Buscamper Vantana GEBRUIKSAANWIJZING Version 12/2015 NL
1. Inleiding Beste camperbezitter, Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw nieuwe HOBBY buscamper. Het in ons gestelde vertrouwen is voor ons aanleiding ernaar te streven onze voertuigen voortdurend te verbeteren, met nieuwe ideeën, technische innovaties en subtiele details. Lees deze gebruiksaanwijzing a.u.b. aandachtig door, ook als u al langere tijd een camper of buscamper hebt gehad.
2 1. Inleiding Hoofdstuk 1: Inleiding 1.1 Algemeen..................................................................... 4 1.2 In deze handleiding gebruikte aanduidingen..... ......... 6 Hoofdstuk 2: Veiligheid 2.1 Gebruik volgens de voorschriften.............................. 8 2.2 Algemeen.................................................................... 8 2.3 Brandveiligheid........................................................... 9 2.4 Uitrusting.....................................................
1. Inleiding Hoofdstuk 7: Elektrische installaties 7.1 Veiligheidsinstructies................................................ 70 7.2 Elementen van de elektrische installatie.................. 70 7.3 Stroomvoorziening.................................................. 100 7.4 Boordnet.................................................................. 109 7.5 Speciale verlichting................................................. 113 7.6 Mobiele navigatie....................................................
4 1. Inleiding Hoofdstuk 1: Inleiding 1.1 Algemeen De ontwikkeling van onze buscampers staat niet stil. We vragen uw begrip voor het feit dat wijzigingen in uitrusting, vorm en technische bijzonderheden zijn voorbehouden. In deze gebruiksaanwijzing zijn ook uitvoeringsvarianten beschreven die niet tot de standaarduitrusting behoren. Om deze reden kunnen geen rechten worden ontleend aan de inhoud van de handleiding.
1. Inleiding Vul de garantiekaarten van de inbouwapparatuur en onderdelen in de handleidingen in en stuur de garantiekaarten naar de desbetreffende fabrikant van het apparaat. Daarmee bent u verzekerd van het recht op garantie voor alle apparaten. HOBBY geeft u via uw dealer 5 jaar garantie op dichtheid van de buscamper volgens de garantiebepalingen. Bij aankoop van het voertuig krijgt u van uw dealer een garantieboekje “5 jaar dichtheidsgarantie”.
6 1. Inleiding 1.2 In deze handleiding gebruikte aanduidingen In deze handleiding wordt de buscamper op de volgende manier aan u uitgelegd: Teksten en afbeeldingen Teksten die betrekking hebben op afbeeldingen, staan direct bij de betreffende afbeeldingen. Details in afbeeldingen (hier: toegangsdeur) worden aangeduid met een positienummer . j 1 Opsommingen Opsommingen verschijnen puntsgewijs en worden voorafgegaan door een koppelteken “-”.
1. Inleiding Speciale uitvoeringen U hebt gekozen voor een buscamper met een individuele uitrusting. Deze gebruiksaanwijzing beschrijft alle modellen en uitvoeringen die binnen hetzelfde programma leverbaar zijn. Zodoende kunnen hier uitvoeringsvarianten worden genoemd die geen betrekking hebben op uw buscamper. Alle onderlinge varianten en daarmee alle speciale accessoires zijn aangeduid met een sterretje ( ).
8 2. Veiligheid Hoofdstuk 2: Veiligheid 2.1 Gebruik volgens de voorschriften De buscamper is ontworpen als mobiele reisaccommodatie voor particulier, niet-commercieel gebruik. De buscamper is niet bedoeld voor gebruik als permanente woonplaats. Bovendien mogen er niet meer personen in het voertuig overnachten dan er slaapplaatsen zijn.
2. Veiligheid 2.3 Brandveiligheid Modelvoorbeeld reddingskaart Reddingskaarten Achter de zonneklep bevindt zich de reddingskaart voor de buscamper. Bij een ongeval kunnen reddingswerkers op basis van deze kaart beschikken over alle voor dit voertuigmodel be-langrijke informatie. Behandel de reddingskaart met zorg, maak haar niet onleesbaar en bewaar haar altijd op de daarvoor bestemde plaats achter de zonneklep. Voorzorgsmaatregelen tegen brand • Laat geen kinderen zonder toezicht in de buscamper.
10 2. Veiligheid 2.4 Uitrusting 2.4.1 Nooduitrusting Om goed op noodsituaties te zijn voorbereid, dient u de drie reddingsmiddelen steeds bij u te hebben en ermee vertrouwd te zijn. Verbanddoos De verbanddoos moet te allen tijde onder handbereik zijn en op een vaste plaats in de buscamper worden bewaard. Na gebruik van materialen uit de verbanddoos moet de inhoud ervan onmiddellijk weer worden aangevuld. De uiterste gebruiksdatum van bepaalde middelen moet regelmatig worden gecontroleerd.
2. Veiligheid Buscampers met een toelaatbaar totaalgewicht vanaf 4 ton moeten tevens een waarschuwingsknipperlicht en minstens 2 onderlegwiggen bij zich hebben (niet standaard meegeleverd). 2.4.2 Boordgereedschap In elk voertuig is een individuele basisuitrusting boordgereedschap en toebehoren aanwezig. De gereedschapskist is los meegeleverd bij het voertuig. Bij aflevering bevindt dit zich aan de achterzijde onder het bed.
12 2. Veiligheid 2.5 Voordat u gaat rijden 2.5.1 Vóór iedere rit Verkeersveiligheid • Controleer voor het begin van de reis of de verlichting, de richtingaanwijzers (accuhoofdschakelaar inschakelen), de stuurinrichting en de remmen goed functioneren. • Laat de remmen en de gasinstallatie door een erkend garagebedrijf controleren als het voertuig langere tijd heeft stilgestaan (ca. 10 maanden). • Verduisteringen van de voorruit en de zijramen volledig openen en vastzetten.
2. Veiligheid Bergruimte achterin Let bij het beladen van de ruimte achterin op de toelaatbare asbelasting en op de technisch toelaatbare maximummassa. Verdeel het gewicht van de lading gelijkmatig en borg deze. Te hoge puntlasten beschadigen de vloerbedekking. • De toelaatbare achterasbelasting mag in geen geval worden overschreden. • Bij volledige belading van de garageruimte achterin wordt de vooras ontlast, waardoor het rijgedrag van de camper aanzienlijk slechter wordt.
14 2. Veiligheid Binnen Ook binnen in de buscamper moet u enkele voorbereidingen treffen. Binnenkant reisklaar maken • Ruim losse voorwerpen op en berg ze in de opbergvakken op. • Berg zware voorwerpen zo laag mogelijk op. • Indien van toepassing: zet de koelkast op 12V. • Zorg ervoor dat vloeistoffen, ook die in de koelkast, niet kunnen weglekken. • Bevestig de gasflessen. • Klem de tafelbeveiliging vast. • Zet het hefbed (indien aanwezig) in de bovenste stand en zet hem vast.
2. Veiligheid • Kinderzitjes mogen alleen worden bevestigd met behulp van fabrieksmatig aangebrachte driepuntsgordels. • Zet de draaistoelen vast in de rijrichting. Tijdens het rijden mogen de draaistoelen niet worden gedraaid. • Zet de schuifzitting* vast in de uitgangspositie.. • Open niet de deurvergrendeling! • Er mogen zich verder geen personen in het voertuig bevinden! Beifahrerseite K65 VANTANA 2015 Houd rekening met bijzonderheden qua rijgedrag! 2.
16 2. Veiligheid • Lange, licht hellende weggedeelten kunnen gevaarlijk zijn. Kies uw snelheid van meet af aan zodanig dat u zo nodig nog kunt versnellen zonder andere weggebruikers in gevaar te brengen. • Rijd bergafwaarts in principe niet sneller dan bergopwaarts. • Bij het inhalen van of ingehaald worden door vrachtwagencombinaties of bussen kan de buscamper in een luchtstroom terecht komen. Licht tegensturen heft het effect hiervan op.
2. Veiligheid Rangeren Uw buscamper is aanzienlijk groter dan een personenauto. M.b.t. parkeren geldt • Ook bij juist ingestelde buitenspiegels is er een aanzienlijke dode hoek. • Laat u bij het (invoegend) parkeren op onoverzichtelijke plekken helpen door iemand die visuele signalen kan geven. Tanken In de buscamper is een aantal gasapparaten met open vlam ingebouwd. Bij het tanken geldt • Schakel alle gasapparaten (verwarming, koelkast etc.
18 2. Veiligheid Apparaten omschakelen Voor het omschakelen van de apparaten geldt • schakel de koelkast om van 12V op gas of 230V, omdat de 12V-voorziening bij staande motor na korte tijd automatisch wordt uitgeschakeld. Waterinstallatie Stilstaand water in de drinkwatertank of in de in de waterleidingen wordt na korte tijd ondrinkbaar. Zorg er absoluut voor dat het restwater volledig wordt afgetapt voordat de watertank wordt gevuld.
2.
20 3. Chassis Hoofdstuk 3: Chassis 3.1 Algemeen Chassisdelen en assen maken deel uit van het chassis. Er mogen geen technische veranderingen worden uitgevoerd, omdat anders de algemene gebruiksvergunning vervalt! Veranderingen mogen alleen worden doorgevoerd met toestemming van de fabrikant. Meer informatie is te vinden in de bijgeleverde gebruiksaanwijzing van het basisvoertuig. VIN basisvoertuig 3.
3. Chassis 3.3 Belading 1 2 3 4 5 6 7 Hobby-fabrieksplaatje 1 2 3 4 5 6 7 Vergunningsnummer Productieversie Voertuigidentificatienummer Toelaatbare maximummassa Maximum toelaatbaar gewicht Toegestane asbelasting as 1 Toegestane asbelasting as 2 3.3.1 Algemeen Voor de belading geldt: • Verdeel het gewicht van de lading evenwichtig over het linker en rechter gedeelte van de buscamper.
22 3. Chassis De in de voertuigpapieren geregistreerde maximale asbelasting en de technisch toelaatbare maximummassa mogen niet worden overschreden. Overbelading kan leiden tot uitval van een band of zelfs een klapband! Hierdoor bestaat het risico dat de controle over het voertuig wordt verloren. U brengt daardoor uzelf en ook andere weggebruikers in gevaar. Als u niet zeker weet of u het voertuig te zwaar hebt beladen, moet u het wegen op een openbare weeginstallatie. 3.3.
3. Chassis tank. De volgende tabel bevat een gedetailleerde opgave van deze gewichten: FIAT Vantana a) Vloeibaargasinstallatie Aantal ingebouwde gasregelaars: Gewicht van een 11 kg aluminium gasfles: 11 kg gasfles (90%): 1 5,5 11 Totaal: 16,5 b) Vloeistoffen 100 l drinkwatertank: 95 l drinkwatertank: 10 l warmwaterverwarmer (verwarming): Basisuitrusting totaal: 95 10 121,5 kg 3.
24 3. Chassis Voor het bepalen van de minimale nuttige belasting telt mee het gewicht van voorwerpen die de gebruikers in de buscamper bij zich kunnen hebben en die niet in het rijklaar gewicht of bij het speciale toebehoren zijn inbegrepen (bijv. kleding, toilet- en keukeninrichting, levensmiddelen, campinguitrusting, speelgoed, huisdieren). Het resterende laadvermogen (5.) moet altijd groter zijn dan of gelijk zijn aan de minimale nuttige belasting (6.).
3. Chassis In verband met richtlijnen van de fabrikant van het basisvoertuig en de vastlegging van de zogeheten D-waarde van de trekhaak zijn geen verdere gewichtsverhogingen van het aanhangergewicht mogelijk. Een verhoging van het trekgewicht is alleen mogelijk in combinatie met een sterkere motor. 3.5 Aanbouwelementen Registratie van accessoires in de kentekenpapieren • Laat aanbouwelementen monteren door uw HOBBY-dealer. • Rijd met uw buscamper naar een keuringsinstantie of technische service (bijv.
26 3. Chassis 3.6 Automatische transmissie * Optioneel is uw buscamper voorzien van een automatische transmissie (Comfort-Matic), die beschikt over de bedieningswijzen MANUAL/ handgeschakeld en AUTO. Omdat het koppelen en ontkoppelen wordt geregeld door een elektrohydraulisch mechanisme dat wordt gecontroleerd door de transmissiecontroller, is een koppelingspedaal overbodig en is daarom niet aanwezig.
3. Chassis versnellingen terug om het nodige vermogen en koppel voor de door de chauffeur gewenste acceleratie beschikbaar te stellen. Voertuig parkeren Om het voertuig veilig te kunnen parkeren moet bij een ingetrapt rempedaal in de 1ste versnelling of in de achteruitversnelling (R) worden geschakeld. Bovendien moet bij het parkeren op een helling de handrem worden aangetrokken. Het voertuig mag nooit worden verlaten terwijl de versnellingspook in stationaire stand (N) staat.
28 4. Wielen en banden Hoofdstuk 4: Wielen en banden 4.1 Wielen Voor wielmoeren geldt Draai bij een nieuw voertuig en na elke (de-)montage van de wielen de wielbouten of wielmoeren na de eerste 50 km en de daaropvolgende 100 km aan. Gebruik voor uw eigen veiligheid uitsluitend de originele wielen en bevestigingsmaterialen. Controleer daarna regelmatig of de wielbouten resp. wielmoeren nog stevig vastzitten. Aandraaimomenten van de wielmoeren resp.
4. Wielen en banden Sneeuwkettingen Rijd niet sneller dan 50 km/h. Maak op sneeuwvrije straten geen gebruik van sneeuwkettingen. Sneeuwkettingen kunnen uitsluitend worden gemonteerd op banden die even groot zijn als de oorspronkelijk op uw voertuig gemonteerde banden. Sneeuwkettingen mogen uitsluitend worden gemonteerd op de voorste aandrijfwielen; de montage op de achterwielen is streng verboden. Wieldoppen moeten vóór de montage van sneeuwkettingen worden verwijderd. 4.
30 4. Wielen en banden 4.4 Profieldiepte en leeftijd banden Vervang uw banden tijdig, d.w.z. voordat de profieldiepte minder dan 1,6 mm bedraagt. 1 2 3 Verschillende luchtdrukken van de banden Voor de bandenspanning geldt - juiste bandenspanning . - te lage bandenspanning . - te hoge bandenspanning . j k l Een te lage druk leidt tot oververhitting van de band. Dit kan leiden tot zware beschadiging van de band.
4. Wielen en banden 4.5 Velgen Gebruik alleen de originele velgen. Als u andere velgen wilt gebruiken, moet u de volgende punten in acht nemen. DOT-nummer Ouderdom van de banden Banden kunnen beter niet ouder zijn dan zes jaar, want het materiaal wordt door lang stilstaan en veroudering broos. Het viercijferige DOT-nummer op de zijkant van de band (evt. aan de binnenkant checken) geeft de productiedatum aan. De eerste twee cijfers duiden de week, de laatste twee cijfers het productiejaar aan.
32 4. Wielen en banden 4.6 Wiel verwisseln Wiel verwisselen voorbereiden • Parkeer het voertuig op een zo stevig en egaal mogelijke ondergrond. • Als u tijdens het rijden op de openbare weg een lekke band krijgt, schakel dan de alarmlichten in en plaats de gevarendriehoek. • Trek de handrem aan, zet de motor in een versnelling en zet de wielen recht. • Plaats zo nodig onderlegwiggen vóór en achter onder de nog intacte wielen om te voorkomen dat het voertuig wegrolt.
4. Wielen en banden De snelle bandenreparatieset is bruikbaar bij buitentemperaturen tussen –20°C en +50°C. Het gebruik van de snelle bandenreparatieset is beschreven in het FIAT-handboek. De afdichtvloeistof heeft een houdbaarheidsdatum. Let daarom op de vervaldatum. Als de datum is overschreden, kan een perfect functioneren van de afdichtvloeistof niet worden gegarandeerd. Snelle bandenreparatieset 4.7 Snelle bandenreparatieset Uw buscamper beschikt niet over een reservewiel.
34 5. Opbouw buitenzijde Hoofdstuk 5: Opbouw buitenzijde 5.1 Luchttoevoer en ontluchting Voor de ventilatie geldt Een goede luchttoevoer en ontluchting van de buscamper is een voorwaarde voor een aangenaam wooncomfort. In uw buscamper is een tochtvrije ventilatie via de aandrijfkop en een ontluchting via de dakluiken geïntegreerd; deze mogen nooit worden gesloten of afgedekt omdat ze anders niet effectief kunnen functioneren.
5. Opbouw buitenzijde Zorg ervoor het koelvermogen en het functioneren van de koelkast niet te beperken door het blokkeren van de ventilatieroosters. Bij geopende schuifdeur kan de luchtcirculatie ongunstig worden beïnvloed. 3 Deze winterafdekplaten zijn speciaal toebehoren en zijn te koop via uw dealer. Neem de aanwijzingen op de afdekplaten in acht. De afdekplaten mogen alleen worden gebruikt bij werking op elektriciteit in de winter.
36 5. Opbouw buitenzijde 1 2 Verwarmingsschoorsteen Verwarming De verwarming wordt van buitenaf voorzien van verbrandingslucht . Tegelijkertijd wordt ook de afvoerlucht van de verwarming naar buiten geleid. j k Geblokkeerde ventilatie-openingen leiden tot functiestoringen en tot verbrandingsgassen in de binnenruimte. Verstikkingsgevaar! Ventilatie-openingen mogen daarom niet worden geblokkeerd. 5.
5. Opbouw buitenzijde Telkens als de schuifdeur wordt bediend, moet het raam in de schuifdeur gesloten zijn. 1 Vergewis u ervan dat bij het bewegen van de deur geen personen of dieren bekneld kunnen raken. De toegangsdeur is uw vluchtweg naar buiten. Daarom de deur nooit barricaderen. Tijdens het rijden moet de schuifdeur gesloten en vergrendeld zijn. Gebruik de geleiderail van de vliegenhor niet als instaphulp om beschadigingen hieraan te voorkomen.
38 5. Opbouw buitenzijde 1 2 3 2 1 1 Schuifdeur binnen Achterdeur buiten Openen • Beweeg de grendel naar rechts en open de schuifdeur tot aan de aanslag bij de greep . Achterdeuren buiten (achterdeur rechts) Schuifdeur binnen j Sluiten • Trek de deur dicht aan de greep en de deur volledig gesloten is. Achterdeuren k k totdat het slot vastklikt De schuifdeur is uw nooduitgang. Blokkeer de deur daarom nooit aan de buitenkant! Openen • Open het slot met de sleutel. • Trek aan de deurgreep .
5. Opbouw buitenzijde Als de achterdeuren 180° zijn geopend, moet zo nodig op het voorbijgaande verkeer of op eventuele fietsers worden gelet. 2 Als er een fietsendrager is gemonteerd, kan bij het 180° openen van de achterdeuren de buscamper beschadigd raken. 3 Let er bij het sluiten van de achterdeuren op dat de deuren in het slot vallen en worden vergrendeld. Achterdeur binnen Achterdeur binnen (achterdeur links) De linker achterdeur kan pas worden geopend als de rechter achterdeur is geopend.
40 5. Opbouw buitenzijde 1 2 1 Voorbeeld anti-insectenplissé Anti-insectenplissé j • Open en sluit het anti-insectenplissé voorzichtig langs de geleiding. Bij het sluiten van de schuifdeur moet eerst de insectendeur worden gesloten! Porta-Potti-luik Toiletluik Openen: • Open het slot met de sleutel. • Druk op beide knoppen en j j k en open het luik. Sluiten: • Duw het luik dicht totdat hij vastklikt. • Sluit het slot af met de sleutel.
5. Opbouw buitenzijde Openen • Pak de afdekklep onder bij het lipje vast en draai hem naar boven open. Sluiten • Pak de afdekklep bij het lipje vast en sluit hem totdat hij vastklikt. Hoe de afzonderlijke onderdelen kunnen worden bediend, is te vinden in de desbetreffende hoofdstukken Water, Gas en Elektrische installatie.
42 5. Opbouw buitenzijde 1 1 Tankdop Opstapje uitgeschoven Brandstofvulopening 5.3 Opstapje De zwarte tankdop bevindt zich aan de linkerzijde van de buscamper achter de bestuurdersdeur in het onderste gedeelte van de B-zuil achter een klep. De buscamper bezit een elektrisch uitschuifbaar opstapje . Openen • Klep openen: steek een vinger in de uitsparing de klep naar buiten/voren open Sluiten • Duw het luik dicht totdat hij vastklikt.
5. Opbouw buitenzijde 3 2 Schakelaar opstapje Openen • Druk op de toets bij de toegangsdeur. Het opstapje schuift automatisch uit. k Sluiten • Druk op de toetss bij de toegangsdeur. Het opstapje schuift automatisch in. l De schakelaar moet ingedrukt blijven totdat het opstapje volledig is in- of uitgeschoven. Indien het opstapje door verontreiniging of vorst slecht functioneert of defect is, moeten de scharnieren worden schoongemaakt of ontdooid.
44 5. Opbouw buitenzijde 1 2 Beladen fietsendrager 5.4 Fietsendrager * Lees a.u.b. vóór gebruik de bij de fietsendrager geleverde gebruiksaanwijzing. Het rijgedrag van de voertuigcombinatie verandert aanzienlijk met een beladen fietsendrager. Pas de rijsnelheid aan deze omstandigheden aan: • De bestuurder van het voertuig is verantwoordelijk voor een veilige bevestiging van de fietsen. Ook in onbeladen toestand moet het omhooggeklapte laadsysteem met de aanwezige clips worden beveiligd.
5. Opbouw buitenzijde Zonwering 5.5 Zonneluifel * Uw buscamper kan optioneel worden voorzien van een op het dak geplaatste zonneluifel. Bij modellen met hefbed wordt de zonneluifel aan de zijwand gemonteerd. • Een zonneluifel is bedoeld als bescherming tegen de zon en niet voor permanent gebruik • In het uit- en inklapgebied van de zonneluifel mogen zich geen personen of obstakels bevinden. • Het aandrijfmechanisme van de zonneluifel beschikt over een blokkeerinrichting ter begrenzing van de uitdraai.
46 6. Opbouw binnenzijde Hoofdstuk 6: Opbouw binnenzijde 6.1 Deuren, kleppen en schuifladen openen en sluiten 1 Meubeldeuren met sluitmechanisme Meubeldeuren met sluitmechanisme Bergruimten en keukenbovenkasten, keukenlades Openen • Druk op de toets om de klep/keukenlade te ontgrendelen. • Trek aan de greep totdat de klep/keukenlade is geopend. Sluiten • Pak de klep/keukenlade bij de greep en draai hem dicht totdat hij sluit en automatisch vastklikt. Het vergrendelen is duidelijk te horen.
6. Opbouw binnenzijde Spiegelkasten Magnetische sluitingen Spiegelkasten doucheruimte Openen • Open de spiegelkastdeur door op de ontgrendeling aan de achterzijde van de onderrand te drukken. Openen • Trek aan de greep en draai de deur open. Sluiten • Beweeg de spiegelkastdeur in de uitgangspositie totdat deze automatisch en hoorbaar wordt vergrendeld. Meubeldeuren met magnetische sluiting Sluiten • Duw de klep bij de greep dicht totdat de hij hoorbaar sluit.
48 6. Opbouw binnenzijde 1 Bild 2 Pushlock Roldeur in de doucheruimte Openen • Druk op de pushlock (drukknop-sluiting) totdat de knop naar buiten springt. • Trek voorzichtig aan de deur om deze te openen. Openen • Pak de deuren vast bij de greep c.q. het tussenstuk en schuif ze open. Deuren met pushlock j Sluiten • Schuif de deur dicht. • Druk op de pushlock totdat de knop vastklikt en de deur is vastgezet. Roldeuren Bevestingsband Sluiten • Pak de deur vast bij de greep c.q.
6. Opbouw binnenzijde 1 Draaiknop TV-houder Deur wasruimte K60 T / K65 T 6.2 TV-houder Openen • Draai de draaiknop naar links totdat het mechanisme worden geopend. Schuif de roldeur vervolgens m.b.v. de j draaiknop 1 j langs de geleiding voorzichtig open. Sluiten • Schuif de roldeur voorzichtig m.b.v. de draaiknop dicht totdat u weerstand voelt. Beweeg de draaiknop vervolgens naar links en sluit de roldeur tot aan de aanslag. De roldeur moet aansluitend zijn vergrendeld.
50 6. Opbouw binnenzijde 3 6 1 Werkbladuitbreiding 1 2 6.3 Werkbladuitbreiding voor de keuken • Breng het bewegende onderdeel met één hand in horizontale positie. • Klap met de andere hand de beugel 90° onder het bewegende onderdeel, zodat de uitbreiding wordt ondersteund. j k Terugplaatsen in omgekeerde volgorde; let er daarbij op dat het bewegende onderdeel aansluit op de magneet. De werkbladverlenging mag worden belast met maximaal 5 kg.
6. Opbouw binnenzijde 6.5 Zitgroepen en slaapruimtes Noodbed in de zitgroep* De zitgroep kan worden omgebouwd tot een noodbed. 7 Hangtafel neergelaten Tafel laten zakken / verwijderen • Klap het uitdraaibare onderste tafelblad volledig in totdat dit automatisch wordt vergrendeld. • Druk de vergrendeling omlaag • Til het tafelblad aan de voorzijde ca. 30° op. • Trek het onderste deel van de tafelpoot er naar beneden uit en leg hem terzijde. • Trek het tafelblad uit de bovenste wandhouder .
52 6. Opbouw binnenzijde 3 3 2 1 1 2 Kussenconfiguratie K55 Kussenconfiguratie K60(T) en K65(T) Ombouw • Verwijder de tafel geheel (zie 6.4 Tafels). • Trek zitbank en zitkussens in de richting van de ingang uit elkaar (zie 6.11 Zitplaatsen in het woongedeelte). • Haak het extra blad in de onderste rail vast. • Draai de bestuurdersstoel vanuit de rijpositie 180° (zie 6.10 Zittingen in de cabine). • Plaats het extra kussen op het extra blad. Ombouw • Haak de tafel vast in de onderste rail (zie 6.
6. Opbouw binnenzijde 1 Eenpersoonsbedden aan achterzijde Eenpersoonsbedden achterin Plaatsing dwarsbalken en lattenbodems Opbouw van het bed • Verdeel de twee dwarsbalken gelijkmatig tussen de twee bedbakken, zodat de aan te brengen lattenbodems optimaal worden ondersteund. • Breng vervolgens de twee lattenbodems aan. Let er daarbij op dat de afgeschuinde bedhoeken in de richting van de voorkant van het voertuig wijzen en de bekleding aan het frame naar het midden van het voertuig.
54 6. Opbouw binnenzijde 2 3 Plaatsing verbredingsblad Extra kussen • Leg het verbredingsblad tussen de twee lattenbodems. Aan de onderkant van het verbredingsblad bevindt zich een lijst, die als beveiliging tegen verschuiven in de richting van het voertuigfront tegen het trapje aanzit. k • Leg ten slotte de matrassen links en rechts neer, en let daarbij weer op de afgeschuinde hoeken. Klem desgewenst het extra kussen voor de bedverbreding tussen de matrassen; zo ontstaat er een groot ligoppervlak.
6. Opbouw binnenzijde 1 Tweepersoonsbed aan achterzijde Dwarsbed achterin Plaatsing lattenbodems Opbouw van het bed • Leg eerst de twee lattenbodems dwars op het voertuig op de planchetten, zodat deze in de richting van het voertuigfront tegen de steunwanden liggen. Let er daarbij op dat de gestoffeerde zijden van het frame zich aan de buitenzijden van het bed bevinden.
56 6. Opbouw binnenzijde 1 2 3 Configuratie van de matrassen Opstapje • Leg vervolgens de drie matrassen in de lengterichting van het voertuig neer. Leg daarbij de twee matrassen met de schuine hoek links en rechts tegen de achterdeuren. Opstapje naar het dwarsbed achterin • Het dwarsbed aan achterzijde wordt beklommen via de uitsparing in de tussenwand. Let er daarbij op dat de tussenwand aan beide zijden in de geleidingen is verankerd.
6. Opbouw binnenzijde 1 2 1 Transportbeveiliging Bedombouw voor bergruimte (voor eenpersoons- en dwarsbedden) Het bed kan aan de zijwand worden bevestigd om aan de achterzijde extra bergruimte te creëren. Bed bevestigen • Zet eerst de lattenbodems op de aflegruimte aan de zijwand. Let er daarbij op dat de gestoffeerde zijde van de lattenbodems naar beneden wijst. • Zet vervolgens de matrassen er tegenaan. Veiligheidsriem en contrastuk • Sjor de matrassen en lattenbodems met de veiligheidsriemen vast.
58 6. Opbouw binnenzijde 1 1 Douchebak-inzetelement 6.6 Wasruimte Ter bescherming van de douchebak en voor een praktische afdekking ervan beschikt de douchebak over een uitneembaar inzetelement . j Om te douchen moet het inzetelement uit de douchebak worden verwijderd. 2 Grendel 6.7 Ramen Uitzetraam met raamuitzetters Afhankelijk van het type raam beschikt het over een of meerdere venstersluitingen met vergrendelknoppen .
6. Opbouw binnenzijde Sluiten • Til het raam licht op zodat de uitzetter losspringt. • Klap het raam dicht. • Draai de grendel in de uitgangspositie terug, zodat deze achter de beugels klemt en het raam naar de afdichting toe trekt. 2 k 1 Om veiligheidsredenen kunnen ramen bij kinderbedden slechts een kiertje worden geopend. Raamuitzetter traploos Raamuitzetter traploos Openen • Draai alle grendels 90°. • Duw het raam met één hand aan de grendel naar buiten totdat de gewenste openingshoek is bereikt.
60 6. Opbouw binnenzijde 2 1 Combineren • Trek het zonnerolgordijn langzaam en gelijkmatig naar boven en trek vervolgens de insectenhor tot aan het gewenste niveau omlaag. Laat rolgordijnen en horren geopend als de buscamper niet wordt gebruikt, om mogelijke schade te voorkomen. Zonne- en insectenrolgordijn Zonne- en insectenrolgordijn Zonne- en insectenrolgordijnen zijn in het raamkozijn geïntegreerd en traploos verstelbaar.
6. Opbouw binnenzijde 2 1 3 Frontsysteem 6.8 Verduisteringssysteem voor cabine * Het verduisteringsgordijn mag uitsluitend worden uitgetrokken als het voertuig stilstaat en de motor is uitgeschakeld. Vóór het begin van een rit moet het systeem volledig worden samengevouwen en vergrendeld. Als de buscamper niet wordt gebruikt moet het verduisteringssysteem worden ingeklapt, omdat dit anders door warmteinwerking en UV-straling permanent beschadigd raakt.
62 6. Opbouw binnenzijde 6.9 Dakluik opbouw Veiligheidsaanwijzingen - Open het dakluik niet als het hard waait, regent, hagelt enz., of bij buitentemperaturen onder 20°C! - Verwijder sneeuw, ijs of vuil voordat u het dakluik opent. Houd rekening met de ruimte die het geopende dakluik inneemt als u het onder een boom of in een garage opent. - Ga niet op het dak staan. - Sluit en vergrendel het dakluik vóór het begin van iedere rit. Open insectenrolgordijn en plooigordijn (ruststand).
6. Opbouw binnenzijde Insectenhor en verduisteringsplissé Beide plissés kunnen traploos worden versteld door deze horizontaal te verschuiven. Bestuurdersstoel 6.10 Zittingen in de cabine Alle buscampers beschikken over draaibare bestuurdersen bijrijdersstoelen waarmee het woongedeelte met extra zitplaatsen kan worden uitgebreid. Aanwijzingen m.b.t. de bediening kunt u vinden in de gebruiksaanwijzing van het basisvoertuig. • Zet de draaistoelen vóór elke rit vast in de rijrichting.
64 6. Opbouw binnenzijde 1 Hendel om de stoelen te draaien j De hendel om te draaien bevindt zich aan de binnenzijde van de zittingen in de cabine. Stoelen draaien • Zet de armleuningen omhoog. • Schuif de stoel in de middenstand. • Beweeg de hendel om de stoel te verdraaien. De stoel wordt uit de vergrendeling losgemaakt. • Druk de gordelsluiting naar beneden om deze niet te beschadigen. • Draai de stoel in de gewenste positie. Zitbank in woongedeelte 6.
6. Opbouw binnenzijde 1 Verbreden van de zitbank Verbreding van de zitbank De zitbank kan worden verbreed door het bewegende onderdeel met kussen en al voorzichtig tot aan de aanslag in de richting van de schuifdeur uit te trekken. j Losse zitplaatsen in het woongedeelte Verschuifbare afzonderlijke zittingen* Het voertuig kan worden uitgerust met verschuifbare losse zittingen in plaats van een zitbank.
66 6. Opbouw binnenzijde 1 2 3 Zitpositie instellen Rugleuning verstellen • Druk op de hendel . j Zitting zijwaarts verschuiven • Druk op de beugel . k Zitting voor- en achteruitschuiven • Druk op de beugel aan de voorzijde van de zitting. Positie van de gordelsluitingen l • De gordelsluitingen moeten aan de buitenzijde naast de zittingen worden bevestigd en niet tussen rugleuning en zitting worden gevoerd.
6. Opbouw binnenzijde • Leg het onderste deel van de gordel over de heupen heen. Gordel losmaken • Druk op de knop in het gordelslot voor het ontgrendelen van de slottong. Veiligheidsgordels 6.12 Veiligheidsgordels in het woongedeelte De zitgroepen beschikken over veiligheidsgordels. Neem goede nota van het desbetreffende zitplaatsenoverzicht van uw voertuig. Op bepaalde zitplaatsen mogen tijdens het rijden geen personen zitten! Veiligheidsgordel omdoen De gordel mag niet worden verdraaid.
68 6. Opbouw binnenzijde 6.
6.
70 7. Elektrische installaties Hoofdstuk 7: Elektrische installaties 7.2 Elementen van de elektrische installatie 7.1 Veiligheidsinstructies Adviezen en controle De elektrische installatie in HOBBY-buscampers is uitgevoerd overeenkomstig de geldende voorschriften en normen. Belangrijk • Eventuele veranderingen aan de elektrische installatie mogen uitsluitend door een erkend vakman worden uitgevoerd.
7. Elektrische installaties • Open de accuhoofdschakelaar als de huisaccu gedurende langere tijd niet wordt gebruikt (langer dan 1 maanden). De ruststroom die sommige elektrische apparaten voortdurend verbruiken, ontlaadt de huisaccu. Ondanks een onderbroken accuhoofdschakelaar kan de accu door de acculader worden opgeladen (onderhoudslading). • Als de accu voor de apparaten wordt verwijderd, moet de pluspool worden geïsoleerd (om kortsluiting bij het inschakelen van de motor te vermijden).
72 7. Elektrische installaties TFT-Controlpanel Functie hoofdschakelaar • Als de installatie in bedrijf is, worden door het kort indrukken van de hoofdschakelaar de verlichting en de watervoorziening helemaal uitgeschakeld. Alle permanente 12V-voorzieningen (bijv. koelkast, 12V-contactdozen, USB-laadcontactdozen en verwarming) blijven ingeschakeld. Als de motor van het voertuig is ingeschakeld, schakelt de koelkast automatisch over op 12V; hiervoor hoeft niet de hoofdschakelaar te worden geactiveerd.
7. Elektrische installaties Keukenlamp Toets Memory • Met deze toets kunnen eerdere verlichtingsinstellingen worden opgeslagen en weer worden opgeroepen. Door deze toets kort in te drukken wordt de laatst opgeslagen toestand van alle schakelbare 12V-lampen weer opgeroepen. Een verlichtingsinstelling wordt opgeslagen door deze toets langer ingedrukt te houden. De instellingen van de 230V-apparaten (bijv. heteluchtverwarming) worden met deze toets niet opgeslagen.
74 7. Elektrische installaties Beginscherm TFT-bedieningspaneel 1 2 3 4 09:11 22,5 °C 21,5 °C 01.09.15 Hoofdscherm B Hier kunnen de actuele instellingen en waarden van de beschikbare onderdelen op vastgelegde plaatsen worden afgelezen. A B C Statische kopregel A Toont voortdurend - datum 1 - tijd 2 - binnentemperatuur - buitentemperatuur Standby Modus - De achtergrondverlichting van de display wordt iets donkerder zodra er één minuut lang geen functie wordt uitgevoerd.
Ein/Aus Schalter am Display Abwassertankheizung Heizung Popupfenster / Fehlermeldung Wasser Ver- und Endsorgung Achtung Netz- und Autospannung! StromzuführEin / Aus Schalter 09.01.15 12:30 23,5 °C 18,0 °C WLAN Heizung Heizung 230 Volt Abwassertankheizung Heizung Heizung Abwassertank PKW AUX (Externe Geräte) Ultraheat Waarschuwingsmelding motor en netspanning 230 Volt Ultraheat Heizung Waarschuwing vindt 3 x plaats en moet worden be230 Volt vestigd.
76 Heizung Heizung Heizung Heizung Heizung Ultraheat Ultraheat Ultraheat Ultraheat Ultraheat WLAN WLAN WLAN WLAN WLAN Wassertank Wassertank Wassertank Wassertank Wassertank 7.
Füllstand Frischwassertank 09.01.15 Wassertank 12:30 23,5 °C Füllstand Abwassertank Elektrische vuilwatertankverwarming Uw buscamper kan optioneel worden voorzien van een elektrische vuilwatertankverwarming. De verwarmingsfunctie wordt via de softkey geactiveerd en gedeactiveerd. 18,0 °C automatic tank control automatic tank control Alarm DrinkwaterElektrische vuilwatertank- tank verwarming 7.
anagement 78 7. Elektrische installaties 09.01.15 12:30 Batteriemanagement Charger U : 14,2 V I : 7,2 A t : 1,3 h U T: : 12,3 V 26,0°C I R: : 5,3 1A Charger Submenu Instelling van het type accu 23,5 °C Weergave acculaadniveau U : 14,2 V I : 7,2 A t : 1,3 h T : 26,0°C R: 1 : 6,5 h T : 0,0 °C R: 0 Submenu Regeling ventilator 18,0 °C U : 13,5 V I : 3,6 A t : 0,0 h T : 21,0°C R: 1 Huisaccu Voertuigaccu Accumanagement In het accumenu verschijnt de actuele status van de hulpaccu.
7. Elektrische installaties Sensor handmatig kalibreren Schakel de elektronica van het woongedeelte uit door de accuhoofdschakelaar te openen (zie positie accuhoofdschakelaar). Nu kan de sensor worden gekalibreerd; dit duurt ca. 3 uur. Als nu de accuhoofdschakelaar weer wordt ingeschakeld, moet op de display de waarde ‘1’ verschijnen. Tijdens de kalibratie mag het voertuig niet zijn aangesloten op het 230V-boordnet (de acculader mag de accu tijdens de kalibratiefase niet opladen).
80 7. Elektrische installaties 09.01.15 12:30 23,5 °C 09.01.15 18,0 °C 12:30 23,5 °C 18,0 °C 09.01.15 12:30 23,5 °C 18,0 °C 09.01.15 12:30 Bat. 1: SOH: 42 % U : 14,2 V B L j s s s Bat. Mot.: SOH: 92 % U : 14,2 V Bat. 1: 060 Ah AGM Bat. 2: 060 Ah Standard Motor: 060 Ah GEL Waarschuwingsmelding veroudering van de accu (SoH = State of Health) De waarschuwing verschijnt zodra de oorspronkelijke capaciteit van een accu onder de waarde van 50% zakt.
7. Elektrische installaties 09.01.15 12:30 23,5 °C 18,0 °C Bat. 1: 095 Ah AGM Motor: 095 Ah GEL Instelling van het type accu Type en capaciteit van de accu’s zijn fabrieksmatig ingesteld. Bij verandering van het accutype moeten deze instellingen worden gewijzigd. Selecteer via de pijltjestoetsen of de regelknop de gewenste waarde en verhoog of verlaag deze met behulp van de “+/–”-functie. Als een waarde via de regelknop wordt gewijzigd, moet hij worden bevestigd door op de regelknop te drukken.
82 Lichtsystem 7. Elektrische installaties 09.01.15 12:30 23,5 °C 18,0 °C Lichtsystem 01.07.15 14:00 AAN/ UIT ------- ------- Timer geactiveerde timer Lamp inge(blauwe punt) schakeld 12:30 23,5 °C 18,0 °C 09.01.15 (groene punt) 18:00 to 20:30 on Verlichtingssysteem 14:00 ------------01.07.15 In het menu voor het verlichtingssysteem wordt met de re0:00lamp to geselecteerd 0:00 off gelknop of de pijltjestoetsen de gewenste (geel signaal). Door op de regelknop of de linker softkey te 09.01.
Heizungsmenü TRUMA Combi HAUPTD Heizung 7. Elektrische installaties 83 w gr De geactiveerde timer wordt in het hoofdmenu van het verlichtingssysteem aangegeven door een blauwe punt in het Hauptdisplay / Inhalt desbetreffende lampsymbool. 09.01.15 Heizung 12:30 ALDE 23,5 °C 09.01.15 09.01.
84 7. Elektrische installaties In het menu van de elektrische bijverwarming krijgt de gebruiker in eerste instantie het temperatuurniveau Hauptdisplay (°C) en de ver/ Inhalt mogensstand (°C) te zien. Het onderste menusymbool wordt groen weergegeven als de verwarming in gebruik is. Hiernaast wordt de waarde ON = aan of OFF = verwarming buiten werking (symbool wit) weergegeven. 09.01.15 on 12:30 23,5 °C 18,0 °C 18 °C 09.01.
7. Elektrische installaties 18,0 °C 09.01.15 09.01.15 12:30 12:30 23,5 °C 23,5 °C 18,0 18,0 °C 09.01.15 09.01.15 12:30 12:30 23,5 °C 23,5 °C 18,0 18,0 °C 09.01.15 85 09.01.
86 23,5 °C 7. Elektrische installaties 12:30gele achtergrond) 23,5 °C 18,0 09.01.15 (met Kies de gewenste bedrijfsmodus via°Cde pijlen (menubalk C) of door te draaien aan de regelknop, en activeer deze via de “AAN/UIT”-functie of door op de regelknop te drukken. 18,0 °C 12:30 23,5 °C 18,0 °C Truma Truma Gerätetechnik GmbH & Co KG http://www.truma.com/ Raadpleeg ook de beschrijvingen in hoofdstuk 10. 40 °C itung AUS 09.01.
METIC 7. Elektrische installaties 12:30 09.01.15 23,5 °C Klima DOMETIC 18,0 °C 09.01.15 DOMETIC 12:30 23,5 °C 87 18,0 °C 0 1 12:30 09.01.15 19 °C 23,5 °C 18,0 °C DOMETIC 1 on 19 °C on Airconditioning DOMETIC* In het menu van de Dometic airconditioning krijgt de gebruiker in eerste instantie de ingestelde bedrijfsmodus, de ventilatorstand en de gewenste binnentemperatuur te zien. Het onderste menusymbool wordt groen weergegeven als de air12:30 23,5 °C 18,0 °C conditioning in 09.01.
88 18,0 °C 7. Elektrische installaties 09.01.15 12:30 09.01.15 23,5 °C 12:30 18,0 °C °C 23,5 18,0 °C 09.01.15 12:30 09.01.15 23,5 °C 12:30 18,0 23,5 °C °C 18,0 °C 09.01.15 12:30 09.01.15 Dometi Info: Dometi http://s http://d 20° C 20° C Temperatuurinstelling Hier kan de gewenste temperatuur worden ingesteld. Niet mogelijk bij circulatieluchtbedrijf, omdat er geen koel- of verwarmingsfunctie actief is.
7. Elektrische installaties 5 °C 18,0 °C 20° C 12:30 via de 23,5 °C 18,0 °C van de De waarden kunnen worden09.01.15 gewijzigd softkeys menubalk C “+/–” of door te draaien aan de regelknop. De nieuwe waarde wordt automatisch overgenomen zodra het submenu wordt verlaten. Raadpleeg ook de beschrijvingen in hoofdstuk 10.6 Dak2 airconditioning. 09.01.15 12:30 23,5 °C 18,0 °C Dometic Info: Dometic Servicepartner http://service-location.dometic.com http://dometic.
Radiovorbereitung 90 7. Elektrische installaties 09.01.15 12:30 --------- --------- 09.01.15 12:30 23,5 °C Radiovorbereitung 18,0 °C 35% 09.01.15 12:30 23,5 °C 18,0 °C Airconditioning TRUMA* Bij een achteraf geïnstalleerde Truma-airconditioning kan bovendien een submenu voor de regeling van de verlichting worden opgeroepen. Radio Via de “AAN/UIT”-functie kan de radio worden in- en uitgeschakeld. Als de radio is ingeschakeld, licht het symbool groen op.
AUX 7. Elektrische installaties AUX 09.01.15 12:30 23,5 °C 18,0 °C 31.08.15 7:48 7:48 09.01.15 12:30 23,5 °C AUX (functie Duo Control incl. Eis-Ex*) AUX is een externe relaisausgang die de Eis-Ex-patroon in de gasflessenkast in- en uitschakelt. De Eis-Ex-patroon moet altijd handmatig via het TFT-bedi12:30 23,5 °C 18,0 °C 09.01.15 waste water heater enabled: ingeschakeld.
Datum Uhrzeit 92 7. Elektrische installaties 01.09.15 08:59 19,5 °C 17,5 °C 01.09.15 0 °C 8:59 0 °C 12:00 Instellingenmenu (voor gegevens uit kopregel A) In het instellingenmenu kunnen de datum en de tijd worden ingesteld. De gewenste waarde wordt aangestuurd via de regelknop of via de pijlen links en rechts. Na op de regelknop te hebben gedrukt kunnen de waarden worden gewijzigd door te draaien (rechts = waarde verhogen, links = waarde verlagen) of via de Plus- en Min-functie.
7. Elektrische installaties 09.01.15 12:30 23,5 °C 18,0 °C 20.08.15 13:12 ------- ------- HOBBY Hobby-Wohnwagenwerk Ing. Harald Striewski GmbH Harald-Striewski-Strasse 15 24787 Fockbek Deutschland Informatie-menu TFT-bedieningspaneel Hier worden de gegevens over de fabrikant van het apparaat weergegeven.
94 7. Elektrische installaties Einstellungsmenü Datum Als de hoofdschakelaar is ingeschakeld op het bedieningspaUhrzeit Temperaturoffsetcorrect zijn aangesloten, wordt een neel en alle verbindingen Wecker on/off WLAN-netwerk opgebouwd, dat wordt herkend door alle voor WLAN geschikte apparaten. 01.07.
7. Elektrische installaties i Informatie Hier kunnen actuele waarden worden afgelezen (zie ook blz. 107 voor de gegevens uit kopregel A en blz. 94 voor het accumanagement (alleen bij zelfvoorzienende caravans). Verlichting Hier kunnen de verschillende lampen worden bediend.
96 7. Elektrische installaties Verwarming en inbouwapparatuur (indien aanwezig) Met het bedieningspaneel verbonden apparaten kunnen ook via het WLAN-netwerk worden aangestuurd (zie ook TFT-bedieningspaneel). Toegangsgegevens wijzigen Hier kunnen de naam van het netwerk en het wachtwoord alsook de toegangsgegevens van de webserver worden gewijzigd. Met de knop „Holen“ worden de op dat moment actuele waarden opgevraagd. Na de wijziging moeten de waarden worden opgeslagen. Wijzigingen treden na ca.
7. Elektrische installaties Achterzijde printplaat TFT-bedieningspaneel 1 Algemene aanwijzingen m.b.t. het TFTscherm De tijd en de datum worden opgeslagen door een knoopcel van het type 3V 210 mAh, CR2032. Mocht de tijdweergave dus onnauwkeurig zijn of helemaal niet meer functioneren, dan moet deze knoopcel worden vervangen. De knoopcel bevindt zich in een houder aan de achterzijde van de printplaat van het LCD-scherm. Om hem te vervangen moet het LCD-scherm uit het meubelfront worden gedemonteerd.
98 7. Elektrische installaties 4 2 1 Modellen K60 T/K 65 T Nevenpaneel wasruimte • Door deze toets kort in te drukken wordt de verlichting in de doucheruimte ingeschakeld. 3 Nevenpaneel/-panelen ingang De functies van deze nevenpanelen werken ook als de hoofdschakelaarfunctie op het TFT-bedieningspaneel is uitgeschakeld. Het nevenpaneel regelt het elektrische opstapje.
7. Elektrische installaties Nevenpaneel keuken • Door de bovenste losse schakelaar kort in te drukken wordt de badkamerverlichting in-/uitgeschakeld (niet bij K60 T/K65 T). • Door de rechter toets van de dubbele schakelaar kort in te drukken wordt de aanrechtverlichting in de keuken in-/uitgeschakeld. De linker toets van de dubbele schakelaar is niet aangesloten en heeft geen functie.
100 7. Elektrische installaties 7.3 Stroomvoorziening De inbouwplaats voor de centrale elektrische installatie zit bij alle voertuigen onder de bijrijdersstoel. 2 1 3 4 230V-voedingsstekker aangesloten Stroomvoorziening via netaansluiting Buitencontactdoos De buscamper kan op de volgende manieren van stroom worden voorzien: - via een 230V-netaansluiting (50 Hz) - via de dynamo bij gestarte motor - via de huisaccu Alle 12V-apparaten als verlichting, watervoorziening enz. zijn beschikbaar.
7. Elektrische installaties De motor van de buscamper moet zijn uitgeschakeld voordat de 230V-netaansluiting tot stand wordt gebracht. Ontkoppelen • Schakel de veiligheidsschakelaar uit door de wipschakelaar naar beneden te drukken. • Trek de CEE-stekker (p. 100)eruit. • Duw de afdekklep van de buitencontactdoos (p. 41) naar beneden totdat deze vastklikt. k j m k Gebruik alleen stekkers en kabels volgens CEE-norm.
102 7. Elektrische installaties Voor de netaansluiting geldt • Aansluiting van de buscamper op het 230V-stroomnet mag alleen plaatsvinden met een max. 25 m lange aansluitkabel 3 x 2,5 mm2 met CEE-stekker en koppeling. • Na het aankoppelen van de netaansluiting worden huis- en voertuigaccu automatisch door de acculader in de buscamper opgeladen (ook als het controlepaneel niet is ingeschakeld).
7. Elektrische installaties De aanspreektijd van de FI-schakelaar met een 30 mA foutstroom bedraagt minder dan 0,1 seconden. Na ingebruikneming van de elektrische installatie moet de werking van de aardlekschakelaar worden gecontroleerd. De onder spanning staande en ingeschakelde schakelaar (p. 102) – stand op I-ON – moet bij het drukken op de testknop (p. 102) worden geactiveerd. j k k De wipschakelaar (p. 101) springt omlaag en moet na een controle weer omhoog worden gezet in de AAN-stand.
104 7. Elektrische installaties Om een lege huisaccu tijdens de rit optimaal op te laden, mag allereerst de koelkast niet op 12V worden aangesloten en mogen verder zo weinig mogelijk 12V-apparaten worden ingeschakeld. Checklist voor controle • Schakel de motor uit. • Schakel alle 12V-apparaten uit. • Start de motor. De spanning van de huisaccu moet toenemen, wanneer - het motortoerental boven het stationaire toerental ligt. - de voertuigaccu niet volledig ontladen is.
7. Elektrische installaties Werking en opladen van de huisaccu Als de buscamper niet is aangesloten op het 230V-stroomnet, voorziet de huisaccu het boordnetwerk van 12V-gelijkspanning. Omdat de accu maar een beperkte capaciteit heeft, mogen de elektrische gebruikers niet gedurende langere tijd worden gebruikt zonder dat de accu wordt opgeladen of zonder de 230V-stroomvoorzien-ing. Sommige elektrische apparaten nemen een continue ruststroom af van de huisaccu, waardoor deze wordt ontladen.
106 7. Elektrische installaties in gebruik is en de resterende looptijd. Het opladen gebeurt behoedzaam volgens het principe van de kenlijnkarakteristiek door een ‘intelligente’ acculader. De accusensor wordt beschermd door een 10 A zekering. Intelligente accusensor (IBS) Accusensor* Op de accupool is een intelligente accusensor (IBS) aangesloten, die uiterst nauwkeurig de actuele stroom en de actuele spanning bewaakt.
7. Elektrische installaties De acculader is direct aangesloten op de huisaccu, zodat ook bij een geopende accuhoofdschakelaar de huis- en startaccu kunnen worden geladen. De accusensor* blijft ook actief bij een geopende accuhoofdschakelaar. Accuhoofdschakelaar Positie accuhoofdschakelaar De accuhoofdschakelaar bevindt zich direct bij de bijrijdersstoel. Ter bescherming/beveiliging van de huisaccu tegen diepontlading – als het voertuig niet wordt gebruikt – is deze voorzien van een hoofdschakelaar.
108 7. Elektrische installaties 3 1 2 4 5 Aansluitingen acculader Acculader Acculader CA-360, 25A powerlaadmodule De acculader voorziet de accu’s bij 230V-netvoeding busgestuurd van elektrisch vermogen. Bij toenemende verwarming regelt de acculader zijn stroomcapaciteit terug, zodat oververhitting wordt voorkomen. De bij de bijrijdersstoel geplaatste acculader is van achteren toegankelijk.
7. Elektrische installaties 7.4 Boordnet Alle 12V-apparaten worden rechtstreeks van stroom voorzien door de huisaccu. Bij 230V-netvoeding worden deze automatisch via de acculader van stroom voorzien. Alle lampen in de buscamper zijn 12V-LED-lampen. Alleen grote elektrische apparaten als elektrische combiverwarming*, airconditioning enz. werken op 230 Volt. Toewijzing zekeringen Toewijzing zekeringen De zekeringen van de afzonderlijke interne stroomkringen bevinden zich in de ingangsmodule.
7.
7. Elektrische installaties Contactschema lichtregelsysteem Lichtregeling De uitgangen zijn gezekerd door interne veiligheidsschakelaars (Polyswitch), die zelfresettend zijn en meermaals kunnen worden gebruikt. Ze hoeven niet te worden vervangen, omdat ze onderhoudsvrij zijn. TV-aansluitingen TV-unit De inbouwplaats voor het flatscreen tv-beeldscherm is boven de zitgroep aan de scheidingswand naar de badkamer. De bijbehorende aansluitingen bevinden zich in de aangrenzende bovenkast.
112 7. Elektrische installaties Antenne en satellietkabel De bijbehorende aansluiting voor de SAT-antenne (E3) zit achter het meubelpaneel, waar de TV-aansluitingen zich bevinden. De stroomkabel (E3) is al fabrieksmatig aangesloten op de besturing.
7. Elektrische installaties USB-aansluiting USB-laadcontactdoos* De aansluiting van de USB-laadcontactdoos is van onderen toegankelijk. De aansluiting is uitsluitend geschikt voor het opladen van USB-apparatuur. De 5V-USB-aansluiting wordt voorzien van stroom via het 12V-boordnet. Leeslamp in de zitgroep 7.5 Speciale verlichting De hier beschreven verlichting wordt direct op het apparaat aan- en uitgeschakeld en is niet centraal regelbaar via het bedieningspaneel.
114 7. Elektrische installaties afb. 1 afb. 2 Opstapverlichting / instapverlichting De toegangszone bij de schuifdeur is voorzien van een lamp, die niet via het controlepaneel of via een van de nevenpanelen kan worden bediend. De lamp kan worden gekanteld binnen de behuizing: - rechts = UIT (zie afb. 1) - midden = ONTINULICHT AAN (zie afb. 2) - links = de verlichting wordt automatisch ingeschakeld bij het openen van de schuifdeur. Navigatieapparaat 7.
7. Elektrische installaties Achteruitrijdvideosysteem * 7.7 Achteraf geïnstalleerde apparaten Alle buscampers zijn standaard voorbereid voor de aansluiting van een achteruitrijdvideosysteem: De voorste aansluiting van de ingebouwde videokabel ligt bij alle voertuigen onder het rechterbovenvak in het dashboard, toegankelijk na demontage van de binnenmantel. Vantana Het achterste kabeluiteinde is van buiten toegankelijk door het derde remlicht er af te schroeven.
116 8. Water Hoofdstuk 8: Water 8.1 Algemene informatie Aanbevolen wordt het getapte water vóór gebruik bijzonder kritisch te proeven. • Gebruik in de omgang met levensmiddelen altijd water van drinkwaterkwaliteit. Dit geldt ook voor de reiniging van de handen en van voorwerpen die met levensmiddelen in aanraking komen. • Om een perfecte waterkwaliteit te kunnen waarborgen, dient het water zo mogelijk rechtstreeks uit het openbare drinkwaternet te worden getapt.
8. Water Voor de tandem-dompelpomp geldt: • De tandem-dompelpomp is alleen geschikt voor water. • De tandem-dompelpomp is gedurende korte tijd bestand tegen temperaturen tot 60°C. • Drooglopen vermijden. • De pomp tegen vastvriezen beschermen. • Heftige stoten, slagen of sterk vervuild water kunnen de pomp vernielen. De tandem-dompelpomp is onderhoudsvrij. De tandem-dompelpomp wordt automatisch ingeschakeld zodra de waterkranen worden opengedraaid.
118 8. Water 1 Vulopening voor drinkwatertank Openen • Open het slot met de sleutel. • Open het blauwe deksel door het krachtig tegen de richting van de klok in te draaien, en neem hem eruit. j Sluiten • Plaats het blauwe deksel er weer op en draai hem met de klok mee weer dicht. • Sluit het slot af met de sleutel. j k Controleer regelmatig de rode servicedeksels S. 117, omdat deze door het veelvuldige vullen van de drinkwatertank kunnen losraken.
8. Water Doe nooit antivriesmiddel of andere chemicaliën in het waterleidingsysteem. Gevaar voor vergiftiging! Zorg er bij gebruik tijdens de winter voor dat de drinkwatertank niet kan bevriezen. Boiler aanzetten gebruiken • Al naar gelang de stand van de mengkraan/kranen resp. de voormengkraan wordt het water gemengd en op de ingestelde temperatuur gebracht. Warmwaterverwarming Frost Control Het verwarmen van water gebeurt via de heteluchtverwarming met een geïntegreerde boiler (zie ook hoofdstuk 10.
120 8. Water 1 Aftapkraan voor drinkwatertank Afvalwateruitlaat Drinkwatertank leegmaken De aftapkraan bevindt zich direct op de drinkwatertank. Vuilwatertank leegmaken: • Aan de linker kant onder het voertuig bevindt zich de afvalwateruitlaat. • Draai de uitlaat open om het afvalwater weg te laten lopen. • Draai de uitlaat weer dicht nadat het afvalwater volledig is weggelopen. • Draai het wieltje leeg te maken.
8. Water Complete waterinstallatie leegmaken • Schakel de stroom voor de waterpomp uit op het bedieningspaneel door op de hoofdschakelaar te drukken. • Draai alle kranen half open. • Hang de handdouche naar boven in de douchestand. • Open alle aftapkranen (ook vorstbeveiligingen). • Schroef de afsluitdop van de reinigingsopening van de drinkwatertank . • Draai de overloopbuis in de drinkwatertank er uit. • Verwijder de afsluitdop van de watertank.
122 8. Water Vuilwatertank De vuilwatertank is onder de vloer gemonteerd en geïsoleerd. Optioneel Nadat de elektrische vuilwatertankverwarming is ingeschakeld via het controlepaneel, wordt de tank verwarmd door een verwarmingselement. Hierdoor wordt voorkomen dat het afvalwater bij lichte vorst bevriest (zie ook de beschrijving op pagina 77). Voeg bij zware vorst tevens een beetje antivriesmiddel (bijv. keukenzout) toe aan de inhoud van de vuilwatertank, zodat het afvalwater niet kan bevriezen.
8. Water Doseer de toiletvloeistof zeer zuinig. Een overdosis is geen waarborg voor het voorkomen van geurvorming! • Doe de aangegeven hoeveelheid toiletvloeistof in de toilettank. • Voeg daarna zo veel water toe totdat de bodem van de toilettank volledig bedekt is. • Draai de aftappijp weer terug. Doe nooit rechtstreeks toiletvloeistof in de toiletpot. • Schuif de toilettank weer op zijn plaats terug. • Let erop dat de toilettank d.m.v. de klembeugel is geborgd. • Sluit de serviceklep weer.
124 8. Water Bediening • Draai de toiletpot in de gewenste positie. • Laat wat water in de toiletpot lopen door op de spoelknop te drukken, of open de schuif door de schuifgreep onder de toiletpot naar u toe te trekken. • Maak gebruik van het toilet. • Open na gebruik de schuif (als die dan nog gesloten is) en activeer de spoeling. Sluit de schuif na het spoelen. Toilettank leegmaken De toilettank moet geleegd worden uiterlijk als de LED gaat branden.
8. Water Leeg de toilettank alleen bij een speciaal hiervoor bestemd vuilwaterinzamelpunt, maar nooit in de vrije natuur! • Breng de toilettank naar een speciaal hiervoor bestemd vuilwaterinzamelpunt. Richt daarbij de aftappijp naar boven. • Verwijder de sluiting van de aftappijp. • Richt de aftappijp op de toilettank naar beneden. • Druk met de duim op de ontluchtingsknop en houd deze ingedrukt. De toilettank loopt leeg. • Schuif de toilettank weer op zijn plaats terug.
126 9. Gas Hoofdstuk 9: Gas 9.1 Algemene veiligheidsinstructies voor het gebruik van vloeibaar-gasinstallaties De gaswerkdruk bedraagt 30 mbar. Het gebruik van de verwarming is verboden tijdens het rijden! Uitzondering: Het voertuig is optioneel voorzien van een gasdrukregelaar voor tijdens het rijden (bijv. Control CS). Keuring van de gasinstallatie • Laat vloeibaar-gasinstallaties keuren door een deskundige alvorens ze in gebruik te nemen.
9. Gas Regelaars en ventielen • Gebruik uitsluitend speciale voor voertuigen regelaars met veiligheidsklep. Andere regelaars zijn volgens DVWG-werkblad G 607 niet toegestaan en voldoen niet aan de zware belasting. • Drukregelinstallaties moeten een vaste druk van 30 mbar hebben. Hiervoor gelden de eisen van de norm EN 12864, bijlage D.Het debiet van de drukregelinstallatie bedraagt 1,2 kg/h. • Sluit de regelaar resp. hogedrukslang zorgvuldig met de hand aan op de fles (NB: linkse schroefdraad).
128 9. Gas Vóór ingebruikname • De gasafvoerbuis moet dicht en vast zijn aangesloten aan verwarming en schoorsteen. Hij mag geen beschadigingen vertonen. • Houd ventilatie-openingen vrij. • Verwijder zo nodig sneeuw uit (de buurt van) de schoorsteen. • Ontdoe de aanzuigopening voor verbrandingslucht in de zijwand zo nodig van vuil en sneeuw. De verbrandingsgassen kunnen anders een ontoelaatbaar hoog CO-gehalte krijgen. • De veiligheidsventilatie-openingen mogen niet worden afgesloten.
9. Gas 4 5 Bevestigingsriemen Gasfleskast 3 2 1 Aangesloten gasfles De toegang tot de gasfleskast bevindt zich aan de achterzijde van het voertuig achter een meubeldeur, bereikbaar via de achterdeuren. De gasfleskast biedt plaats aan 2 x 11 kg propaangasflessen . De gasflessen zijn via een veiligheidsregelaar met een slang aangesloten op de aanvoerleiding . Elke fles is met twee aparte riemen aan de wand bevestigd. j l n k m Gasflessen mogen uitsluitend in de gasfleskast worden vervoerd.
130 9. Gas Gasfles verwisselen Tijdens het verwisselen van de gasfles niet roken en geen open vuur ontsteken! Controleer na het verwisselen van de gasfles of er bij de aansluitpunten gas weglekt. Besproei de aansluitpunten daartoe met lekzoekspray. • Open de deur van de gasfleskast. • Sluit de hoofdafsluiter van de gasfles. Let op de richting van de pijl. • Schroef de gasdrukregelaar/hogedrukslang* met de hand van de gasfles af (linkse schroefdraad).
9. Gas Voor afsluitkranen en ventielen geldt: • Tijdens het rijden moeten alle kranen van gasapparaten dicht zijn. • Om de ventielen te openen moeten deze in de richting van de gasleiding worden gedraaid, d.w.z. in het keukenblok in verticale stand worden gezet; in de gasfleskast moet de gaskraan voor de verwarming in horizontale stand worden gezet. • Tijdens het tanken van brandstof, op veerboten en in de garage mag geen enkel gasapparaat in bedrijf zijn.
132 9. Gas Gasregelaar met crashsensor * 1 2 Met de MonoControl CS respectievelijk DuoContrl CS is het mogelijk het voertuig ook tijdens het rijden te verwarmen. De geïntegreerde crashsensor onderbreekt bij een ongeval automatisch de gastoevoer en voorkomt zodoende het uitstromen van gas.
9. Gas DuoComfo rt Bij een flesdruk onder de 0,5 bar wisselt het ventiel automatisch van hoofdfles. min. 50 cm a a Werking • Sluit de gasflessen aan en open de kranen van beide gasflessen. Draai de draaiknop tot aan de aanslag naar links resp. rechts. bb 4 Schematekening DuoControl CS Omschakelklep gasinstallatie met twee flessen * De omschakelklep DuoControl CS maakt een automatische omschakeling van gebruiksfles naar reservegasfles mogelijk.
134 9. Gas DuoC f d e c b a Afstandsindicatie voor DuoControl CS Gas-buitencontactdoos De afstandsindicatie is gekoppeld aan de omschakelklep van de gasinstallatie met twee flessen. Via de gas-buitencontactdoos kunnen buitenapparaten op gas als barbecue of gaslamp worden aangesloten. Afstandsindicatie voor omschakelklep* a Gebruik tijdens de zomer. Schakelaar is naar beneden gedrukt: LED geeft status hoofdfles weer. b Display uitgeschakeld. c Gebruik tijdens de winter.
9. Gas De koppelingsklep is zo geconstrueerd dat de snelafsluiter alleen kan worden geopend als deze er d.m.v. de insteekverbinding is aangekoppeld. Voor het aankoppelen ervan wordt de insteekverbinding in de veiligheidskoppeling gestoken. Als er geen gasslang is aangekoppeld, sluit de klepopening dan in principe af met de beschermkap. De gas-buitencontactdoos is alleen geschikt voor het gebruik van gas, niet voor de teruglevering in de gasinstallatie.
136 10. Inbouwapparatuur Hoofdstuk 10: Inbouwapparatuur 10.1 Algemeen In dit hoofdstuk vindt u aanwijzingen met betrekking tot de inbouwapparatuur van de buscamper. De aanwijzingen hebben alleen betrekking op de bediening van de apparaten. In sommige gevallen behoren de beschreven apparaten niet tot de standaarduitrusting. Voor verdere informatie over de afzonderlijke inbouwapparaten verwijzen wij u naar de bijbehorende gebruikershandleidingen, die te vinden zijn in de blauwe servicemap in de buscamper.
10. Inbouwapparatuur Het gebruik van de verwarming is zowel met als ook zonder waterinhoud onbeperkt mogelijk. 1 2 Inbouwplaats: - onder het bed. 6 3 Ingebruikneming 7 5 9 8 • In de buscamper zijn diverse luchtafvoeropeningen ingebouwd. Via buizen wordt de warme lucht naar de luchtafvoer-openingen geleid. Stel de koppen zo in dat de warme lucht daar terechtkomt waar u haar hebben wilt. • Controleer of de schoorsteen vrij is. Verwijder beslist eventuele afdekplaten.
10. Inbouwapparatuur Draai- / drukknop Met de draai-/drukknop kunnen instelwaarden en parameters worden geselecteerd, gewijzigd en door aanraken worden opgeslagen. Geselecteerde menuopdrachten knipperen. q ı ı ı ı 138 Start- / Standby-scherm Draaien naar rechts (+) – Het menu wordt van links naar rechts ‘gelezen’. – Waarden verhogen Draaien naar links (–) – Het menu wordt van rechts naar links ‘gelezen’.
10. Inbouwapparatuur In-/uitschakelen APP-modus in combinatie met een iNet Box Inschakelen - Raak de draai-/drukknop licht aan. Functie In de APP-modus schakelen de aangesloten apparaten en het bedieningspaneel Truma CP plus over op stand-by. - geen verwarmingsfunctie - geen warmwaterbereiding - geen gebruik van de airconditioning - geen functie van de schakelklok in het bedieningspaneel Truma CP plus Vooraf ingestelde waarden / bedrijfsparameters worden na het inschakelen weer actief.
140 10. Inbouwapparatuur Kamertemperatuur aanpassen Selecteer met de draai-/drukknop het symbool in de bovenste menuregel . - Schakel over op het instelniveau via aanraken. - Kies de gewenste temperatuur d.m.v. de draai-/drukknop. - Raak de draai-/drukknop licht aan om de waarde te bevestigen. l a Warmwaterniveau wijzigen Selecteer met de draai-/drukknop het symbool in de bovenste menuregel . - Schakel over op het instelniveau via aanraken. - Kies de gewenste temperatuur d.m.v. de draai-/drukknop.
10. Inbouwapparatuur Energiebron kiezen * Selecteer met de draai-/drukknop het symbool in de bovenste menuregel - Schakel over op het instelniveau via aanraken. - Kies de gewenste energiebron d.m.v. de draai-/drukknop. - Raak de draai-/drukknop licht aan om de waarde te bevestigen.
142 10. Inbouwapparatuur Ventilatorstand kiezen Selecteer met de draai-/drukknop het symbool in de bovenste menuregel . - Schakel over op het instelniveau via aanraken. - Kies de gewenste ventilatorstand d.m.v. de draai-/drukknop. - Raak de draai-/drukknop licht aan om de waarde te bevestigen. l a b c d e 3 Symbool Bedrijfsmodus Beschrijving OFF ventilator is uitgeschakeld. (alleen bruikbaar als er geen ap paraat in gebruik is.
10. Inbouwapparatuur Tijdschakelklok instellen De tijdschakelklok kan alleen worden geselecteerd als de tijd van het bedieningspaneel is ingesteld. Als de tijdschakelklok is geactiveerd (ON), verschijnt eerst het menu ‘Tijdschakelklok activeren’ (OFF). Selecteer met de draai-/drukknop het symbool in de bovenste menuregel . - Schakel over op het instelniveau via aanraken. Begintijdstip invoeren - Stel met de draai-/drukknop de uren en vervolgens de minuten in.
144 10. Inbouwapparatuur Energiebron kiezen * Tijdschakelklok activeren (ON) - Kies de gewenste energiebron d.m.v. de draai-/drukknop. - Raak de draai-/drukknop licht aan om de waarde te bevestigen. - Activeer de tijdschakelklok met de draai-/drukknop (ON). - Raak de draai-/drukknop licht aan om de waarde te bevestigen. Het menu ‘Energiebron kiezen’ verschijnt zodra een verwarming met elektrische verwarmingselementen wordt aangesloten (accessoire).
10. Inbouwapparatuur Tijd instellen Achtergrondverlichting van het bedieningspaneel aanpassen - De uurweergave knippert. - Stel met de draai-/drukknop de uren (24-uurs-modus) in. - Na nogmaals de draai-/drukknop te hebben aangeraakt, knippert de minutenweergave. - Raak de draai-/drukknop licht aan om de waarde te bevestigen. Servicemenu Versienummer van de aangesloten apparaten oproepen De achtergrondverlichting is in 10 standen instelbaar.
146 10. Inbouwapparatuur Op fabrieksinstelling resetten (RESET) De resetfunctie zet het bedieningspaneel terug op de fabrieksinstelling. Alle instellingen worden daarmee verwijderd. Reset bevestigen - Raak de draai-/drukknop licht aan Aanduiding netspanning 230 V Het symbool geeft aan dat er een netspanning (laadstroom) van 230 V beschikbaar is. De aanduiding is alleen mogelijk in combinatie met een verwarming Combi E CP plus ready, die extra verwarmingselementen omvat voor de werking op elektriciteit.
10. Inbouwapparatuur Waarschuwingscode uitlezen - Kies het gewenste symbool met de draai-/drukknop. - Raak de draai-/drukknop licht aan. De actuele waarschuwingscode verschijnt. Aan de hand van de foutenlijst kan de oorzaak van de waarschuwing worden vastgesteld en kan de storing worden verholpen. W = waarschuwing 42 = foutcode H = verwarming Oorzaak storing verholpen / terugkeer naar instelniveau - Raak de draai-/drukknop licht aan.
148 10. Inbouwapparatuur Onderhoud k Dit apparaat is onderhoudsvrij. Gebruik voor de reiniging van het front een niet-schurende, met water bevochtigde doek. Als dit niet voldoende is, gebruik dan een neutraal schoonmaakmiddel. n m o Schematekening FrostControl FrostControl FrostControl is een spanningsvrij veiligheidsventiel resp. aftapkraan. Het tapt bij bevriezingsgevaar automatisch de inhoud van de boiler af via een aftappijp.
10. Inbouwapparatuur k Pas bij temperaturen vanaf ca. 7°C bij de aftapkraan kan deze met de drukknop (stand m) handmatig worden gesloten en de boiler worden gevuld. Bij temperaturen onder ca. 3°C bij de aftapkraan opent deze automatisch, de drukknop springt naar buiten (stand n) en het water van de boiler loopt via de aftappijp (o) af. Veiligheidsklep voor boiler (FrostControl) Activeren • Druk de knop licht in stand (m) en draai tegelijkertijd de schakelaar 90° in stand (k).
150 10. Inbouwapparatuur Wisselschakelaar motor/cabine Bedieningselementen op het dashboard Wisselschakelaar Bedieningspaneel voor voorkeuzeklok 10.3 Webasto standverwarming • Voordat het verwarmingstoestel wordt ingeschakeld moet de voertuigverwarming op ‘warm’ worden gezet. • De voertuigventilator moet bij continubedrijf van de verwarming op een zo laag mogelijk niveau worden gezet. Dit garandeert een optimale stroomhuishouding.
10. Inbouwapparatuur Via het bedieningspaneel kan de tijdschakelklok worden geactiveerd. De functies van de tijdschakelklok en verdere aanwijzingen over het verwarmingstoestel kunt u vinden in de speciale gebruiksaanwijzing van de fabrikant. Dometic koelkast 10.4 Koelkast Er worden koelkasten ingebouwd van de fabrikant Dometic. Bij hoge buitentemperaturen kan het volledige koelvermogen alleen worden gegarandeerd door voldoende ventilatie.
152 10. Inbouwapparatuur 2 4 1 Vergrendeling koelkastdeur Vergrendeling koelkastdeur Tijdens het rijden moet de deur van de koelkast altijd gesloten en vergrendeld zijn. Openen • Draai de vergrendeling naar opzij tot aan de aanslag weg totdat de koelkastdeur kan worden geopend. j Sluiten • Draai de vergrendeling bij een gesloten koelkastdeur in de uitgangspositie (zie afbeelding). j 3 1 Bediening koelkast 6 5 7 Bedrijfsmodi De koelkast werkt op drie manieren.
10. Inbouwapparatuur j • Zet de energiekeuzeschakelaar op accuvoeding. • Het 12V-bedrijf werkt alleen bij een draaiende voertuigmotor. • De koelkast werkt zonder thermostaatregeling (continubedrijf). Het 12V-bedrijf is daarom alleen bedoeld voor het op peil houden van een eenmaal bereikte temperatuur. • Uitschakelen: draai de energiekeuzeschakelaar in de 0-stand . m Werking op 230V k • Zet de energiekeuzeschakelaar op netvoeding.
154 10. Inbouwapparatuur • Goederen die licht ontvlambare, vluchtige of brandbare gassen kunnen afgeven, mogen niet in de koelkast worden bewaard. • Sla kwetsbare levensmiddelen op in de directe nabijheid van de koelribben, of zo laag mogelijk. Het vriesvak is geschikt voor het maken van ijsblokjes en voor het kortstondig bewaren van bevroren levensmiddelen. Het is niet geschikt voor het invriezen van levensmiddelen. De koelkast is niet bestemd voor het vakkundig opslaan van geneesmiddelen.
10. Inbouwapparatuur 1 3 2 Compressorkoelkast Compressorkoelkast (alleen K55) Deur openen en sluiten Bij het model K55 moet – anders dan hierboven beschreven – rekening worden houden met het volgende: Vergrendeling koelkastdeur De koelkast beschikt over een vergrendelmechanisme die ook als transportbeveiliging dient. 4 , k Verstel het vergrendelmechanisme alleen bij een geopende deur; bij een gesloten deur wordt het apparaat beschadigd.
156 10. Inbouwapparatuur Werking De koelkast werkt op 12V en via een 230V-stroomvoorziening. Inschakelen: • Schakel de koelkast in door de temperatuurregelaar naar rechts te draaien (groen controlelampje is actief). m l 2-pits gastoestel 10.5 Gastoestel Het keukenblok van de buscamper is uitgerust met een 2-pitsgastoestel. Vóór ingebruikname • Open de flesafsluiter en de snelafsluiter in de gasleiding. • Open het dakluik of keukenraam • Bedieningsknoppen van gasapparaten die t.b.v.
10. Inbouwapparatuur Kooktoestellen of andere toestellen die bij de verbranding lucht aan de binnenruimte onttrekken, mogen nooit voor verwarming van het voertuig gebruikt worden. Bij veronachtzaming bestaat acuut levensgevaar door zuurstofgebrek en de mogelijke vorming van het reukloze koolmonoxide. 1 Het kooktoestel mag niet worden gebruikt wanneer het glazen deksel is gesloten. 2 Bedieningselementen voor gastoestel Werking • Schakel de 12V-stroomvoorziening in m.b.v.
158 10. Inbouwapparatuur • Indien het aansteken is mislukt, probeer het dan nog eens. • Draai voor het uitschakelen van de gasvlam de draaiknop terug in de stand ‘0’. • Sluit de gasafsluiter van het gaskomfoor. k Gebruik voor het vastpakken van hete potten, pannen en vergelijkbare voorwerpen kookhandschoenen of pannenlappen. Gevaar voor verbranding! Laat gas nooit onverbrand ontsnappen in verband met explosiegevaar. j Laat de glasplaat na het koken openstaan totdat de branders zijn afgekoeld.
10. Inbouwapparatuur Ventilatierichting instellen Ventilatierichting instellen De luchttoevoer in het voertuiginterieur kan worden geregeld via de stand van de luchtjets.
160 11. Accessoires Hoofdstuk 11: Accessoires Neem voor het gebruik van de accessoires a.u.b. de uitvoerige gebruiksaanwijzingen, inbouwvoorschriften en schakelschema’s van de betreffende fabrikant in acht. Deze bevinden zich in de servicemap. • Elke verandering aan de oorspronkelijke staat van de buscamper kan het rijgedrag en de verkeersveiligheid in gevaar brengen.
11.
162 12. Onderhoud en verzorging Hoofdstuk 12 Onderhoud en verzorging 12.1 Onderhoud Onderhoudsintervallen Voor de buscamper en de daarin aanwezige installaties bestaan voorgeschreven onderhoudsintervallen. M.b.t. de onderhoudsintervallen geldt • Laat de eerste onderhoudsbeurt 12 maanden na de eerste toelating uitvoeren bij een HOBBY-dealer. • Laat alle verdere onderhoudsbeurten eens per jaar uitvoeren bij een HOBBY-dealer.
12. Onderhoud en verzorging 12.2 Remmen De onderdelen van de reminrichting maken deel uit van de EGgebruiksvergunning. Zodra onderdelen van de reminrichting worden veranderd, vervalt de gebruiksvergunning. Veranderingen mogen alleen worden doorgevoerd met toestemming van de fabrikant. Laat de remmen in uw eigen belang regelmatig onderhouden door uw Fiat-garage. Voor het onderhoud van de reminrichting geldt • Controleer regelmatig het remvloeistofpeil.
164 12. Onderhoud en verzorging 12.4 Ventileren 12.5 Reiniging Een voldoende luchttoevoer en ontluchting van het interieur is voor een behaaglijk binnenklimaat absoluut noodzakelijk. Tevens wordt corrosieschade door condenswater vermeden. M.b.t. reiniging geldt • Reinig kunststof onderdelen (bijv. bumpers, ommantelingen) met water van maximaal 60°C en een mild huishoudelijk schoonmaakmiddel. • Reinig vettige of olieachtige oppervlakken met spiritus.
12. Onderhoud en verzorging - alcohol - scherpe of oplosmiddelhoudende schoonmaakmiddelen - chemische schoonmaakmiddelen als ketonen, esters en aromatische oplosmiddelen - aromatische koolwaterstoffen (bijv. alle brandstoffen voor motorvoertuigen) • Droog het voertuig af met een leren zeem. • Laat de buscamper na het wassen nog een tijdje in de buitenlucht staan om volledig te kunnen drogen. Het directe contact met kunststoffen als PVC, zacht-PVC en dergelijke (bijv.
166 12. Onderhoud en verzorging Voor het in de was zetten van de oppervlakken geldt • De gelakte oppervlakken dienen af en toe te worden nabehandeld met was. Neem daarbij de door de fabrikant aanbevolen aanwijzingen voor het gebruik van de was in Bij beschadigingen geldt • Repareer beschadigingen onmiddellijk om verdere schade door corrosie te voorkomen. Maak hiervoor a.u.b. gebruik van de hulp van uw HOBBY-dealer. acht.
12. Onderhoud en verzorging Binnenreiniging Ga bij de interieurreiniging zuinig om met water om vochtproblemen te reduceren. M.b.t. zitbekleding, kussens en gordijnen geldt • Reinigen met een stofzuiger of een borstel. • Laat sterk vervuilde bekleding, bedspreien en gordijnen reinigen en was ze niet zelf! • Voer de reiniging zo nodig voorzichtig uit met het schuim van een fijnwasmiddel. Reinigingsaanwijzingen voor stoffen die teflon bevatten • • • • Behandel vlekken altijd onmiddellijk.
168 12. Onderhoud en verzorging Chocolade of koffie moet alleen met lauwwarm water worden afgewassen. M.b.t. het tapijt geldt • reinigen met een stofzuiger of een borstel. • zo nodig met tapijtschuim behandelen of shampooën. Voor de PVC-vloerbedekking geldt Zand en stof op een PVC-vloerbedekking die regelmatig wordt betreden, kunnen het oppervlak beschadigen. Reinig de vloer bij gebruik dagelijks met een stofzuiger of bezem.
12. Onderhoud en verzorging Voor spoelbak en kooktoestel geldt • Reinig edelstalen onderdelen met een middel voor huishoudelijk gebruik of een speciaal onderhoudsmiddel voor edelstaal. Voor inbouwapparatuur geldt • Zuig en reinig de achterruimte van de koelkast regelmatig. Houd ook de ventilatieroosters schoon. Houd de afdichtrubbers van de deur eenmaal per jaar met een beetje talkpoeder soepel en controleer deze op scheuren in de plooien.
170 12. Onderhoud en verzorging • Behandel de buitenlaag met was of een speciaal lakonderhoudsmiddel na. • Bescherm de metalen onderdelen van het chassis met een beschermingsmiddel tegen corrosie. • Controleer de bodemplaat op beschadigingen en raadpleeg zo nodig een dealer. • Zorg ervoor dat er geen water kan binnendringen in ventilatieopeningen in de bodem, in verwarming en koelkastventilatoren (winterafdekplaten monteren).
12. Onderhoud en verzorging 12.7 Gebruik tijdens de winter Voorbereidingen Door het algehele voertuigontwerp is uw buscamper tot op zekere hoogte bestand tegen de winter. Om echt te kunnen kamperen tijdens de winter adviseren wij uw buscamper naar uw persoonlijke voorkeur te optimaliseren. De dealer in uw rayon adviseert u graag. M.b.t. de voorbereidingen geldt • Controleer het voertuig op lak- en roestschade en herstel deze zo nodig.
172 12. Onderhoud en verzorging Voor het verwarmen geldt • Zowel de aanzuig- alsook de uitlaatgasopeningen van de verwarmingsinstallatie moeten sneeuw- en ijsvrij zijn. • Het opwarmingsproces van het voertuig heeft een lange aanlooptijd; dit geldt vooral voor de warmwaterverwarming. • Laat ook bij afwezigheid en ’s nachts de binnenruimte niet geheel afkoelen en laat de verwarming op een laag vermogen branden.
12. Onderhoud en verzorging Energie besparen in de winter Op eenvoudige wijze kunt u in het woongedeelte energie besparen. Dit geldt vooral bij het verwarmen in de winter. M.b.t. energiebesparing geldt • Doseer nauwkeurig de luchttoevoer en ontluchting in het voertuig resp. de verwarmingsklep. • Breng in de cabine wintermatten aan voor voor- en zijruiten (niet standaard meegeleverd). • Breng een gordijn tussen cabine en woongedeelte aan (niet standaard meegeleverd).
174 13. Afvalverwerking en milieubescherming Hoofdstuk 13: Afvalverwerking en milieubescherming 13.1 Milieu en mobiel reizen Milieuvriendelijk gebruik Gebruikers van een buscamper of caravan dragen vanzelfsprekend een bijzondere verantwoordelijkheid voor het milieu. Daarom dient het voertuig altijd op milieuvriendelijke wijze te worden gebruikt. M.b.t. een milieuvriendelijk gebruik geldt • Verstoor de rust en schoonheid van de natuur niet.
13. Afvalverwerking en milieubescherming M.b.t. afvalwater geldt • Verzamel afvalwater aan boord alleen in ingebouwde vuilwatertanks of desnoods in hiervoor geschikte reservoirs! • Laat afvalwater nooit weglopen in de vrije natuur of in rioolputten! De riolering in dorpen en steden komt meestal niet uit op waterzuiveringsinstallaties. • Maak de vuilwatertank zo vaak mogelijk leeg, ook als hij niet helemaal gevuld is (hygiëne). Spoel de vuilwatertank zo mogelijk bij elke lediging met schoon water uit.
176 13. Afvalverwerking en milieubescherming Afvalverwerking • Laat de toilettank nooit te vol worden. Maak uiterlijk wanneer niveau-indicator gaat branden, de tank onmiddellijk leeg. • Laat fecaliën nooit in rioolputten weglopen! De riolering in dorpen en steden komt meestal niet uit op waterzuiveringsinstallaties. Leeg uw vuilwatertank alleen bij een speciaal hiervoor bestemd vuilwaterinzamelpunt, maar nooit in de vrije natuur! M.b.t.
13. Afvalverwerking en milieubescherming • Laat de motor van het stilstaande voertuig niet onnodig draaien. Een koude motor produceert tijdens het stationair draaien bijzonder veel schadelijke stoffen. De bedrijfstemperatuur van de motor wordt het snelst bereikt tijdens het rijden. Het behoedzaam omgaan met het milieu is niet alleen in het belang van de natuur, maar ook in het belang van alle buscamper- en caravanbestuurders! 13.
178 14. Technische gegevens Hoofdstuk 14: Technische gegevens 14.1 Chassisgegevens Hobby model Bouwserie Type Basisvoertuig 3) Motor standaard Uitstoot van uitlaatgassen Chassis Anhängevorrichtung Sawiko Typ Gordelsysteem Aguti Zitplaatsen FIAT Ducato X290 K55 Vantana K1 Ducato Light 115 Multijet (85 kW) Euro 5b+ Hochdach L2H2 Boss C042A/C G2000 (Art. 114097) 4 K60 Vantana K1 Ducato Light 115 Multijet (85 kW) Euro 5b+ Hochdach L4H2 Boss C042A/C G2000 (Art.
14. Technische gegevens TTM [kg] Toel. Toel. Aanhang- Aanhang- max. Max. toel. asbelasting asbelasting gew. gew. kogel- totaalgew. vóór achter onger.2) ger.2) druk2) 3300 1750 1900 750 3300 1750 1900 750 3300 1750 1900 750 3500 1850 2000 750 3500 1850 2000 750 20004) 20004) 20004) 20004) 20004) Tot.
180 14. Technische gegevens 14.2 Laadmogelijkheden Hobby model Bouwserie Type Basisvoertuig Zitplaatsen TTM [kg] Toel. asbelasting vóór K55 Vantana K1 Ducato Light 4 3500 1850 K60 Vantana K1 Ducato Light 4 3500 K60 T Vantana K1 Ducato Light 4 K65 Vantana K1 Ducato Light K65 T Vantana K1 Ducato Light K55 Vantana K1 K60 Vantana K60 T K65 K65 T Toel. asbelasting achter Aanhanggew. 3) onger. Aanhanggew. 3) ger. max. 3) kogeldruk Max. toel. totaalgew.
14. Technische gegevens Tot.
182 14. Technische gegevens 14.
14.
184 14. Technische gegevens 14.4 Banden en velgen Lightchassis Hobby model Optie1) Serie Bouwserie TTM [kg] Toel. Toel.
14. Technische gegevens Banden en velgen voor verzwaarde buscampers Maxi chassis (gewichtsverhoging) TTM [kg] Toel. asbelasting vóór Toel.
186 14. Technische gegevens 14.
14.
188 Index 14.
Index 14.
Hobby-Wohnwagenwerk Ing. Harald Striewski GmbH Harald-Striewski-Straße 15 D-24787 Fockbek/Rendsburg www.hobby-caravan.