Operation Manual

8
Instellen
(vervolgd op volgende pagina)
Installeer de projector volgens de omgeving en de wijze waarop de projector zal
worden gebruikt.
Instellen
Opstellen
Zie tabel T-1 of T-2 en afbeeldingen F-1 en F-2 op het einde van de “Gebruiksaanwijzing
(beknopt)”, om de schermgrootte en de projectie-afstand te bepalen.
De waarden die in de tabel staan, zijn gebaseerd op een volledige beeldgrootte.
De schermgrootte (diagonaal)
b
Projectie afstand (±8%)
c1
,
c2
Schermhoogte (±8%)
Wanneer de projector op een speciale manier wordt gemonteerd, zoals aan het plafond,
hebt u het voorgeschreven montagemateriaal en mogelijk professionele hulp nodig.
Raadpleeg uw dealer voor verdere informatie over de installatie van de projector.
De schermpositie kan na de installatie verschuiven als de projector aan het plafond of
op een andere plaats wordt opgehangen, als gevolg van de exibliteit van de plastic
behuizing van de projector. Indien afstelling vereist is, kunt u contact opnemen met uw
dealer of onderhoudspersoneel.
De geprojecteerde beeldpositie en/of scherpstelling kunnen veranderen tijdens het opwarmen
(ongeveer 30 minuten nadat de lamp is ingeschakeld) of als de omgevingsomstandigheden
veranderent. Stel de beeldpositie en/of scherpstelling indien nodig opnieuw af.
Omdat de projector een korte projectieafstand heeft, dient u zorgvuldig een scherm te
selecteren voor beter beeld.
- Een zacht scherm, zoals een rolscherm, kan het geprojecteerde beeld ernstig vervormen.
Voor deze projector wordt een hard scherm, zoals een bordscherm, aanbevolen.
-
Een scherm met een hoge reectiewaarde, zoals een parelscherm, heeft een kleine
kijkhoek en is niet geschikt voor deze projector. Een scherm met een lage reectiewaarde
(ongeveer 1,0), zoals een mat scherm, en een grote kijkhoek wordt aanbevolen voor deze
projector.
- Een scherm met een weefpatroon kan moiré op het geprojecteerde beeld veroorzaken.
Dit duidt niet op een defect van de projector. Een scherm met minder moiré-effecten
wordt aanbevolen voor deze projector.
Plaats de projector in een stabiele horizontale positie. Als de projector
valt of omver wordt gelopen, kan dat letsel en/of schade aan de projector veroorzaken.
Het gebruik van een beschadigde projector kan vervolgens resulteren in brand en/of
elektrische shock.
Plaats de projector niet op een instabiel, schuin of vibrerend oppervlak, zoals een
wankele of hellende standaard.
Plaats de projector niet op zijn zijkanten of op de voorkant.
Raadpleeg eerst uw dealer voor u het toestel op een speciale manier gaat installeren,
bijvoorbeeld aan het plafond.
WAARSCHUWING