Trek licht aan de handgreep totdat er weerstand voelbaar is en laat de handgreep één keer los. Houd de stuurboom tegen met uw linkerhand en start de motor door aan de handgreep te trekken. HANDGREEP STARTKOORD VOORZICHTIG: Laat het startkoord niet terugschieten. Geleid de handgreep terug om schade aan het startmechanisme te voorkomen. 8. Laat de motor gedurende enkele minuten op bedrijfstemperatuur komen.
• Gebruik op grote hoogte Op grote hoogte is het standaard lucht/brandstofmengsel te rijk. Hierdoor zal het vermogen afnemen en het brandstofverbruik toenemen. De werking op grote hoogtes kan verbeterd worden door bepaalde aanpassingen aan de carburateur. Als de frees uitsluitend gebruikt wordt op een hoogte van 1.500 m (5.000 feet) of meer, kunt u deze afstellingen door een officiële Hondadealer laten aanpassen. Zelfs met een optimale sproeierbezetting neemt het motorvermogen elke 300 m (1.
6. GEBRUIK FREES Afstellen voorwielpositie De voorwielhoogte kan worden afgesteld om de freesdiepte in te stellen en voor transport van de frees. 1. Plaats de frees op een stevige horizontale ondergrond en ondersteun hem met een geschikt blok onder het transmissiehuis. 2. Trek de voorwielarm naar voren om de pen uit de groef te nemen en plaats de pen in de gewenste groef. Zet de pen in die positie vast.
Hoogteverstelling stuurboom De stuurboom kan in de stand HOOG of LAAG worden ingesteld, afhankelijk van de werkzaamheden of van de lengte van de gebruiker. 1. Zet het voorwiel in de freesstand (stand – , zie bladzijde 23). Plaats de frees op een horizontale ondergrond met de achterwielen en de rotors op de grond en zorg ervoor dat de frees niet kan bewegen. 2. Draai de bovenste bevestigingsbout en -moer van de stuurboom los. Verwijder de bevestigingsbout echter niet. 3.
Afstellen spoorbreedte achterwielen De spoorbreedte van de achterwielen kan worden afgestemd op de werkzaamheden. 1. Plaats de frees op een stevige horizontale ondergrond en ondersteun hem met een geschikt blok onder het transmissiehuis zodat de achterwielen van de grond komen. 2. Verwijder de borgpen en wielpen en schuif het achterwiel in de gewenste stand. 3. Breng de gaten voor de wielpen in lijn en plaats de wielpen en de borgpen. Zorg ervoor dat beide wielen in dezelfde stand geplaatst worden.
Inschakelen versnelling VOORZICHTIG: Draai de handgreep van de gashendel naar stand LANGZAAM en ontkoppel voordat de schakelhendel bewogen wordt. Oefen geen overmatige kracht uit op de schakelhendel. Kies de juiste versnelling met behulp van de tabel (bladzijde 27). • Bedien de schakelhendel pas nadat de hoofdkoppeling ontkoppeld is.
Selectietabel versnellingen (motortoerental 3.
Werking hoofdkoppeling De koppeling vormt de verbinding tussen het motorvermogen en de transmissie. VOORZICHTIG: Loopt tijdens het werken met de frees altijd midden achter de frees en houd de stuurboom met beide handen vast. Als de frees uit balans raakt, kan er een ongeluk gebeuren. Wanneer de koppelingshendel wordt ingeknepen, grijpt de koppeling aan en wordt het vermogen overgebracht naar de transmissie.
VOORZICHTIG: Knijp de koppelingshendel voorzichtig in om te voorkomen dat uw hand tussen de stuurboom en de koppelingshendel bekneld raakt. Wanneer de koppelingshendel wordt losgelaten, wordt er ontkoppeld en wordt het vermogen niet langer overgebracht naar de transmissie. HOOFDKOPPELINGSHENDEL ONTKOPPELD D ONTKOPPELD AANWIJZING: • Bedien de hoofdkoppelingshendel voorzichtig. • Als de koppelingshendel te snel wordt ingeknepen, kan de frees wegschieten of kan de motor afslaan.
Werking differentieelsper Onder normale omstandigheden moet de hendel van de differentieelsper in de stand ONTGRENDELEN staan. Dit verbetert de wendbaarheid van de frees. VERGRENDELEN ONTGRENDELEN VERGRENDELEN ONTGRENDELEN HENDEL DIFFERENTIEELSPER Als de ondergrond zacht is of als een van de wielen dreigt door te slippen of als er maar aan een zijde gefreesd moet worden, moet de hendel in de stand VERGRENDELEN worden gezet. Dit verbetert de voorwaartse beweging van de frees.
7. MOTOR UITZETTEN In een noodsituatie: Zet de AAN/UIT-schakelaar in de stand UIT. 7. MOTOR UITZETTEN AAN/UIT-SCHAKELAAR UIT UIT Onder normale omstandigheden: 1. Zet de koppelingshendel in stand ONTKOPPELD. HOOFDKOPPELINGSHENDEL ONTKOPPELD ONTKOPPELD 2. Beweeg de gashandel naar stand LANGZAAM om het motortoerental te verlagen.
3. Zet de bedieningshendel in stand N. VRIJSTAND SCHAKELHENDEL 4. Zet de AAN/UIT-schakelaar in de stand UIT. AAN/UIT-SCHAKELAAR UIT UIT 5. Draai de brandstofkraan dicht.
8. ONDERHOUD Het onderhoudsschema dient om de frees in een optimale conditie te houden. Houd u aan het onderhoudsschema op bladzijde 34. WAARSCHUWING • Zet de motor uit alvorens hier werkzaamheden aan uit te voeren. De uitlaatgassen bevatten onder andere het giftige gas koolmonoxide; inademing hiervan kan leiden tot bewusteloosheid en kan zelfs dodelijk zijn. Zorg ervoor dat de ruimte goed geventileerd is. • Neem de bougiedop los om er zeker van te zijn dat de motor niet per ongeluk gestart wordt.
Onderhoudsschema ONDERHOUDSINTERVAL (2) ONDERDEEL Motorolie Luchtfilter Buitenzijde frees Werking van hendel Bouten en moeren op loszitten Bedrading & kabels Werking van motor Transmissieolie Koppelingsolie Koppelingsschoen Bougie Gaskabel Koppelingskabel Kabel differentieelsper Klepspeling Verbrandingskamer Brandstoftank en filter Brandstofslang Niveau controleren Verversen Controleren Reinigen Vervangen Controleren Controleren Controleren vastzetten Controleren Controleren Niveau controleren Niveau cont
Motorolie verversen 1. Verwijder de olievuldop en de aftapplug en tap de olie af. 2. Monteer de aftapplug en draai hem stevig vast. 3. Vul bij met de voorgeschreven olie en controleer het olieniveau (zie bladzijde 13). 4. Plaats de olievuldop. Inhoud oliecarter: 0,262(0,27 US qt, 0,23 Imp qt) OLIEAFTAPPLUG OLIEVULDOP Was uw handen met water en zeep na het omgaan met afgewerkte olie. AANWIJZING: Voer afgewerkte motorolie op de wettelijk voorgeschreven manier af.
Luchtfilter reinigen Een vervuild luchtfilter beperkt de hoeveelheid lucht die naar de carburateur stroomt. Reinig het luchtfilter regelmatig om storing aan de carburateur te voorkomen. Reinig het luchtfilter vaker als de frees in stoffige gebieden wordt gebruikt. VOORZICHTIG: Laat de motor nooit draaien zonder luchtfilter. Dit zal leiden tot versnelde motorslijtage. 1.
3. Tik het filterelement voorzichtig op een hard voorwerp om overtollig vuil te verwijderen of blaas het element met perslucht vanaf de binnenkant schoon. Gebruik geen borstel omdat het vuil dan vast gaat zitten in de vezels. Vervang het element als het erg vuil is. 4. Plaats het element en het luchtfilterdeksel. Plaats eerst de onderste haken op de pennen in het luchtfilterhuis en druk daarna het luchtfilterdeksel aan zodat de borglippen in de groef van het luchtfilterhuis vallen.
Controle koppelingsolie 1. Zet de motor uit en plaats de frees horizontaal, met de achterwielen en de rotors op de grond. 2. Plaats een 60 mm (2,4 inch) dik blok onder de achterwielen zoals aangegeven. 3. Verwijder de controlebout en controleer of de olie tot aan de onderrand van de controleopening staat. 60 mm (2,4 in) OLIENIVEAUPLUG MAXIMUM NIVEAU OLIEVULDOP 4. Verwijder de olievuldop en vul olie bij als het niveau te laag is.
Controle transmissieolie 1. Zet de motor uit en plaats de frees horizontaal, met de achterwielen en de rotors op de grond. 2. Verwijder de olievuldop en controleer of de olie tot aan de onderrand van de controleopening staat. ACHTERWIEL TAND VULOPENING MAXIMUM NIVEAU OLIEVULDOP 3. Vul olie bij als het niveau te laag is. Voorgeschreven olie: SAE 10W-30 Honda viertaktolie of gelijkwaardig die voldoet aan de classificatie SF of SH zoals deze door automobielfabrikanten wordt gehanteerd.
Onderhoud bougie Aanbevolen bougie: CR4HSB (NGK), U14FSR-UB (DENSO) VOORZICHTIG: Gebruik geen bougie met een verkeerde warmtegraad. Voor een goede werking van de motor moet de bougie goed afgesteld en schoon zijn. 1. Verwijder het controleluikje en neem de bougiedop los. 2. Verwijder de bougie met een bougiesleutel. WAARSCHUWING Als de motor heeft gedraaid, is de uitlaat erg heet. Raak de uitlaat dan niet aan. BOUGIEDOP BOUGIESLEUTEL CONTROLELUIKJE 3. Controleer de bougie visueel.
5. Controleer of de afdichtring van de bougie in goede staat verkeert en draai de bougie met de hand in om te voorkomen dat deze er scheef ingedraaid wordt. 6. Als de bougie aanligt, moet hij verder vast worden gedraaid om de afdichtring samen te drukken. Draai een nieuwe bougie nog een halve slag verder om de afdichtring in te drukken. Draai een gebruikte bougie nog 1/8 tot 1/4 slag verder om de afdichtring in te drukken. VOORZICHTIG: De bougie moet goed vastgedraaid worden.
Afstellen gaskabel 1. Zet de gashendel in stand LANGZAAM. GASHENDEL 2. Controleer de vrije slag aan het uiteinde van de hendel. Vrije slag gashendel: 10 – 15 mm (0,4 – 0,6 in) 3. Draai de borgmoer los en draai de stelmoer naar binnen of naar buiten om de vrije slag op de juiste waarde af te stellen. 4. Zet de borgmoer na het afstellen goed vast.
Afstellen hoofdkoppelingskabel 1. Trek de koppelingshendel aan zodat de koppeling in aangrijping is en controleer de uitrekwaarde aan het lange einde van de veer zoals aangegeven. Uitrekwaarde: 1,5 – 2,5 mm (0,06 – 0,10 in) KOPPELINGSVEER 1,5 – 2,5 mm (0,06 – 0,10 in) GEKOPPELD 2. Zet de koppelingshendel in stand ONTKOPPELD als afstellen noodzakelijk is. 3. Draai de borgmoer los en draai de stelmoer tot de uitrekwaarde aan de specificatie voldoet. 4. Zet de borgmoer na het afstellen goed vast.
Afstellen kabel differentieelsper 1. Zet de bedieningshendel in de stand ONTGRENDELEN. 2. Controleer de vrije slag aan het uiteinde van de hendel. Vrije slag aan het uiteinde van de hendel: 1 – 5 mm (0,04 – 0,20 in) VRIJE SLAG 1 – 5 mm (0,04 – 0,20 in) HENDEL DIFFERENTIEELSPER 3. Draai de borgmoer los en draai de stelmoer naar binnen of naar buiten om de vrije slag op de juiste waarde af te stellen. 4. Zet de borgmoer na het afstellen goed vast.
Controle en vervangen van rotors WAARSCHUWING • Draag stevige handschoenen om uw handen te beschermen. • Zorg ervoor dat de motor tijdens het controleren en vervangen uit is en dat de frees op een vlakke ondergrond staat. Neem de bougiedop los om er zeker van te zijn dat de motor niet per ongeluk gestart wordt. • Plaats een houten blok onder de rotor om te voorkomen dat de rotor valt. • De binnenste en buitenste rotors draaien in tegengestelde richting.
Controle: 1. Controleer de rotors op beschadiging, verbuiging en loszitten. Zet loszittende onderdelen vast en vervang beschadigde onderdelen. 2. Draai de bevestigingsbouten van de rotors indien nodig goed vast. 3. Controleer de rotorpennen en de borgpennen op beschadiging en aanwezigheid, vervang ze indien nodig door nieuwe exemplaren (bladzijde 49). AANWIJZING: Gebruik originele Honda-onderdelen of gelijkwaardige onderdelen bij het vervangen van de rotortanden. BEVESTIGINGSBOUT ROTOR TAND 4.
Verwijderen rotor: 1. Verwijder de borgpen en de rotorpen en verwijder de buitenste rotor. 2. Verwijder de bevestigingsbout en de veerring en verwijder vervolgens de binnenste rotor en de spie. Raak de spie niet kwijt.
Plaatsen rotor: 1. Breng vet aan op de spie en plaats de spie in de groef van de rotoras. 2. Plaats de binnenste rotor door de groef in de rotor in lijn te brengen met de spie. Zorg ervoor dat het merkteken R (rechter rotor) of L (linker rotor) naar buiten wijst, zoals afgebeeld. 3. Plaats de veerring en de bevestigingsbout en draai de bout zorgvuldig vast. Controleer of de bout goed aanligt tegen de veerring.
4. Plaats de buitenste rotor met het merkteken R (rechter rotor) of L (linker rotor) naar buiten, zoals afgebeeld. 5. Breng de gaten in de buitenste rotor en de rotoras in lijn en plaats de rotorpen. 6. Plaats de borgpen zoals aangegeven.
Plaatsen van tanden: Plaats de tanden in de juiste stand. Een onjuiste volgorde en verkeerd om geplaatste tanden zullen trillingen veroorzaken en een negatieve invloed hebben op het freesresultaat.
9. REINIGEN NA GEBRUIK VOORZICHTIG: • Laat de motor eerst minimaal 30 minuten afkoelen als deze heeft gedraaid. • Draag stevige werkhandschoenen om uw handen te beschermen als u werkzaamheden nabij of aan de tanden uitvoert. • Zorg ervoor dat de motor tijdens het schoonmaken uit is en dat de frees op een vlakke ondergrond staat. 1. Verwijder modder, gras, vuil en andere verontreinigingen van het freeshuis en de tanden. 2. Verwijder modder en vuil rond het luchtfilterdeksel. 3.
10. TRANSPORT/OPSLAG Transport WAARSCHUWING Benzine is licht ontvlambaar en onder bepaalde omstandigheden explosief. Niet roken en geen open vuur of vonken in de nabijheid. VOORZICHTIG: Laat de frees na gebruik gedurende ten minste 15 minuten afkoelen voordat u deze inlaadt. Een hete motor en een heet uitlaatsysteem kunnen brandwonden en ontbranding van bepaalde materialen veroorzaken. • Laat de frees tijdens transport niet vallen en zorg ervoor dat deze nergens tegenaan stoot.
• Bevestig de oprijplank recht en goed aan het transportvoertuig (truck enz.). • Plaats de oprijplank parallel aan de laadvloer van het transportvoertuig. Ga in het midden van de oprijplank staan en controleer of de achterwielen van de frees parallel aan de oprijplank staan. • Laat de koppelingshendel tijdens het in- of uitladen niet los. Als u dat wel doet, kan de frees een onverwachte beweging maken.
Opslag Let op de volgende punten als het apparaat gedurende langere tijd wordt opgeslagen: • Zorg ervoor dat de opslagruimte niet te vochtig of stoffig is. 1. Tap de brandstof af. WAARSCHUWING Benzine is licht ontvlambaar en onder bepaalde omstandigheden explosief. Rook niet en voorkom open vuur en vonken tijdens het aftappen van brandstof. a. Tap de brandstof af. b. Draai de brandstofkraan in stand OPEN. c. Draai de aftapplug van de carburateur los en tap de benzine af in een geschikte bak. d.
11. STORINGZOEKEN Zie onderstaand storingzoekschema als u iets abnormaals opmerkt aan uw frees. Raadpleeg een officiële Honda-dealer als u het probleem niet met onderstaande aanwijzingen kunt verhelpen. Probeer de frees niet zelf te demonteren. Slaat moeilijk aan Volgorde Controleonderwerp Conditie/oplossing Zie blz. 1 Startprocedure Start de motor volgens de startprocedure in de handleiding. 19 - 21 2 Brandstofniveau Vul benzine bij. 15 3 Benzine Als de benzine in de tank verouderd is.
Achterwielen draaien niet als de koppeling is ingeknepen. Volgorde Controleonderwerp Conditie/oplossing Zie blz. 1 Positie schakelhendel Zet de schakelhendel in de juiste stand (vooruit of achteruit). 26 - 27 2 Wielpen Plaats de wielpen en de borgpen op de juiste manier als deze ontbreken of niet goed zitten. 25 3 Koppelingskabel Stel de koppelingskabel goed af. 43 4 Oliepeil koppeling Breng het koppelingsoliepeil op het juiste niveau.
Slecht freesresultaat. Volgorde 1 Controleonderwerp Conditie/oplossing Zie blz. Hendel differentieelsper Zet de hendel in stand VERGRENDELEN. 30 2 Chokeknop Zet de knop in stand OPEN. 21 3 Voorwiel Zet in de juiste positie, passend bij de freesdiepte. 23 4 Achterwiel Zet de beide achterwielen symmetrisch. 25 5 Hoogte stuurboom Zet de stuurboom in de juiste positie. 24 6 Bouten/moeren Draai alles stevig vast. 7 Rotor Verwijder vreemde materialen (gras enz.) uit de rotor.
12. TECHNISCHE GEGEVENS Model Honda Power Equipment typecode FF300 FAJJ Afmetingen en gewicht Model Totale lengte Totale breedte Totale hoogte Leeggewicht FF300 1.465 mm (57,7 in) 465 mm (18,3 in) 1.
13. ADRESSEN VAN HONDA-IMPORTEURS IN EUROPA Voor Europa NAAM BEDRIJF ADRES TEL: FAX: Honda (U.K.) Limited 470 London Road, Slough, Berkshire, SL38QY, Groot-Brittannië Tel: 01753-590-590 Fax: 01753-590-000 Honda Europe Power Equipment S.A. Pole 45 Rue des Chataigniers 45140 Ormes Frankrijk Tel: 1-38-65-06-00 Fax: 1-38-65-06-05 Honda Motor Europe (North) GmbH. Sprendlinger, Landstraße 166 D-63069 Offenbach/Main Duitsland Tel: 069-83-09-0 Fax: 069-83-09-519 Honda Belgium H.V.
Voor Europa (vervolg) NAAM BEDRIJF ADRES TEL: FAX: OY Brandt AB Tuupakantie 4 SF-01740, Vantaa Finland Tel: 90-895-501 Fax: 90-878-5276 TIMA PRODUCTS A/S Tårnfalkevej 16, Postboks 511 DK 2650 Hvidovre Denemarken Tel: 31-49-17-00 Fax: 36-77-16-30 Greens Polig. Industrial Congost 08530, La Garriga (Barcelona), Spanje Tel: 93-871-84-50 Fax: 93-871-81-80 Automocion Canarias S.A.