Operating Instructions and Installation Instructions

Table Of Contents
(1) Monteer de moeren en volgringen op de ophangbouten.
(2) Til de binnenunit met een takel op en zorg dat er geen kracht op de condensopvangbak
wordt uitgeoefend.
(3) Bevestig de binnenunit met de moeren en volgringen.
LET OP: Als het verlaagde plafond al aangebracht is, moeten alle leiding- en bedradingswerkzaamheden
in het plafond zijn afgerond voordat de binnenunit opgehangen wordt.
3.2.4 Aanpassen van de ruimte tussen de binnenunit en de sparing in het verlaagde plafond.
Controleer of de condensopvangbak waterpas is zodat slecht functioneren van het afvoermechanisme
in de binnenunit wordt vermeden. De kant van de binnenunit met de afvoer moet ongeveer 5 mm
lager zijn dan de andere kant.
Draai de moeren van de ophangbeugels vast zodra de afstelling afgerond is. Breng Loctite* aan op
de bouten en moeren om te voorkomen dat deze los gaan zitten. Als u dit niet doet, kunnen er
abnormale geluiden optreden en de unit kan naar beneden vallen.
Loctite*: Behandel de bouten en sluitmoeren. Stel de binnenunit af op de juiste positie en
controleer die met behulp van de controlemal (meegeleverd).
(1) Het patroon voor de installatie is op de verpakking gedrukt. Knip de controlemal van de
verpakking voor de maatvoering van de sparing.
(2) Pas de positie van de binnenunit met de controlemal aan, zoals hieronder weergegeven.
Afb. 3.7 Montage van moeren en volgringen
*Monteer de volgringen zodat het
oppervlak met isolatie naar
beneden gericht is.
3.2.3 Montage van de binnenunit
45
Installatie en onderhoud
Afb. 3.8 Ophangen van de binnenunit
condensopvangbak
ophangbout
ophangbeugel
ophangbout (levering derden)
ophangbeugel (bevestigd aan unit)
moer (levering derden)
*volgring met isolatie (accessoire)
*volgring (accessoire)
oppervlak van plafond
moer (levering derden)
circa 52
circa 50102
(maten in mm)
VOORZICHTIG