Operation Manual

417-899-271008
14
NL
Controleert u vóór gebruik, of delen van
de snijvoorziening zoals bv mes of mes-
schroeven foutloos werken, niet klemmen
en niet beschadigd of sterk versleten zijn.
Werkt u enkel met een intacte snijvoorzie-
ning.
Maakt u geen gebruik van het toestel,
wanneer zich de schakelaar niet laat
in- en uitschakelen. Beschadigde schake-
laars moeten bij ons servicecenter wor-
den vervangen.
De messen moeten regelmatig op
slijtage worden gecontroleerd. Ze
moeten worden bijgeslepen. Stompe
messen overbelasten de machine.
Hieruit resulterende schade zijn niet
aan de garantie onderworpen.
Gebruikt u uitsluitend reservedelen en
toebehoren, die door de fabrikant werden
geleverd en geadviseerd. Het gebruik van
vreemde delen leidt tot een onmiddellijk
verval van de garantieclaim.
Gebruikt u het toestel niet in de buurt van
ontbrandbare vloeistoffen of gassen. Bij
veronachtzaming bestaat brand- of explo-
siegevaar.
Defecten, die uit een onreglementaire
handhaving resulteren, zijn niet aan de
garantie onderworpen.
Dekt u de contacten van de accu´s bij
een separaat deponeren af. Bij kortslui-
ting door metalen overbrugging bestaat
brand- en explosiegevaar.
Maakt u bij het transporteren of bij de
opslag steeds gebruik van de messen-
beveiliging. Bewaart u het toestel en het
laadapparaat op een droge plek en buiten
de reikwijdte van kinderen op.
Opgepast! Zo vermijdt u schade aan het ap-
paraat :
Behandel uw toestel met zorgvuldigheid.
Reinig regelmatig de luchtgleuven en volg
de onderhoudsvoorschriften op.
Overbelast uw apparaat niet. Werk uits-
luitend binnen het aangegeven vermo-
gensbereik. Gebruik geen machines met
een laag prestatie vermogen voor zware
werkzaamheden. Gebruik uw apparaat
niet voor doeleinden, waarvoor het niet
bestemd is.
Onderhoud:
Probeert u niet het toestel zelf te repare-
ren als u hiervoor geen opleiding heeft.
Alle werkzaamheden die niet in deze
handleiding worden aangegeven, mogen
uitsluitend door ons servicecenter worden
uitgevoerd.
Draagt u bij de omgang met de messen
handschoenen.
Correcte omgang met accu en laadap-
paraat:
Zo vermijdt u ongevallen en verwondingen
door elektrische schok:
Houd het laadapparaat keurig en op een
veilige afstand van nattigheid en regen.
Let erop dat de netspanning met de op
het typeaanduidingplaatje vermelde
gegevens op het laadapparaat overeens-
temt.
Controleer telkens vóór gebruik laadap-
paraat, kabel en stekker. Gebruik geen
defect apparaat, maar laat het door ge-
kwalifi ceerd, geschoold personeel repa-
reren.
Open de accu niet en zorg niet voor
kortsluiting.
Opgelet! Brand- en ontplof ngsgevaar!
Het laadapparaat mag uitsluitend met de
bijbehorende, originele accu’s gebruikt
worden.
Laad de accu’s enkel op in laadappara-
ten, die door de fabrikant aanbevolen zijn.
Laat een verwarmd apparaat vóór het
laden afkoelen. Wegens de bij het laden
opduikende verwarming mag het laadap-