User manual
Instellen van de schakelfuncties
Met de dip-schakelaar kan een van de acht schakelfuncties gekozen worden.
De jumper ST 5 maakt het mogelijk om de ingestelde functie direct te starten
als er voedingsspanning aanwezig is. Is de jumper overbrugd, wordt direct
na het verkrijgen van voedingsspanning de ingestelde functie uitgevoerd.
De dip-schakelaars Sw2.1...Sw2.3 dienen voor de keuze van de gewenste
werkingssoort, hiervoor staan acht mogelijkheden ter beschikking:
1. Inschakelvertraging
Geregeld wordt met de negatieve flank (HIGH/LOW-overgang) op de ingang
In1, hierop trekt het relais vertraagd aan: de vertragingstijd wordt met de
codeerschakelaar Sw1 en de dip-schakelaar Sw2.4 ingesteld. Zodra het signaal
aan In1 op HIGH gaat, is de uitgangsimpuls beƫindigd en het relais valt af.
2. Uitschakelvertraging
Hier geldt hetzelfde als onder 1., echter schakelt het relais volgens de
ingestelde tijd vertraagd af.
8
3. In- en uitschakelvertraging
Een combinatie uit 1. en 2.
4. Monoflop
Op ingang In1 wordt de regeling uitgevoerd; indien bij een actieve uitgang op
In2 een signaal binnenkomt, zal dit als reset beschouwd worden en het relais
valt met de positieve flank af.
1. Inschakelvertraging
2. Uitschakelvertraging
3. In- en uitschakelvertraging
9