Instructions

36
NL
Symbolen in de gebruiksaanwij-
zing
Gevaarsymbool met
informatie over de
preventie van personen-
of zaakschade.
Gebodsteken (in plaats van
het uitroepingsteken wordt
het gebod toegelicht) met
informatie over de preventie
van schade.
Aanduidingsteken met
informatie over hoe u
het apparaat beter kunt
gebruiken.
Algemene veiligheidsin-
structies
Dit apparaat kan bij een
onoordeelkundig gebruik
ernstige verwondingen ver-
oorzaken. Om lichamelijke
letsels en materiële schade
te vermijden, leest u de on-
voorwaardelijk volgende vei-
ligheidsinstructies en neemt
u ze in acht en maakt u zich
goed met alle bedieningson-
derdelen vertrouwd.
Voorbereiding:
Kinderen mogen niet met het
apparaat spelen. Reiniging en
gebruikersonderhoud mogen
niet door kinderen zonder
toezicht doorgevoerd worden.
Geef nooit toestemming aan
kinderen of andere personen,
die de gebruiksaanwijzing niet
kennen, het apparaat te gebrui-
ken. Lokale bepalingen kunnen
de minimumleeftijd van de per-
soon, die het apparaat bedient,
vastleggen.
Maak nooit gebruik van het ap-
paraat terwijl andere mensen,
in het bijzonder kinderen, en
huisdieren in de buurt zijn.
Op kinderen moet er toezicht
uitgeoefend worden om te vrij-
waren dat ze niet met het ap-
paraat spelen.
De operator of gebruiker is en-
kel voor ongevallen of schade
aan andere mensen of aan hun
eigendom verantwoordelijk.
Controleer het terrein, waarop
het apparaat gebruikt wordt, en
verwijder stenen, stokken, dra-
den of andere vreemde voor-
werpen, die vastgegrepen en
weggeslingerd kunnen worden.
Draag geschikte werkkledij zo-
als vast schoeisel met slijpvrije
zool en een robuuste, lange
broek. Gebruik het apparaat
niet als u blootsvoets stapt of
open sandalen draagt.
Vermijd het dragen van loszit-
tende kledij of kledij met han-
gende touwtjes of riemen.
Voer telkens vóór gebruik een
visuele controle van het appa-
raat door. Gebruik het apparaat
niet als beschermingsinrich-
tingen (bijvoorbeeld stootbe-
scherming of grasvangzak),
onderdelen van de snoei-
inrichting of bouten ontbreken,
versleten of beschadigd zijn.
Ter preventie van een onba-
lans mogen beschadigde werk-
tuigen en bouten slechts per
set uitgewisseld worden.