Operation Manual
48
NL
groen tijdens het opladen. Voor
elke reeds opgeladen deelsectie
van de accu (16) brandt een groene
LED. Indien alle drie de LED‘s van
de laadtoestandsindicatie (17) van
de accu groen oplichten, is de accu
(16) volledig geladen.
1. Verwijder eventueel de accu (16)
uit het apparaat.
2. Schuif de accu (16) in de laad-
schacht van het laadtoestel (20).
De accu klikt hoorbaar vast.
3. Sluit het laadtoestel (20) op een
stopcontact aan.
4. Nadat het laadprocédé beëindigd
werd, verbreekt u het laadtoestel
(20) van het stroomnet.
5. Druk de ontgrendeltoets (
18)
aan de accu (16) in en trek de
accu uit het laadtoestel (20).
Verbruikte accu’s
• Een beduidend kortere werkingsduur
ondanks oplading geeft aan dat de
accu opgebruikt is en vervangen moet
worden. Gebruik uitsluitend een ori-
gineel reserve accupack, dat u via de
klantenserviceafdeling kunt verkrijgen.
•
Neem in ieder geval de telkens gelden-
de veiligheidsinstructies en ook de be-
palingen en aanwijzingen met betrek-
king tot de bescherming va het milieu in
acht (zie “Reiniging en onderhoud”).
Montage-instructies
Breng de accu pas aan wanneer het
apparaat volledig gemonteerd is. Er
bestaat gevaar voor verwondingen!
Beschermende afdekking mon-
teren:
1. Zet de beschermende afdekking
(14) op de motorkop (10) en
schroef deze met de 2 kruiskop-
schroeven vast.
Extra handgreep monteren
2. Plaats de extra handgreep (5) op
de gewenste hoogte op de hand-
greepdeel (6)..
3. Van onderaf de greepopname
(22) op dezelfde hoogte bren-
gen. Schroef de extra greep (5)
aan de greepopname (22) vast.
Draad instellen:
4. De draadspoel is reeds voorge-
monteerd. Breng de draad op
de gewenste lengte.
Accu plaatsen:
5. Om de accu (16) te plaatsen,
schuift u die met de geleidings-
groef (19) langs de geleidingsrail
(21) in het apparaat. Hij klikt
hoorbaar vast.
Bediening
Opgelet: gevaar voor verwondin-
gen! Gebruik het apparaat niet
zonder beschermende afdekking.
Draag tijdens het werk geschikte
kledij en ook een oog- en gehoor-
bescherming.
Vergewis u telkens vóór gebruik
dat het apparaat in staat is om
goed te functioneren. De scha-
kelaar “Aan/uit” en de inschakel-
blokkering mogen niet vergren-
deld worden. Ze moeten na het
loslaten van de schakelaar de
motor uitschakelen. Indien er een
schakelaar beschadigd is, mag
er met het apparaat niet meer ge-
werkt worden.










