Operation Manual

13
NL
Machines horen niet bij huishoudelijk
afval thuis.
Symbolen in de handleiding
Gevaarsymbolen met gegevens ter
preventie van lichamelijke letsels en
materiële schade.
Gebodsteken (in plaats van het uit-
roepingsteken is het gebod toegelicht)
met gegevens ter preventie van be-
schadigingen.
Aanwijzingsteken met informatie voor
een betere omgang met het apparaat.
Algemene veiligheidsinstructies
Werken met het apparaat:
Vóór het laden en vóór ieder gebruik
het toestel, de kabels en de steker
controleren. Indien beschadigingen
worden geconstateerd, mag het appa-
raat niet worden gebruikt. Reparaties
mogen enkel door een vakman worden
uitgevoerd. Opent u het toestel niet!
Houdt u kinderen weg. Bewaart u het
veilig en voor kinderen niet bereikbaar
in droge gesloten ruimtes op.
Voorzichtig! Handen en voeten
van de scheermessen weghou-
den. Na uitschakelen van het
toestel loopt het scheermes nog
korte tijd na.
Voor uw eigen veiligheid:
Draagt u geschikte werkkleding zoals
vast schoeisel met antislipzool, een
stevige, lange broek, handschoenen en
een veiligheidsbril. Draagt u geen lange
kleding of sieraden, omdat deze door
de bewegende delen kunnen worden
gegrepen. Gebruikt u het toestel niet,
wanneer u blootsvoets loopt of open
sandalen draagt.
Pas op: zo voorkomt u ongelukken en lichame-
lijk letsel:
Laat u andere personen het toestel niet
aanraken. Houdt u het toestel van mensen,
vooral kinderen, en huisdieren weg. Onder-
breekt u het werk, wanneer deze in de buurt
verblijven.
Maakt u zich met de omgeving bekend en
let u op mogelijke gevaren, die bij het wer-
ken eventueel niet kunnen worden gehoord.
Voorkomt u het aanstoten van het mes aan
stenen of metaal. Controleert u het vlak, dat
gesneden dient te worden, zeer zorgvuldig
en verwijdert u alle vreemde voorwerpen.
Raakt u het toestel nooit aan het mes aan.
Houdt u alle lichaamsdelen van het lopend
mes weg.
Let u bij het werken op een veilige stand,
vooral op trappen of ladders. Voorkomt u
abnormale lichaamshoudingen.
Verwijdert u gesneden goed enkel bij stil-
stand van het toestel.
Schakelt u het toestel uit, alvorens u het
neerzet.
Werkt u niet met het toestel, wanneer u
moe of niet geconcentreerd bent of na het
nuttigen van alcohol of tabletten. Maakt u
steeds bijtijds een werkpauze. Gaat u met
verstand te werk.
Maakt u geen gebruik van het toestel bij
regen, bij slechte weersomstandigheden,
in vochtige omgeving of bij natte heggen of
grasvelden. Werkt u enkel bij goede verlich-
ting.
Werkt u niet met een beschadigd, onvolledig
of zonder de toestemming van de fabrikant
verbouwd toestel. Controleert u vóór het ge-
bruik de veiligheidstoestand van het toestel,
de accu´s en het laadapparaat. Alle delen
moeten correct zijn gemonteerd en aan alle
voorwaarden voldoen, om de foutloze wer-
king van het toestel te waarborgen.