User manual
2de Bouwfase II:
Aansluiting/ingebruikneming
2.1 Nadat de printplaat is uitgerust en op eventuele fouten (slechte soldeerpun-
ten, tinbruggen) gecontroleerd is, kan de eenheid in gebruik worden geno-
men.
2.2 Let er op, dat deze bouwset alleen voorzien mag worden van gefilterde gelijk-
spanning uit een nettransformator of van een batterij/accu. Deze spannings-
bron moet ook de nodige stroom kunnen leveren.
De acculader van een auto of trafo’s van een speelgoed spoorbaan zijn als
spanningsbron niet geschikt en leiden tot beschadiging van bouwdelen resp.
tot niet functioneren van de bouwgroep.
2.3 Aan de met "+M, -M” gekenmerkte schroefklemmen wordt nu een kleine
gelijkstroommotor of een KFZ gloeilamp aangesloten.
2.4 Draai nu de slijpers van de trimpotmeters in de middenpositie. P2 draait u naar
de linker aanslag.
2.5 Aan de andere twee klemmen wordt nu de werkspanning (gelijkspanning)
aangesloten, die in het bereik tussen 12 en 24 V (al naar gelang de werk-
spanning van de belasting) kan liggen.
2.6 De aangesloten motor of de gloeilamp mag nu nog niet lopen resp. branden.
2.7 Draai nu de potmeter P2 langzaam naar rechts, de motor moet nu langzaam
beginnen te draaien resp. de lamp moet nu beginnen te branden. Het gewen-
ste toerental van de motor resp. helderheid van de lamp moet nu met P2 inge-
steld kunnen worden.
2.8 Is tot nu toe alle in orde, sla dan de onderstaande checklist voor fouten over.
2.9
Kan het toerental van de motor niet met P2 ingesteld worden of loopt de
motor constant met het hoogste toerental, schakel dan direct de werkspan-
ning uit of controleer de hele printplaat nog een keer volgens onderstaande
checklist.
Checklist voor het zoeken naar fouten
Vink elke controlestap af!
❑ Was de werkspanning aan de juiste klemmen aangesloten ?
❑ Is de motor correct aangesloten of eventueel defect ?
❑ Is, als het apparaat aanstaat, de werkspanning nog 12 V resp. 24 Volt ?
❑ Werkspanning weer uitschakelen.
❑ Zijn de weerstanden juist gesoldeerd overeenkomstig de waarde?
Controleer de waarden nog een keer conform 1.1 van de bouwinstructie.
❑ Zijn de dioden juist gepoold gesoldeerd? Komt de op de diode aangebrachte
kathodenring overeen met de montageopdruk op de printplaat?
De kathodenring van D1 moet naar P2 wijzen.
De kathodenring van D2 moet naar R11 wijzen.
De kathodenring van D3 en D4 moet naar R10 wijzen.
De kathodenring van D5 moet naar R22 wijzen.
De kathodenring van D6 moet naar R8 wijzen.
❑ Zijn de trimpotmeters correct gesoldeerd? Controleer het typekenmerk nog
een keer met de montagelijst (twee verschillende types).
❑ Zijn de elco’s correct gepoold?
Vergelijk de op de elco’s gedrukte polariteit "+” of "-" nog een keer met de
op de printplaat aangebrachte montageopdruk resp. met het montageplan in
de bouwinstructie. Let er op, dat afhankelijk van het fabrikaat van de elco’s
"+” of "-" op de elco’s gekenmerkt kan zijn.
❑ Zitten de geïntegreerde circuits juist gepoold in de fitting? Types niet omge-
wisseld?
Inkeping of punt van IC 1 moet naar "P2” wijzen.
Kenmerk (opschrift) van IC 2 moet naar C 7 wijzen.
Kenmerk van IC 3 moet naar R 4 wijzen.
❑ Zitten alle IC-poten werkelijk in de fitting? Het gebeurt gauw, dat er een poot-
je ombuigt bij het insteken of naast de fitting zit.
❑ Zit er een soldeerbrug of kortsluiting aan de soldeerzijde? Vergelijk de verbin-
dingen van de geleidebanen, die er eventueel als een ongewenste soldeer-
brug uitzien, met de afbeelding (raster) van de geleidebanen van de monta-
geopdruk en het schakelplan, voordat u een verbinding van de geleidebaan
(vermeende soldeerbrug) onderbreekt.
❑ Om verbindingen of onderbrekingen van geleidebanen gemakkelijker vast te
kunnen stellen, houdt u de gesoldeerde printplaat tegen het licht en zoekt aan
de kant van de soldeerzijde naar deze onaangename begeleidingsverschijn-
selen.
❑ Is er een koud soldeerpunt aanwezig? Controleer elk soldeerpunt nauwkeu-
rig! Controleer met een pincet of bouwdelen loszitten! Lijkt een soldeerpunt
verdacht, soldeer deze dan voor alle zekerheid nog een keer!
❑ Controleer ook of elk soldeerpunt gesoldeerd is; het komt vaak voor, dat sol-
deerpunten bij het solderen over het hoofd gezien worden.
❑ Bedenk ook, dat een met soldeerwater, soldeervet of soortgelijke vloeimidde-
len of een met ongeschikt soldeertin gesoldeerde printplaat niet kan functio-
neren. Deze middelen geleiden stroom en veroorzaken daardoor kruipstromen
en kortsluitingen.
Bovendien vervalt de garantie bij bouwsets, die gesoldeerd werden met zuur-
houdend soldeertin, met soldeervet of soortgelijke vloeimiddelen. Deze bouw-
delen worden niet door ons gerepareerd of vervangen.
2.10 Zijn deze punten gecontroleerd en eventuele fouten gecorrigeerd, sluit dan de
printplaat volgens 2.4 weer aan. Is een ander bouwdeel niet aangetast door
een eventuele fout, dan moet de schakeling weer functioneren.
Storing
Is het aannemelijk, dat een werking zonder gevaar niet meer mogelijk is, dan moet
het apparaat buiten werking gesteld worden en beveiligd worden tegen ongewen-
ste werking.
Dat geldt:
• Als het apparaat zichtbare beschadigingen vertoont
• Als het apparaat niet meer in staat is om te functioneren
• Als delen van het apparaat los zitten
• Als de verbindingskabels zichtbare schade vertonen.
Garantie
Wij geven 1 jaar garantie op dit apparaat. De garantie omvat de kostenloze ophef-
fing van gebreken, die aantoonbaar op het gebruik van niet onberispelijk materiaal
of fabrieksfouten teruggevoerd kunnen worden.
Omdat wij geen invloed hebben op de juiste en deskundige opbouw, kunnen wij om
begrijpelijke redenen bij bouwsets alleen de volledigheid en onberispelijke kwaliteit
van de bouwdelen waarborgen.
Gegarandeerd wordt het overeenkomstig de karakteristieke getallen functioneren
van de bouwdelen in ingebouwde toestand en het nakomen van de technische
gegevens van de schakeling bij overeenkomstig de soldeervoorschriften, deskundi-
ge verwerking en voorgeschreven ingebruikneming en werkwijze.
Verdergaande aanspraken zijn uitgesloten.
Wij staan niet garant, noch nemen enige aansprakelijkheid voor schade of gevolg-
schade in verband met dit product. Wij behouden ons reparatie, verbetering, leve-
ren van reserveonderdelen of teruggave van de koopprijs voor.
In de volgende gevallen geschiedt geen reparatie resp. vervalt de aanspraak op
garantie:
• Als bij het solderen zuurhoudend soldeertin, soldeervet of zuurhoudende vloei-
middelen of dergelijke gebruikt werd,
• Als de bouwset ondeskundig gesoldeerd en opgebouwd werd.
Hetzelfde geldt ook:
• Bij veranderingen of reparatiepogingen aan het apparaat.
• Bij eigenmachtig veranderen van de schakeling
• Bij de constructie van niet geplande, ondeskundige configuratie van bouwdelen,
vrije bedrading van bouwdelen zoals schakelaar, potmeter, bussen, enz.
• Bij gebruik van andere, niet origineel bij de bouwset behorende bouwdelen
• Bij vernieling van geleidebanen of soldeerpunten
• Bij verkeerde montage en de daaruit resulterende volgschade
• Bij overbelasting van de bouwgroep
• Bij schade door ingrepen van vreemde personen
• Bij schade door het niet in acht nemen van de bedieningshandleiding en het
aansluitplan
• Bij aansluiting aan een verkeerde spanning of stroomsoort
• Bij een verkeerde aansluiting van de polen van de bouwgroep
• Bij een verkeerde bediening of schade door nalatige behandeling of misbruik
• Bij defecten, die ontstaan door overbrugde zekeringen of door het inzetten van
verkeerde zekeringen
In al deze gevallen wordt de bouwset op uw kosten teruggestuurd.
Deze gebruiksaanwijzing is een publicatie van Conrad Electronic GmbH,
Klaus-Conrad-Straße 1, D-92240 Hirschau/Duitsland
Deze gebruiksaanwijzing voldoet aan de technische eisen bij het ter perse
gaan. Wijzigingen in techniek en uitrusting voorbehouden.
©
Copyright 2004 by Conrad Electronic Ned BV. Printed in Germany.
*09-04/HK