Installation Instructions

Pagina 6
G. Statusled
- Plaats de statusled op een goed zichtbare plaats in het dashboard. Boor hiervoor een 9mm gat,
let hierbij op eventeele electronica of kabelbomen in de auto.
- Steek de 2-polige connector in de 2-polige contraconnector van de kabelboom van de GT136.
H. Ultrasoon sensoren
- Plaats de ultrasoon sensoren in de bovenhoeken van de A-stijlen, let hierbij op de
zonnekleppen deze mogen de sensoren niet blokkeren.
- Richt de sensoren naar een denkbeeldig middelpunt op de achterruit van de auto, zodat het
ultrasoonveld goed wordt opgebouwd.
- Steek de connectors van de sensoren in de contraconnectors van de kabelboom van de GT136,
wit op wit en rood op rood.
- De gevoeligheid kan met de stelschroef op de achterzijde van de GT136 worden afgesteld, zie
M. Testmode
I. In- en uitschakelen van het systeem
Het systeem wordt geleverd met 2 rolling code handzenders en 1 rolling code noodsleutel.
De handzenders zijn voorzien van 2 toetsen: een grote toets, A-toets en een kleine toets, B-toets. De A-toets is
om het alarm in- en uitteschakelen de B-toets is voor het bedienen van optionele raamsluitmodules, zie H.
uitschakelen ultrasoon sensoren en optionele detectors.
De noodsleutel dient alleen te worden gebruikt om het systeem uitteschakelen wanneer de handzenders niet
functioneren, het systeem kan niet worden ingeschakeld met de noodsleutel.
Het systeem kan op 2 manieren inschakelen, via de handzenders en automatisch. Wanneer het systeem
automatisch inschakeld wordt het alarm niet mee ingeschakeld, alleen de 2 blokkeringen van het systeem zullen
worden ingeschakeld.
Inschakelen via de handzenders:
- Druk op de A-toets.
- De knipperlichten zullen 1 seconde branden en de sirene zal 1 korte pieptoon geven, de centrale
vergrendeling (optioneel) zal worden gesloten. Elektrische ramen (optioneel) zullen 2 seconden
later worden gesloten. De statusled zal constant gaan branden.
- Na 60 seconden zal de statusled gaan knipperen ten teken dat alle detectors op geactiveerd zijn.
Automatisch inschakelen van de blokkeringen:
1. 60 seconden na het uitschakelen van het contact en het openen van een portier.
2. 10 minuten na het uitschakelen van het contact zonder het openen van een portier.
3. 2 minuten na het uitschakelen van het systeem.
Wanneer de blokkeringen zijn ingeschakeld zal de statusled gaan knipperen.
Het systeem kan op 2 manieren worden uitgeschakeld.
Uitschakelen via de handzender:
- Druk op de A-toets.
- De knipperlichten zullen 2 maal 1 seconde branden en de sirene zal 2 korte pieptonen geven, de
centrale vergrendeling (optioneel) zal worden geopend. De statusled zal uitgaan.
- Het systeem is nu uitgeschakeld.
Uitschakelen via de noodsleutel:
- Open het portier met de autosleutel.
- Het alarm zal gaan loeien en de knipperlichten zullen knipperen.
- Schakel het contact van de auto aan.
- Druk de noodsleutel tegen het commandoblok.
- Het alarm zal stoppen met loeien de knipperlichten zullen 4 maal 1 seconde branden en de
sirene zal 4 korte pieptonen geven. De statusled zal uitgaan.
- Het systeem is uitgeschakeld.