Operation Manual
GEBRUIK
GEBRUIK VAN HET GENERATORAGGREGAAT
Uw Honda generatoraggregaat is een betrouwbaar apparaat. Het garanderen van de veiligheid
van zijn gebruikers stond tijdens zijn ontwerpfaze op de allereerste plaats. Dankzij zijn hulp
wordt alles makkelijker, thuis en op het werk. Maar het kan ook een potentieel
elektrokutiegevaar vormen indien de in dit hoofdstuk gegeven gebruiksinstrukties niet in acht
genomen worden.
•
Nooit het generatoraggregaat op een netstopkontakt aansluiten.
•
Geen enkel apparaat aansluiten zolang het generatoraggregaat nog niet gestart is.
•
Niet de interne bedrading van het aggregaat veranderen.
•
De afstelling van de motor mag niet gewijzigd worden: de stroomfrekwentie en de spanning
die door de generator geleverd worden, zijn een rechtstreeks gevolg van de draaisnelheid
van de motor. Deze afstellingen worden in de fabriek uitgevoerd.
•
Slechts in goede staat verkerende apparaten aansluiten: de meeste draagbare elektrische
werktuigen zijn Klasse II (dubbele isolering). In geval van gebruik van een apparaat dat niet
met deze klasse overeenkomt (metaalachtige omhulsels o.a.) moet men deze aansluiten
met een 3-aderige kabel (met aardedraad) teneinde het potentieel van de massa’s veilig te
stellen in geval van elektrische storing.
•
Slechts apparaten aansluiten waarvan de op hun type plaatje aangegeven spanning
overeenkomt met de spanning die door het generatoraggregaat wordt afgegeven.
•
Bescherming tegen kortsluiting is afhankelijk van de automatisch zekzring welke speciaal
is bemeten voor de generator. Indien de zekering moet worden vervangen dient de nieuwe
dezelfde waarde en specificaties te hebben.
•
In verband met de optredende mechanische krachten dienen alleen zware rubberen
verlengsnoeren (volgenslEC 245-4) of vergelijkbaar te worden gebruikt.
•
Aarden van de generator is niet nodig.
•
De elektrische verlengsnoeren moeten met zorg worden uitgezocht, geinstalleerd en
onderhouden. In goede staat verkerend isolatiemateriaal verzekert de gebruiker van een
veilig gebruik. De kabels moeten regelmatig worden nagekeken. In geval van
beschadigingen moeten ze worden vervangen en niet gerepareerd. De lengte en doorsnede
van de verlengsnoeren aanpassen aan de te verrichte werkzaamheden. Een verlengsnoer
met geleiders van een doorsnede van 1.5 mm
2
mag niet langer dan 60 m. zijn, met geleiders
van een doorsnede van 2.5 mm
2
niet langer dan 100 m.
•
Het wordt niet aanbevolen het generatoraggregaat te gebruiken voor elektronische
toestellen zoals televisie, hifi-installaties, mikrocomputers enz. die qua spanningsvorm
en/of -regeling veeleisender zouden kunnen zijn.
•
Men moet iedere overbelasting vermijden en de hierna volgende regels beslist in acht
nemen teneinde de levensduur van het generatoraggregaat te waarborgen:
-
het totaal van de vermogens van de gelijktijdig op het generatoraggregaat aangesloten
apparaten moet overeenstemmen met de specificaties die in de laatste pagina’s van dit
handboek beschreven zijn,
-
elektromotoren hebben bij het starten een hoger vermogen nodig dan hun nominaal
vermogen (elektrisch handgereedschap, kompressors enz...). In geval van twijfel raden
wij U aan uw Honda dealer te raadplegen,
-
nooit de max. stroomsterkte overschrijden die voor iedere kontaktdoos aangegeven is.
•
Het generatoraggregaat mag niet tot zijn nominaal vermogen worden belast indien de
normale koelingsvoorwaarden niet in acht (kunnen) worden genomen. In geval van gebruik
in ongunstige omstandigheden, moet men ervoor zorgen dat het gevraagde vermogen
wordt verminderd.
De ideale gebruiksomstandigheden zijn als volgt:
-
atmosferische druk: 100 kPa (1 bar),
-
temperatuur van de omringende lucht: 25 °C,
-
vochtigheidsgehalte van de lucht: 30 %.
13
VEILIGHEID
WAARSCHUWING :
8 10 11










