GENERATOR EU70is GEBRUIKERSHANDLEIDING Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing 39Z37600 00X39-Z37-6000 © Honda Motor Co., Ltd. 2014 NL PP xx.xxxx.
Honda EU70is GEBRUIKERSHANDLEIDING Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing Het "e-SPEC" logo staat symbool voor de milieubewuste techniek van Honda Power Equipment. Onze wens om "de natuur te koesteren voor de generaties na ons".
Uitlaat bevat giftig koolmonoxidegas dat in afgesloten ruimtes tot een gevaarlijk niveau kan stijgen. Het inademen van koolmonoxide kan leiden tot flauwvallen of overlijden. Laat de generator nooit draaien in een afgesloten, of een deels afgesloten ruimte waarin mensen aanwezig zijn. Bewaar deze gebruikershandleiding op een handige plek, zodat u deze op elk moment kunt raadplegen.
INLEIDING Gefeliciteerd met uw Honda generator. Wij zijn ervan overtuigd dat u tevreden zult zijn met de aankoop van een van de beste generatoren op de markt. We willen u helpen om het maximale uit uw nieuwe generator te halen en de generator veilig te gebruiken. In deze handleiding staat hoe u dat doet; lees de handleiding daarom aandachtig door. Als u deze handleiding leest, ziet u informatie die vooraf wordt gegaan door een symbool.
ENKELE WOORDEN OVER VEILIGHEID Uw veiligheid, en de veiligheid van anderen is zeer belangrijk. En het veilig gebruik van deze generator is een belangrijke verantwoordelijkheid. Om u te helpen de juiste beslissingen ten aanzien van de veiligheid te nemen, bieden we u gebruiksprocedures en andere informatie op stickers en in deze handleiding aan. Deze informatie waarschuwt u voor potentiële gevaren waardoor u of anderen letsel zouden kunnen oplopen.
INHOUD VEILIGHEID VAN DE GENERATOR ................................................. 6 BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN ............................. 6 Verantwoordelijkheden van de gebruiker .................................. 6 Gevaar van koolmonoxidevergiftiging ....................................... 7 Gevaar van elektrische schokken............................................. 8 Brandgevaar ......................................................................... 8 Vul de tank zorgvuldig bij. .......
INHOUD WERKING ................................................................................. 31 VEILIGHEIDSMAATREGELEN ................................................... 31 DE MOTOR STARTEN ............................................................. 33 DE MOTOR STOPPEN ............................................................. 36 DE MOTOR STARTEN met AFSTANDSBEDIENING (optioneel onderdeel) ...........................................................
INHOUD TRANSPORT............................................................................. 71 ONVERWACHTE PROBLEMEN VERHELPEN................................... 73 DE MOTOR START NIET ......................................................... 73 MOTOR HEEFT ONVOLDOENDE VERMOGEN............................. 74 GEEN VERMOGEN AAN AC-CONTACTDOZEN ........................... 74 TECHNISCHE INFORMATIE......................................................... 75 Plaats van serienummer .............................
VEILIGHEID VAN DE GENERATOR BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Honda-generatoren zijn ontworpen voor gebruik met elektrische apparatuur met een passende vermogensbehoefte. Onjuist gebruik kan persoonlijk letsel of beschadiging van de generator of overige voorwerpen veroorzaken. Door de aanwijzingen in dit instructieboekje en op de generator na te leven wordt de kans op letsel of beschadiging geminimaliseerd. Hieronder worden de belangrijkste risico's en veiligheidsmaatregelen behandeld.
VEILIGHEID VAN DE GENERATOR Gevaar van koolmonoxidevergiftiging De uitlaatgassen van een generator bevatten giftige koolmonoxide. Dit gas is onzichtbaar en reukloos. Het inademen van koolmonoxide is BINNEN ENKELE MINUTEN DODELIJK. Voorkom koolmonoxidevergiftiging, volg deze instructies als u een generator bedient. • Laat een generator alleen BUITEN draaien, ver weg van ramen, deuren en ventilatieopeningen.
VEILIGHEID VAN DE GENERATOR Gevaar van elektrische schokken De spanning die de generator levert is hoog genoeg om ernstige elektrische schokken of elektrocutie te veroorzaken. • Gebruik de generator niet in natte omstandigheden. Houd de generator droog. – Gebruik de generator niet in sneeuw of regen. – Gebruik de generator niet in de buurt van een zwembad of sproeisysteem. – Gebruik de generator niet als uw handen nat zijn.
VEILIGHEID VAN DE GENERATOR Vul de tank zorgvuldig bij Benzine is uiterst brandbaar en brandstofdampen kunnen exploderen. • Vul de tank niet in bedrijf bij. • Laat de motor na gebruik eerst afkoelen. • Vul alleen buiten in een goed geventileerde omgeving en op een vlakke ondergrond met brandstof. • Rook nooit in de nabijheid van benzine en houd vlammen en vonken op afstand. • Vul de brandstoftank niet te veel. • Verwijder voor het starten eventueel de gemorste benzine.
VEILIGHEID VAN DE GENERATOR PLAATS VAN VEILIGHEIDSLABELS Deze labels waarschuwen voor mogelijke gevaren die ernstig letsel kunnen veroorzaken. Lees ze zorgvuldig. Als een label loslaat of slecht leesbaar is, vraag uw Honda-servicedealer dan om een nieuw exemplaar.
VEILIGHEID VAN DE GENERATOR • De Honda-generator is zodanig ontworpen dat deze veilig en betrouwbaar is, mits op de juiste manier bediend. Bestudeer de gebruikershandleiding alvorens de generator te gebruiken. Als dit niet gebeurt, kan dit leiden tot persoonlijk letsel of beschadiging van het materiaal. • Benzine is licht ontvlambaar en explosief. Schakel de motor uit en laat hem afkoelen voordat u benzine bijvult. • Uitlaatgas bevat het giftige koolmonoxide, een kleurloos en reukloos gas.
VEILIGHEID VAN DE GENERATOR • Bij een verkeerde aansluiting kan er via het elektrische systeem van het gebouw stroom worden afgegeven naar het elektriciteitsnet. Hierdoor bestaat de kans dat mensen die werkzaamheden uitvoeren aan het net geëlektrocuteerd worden en kan de generator, als er weer spanning op het net gezet wordt, exploderen, in brand vliegen of brand veroorzaken. Raadpleeg het elektriciteitsbedrijf of een erkende elektricien voordat er elektrische aansluitingen worden gemaakt.
PLAATS VAN CE-MERK & GELUIDSLABEL CE-MERK & GELUIDSLABEL GELUIDSLABEL Prestatieklasse Kwaliteitsklasse IP-code Leeggewicht Fabrikant en adres Productiejaar Naam en adres geautoriseerde vertegenwoordiger De naam en het adres van de fabrikant en de geautoriseerde vertegenwoordiger zijn geschreven in de "EU-conformiteitsverklaring" OVERZICHT van deze gebruikershandleiding.
BEDIENING & FUNCTIES LOCATIE VAN ONDERDELEN EN & BEDIENING Zoek en identificeer aan de hand van de afbeeldingen op deze bladzijden de meest gebruikte bedieningselementen.
BEDIENING & FUNCTIES BRANDSTOFMETER BRANDSTOFTANKDOP ZEKERING (achter het serviceluik accu) SERVICELUIK RECHTERZIJDE HANDGREEP REPETEERSTARTER OLIEVULDOP ACCU (in accuserviceluik) OLIEAFTAPPLUG MASSA-AANSLUITING HANDGREEP STANDAARD SERVICELUIK LINKERZIJDE INSPECTIELUIKJEBOUGIE LUCHTFILTER TIP UITLAAT WIEL 15
BEDIENING & FUNCTIES BEDIENING HOOFD-schakelaar De HOOFD-schakelaar bedient het ontstekingssysteem. UIT AAN UIT – Zet de motor uit. De sleutel van de hoofdschakelaar kan verwijderd/geplaatst worden. AAN – Werkstand, en om te starten met de START-knop of repeteerstarter, en voor het gebruik van de afstandsbediening (optionele onderdelen). ···AAN HOOFDSCHAKELAAR START-knop Zet de HOOFD-schakelaar in de AAN-stand, druk de START-knop in en laat deze weer los om de motor te starten.
BEDIENING & FUNCTIES Handgreep van de repeteerstarter Wordt gebruikt als de accuspanning te laag is om de startmotor rond te draaien. Door aan het startkoord te trekken wordt de motor gestart. HANDGREEP REPETEERSTARTER 20° ATENTIE • Trek in horizontale richting aan de repeteerstarter en wijk hiervan niet meer dan 20 graden af. • Laat de handgreep van de repeteerstarter niet terugschieten. Leid de handgreep terug om schade aan het startmechanisme te voorkomen.
BEDIENING & FUNCTIES Aansluitingen parallelschakeling Met deze aansluitingen wordt de EU70is aangesloten op een andere EU70is generator in parallelschakeling (zie bladzijde 42). Een door Honda goedgekeurde kit voor parallelschakeling (optionele uitrusting) is vereist voor parallelschakeling. U kunt deze kit bij uw servicedealer kopen.
BEDIENING & FUNCTIES Type F AC-CIRCUITONDERBREKER VOOR CONTACTDOOS (1) AC-CIRCUITONDERBREKER VOOR CONTACTDOOS (2) AAN ···AAN ···UIT AAN UIT UIT DRUKKEN AC-CIRCUITONDERBREKER VOOR CONTACTDOOS (3) (1) 230 V 30 A (2) 230 V 16 A (3) 230 V 16 A Type IT AC-CIRCUITONDERBREKER VOOR CONTACTDOOS (1) AC-CIRCUITONDERBREKER VOOR CONTACTDOOS (2) AAN ···AAN ···UIT AAN UIT UIT DRUKKEN AC-CIRCUITONDERBREKER VOOR CONTACTDOOS (3) (1) 230 V 30 A (2) 230 V 16 A (3) 230 V 16 A 19
BEDIENING & FUNCTIES Uitklapbare handgreep Door de opklapbare handgreep is de generator gemakkelijk te duwen. Klap de handgreep in als de generator stil staat. Plaats geen voorwerpen op de uitgeklapte handgreep. Handgreep uitklappen Breng de handgreep omhoog. De handgreep wordt vergrendeld en blijft op zijn plaats. Handgreep inklappen 1.Druk beide vergrendelingen omlaag. 2.Duw de handgreep omlaag.
BEDIENING & FUNCTIES Serviceluiken Locatie serviceluik. GRENDEL SERVICELUIK RECHTERZIJDE • Motorolieniveau controleren • Motorolie verversen • Gebruik repeteerstarter GRENDEL SERVICELUIK LINKERZIJDE • Bougie controleren of vervangen • Luchtfilter controleren of reinigen Duw het luik dicht en draai de grendel. GRENDEL Zorg dat het serviceluik gesloten als als de generator in gebruik is.
BEDIENING & FUNCTIES KENMERKEN Massa-aansluiting De massa-aansluiting is bevestigd aan het frame van de generator, aan de niet-stroomvoerende metalen delen van de generator en aan de massa-aansluitingen van elke contactdoos.
BEDIENING & FUNCTIES Controlelampje AFGIFTE VERMOGEN Onder normale omstandigheden brandt het groene controlelampje AFGIFTE VERMOGEN constant. Hiermee wordt aangegeven dat de generator stroom levert via de contactdozen. CONTROLELAMPJE AFGIFTE VERMOGEN (GROEN) Waarschuwingslampje OVERBELASTING Bij overbelasting van de generator, kortsluiting in een aangesloten apparaat of oververhitting van de inverter gaat het rode waarschuwingslampje OVERBELASTING branden.
BEDIENING & FUNCTIES Controlelampje LAAG OLIENIVEAU Het oliealarmsysteem voorkomt motorschade die kan ontstaan door onvoldoende olie in het carter. Als het olieniveau in het carter een bepaalde minimale grens bereikt, gaat het controlelampje LAAG OLIENIVEAU branden en schakelt het systeem de motor automatisch uit (de HOOFD-schakelaar blijft in de stand AAN). Op het display van de i-Monitor verschijnt de melding OIL en het controlelampje LAAG OLIENIVEAU gaat branden.
BEDIENING & FUNCTIES i-Monitor De i-Monitor is een gebruikersinterface waarmee de gebruiker (als de generator in werking is) de totale bedrijfstijd in uren, het vermogen, het motortoerental, de accuspanning en de foutmeldingen van de generator kan bekijken. De verschillende standen van het display kunnen worden geselecteerd door op de knop i-Monitor te drukken. i-Monitor bij het opstarten Tijdens het opstarten knipperen het display van de i-Monitor en alle drie controlelampjes gelijktijdig eenmaal.
BEDIENING & FUNCTIES Stand 2 display i-Monitor – Vermogen In deze stand wordt op het scherm weergegeven hoeveel vermogen de generator ongeveer afgeeft. Het vermogen wordt uitgedrukt in VA (voltampère). Het weergegeven vermogen is geen exacte meting en dient alleen als referentie te worden gebruikt. Het vermogen wordt pas weergegeven als er een apparaat op de generator wordt aangesloten.
BEDIENING & FUNCTIES Melding i-Monitor voor lage accuspanning Als de contactschakelaar in stand START wordt gezet en de melding "batt" knippert op het display van de i-Monitor, is de accuspanning te laag om de elektrische starter van de motor te bedienen. Start de generator met de repeteerstarter. Laat de accu opladen en nakijken (zie bladzijde 65).
BEDIENING & FUNCTIES Brandstofmeter De brandstofmeter is een mechanisch apparaat dat het brandstofniveau in de tank meet. Het rode controlelampje in het venster geeft het niveau in in relatie tot vol of leeg. Vul de tank voor gebruik voor een langere werking. Controleer het brandstofniveau als de generator op een vlakke ondergrond staat. Vul brandstof bij als de motor UIT en afgekoeld is.
ALVORENS AAN DE SLAG TE GAAN BENT U GEREED OM AAN DE SLAG TE GAAN? Uw veiligheid is uw verantwoordelijkheid. Enige voorbereiding vermindert de kans op letsel aanzienlijk. Kennis Bestudeer deze handleiding. Zorg dat u weet waar de bedieningselementen voor zijn en hoe u ze gebruikt. Zorg dat u bekend bent met (het gebruik van) de generator voor u deze gaat gebruiken. Zorg ervoor dat u weet hoe u de generator in noodsituaties snel kunt uitschakelen.
ALVORENS AAN DE SLAG TE GAAN Motor controleren • Kijk vóór elk gebruik rondom en onder de motor naar tekenen van olie- of benzinelekkage. • Controleer het motorolieniveau (zie bladzijde 54). Door een laag motorolieniveau schakelt het oliealarmsysteem de motor uit. • Reinig de luchtfilters (zie bladzijde 57). Vuile luchtfilters beperken de luchtstroom naar het brandstofsysteem, waardoor de prestaties van de motor en de generator verslechteren. • Controleer het brandstofniveau (zie bladzijde 52).
WERKING VEILIGHEIDSMAATREGELEN Lees de hoofdstukken VEILIGHEID VAN GENERATOR (zie bladzijde 6) en ALVORENS U DE GENERATOR GEBRUIKT (zie bladzijde 29) voordat u de generator voor het eerst gebruikt. Neem uw veiligheid in acht. Gebruik de generator nooit in een afgesloten ruimte zoals een garage. De uitlaatgassen van uw generator bevatten giftig koolmonoxidegas dat zich ophoopt in een afgesloten ruimte en kan leiden tot ziekte en de dood.
WERKING • Overschrijd de maximale stroomsterkte van de verschillende contactdozen niet. • Breng geen wijzigingen aan de generator aan en gebruik deze niet voor andere doeleinden dan die waarvoor het apparaat bestemd is. Let tijdens het gebruik van de generator verder op de volgende punten. • Verleng de uitlaatpijp niet. • Als een verlengkabel noodzakelijk is, gebruik dan een flexibele kabel met een zware rubberen isolatie (IEC 245 of soortgelijk).
WERKING DE MOTOR STARTEN Voorkom brand, plaats de generator tijdens het gebruik op minstens 1 meter afstand van muren van gebouwen en andere apparaten. Plaats geen brandbare voorwerpen in de buurt van de motor. ATENTIE • Het gebruik van deze generator op een afstand minder dan 1 meter uit de buurt van een gebouw of ander obstakel kan leiden tot oververhitting van en schade aan de generator. • Voor een juiste koeling, dient er minstens 1 meter lege ruimte boven en om de generator te zijn.
WERKING 2.Controleer of de eco-schakelaar in de stand UIT is. Zo niet, dan duurt het opwarmen langer. Als u het eco-systeem wilt gebruiken, zet de ecoschakelaar in de stand AAN nadat de motor 2 of 3 minuten is opgewarmd. 3.Zet de HOOFD-schakelaar in de stand AAN. 4.Druk de START-knop in en laat deze weer los. De START-knop werkt 5 seconden. Zodra de motor start, stopt de starter automatisch.
WERKING • Gebruik de repeteerstarter als de accuspanning te laag is om de startmotor rond te draaien. UIT a. Zet de HOOFD-schakelaar in de stand AAN. AAN b. Open het rechter serviceluik door de vergrendeling linksom te draaien. c. Trek licht aan de handgreep van de repeteerstarter tot een weerstand voelbaar is, geef dan een flinke ruk aan de handgreep in de richting van de pijl.
WERKING DE MOTOR STOPPEN Als u in een noodgeval de motor snel moet uitschakelen, draait u de HOOFD-schakelaar gewoon naar de stand UIT. Voer onder normale omstandigheden de volgende procedure uit. 1.Zet de HOOFD-schakelaar in de stand UIT. UIT AAN ···UIT ···AAN HOOFDSCHAKELAAR 2.Koppel alle apparaten af van de AC-contactdozen van de generator. 3.
WERKING DE MOTOR STARTEN met AFSTANDSBEDIENING (optioneel onderdeel) 1.Zet de HOOFD-schakelaar van de generator in de stand AAN. UIT AAN ···UIT ···AAN HOOFDSCHAKELAAR 2.Zet de HOOFD-schakelaar van de afstandsbediening in de stand AAN. 3.Druk de START-knop in en laat deze weer los. De START-knop werkt 5 seconden. Zodra de motor start, stopt de starter automatisch. Het controlelampje gaat branden als de motor start.
WERKING DE MOTOR STOPPEN met AFSTANDSBEDIENING (optioneel onderdeel) 1.Zet de HOOFD-schakelaar van de afstandsbediening in de stand UIT.
WERKING WERKING AC Sluit een aardlekschakelaar aan met overbelastingsbescherming van 30 mA lekstroomdetectie en een onderbreking binnen 0,4 seconde bij een uitgangsstroom van meer dan 30 A, indien u twee of meer apparaten gebruikt. Volg voor gebruik de instructies van de betreffende fabrikant van de aardlekschakelaar.
WERKING 2.Sluit het apparaat aan. De meeste gemotoriseerde apparaten hebben meer dan hun nominale vermogen nodig om te kunnen starten. STEKKER Bij overbelasting van de generator, kortsluiting in een aangesloten apparaat of oververhitting van de inverter gaat het rode waarschuwingslampje OVERBELASTING branden. Het rode waarschuwingslampje OVERBELASTING blijft branden. Na ongeveer 5 seconden wordt de spanning naar het aangesloten apparaat verbroken en gaat het groene controlelampje AFGIFTE VERMOGEN uit.
WERKING Wisselstroomtoepassingen Alvorens een apparaat of voedingskabel op de generator wordt aangesloten: • Zorg ervoor dat alles goed functioneert. Defecte apparaten of voedingskabels kunnen een elektrische schok veroorzaken. • Als een aangesloten apparaat abnormaal gaat functioneren, traag wordt of plotseling stopt, zet het apparaat dan onmiddellijk uit. Koppel het apparaat los en onderzoek of het probleem in het apparaat zit of dat de nominale capaciteit van de generator is overschreden.
WERKING PARALLELSCHAKELING AC Controleer, voordat een apparaat op een generator wordt aangesloten, of het goed functioneert en of het aangegeven vermogen niet groter is dan van de contactdoos. De meeste elektromotoren vergen voor het opstarten meer vermogen dan het opgegeven nominale vermogen. Als een elektrische motor wordt gestart, kan het controlelampje OVERBELASTING (rood) gaan branden. Dit is normaal, zolang het controlelampje OVERBELASTING (rood) binnen 5 seconden dooft.
WERKING Als de generatoren overbelast zijn (zie bladzijde 45), of als er een kortsluiting is in een aangesloten apparaat, gaan de controlelampjes OVERBELASTING (rood) AAN. De controlelampjes OVERBELASTING (rood) blijven branden. Na ongeveer 5 seconden wordt de spanning naar een of meer aangesloten apparaten verbroken en gaat het controlelampje AFGIFTE VERMOGEN uit. Stop beide motoren en onderzoek het probleem.
WERKING Parallelschakeling apparaten Twee EU70is generatoren kunnen samen aangesloten worden via een kit voor parallelschakeling (optionele uitrusting) om meer vermogen te leveren. Volg de met de kit voor parallelschakeling meegeleverde instructies. Alvorens een apparaat of netsnoer op de generator aan te sluiten: • Zorg ervoor dat alles goed functioneert. Defecte apparaten of voedingskabels kunnen een elektrische schok veroorzaken.
WERKING De meeste elektromotoren vergen voor het opstarten meer vermogen dan het opgegeven nominale vermogen. Zorg ervoor dat het aangegeven vermogen van het werktuig niet hoger is dan dat van de generator. Maximaal vermogen bij parallelschakeling: 14,0 kVA (neem de instructies m.b.t. vermogenslimiet kit parallelschakeling in acht). Overschrijd het nominale vermogen niet als de generator continu werkt. Nominaal vermogen bij parallelschakeling: 11,0 kVA (neem de instructies m.b.t.
WERKING ECO-SYSTEEM Als de schakelaar in de stand AAN is, wordt het motortoerental automatisch verlaagd als de belasting minder wordt, apparaten worden uitgeschakeld of afgekoppeld. Wanneer de apparaten aangezet of aangesloten worden, schakelt het motortoerental over naar de juiste snelheid om apparaten aan te drijven. In de stand UIT, werkt het eco-systeem niet.
WERKING NOODSTROOMVOORZIENING Aansluiten op de elektrische installatie van een gebouw Een bevoegde elektricien dient aansluitingen voor noodstroomvoorziening op de elektrische installatie van een gebouw te maken. De aansluiting moet de generatorstroom isoleren van de spanning op het net, en moet voldoen aan alle wetten en bepalingen die van toepassing zijn op elektriciteit. Bij een verkeerde aansluiting kan er via het elektrische systeem van het gebouw stroom worden afgegeven naar het elektriciteitsnet.
WERKING Speciale vereisten Mogelijk zijn lokale wetten, bepalingen of voorschriften van toepassing op het gebruik waarvoor de generator bestemd is. Neem,contact op met een erkende elektricien, elektrische inspecteur of de lokale regelgevende instantie. • In sommige landen moeten generatoren worden geregistreerd bij plaatselijke elektriciteitsbedrijven. • Als de generator wordt gebruikt op een bouwplaats, dienen er wellicht ook nog andere wetten te worden nageleefd.
UW GENERATOR ONDERHOUDEN HET BELANG VAN ONDERHOUD Goed onderhoud is van cruciaal belang voor een veilige, rendabele en probleemvrije werking. Daarbij wordt luchtvervuiling teruggedrongen. Om u te helpen bij een goede behandeling van uw generator, bevatten de volgende bladzijden een onderhoudsschema, procedures voor routine-inspectie en eenvoudige onderhoudsprocedures met gebruik van eenvoudig handgereedschap.
UW GENERATOR ONDERHOUDEN VEILIG ONDERHOUD Hieronder staan de voornaamste veiligheidsmaatregelen. We kunnen u echter niet voor elk denkbaar gevaar waarschuwen dat zich bij het uitvoeren van onderhoud kan voordoen. Alleen uzelf kunt bepalen of u een bepaalde taak al dan niet zelf kunt uitvoeren. Volgt u de onderhoudsinstructies en voorzorgsmaatregelen niet zorgvuldig op, dan kan dat tot ernstig - en zelfs dodelijk - letsel leiden. Volg altijd de procedures en veiligheidsmaatregelen in de handleiding op.
UW GENERATOR ONDERHOUDEN ONDERHOUDSSCHEMA NORMALE ONDERHOUDSINTERVAL (3) ONDERDEEL Voer de werkzaamheden uit binnen de aangegeven termijnen of bedrijfsuren, afhankelijk van wat het eerste wordt bereikt.
UW GENERATOR ONDERHOUDEN BRANDSTOF TANKEN Stop de motor en controleer vervolgens de brandstofmeter. Vul de tank bij als deze bijna leeg is. Benzine is licht ontvlambaar en explosief. U kunt brandwonden oplopen of ernstig gewond raken bij verkeerde omgang met brandstof. • Stop de motor en zorg dat er geen warmtebron, vonken en open vuur in de nabijheid zijn. • Werk uitsluitend in de buitenlucht met brandstof. • Veeg gemorste benzine direct op. ATENTIE Brandstof kan lak en kunststof beschadigen.
UW GENERATOR ONDERHOUDEN BRANDSTOFTANKDOP BRANDSTOFFILTER VOL LEEG BRANDSTOFMETER MERKTEKEN MAXIMUMNIVEAU (ROOD) Plaats de tankdop na het vullen goed terug. AANBEVOLEN BRANDSTOF Deze motor is gecertificeerd voor gebruik op normale loodvrije benzine met een octaangehalte van 89 of hoger. Gebruik uitsluitend loodvrije benzine, anders vermindert de effectiviteit van de katalysator. Dit heeft een negatieve invloed op de emissies. Gebruik nooit oude of vervuilde benzine of een olie/benzinemengsel.
UW GENERATOR ONDERHOUDEN MOTOROLIENIVEAU CONTROLEREN Controleer het motorolieniveau wanneer de motor uit is en de generator op een vlakke ondergrond staat. 1.Open het rechter serviceluik door de vergrendeling linksom te draaien. 2.Verwijder de olievuldop. 3.Controleer het oliepeil. Als het peil onder het bovenste streepje ligt, vult u tot het bovenste streepje van de vulopening bij met aanbevolen olie (zie bladzijde 56). 4.Draai de olievuldop weer stevig vast. 5.
UW GENERATOR ONDERHOUDEN MOTOROLIE VERVERSEN Tap de olie af terwijl de motor warm is om de olie snel en volledig af te tappen. 1.Open het rechter serviceluik door de vergrendeling linksom te draaien. 2.Reik onder de generator en verwijder de zwarte rubberen afdichting onder de olieaftapplug. 3.Zet een geschikte bak onder de generator om daarin de gebruikte olie op te vangen. 4.Verwijder de olievuldop. 5.Verwijder de olieaftapplug en de afdichtring en tap de olie af. 6.
UW GENERATOR ONDERHOUDEN AANBEVELINGEN MOTOROLIE Olie is een belangrijke factor voor wat betreft motorvermogen en levensduur. Gebruik viertaktolie die aan de API-serviceklasse SE of hoger voldoet (of gelijkwaardig). Controleer altijd of de letters SE of hoger op het APIservicelabel op de olieflacon staan vermeld (of gelijkwaardig). SAE 10W-30 is voorgeschreven voor algemeen gebruik.
UW GENERATOR ONDERHOUDEN ONDERHOUD LUCHTFILTER 1.Open het linker serviceluik door de vergrendeling linksom te draaien. 2.Maak de clips van het luchtfilterdeksel los; verwijder het filterdeksel. CLIP PAPIEREN LUCHTFILTER GELEIDER SCHUIMRUBBER LUCHTFILTER LUCHTFILTERDEKSEL 3.Schuimrubber luchtfilter: a. Verwijder het schuimrubber luchtfilter uit het luchtfilterdeksel. b. Controleer of het schuimrubber luchtfilter schoon is en in goede staat verkeert.
UW GENERATOR ONDERHOUDEN SCHUIMRUBBER LUCHTFILTER REINIGEN Een vervuild schuimrubber luchtfilter beperkt de hoeveelheid lucht die naar het brandstofsysteem stroomt, waardoor de motor slechtere prestaties levert. Als u de generator in een zeer stoffige omgeving gebruikt, reinig het schuimrubber luchtfilter dan vaker dan in het onderhoudsschema voorgeschreven. 1.Reinig het schuimrubber luchtfilter in een warme zeepoplossing, spoel het na met schoon water en laat het grondig drogen.
UW GENERATOR ONDERHOUDEN ONDERHOUD BOUGIE Aanbevolen bougies: BPR6ES (NGK) Voor een optimale werking van de motor moet de elektrodenafstand correct zijn en de bougie vrij zijn van afzettingen. ATENTIE Een verkeerde bougie kan motorschade veroorzaken. Laat een hete motor afkoelen voordat u onderhoud aan de bougie uitvoert. 1.Open het linker serviceluik door de vergrendeling linksom te draaien. 2.Draai de schroef los en verwijder het inspectieluikje voor de bougie.
UW GENERATOR ONDERHOUDEN 5.Controleer de bougie. Vervang deze als de elektrodes versleten of vervuild zijn, wanneer de isolator gebarsten is of er stukjes af zijn. MASSA-ELEKTRODE 6.Meet de elektrodenafstand met een voelermaatje. Corrigeer de afstand, verbuig de elektrode voorzichtig indien nodig. 0,7–0,8 mm ONDERLEGRING ISOLATOR De elektrodenafstand moet zijn: 0,7–0,8 mm 7.
UW GENERATOR ONDERHOUDEN ONDERHOUD VONKENVANGER Als de motor heeft gedraaid, is de uitlaatdemper erg heet. Laat de uitlaatdemper afkoelen alvorens onderhoud te plegen aan de vonkenvanger. 1.Verwijder de twee schroeven van 5×16 mm, het eindstuk en de vonkenvanger. VONKENVANGER EINDSTUK 5×16 mm SCHROEF (2) 2.Verwijder met een borstel de roetaanslag van de vonkenvanger. Ga voorzichtig te werk om niets te beschadigen. Er mogen geen scheuren of breuken in de vonkenvanger zitten.
UW GENERATOR ONDERHOUDEN ACCU-ONDERHOUD Het oplaadsysteem van de generatormotor laadt de accu op terwijl de motor draait. Als de generator weinig wordt gebruikt, dient de accu elke maand te worden opgeladen om de levensduur van de accu te behouden. De accu bevat zwavelzuur (elektrolyt), dat zeer corrosief en giftig is. Als u elektrolyt in uw ogen of op uw huid krijgt, kan dit leiden tot ernstige brandwonden. Draag beschermende kleding en een beschermende bril als u in de buurt van de accu werkt.
UW GENERATOR ONDERHOUDEN De accu verwijderen Accupolen en -klemmen en aanverwante onderdelen bevatten lood en loodverbindingen. Was uw handen na het vastpakken. 1.Breng de handgreep omhoog. De handgrepen worden vergrendeld en de handgreep blijft op zijn plaats. BLOKKEERHEVEL HANDGREEP HANDGREEP 2.Draai de schroef los en verwijder het serviceluik van de accu.
UW GENERATOR ONDERHOUDEN 3.Neem eerst de minkabel los (–) van de minpool van de accu en neem vervolgens de pluskabel los (+) van de pluspool van de accu. 4.Maak de band van de accuhouder los van de onderste haak van de generator. ACCURIEM MINKABEL (–) PLUSKABEL (+) 5.Verwijder de accu. Dit symbool op de accu betekent dat dit product niet bij het huishoudelijk afval gezet mag worden. Onjuiste afvoer van accu´s kan schadelijk voor het milieu en de gezondheid van mens en dier zijn.
UW GENERATOR ONDERHOUDEN Acculader De accu stoot explosief waterstofgas uit tijdens de normale werking. Een vonk of vlam kan ertoe leiden dat de accu explodeert met een zodanige kracht dat u ernstig - en zelfs dodelijk - letsel kunt oplopen. Draag beschermende kleding en een beschermende bril, of laat een ervaren monteur het onderhoud aan de accu uitvoeren. De accu heeft een capaciteit van 11,2 Ah (ampère-uur).
UW GENERATOR ONDERHOUDEN ZEKERING Als de zekering is doorgebrand, werkt de startmotor niet meer. Als de zekering is doorgebrand, controleer dan wat de oorzaak hiervan is en repareer het defect voordat u de generator opnieuw gebruikt. Als de zekering blijft doorbranden, schakel de generator dan uit en raadpleeg uw servicedealer. 1.Zet de HOOFD-schakelaar in de stand UIT en verwijder de sleutel voordat u de zekering controleert of vervangt. 2.Draai de schroef los en verwijder het serviceluik van de accu. 3.
OPSLAG OPSLAG VOORBEREIDEN Goede voorbereidingen voor opslag zijn belangrijk om uw generator mechanisch en optisch in goede conditie te houden. De volgende stappen helpen voorkomen dat roest en corrosie in de weg staan van een mechanisch en optisch goede conditie, en maken het eenvoudiger om de motor te starten als u uw generator weer gaat gebruiken. Reinigen Wrijf de generator schoon met een vochtige doek.
OPSLAG Brandstoftank aftappen Benzine is licht ontvlambaar en explosief. U kunt brandwonden oplopen of ernstig gewond raken bij verkeerde omgang met brandstof. • Stop de motor en zorg dat er geen warmtebron, vonken en open vuur in de nabijheid zijn. • Werk uitsluitend in de buitenlucht met brandstof. • Veeg gemorste benzine direct op. Draai de tankdop los, verwijder het brandstoffilter en tap de brandstof af in een voor benzine geschikte bak.
OPSLAG Motorolie 1.Vervang de motorolie (zie pagina 55). 2.Verwijder de bougie (zie bladzijde 59). 3.Giet een theelepel (5 cm3) schone motorolie in de cilinder. 4.Trek enkele malen aan de starthandgreep om de olie in de cilinder te verdelen. 5.Monteer de bougie (zie bladzijde 60). 6.Trek langzaam aan de handgreep van de repeteerstarter tot er weerstand voelbaar is. Op dat punt komt de zuiger omhoog in de compressieslag en zijn de in- en uitlaatkleppen dicht.
OPSLAG VOORZORGSMAATREGELEN OPSLAG Als uw generator wordt opgeborgen met benzine in de brandstoftank, is het van belang om ontbrandingsgevaar als gevolg van benzinedamp te verkleinen. Kies een goed geventileerde ruimte uit de buurt van apparatuur die vlammen genereert, zoals een fornuis, een geiser of een droogtrommel. Kies ook geen ruimte waar elektromotoren vonken produceren, of waar elektrisch gereedschap wordt gebruikt.
TRANSPORT Als de generator heeft gedraaid, laat de motor dan minstens 15 minuten afkoelen alvorens de generator op een transportvoertuig te laden. Een hete motor en een heet uitlaatsysteem kunnen brandwonden en ontbranding van bepaalde materialen veroorzaken. Houd de generator horizontaal wanneer u het vervoert om brandstoflekkage te voorkomen.
TRANSPORT • Gebruik voor transport een takel om de generator met behulp van de (optionele) haak in te laden. • Als u de generator met 2 personen met de hand moet optillen, doe dit dan niet aan de handgreep of achterste buis. Til de generator op aan de daarvoor bestemde delen (gearceerde gedeelten in onderstaande afbeelding). Volgens EUROPESE NORM EN 12601: 2010 Het verplaatsen van een generator van 140 kg dient door 4 personen te worden uitgevoerd.
ONVERWACHTE PROBLEMEN VERHELPEN DE MOTOR START NIET Mogelijke oorzaak HOOFD-schakelaar is in de stand UIT. Geen benzine. Slechte brandstof, generator opgeslagen zonder de benzine af te tappen, of tank gevuld met benzine van slechte kwaliteit. Laag motorolieniveau veroorzaakte een oliealarm om de motor te stoppen. Bougie nat door brandstof (verzopen motor). De bougie is defect, vervuild of de elektrode- afstand is niet juist.
ONVERWACHTE PROBLEMEN VERHELPEN MOTOR HEEFT ONVOLDOENDE VERMOGEN Mogelijke oorzaak Luchtfilter verstopt. Slechte brandstof, generator opgeslagen zonder de benzine af te tappen, of tank gevuld met benzine van slechte kwaliteit. Brandstoffilter verstopt, storing in brandstofsysteem, brandstofpomp defect, ontsteking defect, kleppen zitten vast enz. Oplossing Reinig of vervang de bougie (zie bladzijde 57). Tap de brandstoftank af (zie bladzijde 68). Vul tank met verse benzine (zie bladzijde 52).
TECHNISCHE INFORMATIE Plaats van serienummer FRAMENUMMER Registreer het frameserienummer en de aankoopdatum in de ruimte hieronder. Geef deze informatie door bij het bestellen van onderdelen, bij het stellen van technische vragen of het indienen van garantieclaims.
TECHNISCHE INFORMATIE Specificaties Afmetingen Model Code Lengte [Handgreep omhoog] Breedte Hoogte Leeggewicht [massa]* EU70is EEJD 848 mm [1.
TECHNISCHE INFORMATIE Geluid Model Type Geluidsniveau op de werkplek (2006/42/EC) EU70is G, GW, F, IT 76 dB (A) (met eco-schakelaar AAN) Plaats microfoon Midden BEDIENINGSPANEEL 1,60 m 1,0 m Variantie Gemeten geluidsvermogensniveau (2000/14/EC, 2005/88/EC) Variantie Gegarandeerd geluidsvermogenniveau (2000/14/EC, 2005/88/EC) 2 dB (A) 88 dB (A) (met eco-schakelaar AAN) 2 dB (A) 90 dB (A) (met eco-schakelaar AAN) "Deze cijfers betreffen emissieniveaus en komen niet noodzakelijkerwijs overeen met veil
TECHNISCHE INFORMATIE Bedradingsschema (Zie binnenzijde achteromslag) Afkortingen Symbool Naam onderdeel ACCP AC-circuitonderbreker ACOR AC-contactdoos Bat Accu CPB Bedieningspaneel CSw Contactschakelaar EcoSw Eco-schakelaar EgB Motor FrB Frame FP Brandstofpomp FuB Zekeringkast GeB Generator GCU Regelunit generator GND Massa GT Massa-aansluiting IgC Bobine IgPG Ontstekingspulsgenerator In Injector IU Omvormer IUB Omvormer LED LED MSw HOOFD-schakelaar MW Generatorspoel NF Storingsfilter OLSw Olieniveauschake
TECHNISCHE INFORMATIE Contactdoos Type Vorm Plug AARDPEN G AARDPEN GW AARDPEN IT AARDPEN F 79
ASSEMBLAGE VEILIGHEID Het belang van juiste montage Een juiste montage is essentieel voor de veiligheid van de gebruiker en de betrouwbaarheid van het apparaat. Elke fout of nalatigheid tijdens montage of onderhoud kan een onjuiste werking, schade aan het apparaat of letsel tot gevolg hebben. Onjuiste montage kan leiden tot onveilige of levensgevaarlijke werkomstandigheden. Volg de montagevoorschriften en veiligheidsmaatregelen nauwkeurig op. Hieronder staan de voornaamste veiligheidsmaatregelen.
ASSEMBLAGE Belangrijke veiligheidsmaatregelen • Zorg ervoor dat u op de hoogte bent van alle veiligheidsvoorschriften op de werkplek en dat u geschikte kleding draagt en de juiste beschermende maatregelen neemt. Let tijdens de montage in het bijzonder op de volgende aspecten: Lees voor het beginnen de instructies en zorg ervoor dat u over de juiste gereedschappen en vaardigheden beschikt om veilig te werken.
ASSEMBLAGE ASSEMBLAGE Uitpakken 1.Neem de generator en de doos met losse onderdelen uit het krat. 2.Vergelijk de losse onderdelen met de onderdelenlijst hieronder. Benodigde gereedschappen: 12 mm sleutel, 10 mm sleutel of kruiskopschroevendraaier voor accuaansluitingen, tang (niet inbegrepen) Losse onderdelen Controleer alle losse onderdelen volgens onderstaande lijst. Ref. nr.
ASSEMBLAGE Plaatsen wielen Laat de generator niet werken zonder dat de wielen geplaatst zijn. De wielen zorgen ervoor dat er lucht kan stromen tussen de grond en de luchtinlaat. ATENTIE Als de wielen niet geplaatst zijn, worden er mogelijk vuil of andere voorwerpen in de luchtinlaat van de generator gezogen, wat kan leiden tot schade aan de generator. Bedien de generator alleen als de wielen geplaatst zijn. 1.Plaats de twee wielen op de as met de 20 mm ringen en 4,0×28 mm splitpennen. 2.
ASSEMBLAGE Accu Accupolen en -klemmen en aanverwante onderdelen bevatten lood en loodverbindingen. Was uw handen na het vastpakken. Tijdens het transport is de accu afgekoppeld en vastgezet in de accuhouder. 1.Verwijder het serviceluik voor de accu (zie bladzijde 63). 2.Maak de accuriem los van de onderste haak en verwijder de accu. 3.Verwijder alleen de accukabels uit de draaiklem. Zorg dat de 4-polige blauwe bedradingsstekker met de draaiklem wordt vastgezet. Laad de accu op. Zie bladzijde 65.
ASSEMBLAGE Motorolie De generator wordt verzonden ZONDER OLIE in de motor. Plaats de generator op een vlakke ondergrond. Open het rechter serviceluik door de vergrendeling linksom te draaien. Verwijder de olievuldop. Voeg aanbevolen olie toe tot het olieniveau het bovenste streepje van de olievulopening bereikt. OMGEVINGSTEMPERATUUR OLIEVULDOP Gebruik viertaktolie die aan de API-serviceklasse SE of hoger voldoet (of gelijkwaardig). SAE 10W-30 is voorgeschreven voor algemeen gebruik bij alle temperaturen.
ASSEMBLAGE Accuspanning Controleer de accuspanning met de i-Monitor (zie bladzijde 26). De accuspanning moet 12,3 V of hoger zijn. Als de accuspanning laag is, laadt de accu op tot de accuspanning 12,3 V of hoger is.
ACCESSOIRES AFSTANDSBEDIENING Het gebruik van de afstandsbediening in vochtige omstandigheden als regen of sneeuw, in de nabijheid van een zwembad of sprinklerinstallatie en bediening met natte handen kan leiden tot storingen. Houd de afstandsbediening droog. (beschermingsniveau: IP3X) 1.Verwijder het serviceluik voor de accu (zie bladzijde 63). 2.Verwijder de plug uit de 6-polige stekker. • Gooi de plug niet weg. De plug moet weer in de stekker geplaatst worden als de afstandsbedieningskit verwijderd is.
ACCESSOIRES 4.Pas de bedrading in het gedeelte van vet serviceluik van de accu dat verwijderd kan worden. 5.Steek de kabel van de afstandsbediening in de 6-polige stekker. 6.Plaats het serviceluik van de accu en draai de schroef vast. AFSTANDSBEDIENINGSKABEL AFSTANDSBEDIENINGSKABEL BEDRADING SERVICELUIK ACCU AFSTANDSBEDIENING 7.Maak de kabel van de afstandsbediening zoals afgebeeld met een klemband vast aan het frame, om te voorkomen dat de kabel per ongeluk uit de stekker wordt getrokken.
ACCESSOIRES HIJSBEUGEL-SET Bescherm de brandstoftank en de framebuis met beschermende folie tijdens de montage van de hijsbeugel. 1.Schuif een kant van de hijsbeugel onder de framebuis aan de linkerkant van de generator. 2.Schuif de andere kant van de hijsbeugel onder de framebuis aan de rechterkant van de generator. BESCHERMLAAG (in de handel verkrijgbaar) BEUGEL 3.
MEMO 90
BEDRADINGSSCHEMA
ADRESSEN Honda-IMPORTEURS Neem voor meer informatie contact op met het klantencontactcentrum van Honda dat op het volgende adres of via het volgende telefoonnummer is te bereiken:
OOSTENRIJK KROATIË FINLAND Honda Motor Europe Ltd Hongoldonia d.o.o. OY Brandt AB. Hondastraße 1 Vrbaska 1c Tuupakantie 7B 2351 Wiener Neudorf 31000 Osijek 01740 Vantaa Tel. : +38531320420 Tel. : +358 207757200 Fax : +38531320429 Fax : +358 9 878 5276 www.hongoldonia.hr http://www.brandt.fi Tel. : +43 (0)2236 690 0 Fax : +43 (0)2236 690 480 http://www.honda.at HondaPP@honda.co.at BALTISCHE STATEN (Estland/Letland/ Litouwen) Honda Motor Europe Ltd Meistri 12 13517 Tallinn, Estonia Tel.
HONGARIJE MALTA PORTUGAL Motor Pedo Co., Ltd. The Associated Motors GROW Productos de Forca Portugal Kamaraerdei ut 3. Company Ltd. Rua Fontes Pereira de Melo 16 2040 Budaors New Street in San Gwakkin Road Abrunheira, 2714-506 Sintra Tel. : +36 23 444 971 Mriehel Bypass, Mriehel QRM17 Tel. : +351 211 303 000 Fax : +36 23 444 972 Tel. : +356 21 498 561 Fax : +351 211 303 003 http://www.hondakisgepek.hu Fax : +356 21 480 150 http://www.grow.com.pt info@hondakisgepek.hu abel.leiriao@grow.
SERVIË & MONTENEGRO PROVINCIE TENERIFE (Canarische Eilanden) Honda Ukraine LLC OEKRAÏNE 101 Volodymyrska Str. - Build. 2 BPP Group d.o.o Automocion Canarias S.A. Generala Horvatovica 68 Carretera General del Sur, KM. 8,8 Kyiv 01033 11000 Belgrade 38107 Santa Cruz de Tenerife Tel. : +380 44 390 14 14 Tel. : +381 11 3820 295 Tel. : +34 (922) 620 617 Fax : +380 44 390 14 10 Fax : +381 11 3820 296 Fax : +34 (922) 618 042 http://www.honda.ua http://www.hondasrbija.co.rs http://www.aucasa.
"EC Declaration of Conformity" (EU-conformiteitsverklaring) OVERZICHT EC Declaration of Conformity 1. The undersigned, Pascal De Jonge, on behalf of the authorized representative, herewith declares that the machinery described below fulfils all the relevant provisions of: x Directive 2006/42/EC on machinery x Directive 2004/108/EC on electromagnetic compatibility x Directive 2000/14/EC – 2005/88/EC on outdoor noise 2.
Français. (French) Déclaration CE de Conformité 1. Le sous signé, Pascal De Jonge, de la part du représentant autorisé, déclare que la machine décrit ci-dessous répond à toutes les dispositions applicables de * Directive Machine 2006/42/CE * Directive 2004/108/CE sur la compatibilité électromagnétique * Directive 2000/14/CE - 2005/88/CE des émissions sonores dans l'environnement des matériels destinés à être utilisé à l'extérieur des batiments 2.
Português (Portuguese) Declaração CE de Conformidade 1. O abaixo assinado, Pascal De Jonge, declara deste modo, em nome do mandatário, que o máquina abaixo descrito cumpre todas as estipulações relevantes da: * Directiva 2006/42/CE de máquina * Directiva 2004/108/CE de compatibilidade electromagnética * Directiva 2000/14/CE - 2005/88/CE de ruído exterior 2. Descrição da máquina a) Denominação genérica : Gerador b) Função : produção de energia eléctrica c) Marca d) Tipo e) Número de série 3. Fabricante 4.
/LHWXYLǐ NDOED /LWKXDQLDQ EB atitikties deklaracija IJ<E396525D5<32:25g539